Verzakkingsoperatie

Verzakkingsoperatie

In het kort

Verzakkingsoperatie

Onder in uw buik zit een groep spieren en weefsels. Deze ondersteunen uw blaas, baarmoeder en darmen. Wordt deze groep spieren zwakker? Dan kunnen de organen naar beneden zakken. Dit heet een verzakking. Om dit te verhelpen krijgt u een verzakkingsoperatie.

Wat zijn klachten bij een verzakking?

Klachten kunnen zijn:

  • Een drukkend of zwaar gevoel onderin uw buik.

  • Moeite met plassen of ontlasting​​.

  • Uw plas niet kunnen ophouden.

  • Blaasontsteking.

  • Het kan voelen alsof er iets uit uw vagina zakt.

Oorzaken

Er zijn verschillende oorzaken van een verzakking. Bijvoorbeeld:

  • Bevallingen: tijdens een bevalling kunnen de spieren en weefsels in uw bekken uitrekken of beschadigd raken.

  • Zwaar tillen: vaak zwaar tillen geeft extra druk op uw bekkenbodem.

  • Ouder worden: spieren en weefsels in uw bekken worden slapper als u ouder wordt.

  • Roken: roken maakt het bindweefsel in uw bekken minder sterk.

  • Zwaar werk: werk waarbij u veel kracht moet zetten kan uw bekkenbodem verzwakken.

Voorbereiding

Belangrijk

Nuchter zijn

Voor de behandeling is het belangrijk dat u nuchter bent. Dat betekent dat u vanaf een bepaalde tijd niet meer mag eten en drinken. Uw zorgverlener geeft u hierover meer informatie.

Het is belangrijk dat u zich aan deze regel houdt. Zit er nog eten of drinken in uw maag? Dan kan dat tijdens de behandeling in uw luchtpijp of longen komen.

Houdt u zich niet aan de regels voor eten en drinken? Dan kan uw behandeling misschien niet doorgaan.

Scheren

Scheren is niet nodig. Wilt u liever toch wel scheren? Scheer het operatiegebied dan een week van tevoren. Doe dit niet later, om infecties te voorkomen.

Bloedverdunners

Gebruikt u bloedverdunners? Geef dit dan vooraf door aan uw zorgverlener. U moet hier misschien mee stoppen voor de operatie.

Wat neemt u mee?

Neem uw belangrijke papieren en uw medicijnen mee naar het ziekenhuis. Blijft u een nacht? Neem dan ook toiletspullen en makkelijke kleding mee.

Dag van de operatie

Op de dag van de operatie komt u naar het ziekenhuis. 

Plaats van de operatie

De operatie is in de operatiekamer. Dit heet ook wel de OK. U ligt hier op een operatietafel met de benen in beensteunen. Zo kan de arts goed bij uw vagina.

Welke verdoving krijgt u?

De anesthesioloog bespreekt met u welke verdoving het beste bij u past.

Dit kan zijn:

  • een ruggenprik, soms met een roesje

  • algehele narcose

Desinfecteren

Voordat u geopereerd wordt, maakt de arts het gebied rond uw vagina schoon. Dit heet desinfecteren. Daarna dekt de arts het gebied dat geopereerd wordt af met steriele doeken.

De operatie

Verschillende operaties

Er zijn verschillende soorten operaties voor een verzakking. Soms zijn meerdere organen verzakt. De arts kiest samen met u welke operatie het beste past bij uw situatie en uw klachten.

Hoelang duurt de operatie?

De operatie duurt meestal 20 tot 30 minuten.

Hoelang duurt een combinatie van operaties?

Krijgt u meerdere operaties tegelijk? Dan duurt de hele operatie meestal 60 tot 90 minuten.

Waarom welke operatie?

Welke operatie u krijgt, hangt af van uw situatie. U kiest de operatie samen met de arts.

Blaasverzakking

Een blaasverzakking behandelen we met een voorwandplastiek.

Endeldarmverzakking

Een endeldarmverzakking verhelpen we met een achterwandplastiek.

Baarmoederverzakking

Bij een verzakking van de baarmoeder hoeft de baarmoeder vaak niet verwijderd te worden. Dit is zo bij een sacrospinale fixatie of een Manchester-operatie. Soms is het wel nodig om de baarmoeder te verwijderen.

Vaginatopverzakking

Bij een verzakte vaginatop doet de arts vaak een sacrocolpopexie. Dit komt vaak voor nadat de baarmoeder is verwijderd.

Is de baarmoeder nog aanwezig? Dan heet de operatie sacrohysteropexie.

De operatie gebeurt via de buik met een kijkoperatie.

Wanneer is een sacrocolpopexie nodig?

De arts kiest deze operatie als andere operaties via de vagina niet genoeg helpen. Ook kan de operatie nodig zijn als de verzakking is teruggekomen na een eerdere behandeling.

Deze operatie geeft vaak een beter en stevig resultaat.

Hoe uitgebreid is de verzakking?

Hoe uitgebreid de verzakking is, bepaalt hoe groot de operatie is. Zijn er meerdere verzakkingen? Dan is soms een combinatie van operaties nodig, bijvoorbeeld een voorwand- en achterwandplastiek.

Wens om de baarmoeder te houden

Wilt u uw baarmoeder houden? Dat kan met technieken zoals een Manchester-operatie of een sacrospinale fixatie.

Persoonlijke situatie

Uw leeftijd, gezondheid en eerdere operaties spelen mee bij de keuze voor de operatie. U bespreekt samen met de arts welke behandeling het beste bij u past.

Na de operatie

Gaastampon

Na de operatie heeft u vaak een tampon in de vagina. Dit is geen gewone tampon. Het is een lang gaas dat bloed opvangt. Ook geeft het druk op de wond in de vagina. Zo voorkomt u extra bloedverlies.

Katheter

Na de operatie heeft u vaak een katheter. Hierdoor hoeft u niet zelf naar de wc.  

Verblijf in het ziekenhuis

Na de operatie blijft u meestal 1 nacht in het ziekenhuis.

Zelf plassen

De dag na de operatie controleert een zorgverlener of u goed zelf kunt plassen. Gaat dit goed? Dan kunt u naar huis. Lukt het niet? Dan gaat u vaak met een katheter naar huis. Die verwijderen we na een week. Soms leert u ook om zelf de blaas leeg te maken met een slangetje.

Herstel thuis

Rust

Na de operatie is het belangrijk om rust te nemen. Doe de eerste 6 weken rustig aan. 

Niet zwaar tillen

Probeer niet zwaar te tillen. Er komt dan meer druk in de buik.
Span bij tillen, bukken of niezen daarom uw bekkenbodemspieren aan.

Autorijden en fietsen

Heeft u thuis 2 weken lang geen last gehad van duizeligheid? Dan mag u weer autorijden of fietsen.

Douchen

Na de operatie mag u douchen.

Niet in bad

Na de operatie mag u na 4 weken weer in bad.

Pijn

Na de operatie kunt u pijn hebben. U kunt dan paracetamol nemen. Heeft u meer pijn? Neem dan contact op met uw zorgverlener.

Vloeien

Bloed of wondvocht uit de vagina kan nog een paar weken blijven.

Seks

De eerste 6 weken raden we seks sterk af. De vagina moet nog genezen. Doordat de verzakking is verholpen, gaat seks later vaak beter. Soms kunt u last krijgen van de hechtingen. Dat is meestal goed te behandelen.

Uit bed stappen

Kom uit bed via uw zij: draai, laat uw benen zakken en duw uzelf omhoog.

Oefeningen voor uw bekkenbodem

Na een verzakkingsoperatie is het belangrijk om uw bekkenbodem sterk te houden. Het oefenen van de bekkenbodemspieren kan klachten voorkomen of verminderen. Begin pas met oefenen nadat u op nacontrole bent geweest.

Herstel en conditie

Begin met korte wandelingen en bouw dit rustig op. Luister naar uw lichaam en verbeter uw conditie stap voor stap.

Controleafspraak

Ongeveer 4 tot 6 weken na de operatie heeft u een controleafspraak in het ziekenhuis.

Complicaties

Bij elke operatie kunnen problemen voorkomen. Dit noemen we complicaties. Hier leggen we de complicaties aan u uit.

  • Tijdens de operatie kan de blaas, urineleider of darm beschadigd raken. Dit komt niet vaak voor.

  • Soms is er een nabloeding waarvoor opnieuw een operatie nodig is. Als dit gebeurt, is dat meestal binnen 24 uur na de ingreep.

  • Er kan een kleine bloeding in de vaginatop ontstaan. Het lichaam lost dit meestal vanzelf op. Krijgt u een infectie? Dan krijgt u antibiotica.

  • U kunt problemen hebben met plassen, zoals niet goed kunnen plassen of uw plas niet goed kunnen ophouden. Deze klachten gaan meestal vanzelf over.

  • Een blaasontsteking komt regelmatig voor. U krijgt dan meestal antibiotica.

  • Er kan opnieuw een verzakking ontstaan. 

  • U kunt zenuwpijn krijgen. In de buurt van de hechting loopt een grote zenuw. Dit kan napijn geven. U kunt tot 2 weken pijn hebben in het operatiegebied, soms met pijn die uitstraalt naar uw rechter bil. Hiervoor kunt u paracetamol nemen.

  • U kunt pijn bij de anus hebben. Hierdoor kan zitten moeilijk zijn. U kunt hiervoor sterke pijnstillers krijgen.

Contact opnemen

Contact opnemen

Neem contact op met het ziekenhuis als:

  • U koorts heeft boven de 39 graden.

  • U veel bloedverlies heeft.

  • U pijn heeft die niet minder wordt met paracetamol​​.

  • U niet kunt plassen.