In het kort
Uw kind gaat naar het ziekenhuis
Uw kind gaat binnenkort naar het ziekenhuis. Het helpt als uw kind weet wat er gaat gebeuren. Hier ziet u hoe u uw kind kunt helpen.
Uw kind gaat binnenkort naar het ziekenhuis. Het helpt als uw kind weet wat er gaat gebeuren. Hier ziet u hoe u uw kind kunt helpen.
Kinderen die weten wat er komt, zijn vaak rustiger. Ze herkennen situaties en voelen zich veiliger. Dat helpt bij het onderzoek of de behandeling. Kies een rustig moment. Liever niet vlak voor het slapen gaan. De timing hangt af van de leeftijd van uw kind:
Jonge kinderen: 1 tot 3 dagen van tevoren.
Oudere kinderen: iets eerder.
De woorden die u kiest maken veel uit voor hoe uw kind zich voelt. Sommige woorden stellen gerust, terwijl andere woorden wat negatiever klinken. Gebruik positieve woorden vooraf, tijdens en na het ziekenhuisbezoek, zoals:
"Ik ben bij je en zal je helpen"
"We doen dit samen”
“Je doet het goed”
Vermijd negatieve woorden zoals:
Prik
Bang
Pijn
Spannend
Angst
Eng
Naar of vervelend
Kies bijvoorbeeld voor:
"Ik weet niet of je iets gaat voelen van wat de dokter gaat doen, maar wij gaan samen aan fijne dingen denken"
"Als de dokter een bloedafname nodig vindt, ben ik benieuwd hoeveel bellen jij kunt blazen terwijl de dokter bezig is"
Kinderen luisteren niet alleen naar wat u zegt, maar ook hóé u het zegt. Uw lichaamstaal, toon en gezichtsuitdrukking zijn daarbij belangrijk.

Vraag wat uw kind al weet. Zo ontdekt u hoe uw kind er over nadenkt. U kunt dan nog verdere voorbereiding aan u kind geven over de dingen die hij nog niet weet. Sommige kinderen willen veel weten, anderen liever niet.
Vertel stap voor stap wat er gaat gebeuren. Herhaal de uitleg regelmatig. Jonge kinderen onthouden niet alles in één keer.
Als uw kind met iets leuks bezig is, denkt het minder aan wat er gebeurt. Afleiding helpt écht. Zorg dat uw kind al bezig is met iets leuks vóórdat de behandeling begint. Zo is de aandacht al ergens anders. Bijvoorbeeld:
een boek lezen;
voorlezen;
een spelletje;
praten over iets leuks;
muziek luisteren;
een filmpje kijken.
Rustig ademen helpt altijd. Laat uw kind blazen alsof het kaarsjes uitblaast. U kunt dit samen doen, ook tijdens het onderzoek.
Er zijn verschillende manieren om zorg voor uw kind fijner te laten verlopen. Bijvoorbeeld verdovende zalf, Buzzy®, extra afleiding of meer uitleg vooraf. U kunt samen met de zorgverlener kijken wat uw kind nodig heeft.
Buzzy is een klein apparaatje dat trilt en een ijszakje als vleugels heeft. Buzzy kan je helpen tijdens een bloedafname.
De zorgverlener helpt uw kind stap voor stap. Geef het aan bij uw zorgverlener als er iets is waarmee we uw kind kunnen helpen. Samen kijken we wat helpt om rustig verder te gaan.
De zorgverlener neemt de tijd voor uw kind. Uw kind hoeft niet alles tegelijk te doen.
Samen maken we een plan dat haalbaar is.