l

Direct contact

Telefoonnummers

St Jansdal receptie (alle locaties)

0341 - 463911

Afsprakenbureau 

0341 - 463890

Poli-Apotheek St Jansdal

0341 - 435858

Helpdesk MijnStjansdal (8.30 - 12 u)

0341 - 463700

Medische hulp buiten kantoortijden

Bij levensbedreigende spoed

112

Harderwijk: Medicamus Spoedpost  

0900 - 341 0 341

Website: Medicamus Spoedpost

 

Lelystad: huisartsenpost Medrie  

0900 - 333 6 333

Website: Huisartenpost Lelystad

 

 

 

Voorbereiden_Op-Opname
Folders

Sigmoïdoscopie

Inhoud van dit artikel
    Inhoud van dit artikel

      Waarom een sigmoïdoscopie?

      Een sigmoïdoscopie kan worden verricht bij klachten over een veranderd ontlastingspatroon, bloedverlies, buikpijn of als controle na een eerdere scopie. Met dit onderzoek kunnen afwijkingen als aambeien, (chronische) ontsteking, poliepen, uitstulpinkjes (divertikels) en kanker worden vastgesteld. In principe worden poliepen tijdens het onderzoek direct verwijderd. In sommige gevallen kan een poliep niet (ineens) verwijderd worden en is een vervolgonderzoek noodzakelijk.

       

      Wat is een sigmoïdoscopie?

      Het sigmoïd is het S-vormige gedeelte van de dikke darm direct boven de endeldarm. Een sigmoïdoscopie is een inwendig onderzoek waarbij in ieder geval de endeldarm en het onderste gedeelte van de dikke darm (tot en met het sigmoïd) bekeken worden. Het onderzoek wordt verricht met behulp van een endoscoop; een flexibele, bestuurbare slang waarin een camera bevestigd is. Deze wordt via de anus ingebracht. De endoscoop en camera zijn verbonden met een beeldscherm zodat de arts uw darmen nauwkeurig kan bekijken.


      Het onderzoek wordt uitgevoerd door een maag-darm-leverarts (MDL-arts). Deze wordt tijdens het onderzoek bijgestaan door één of meerdere endoscopielaboranten. Zij zullen u vlak voor en tijdens het onderzoek zoveel mogelijk toelichting en aanwijzingen geven.

       

      Hoe verloopt het onderzoek?

      Op de behandelkamer maakt u kennis met de zorgverleners die het onderzoek bij u zullen uitvoeren. Vervolgens wordt er een infuusnaald in uw hand of arm ingebracht. Hierna wordt u verzocht om op uw linkerzij te gaan liggen en uw knieën op te trekken. Via het infuus wordt de medicatie voor het “roesje” toegediend. Daarna wordt de scoop via de anus ingebracht en vervolgens opgevoerd tot en met het sigmoïd. Hierbij wordt koolzuurgas (CO2) ingeblazen om de darmen te ontplooien. Dit geeft een vol, soms pijnlijk gevoel. Nadat de arts het hele gebied nauwkeurig onderzocht heeft en er eventueel weefsel en/of poliepen weggenomen zijn, wordt de endoscoop verwijderd en is het onderzoek klaar. U wordt teruggebracht naar de uitslaapkamer en als u voldoende wakker bent, kunt u weer naar huis.

       

      Wat zijn de risico’s?

      Een sigmoïdoscopie is een veilig onderzoek. Toch kan er een enkele keer een complicatie optreden. Dit kunnen een nabloeding en een perforatie zijn. Dit risico is zeer laag, maar in zeldzame gevallen kan er hierdoor een operatie nodig zijn. De risico’s worden met u besproken.

       

      Hoe lang duurt het onderzoek?

      U bent in totaal ongeveer 45 minuten in de behandelkamer. Het onderzoek zelf duurt ongeveer 15-30 minuten. Na afloop verblijft u nog enige tijd op de uitslaapkamer. U kunt rekenen op een verblijf in het ziekenhuis van maximaal een half dagdeel.

       

      Na het onderzoek

      Na het onderzoek meten verpleegkundigen regelmatig uw bloeddruk en controleren zij het zuurstofgehalte in uw bloed. Wanneer u goed wakker bent en alle controles stabiel zijn, wordt het infuus verwijderd. U kunt uw normale eetpatroon hervatten. Door de toegediende medicatie kunt u de rest van de dag last hebben van een verminderd reactievermogen, concentratiestoornissen en een verminderd geheugen. Wij raden u dan ook aan om de rest van de dag geen afspraken te maken. Tevens dient u er rekening mee te houden dat u niet aan het verkeer mag deelnemen. Het is belangrijk dat u zich laat ophalen en thuisbrengen door een relatie. U kunt nog (enkele uren tot een dag) last hebben van winderigheid en krampen ten gevolge van de lucht die tijdens het onderzoek is ingeblazen. Eventuele medicatie kunt u weer volgens voorschrift innemen.

       

      Wanneer is de uitslag bekend?

      Meteen na het onderzoek geeft de arts een eerste indruk aan de verpleegkundigen van de verpleegafdeling door. Tevens wordt er direct een verslag gestuurd naar de arts die het onderzoek heeft aangevraagd. Wanneer er biopten genomen zijn, duurt het ongeveer tien werkdagen voor de uitslag hiervan bekend is. Mede daardoor duurt het vaak minimaal twee weken voordat de definitieve uitslag aan u kan worden gegeven.

       

      Contact

      U kunt ons bereiken op de volgende telefoonnummers:
      Endoscopie afdeling (0341) 463538 (maandag t/m vrijdag van 08.30 uur tot 16.30 uur)
      Poli MDL (0341) 463899 (maandag t/m vrijdag van 08.30 uur tot 16.30 uur)
       

      Heeft u na uw bezoek aan het ziekenhuis vragen?
      De eerste vijf dagen na het bezoek kunt u contact met ons opnemen via het algemene nummer van het ziekenhuis: 0341-463911. De receptioniste zal u doorverbinden met de afdeling waar u uw vraag kunt stellen. Is het langer dan vijf dagen geleden? Neem dan contact op met uw eigen huisarts of buiten kantoortijden met de Huisartsenpost via 0900 – 3410341.

       

      Aandachtspunten

      • Voor dit onderzoek is het noodzakelijk dat de gehele darm goed gereinigd is. Enkele dagen voor het onderzoek begint u daarom thuis al met de voorbereiding, waaronder het drinken van twee keer een liter laxeerdrank (Moviprep). Hiervoor krijgt u van het ziekenhuis een recept mee dat u bij de apotheek kunt inleveren. Een aantal dagen voor het onderzoek volgt u een vezelarm dieet volgens het protocol.

      • In het protocol Moviprep treft u informatie aan over de voorbereiding en het laxeren. Houdt u zich aan dit protocol, tenzij door de arts anders voorgeschreven.
      • Moviprep reinigt uw darmen en zorgt ervoor dat u diarree krijgt. Houdt u er daarom rekening mee dat u tijdens het drinken van de Moviprep het beste thuis kunt blijven.
      • Neemt u geen ijzertabletten in de week voorafgaand aan het onderzoek.
      • Laat u geen maag- of darmfoto’s met contrastvloeistof maken in de week voorafgaand aan het onderzoek.
      • Uw medicatie moet u op de dag van het onderzoek gewoon blijven gebruiken (tabletten mogen met een slokje water tot uiterlijk twee uur vóór het onderzoek ingenomen worden of anders na het onderzoek) tenzij uw arts andere instructies heeft gegeven.
      • Lees indien van toepassing ook de aanwijzingen voor gebruik bloedverdunners verderop in deze folder.
      • Lees indien van toepassing ook de aanwijzingen voor patiënten met diabetes verderop in deze folder.
      • De anticonceptiepil is vanwege de laxeerkuur niet meer betrouwbaar.
      • Door de diarree die u krijgt kan de huid rondom uw anus rood en pijnlijk worden. Dit probleem kunt u verminderen door de huid rondom uw anus voor de laxeerkuur te beschermen met Sudocreme.
      • Tijdens het onderzoek kunt u uw “gewone” kleding aanhouden. Vermijdt u echter strak zittende of knellende kleding.
      • Sieraden en andere kostbaarheden kunt u beter thuislaten.

       

      Neemt u contact op wanneer u na het onderzoek last heeft van de volgende klachten:

      • Koorts boven de 38.5° C

      • Aanhoudende buikpijn die uiterlijk drie dagen na de scopie begonnen is.
      • Bloedverlies en/of zwarte ontlasting tot uiterlijk tien dagen na de scopie begonnen.

       

      Wat neemt u mee naar het ziekenhuis?

      • De zorgpas van uw verzekering

      • Uw patiëntenpas van ziekenhuis St Jansdal (indien u geen pas heeft of deze verlopen is verzoeken wij u een nieuwe pas te maken bij de receptie of de zelfservicezuil in de hal)
      • Geldig legitimatiebewijs, bij voorkeur paspoort of rijbewijs. De legitimatieplicht geldt voor iedereen ongeacht leeftijd.
      • Een recente lijst van de door u gebruikte medicijnen, verkrijgbaar bij de apotheek. Denk ook aan medicatie die niet op recept verstrekt wordt.
      • Uw eigen medicatie
      • Eventueel het CPAP apparaat dat u gebruikt tijdens het slapen
      • Extra ondergoed

       

      Aanwijzingen voor gebruik bloedverdunners

      (N.B. onderstaande informatie is alleen van toepassing als u bloedverdunners gebruikt)

      Soms dienen bloedverdunners een aantal dagen voor het onderzoek gestaakt worden. Dit moet echter altijd gebeuren in overleg met een arts. Neemt u daarom contact op met de arts die het onderzoek aanvraagt. Hieronder volgt een globale richtlijn:


      Niet stoppen:
      Trombocytenaggregatieremmer zoals: Acetylsalicylzuur, Carbasalaatcalcium (Ascal), Dipyridamol (Persantin), Clopidogrel (Plavix), Prasugrel (Efient) en Ticargrelor (Brilique)

       

      Overleg Trombosedienst:
      Acenocoumarol (Sintrom) of Fenprocoumon (Marcoumar)

       

      Overleg arts:
      NOAC (Non-VKA Orale Anti Coagulantia) zoals: Rivaroxaban (Xarelto), Dabigatran (Pradaxa), Apixaban (Eliquis)
       

      Indien nodig geeft de arts die het onderzoek verricht u na het onderzoek aanvullend advies over het herstarten van de medicatie, mede afhankelijk van de uitkomsten van de scopie.

       

      Aanwijzingen voor patiënten met een stoma

      Dikke darmstoma (Colostoma)
      U volgt de “normale” voorbereiding (waaronder het drinken van twee liter laxeerdrank). In verband met de dunne ontlasting die u door de laxeerkuur krijgt, is een zogenaamde “open” stomazak noodzakelijk. Dit is een stomazak die aan de onderkant geopend kan worden waardoor u deze in het toilet kunt legen. Vraag gerust uw stomaconsulente om advies.


      Dunne darmstoma (Ileostoma) of tijdelijk stoma
      U ontvangt een persoonlijk advies van de arts die het onderzoek aanvraagt. Vaak is dit een van de chirurgen. Deze is goed op de hoogte van uw situatie en kan in overleg met de maag-darm-leverarts een speciaal laxeerbeleid opstellen.

       

      Voor vragen over uw stoma en het gebruik van uw stomamateriaal kunt u terecht bij uw stomaconsulente. Zij is van maandag tot en met vrijdag van 08.30 tot 17.00 uur aanwezig op de stomapoli van ziekenhuis St Jansdal. U volgt hiervoor looproute 0.72. Het telefoonnummer van de stomapoli is (0341) 463594.

      Neemt u op de dag van het onderzoek voldoende van uw eigen stomamateriaal mee naar het ziekenhuis.

       

      Voorbereiding voor een sigmoïdoscopie

      Protocol MOVIPREP

       

      Drie dagen voor het onderzoek:

      Wij verzoeken u om vanaf nu geen etenswaren met pitjes, zaden of graankorrels meer te nemen (zoals bijvoorbeeld druiven, kiwi’s, sesamcrackers, grof volkorenbrood). Pitjes, zaden en graankorrels verteren langzaam en blijven daardoor lang in de darmen aanwezig. Tijdens het onderzoek bemoeilijken ze het zicht en kunnen ze de endoscoop verstoppen.

       

      Twee dagen voor het onderzoek:

      Indien u vezelpreparaten gebruikt (bijvoorbeeld Metamucil, Volcolon, Fiberform, Stimulance multie fibre mix) dan stopt u hiermee tot na het onderzoek!

       

      U volgt vanaf het ontbijt een vezelarm dieet. U kunt hierbij kiezen uit de volgende voedingsmiddelen:

       

      Ontbijt/Lunch:

      Warme maaltijd:

      Dessert:

      beschuit

      soep of bouillon

      gladde vla of pudding

      wit of lichtbruin brood (zonder zaden, graankorrels en korstjes)

      gekookte aardappelen, aardappelpuree

      kwark of yoghurt (zonder fruit of ander vulsel)

      boter , margarine

      gekookte wortels, bloemkool, broccoli en spinazie

      ijs (zonder fruit of ander vulsel)

      mild gekruide, magere vleeswaren

      witte rijst, pasta (geen volkoren)

       

      kaas (zonder pitjes)

      magere lichtgekruide vlees-, vis-, kipproducten zonder paneermeel of vel

       

      jam (zonder stukjes), honing, stroop, chocoladepasta

      magere jus

       

       

      Dranken:

      • thee, koffie

      • melk, karnemelk, yoghurtdrank
      • limonade (zonder koolzuur)
      • vruchtensap
      • water

      Let wel: producten die niet in het dieet genoemd worden, moet u niet gebruiken!

       

      Eén dag voor het onderzoek:

      Ook vandaag volgt u het vezelarm dieet en kiest u voor het ontbijt, de lunch en de warme maaltijd uit de eerder genoemde producten.  Na 16.00 uur is alleen drinken van heldere vloeistoffen nog toegestaan.

      Indien u een (warme) avondmaal wenst te gebruiken, moet u dat dus voor 16.00 uur doen.

       

      Heldere vloeistoffen:

      • Heldere bouillon (zonder groente, vlees of vermicelli)

      • Thee, koffie (zonder melk)
      • Heldere limonade (zonder koolzuur)
      • Helder vruchtensap (bijvoorbeeld appelsap, witte druivensap)
      • Water

      Tussen 18.00 uur en 20.00 uur drinkt u de 1e liter MOVIPREP. Daarnaast moet u nog minimaal 1 liter heldere vloeistof drinken.

       

      Wij verzoeken u om de richtlijnen in de bijsluiter van het laxeermiddel te negeren en uitsluitend de aanwijzingen van deze folder op te volgen.

       

      Bereiding van MOVIPREP:

      Een verpakking van MOVIPREP bevat 4 zakjes;

      2x zakje A en 2x zakje B

      Om 1 liter laxeerdrank te maken mengt u 1 zakje A en 1 zakje B met 1 liter (niet bruisend) water. Roer het mengsel vervolgens tot het poeder volledig is opgelost. Dit kan enige minuten duren.

      Tips om het drinken van MOVIPREP te vergemakkelijken:

      • Zet de laxeerdrank een tijdje in de koelkast.

      • Drink met een rietje zodat u er minder van proeft.
      • Voeg per glas een scheutje limonadesiroop of helder vruchtensap toe.

       

      De dag van het onderzoek:

      Vandaag drinkt u de laatste liter MOVIPREP en minimaal 1 liter heldere vloeistof. Verder blijft u helemaal nuchter. Tabletten die u van uw arts door moet gebruiken kunt u indien nodig met een slokje water tot uiterlijk twee uur voor het onderzoek innemen of anders na het onderzoek.

      Om het onderzoek goed te laten verlopen en te zorgen dat de arts een duidelijk beeld van uw darmen krijgt is het absoluut noodzakelijk dat uw darmen optimaal gereinigd zijn. Afhankelijk van het tijdstip van onderzoek kan dit betekenen dat u op de dag van het onderzoek vroeg op moet staan om de resterende liter MOVIPREP te drinken. Wij vragen hiervoor uw begrip en rekenen op uw medewerking.

       

      LAXEERSCHEMA:

      Tijdstip onderzoek:

      2e liter MOVIPREP + minimaal 1 liter heldere vloeistof

      08.30 - 09.00 uur 03.30 - 05.30 uur
      09.00 - 09.30 uur    04.00 - 06.00 uur   
      09.30 - 10.00 uur 04.30 - 06.30 uur
      10.00 - 10.30 uur 05.00 - 07.00 uur
      10.30 - 11.00 uur   05.30 - 07.30 uur
      11.00 - 11.30 uur    06.00 - 08.00 uur
      11.30 - 12.00 uur 06.30 - 08.30 uur
      12.00 - 12.30 uur  07.00 - 09.00 uur
      13.00 - 13.30 uur   08.00 - 10.00 uur
      13.30 - 14.00 uur 08.30 - 10.30 uur
      14.00 - 14.30 uur  09.00 - 11.00 uur
      14.30 - 15.00 uur 09.30 - 11.30 uur
      15.00 - 15.30 uur 10.00 - 12.00 uur
      15.30 - 16.00 uur 10.30 - 12.30 uur
      16.00 - 16.30 uur 11.00 - 13.00 uur

       

       

      Bereidt de 2e liter MOVIPREP volgens de eerder beschreven instructie.

       

      Na het drinken van de laatste liter MOVIPREP en minimaal 1 liter heldere vloeistof blijft u helemaal nuchter tot na het onderzoek!     

       

      Protocol diabetes bij colonoscopie/sigmoïdoscopie

      Informatie voor patiënten met diabetes (N.B. onderstaande informatie is alleen van toepassing als u diabetes hebt)

       

      Binnenkort heeft u een afspraak voor een colonoscopie / sigmoïdoscopie. Tijdens de voorbereidingsdagen kunt u last krijgen van te hoge of te lage bloedglucosewaarden. Om dit zoveel mogelijk te voorkomen, adviseren wij de voor u geldende instructies nauwkeurig op te volgen. Dit naast de andere voorbereidingen die u voor het onderzoek moet treffen.
       

      Bij vragen kunt u contact opnemen met één van de diabetesverpleegkundigen van het St Jansdal via de assistentes van de poli interne: van maandag tot en met vrijdag van 08.30 uur tot 16.00 uur: telefoonnummer: 0341 463747
      Als u belt graag doorgeven welke insulinesoort u gebruikt en hoeveel eenheden u altijd injecteert/bolust.

       

      Lees hieronder de instructies die voor u op toepassing zijn, kies uit:

      • Protocol insuline eenmaal daags

      • Protocol insuline tweemaal daags
      • Protocol insuline viermaal daags
      • Protocol insulinepomp
      • Protocol bloedglucose verlagende tabletten
      • Protocol GLP-1
      • Protocol combinatie insuline en GLP-1

       

       

      DIABETESPROTOCOL INSULINE EENMAAL DAAGS

      Wij adviseren u de komende dagen de bloedglucose vier keer te prikken:

      • voor het ontbijt

      • voor de lunch

      • voor het avondeten

      • voor het slapengaan


      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?
      Is de bloedglucose lager dan 4:

      6 tabletten dextro of een glas “gewone” limonade (dus wel met suiker) nemen.


      Twee dagen voor het onderzoek (vezelarm dieet)
      U dient uw gebruikelijke hoeveelheid te injecteren.

      Een dag voor het onderzoek (vezelarm dieet volgens afspraak, daarna heldere vloeibaar dieet en 1e liter Moviprep)
      Indien u gewend bent om de langwerkende insuline ‘s morgens te injecteren, dan dient u 75% (3/4) van uw gebruikelijke hoeveelheid te injecteren. Bent u gewend om de langwerkende insuline voor het avondeten of voor het slapengaan te injecteren, dan dient u 50% (1/2) van uw gebruikelijke hoeveelheid te injecteren.

       

      De dag van het onderzoek (2e liter Moviprep)
      Indien u gewend bent om de langwerkende insuline ‘s morgens te injecteren, dan dient u 50% (1/2) van de gebruikelijke hoeveelheid te injecteren. Bent u gewend om de langwerkende insuline voor het avondeten of voor het slapengaan te injecteren, dan kunt u de gebruikelijke hoeveelheid injecteren.

       

      DIABETESPROTOCOL INSULINE TWEEMAAL DAAGS

      Gebruikt u tweemaal daags (middel) langwerkende insuline? Neem dan contact op met één van de diabetesverpleegkundige. Wij adviseren u de komende dagen de bloedglucose vier keer te prikken:

      • voor het ontbijt

      • voor de lunch

      • voor het avondeten

      • voor het slapengaan
         

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?
      Is de bloedglucose lager dan 4:
      6 tabletten dextro of een glas “gewone” limonade (dus wel met suiker) nemen.
       

      Twee dagen voor het onderzoek (vezelarm dieet)
      U dient uw gebruikelijke hoeveelheid te injecteren.
       

      Een dag voor het onderzoek (vezelarm dieet volgens afspraak, daarna heldere vloeibaar dieet en 1e liter Moviprep)
      Voor het ontbijt dient u uw gebruikelijke hoeveelheid te injecteren.
      Voor het avondeten dient u 50% (1/2) van uw gebruikelijke hoeveelheid te injecteren.
       

      De dag van het onderzoek (2e liter Moviprep)
      Indien het onderzoek ‘s morgens plaatsvindt, dient u de eerste maaltijd na het onderzoek 50% (1/2) van uw gebruikelijke dosering te injecteren. Indien het onderzoek ‘s middags plaatsvindt, kunt u ‘s avonds uw gebruikelijke dosering injecteren.
       

       

      DIABETESPROTOCOL INSULINE VIERMAAL DAAGS
      Wij adviseren u de komende dagen de bloedglucose vier keer te prikken:

      • voor het ontbijt

      • voor de lunch

      • voor het avondeten

      • voor het slapengaan


      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?
      Is de bloedglucose voor de maaltijd lager dan 5 mmol/l, dan moet u 2 eh (ultra)kortwerkende insuline minder injecteren.
      Is de bloedglucose lager dan 4: 6 tabletten dextro of een glas “gewone” limonade (dus wel met suiker) nemen en 2 eh (ultra)kortwerkende insuline minder injecteren.
       

      Wat te doen bij hoge bloedglucosewaarden?

      Bijspuitschema: Is de bloedglucose hoger dan 15, dan dient u 2 eh (ultra)kortwerkende insuline extra te injecteren. Is de bloedglucose hoger dan 20, dan dient u 4 eh (ultra)kortwerkende insuline extra te injecteren.

       

      Twee dagen voor het onderzoek (vezelarm dieet):

      U dient uw gebruikelijke hoeveelheid te injecteren.

       

      Een dag voor het onderzoek (vezelarm dieet volgens afspraak, daarna heldere vloeibaar dieet en 1e liter Moviprep)
      Indien u gewend bent om de langwerkende insuline ’s morgens te injecteren, dan dient 75% (3/4) van uw gebruikelijke hoeveelheid te injecteren. Bent u gewend om de langwerkende insuline voor het avondeten of voor het slapengaan te injecteren, dan dient u 50% (1/2) van uw gebruikelijke hoeveelheid te injecteren. Voor uw ontbijt en voor uw lunch dient u uw gebruikelijke hoeveelheid (ultra)kortwerkende insuline te injecteren. Voor het avondeten alleen het bijspuitschema volgen.

       

      De dag van het onderzoek (2e liter Moviprep)
      Indien u gewend bent om de langwerkende insuline ‘s morgens te injecteren, dan dient u 50% (1/2) van de gebruikelijke hoeveelheid te injecteren. Bent u gewend om de langwerkende insuline voor het avondeten of voor het slapengaan te injecteren, dan dient u de gebruikelijke hoeveelheid te injecteren. Voor de (ultra)kortwerkende insuline dient u het bijspuitschema te volgen. Na het onderzoek dient u uw gebruikelijke hoeveelheid te injecteren.

       


      DIABETESPROTOCOL INSULINEPOMP

      Wij adviseren u de komende dagen de bloedglucose 7 keer te prikken:

      • voor het ontbijt

      • 1,5 uur na het ontbijt

      • voor de lunch

      • voor het avondeten

      • 1,5 uur na het avondeten

      • voor het slapengaan
         

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?
      Is de bloedglucose voor de maaltijd lager dan 5 mmol/l, dan dient u 2 eh (ultra)kortwerkende insuline minder te bolussen.
      Is de bloedglucose lager dan 4: 6 tabletten dextro of een glas “gewone” limonade (dus met suiker) nemen en 2 eh (ultra)kortwerkende insuline minder bolussen.
       

      Wat te doen bij hoge bloedglucosewaarden?

      Bijspuitschema:

      Is de bloedglucose hoger dan 15, dan dient u 2 eh (ultra)kortwerkende insuline extra te bolussen. Is de bloedglucose hoger dan 20, dan dient u 4 eh (ultra)kortwerkende insuline extra te bolussen.

       

      Twee dagen voor het onderzoek (vezelarm dieet):

      U kunt uw gebruikelijke basaalstand en bolusschema gebruiken.
       

      Een dag voor het onderzoek (vezelarm dieet volgens afspraak, daarna heldere vloeibaar dieet en 1e liter Moviprep)
      Neem contact op met uw eigen diabetesverpleegkundigen voor advies/beleid over de basaalstand en het bolusschema. Is uw bloedglucose < 6 mmol/l dan de tijdelijke basaal gebruiken. Dit is afhankelijk van uw eigen situatie.


      De dag van het onderzoek (2e liter Moviprep)
      Neem contact op met uw eigen diabetesverpleegkundigen voor advies/beleid over de basaalstand en het bolusschema. Is uw bloedglucose < 6 mmol/l dan de tijdelijke basaal gebruiken. Dit is afhankelijk van uw eigen situatie.

       

       

      DIABETESPROTOCOL BLOEDGLUCOSE VERLAGENDE TABLETTEN

      Mocht u hypoverschijnselen krijgen (honger, beven, zweten, een trillerig gevoel, bleekheid, wazig zien, hoofdpijn, duizeligheid) of is de bloedglucose lager dan 4.0 mmol, drinkt u dan een glas “gewone” limonade (dus wel met suiker) of een glas helder appelsap of neem zes tabletten dextro.

       

      Twee dagen voor het onderzoek (vezelarm):

      U dient vandaag uw gebruikelijke bloedglucose verlagende tabletten te nemen.
       

      Een dag voor het onderzoek (vezelarm dieet volgens afspraak, daarna heldere vloeibaar dieet en 1e liter Moviprep)
      U dient voor het ontbijt en voor de lunch uw gebruikelijke bloedglucose verlagende tabletten te nemen.

      Voor het avondeten neemt u geen bloedglucose verlagende tabletten.
       

      De dag van het onderzoek (2e liter Moviprep):

      Na het onderzoek neemt u uw gebruikelijke bloedglucose verlagende tabletten.
      Wij raden u aan om uw eigen diabetesmedicatie mee te nemen tijdens de opname.
       

       

      DIABETESPROTOCOL GLP-1
      De dag vóór het onderzoek:
      Indien u gewend bent om de GLP-1 ‘s morgens te injecteren, dan kunt u de gebruikelijke hoeveelheid injecteren. Bent u gewend om de GLP-1 ‘s avonds te injecteren, dan injecteert u deze avond geen GLP-1.


      De dag van het onderzoek:
      De GLP-1 kunt u na het onderzoek injecteren op de gebruikelijke tijd.


      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?
      Is de bloedglucose lager dan 4: een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker, nemen.
       

       

      DIABETESPROTOCOL COMBINATIE INSULINE EN GLP-1
      De dag vóór het onderzoek:
      Indien u gewend bent om de combinatie insuline en GLP-1 ‘s morgens te injecteren, dan kunt u de gebruikelijke hoeveelheid injecteren. Bent u gewend om de combinatie insuline en GLP-1 ‘s avonds te injecteren, dan dient u 50% (1/2) van de gebruikelijke hoeveelheid te injecteren.
       

      De dag van het onderzoek:
      Het onderzoek vindt vóór 13.00 uur plaats:
      Als u de combinatie insuline en GLP-1 normaal ‘s morgens injecteert, dan injecteert u deze ochtend geen combinatie insuline en GLP-1. Bij de eerste maaltijd na het onderzoek injecteert u 50% (1/2) van de gebruikelijke dosering.
      Als u de combinatie insuline en GLP-1 normaal ‘s avonds injecteert, dan ‘s avonds de gebruikelijke dosis weer hervatten.
       

      Het onderzoek vindt ná 13.00 uur plaats:
      Als u de combinatie insuline en GLP-1 normaal ‘s morgens injecteert, dan injecteert u deze ochtend 50% (1/2) van de gebruikelijke dosering.
      Als u de combinatie insuline en GLP-1 normaal ‘s avonds injecteert, dan ‘s avonds de gebruikelijke dosis weer hervatten.

       

      Wij adviseren u deze dag de bloedglucose vijf keer te prikken:

      • op het tijdstip waarop u normaliter ontbijt

      • twee uur hierna

      • voor de lunch of uw gebruikelijke lunchtijd

      • voor het avondeten

      • voor het slapengaan
         

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?
      Is de bloedglucose lager dan 4: een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker, nemen.

       

       

      De informatie op deze website is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Desondanks kunnen geen rechten aan de vermelde informatie ontleend worden. Meer informatie https://www.stjansdal.nl/disclaimer
      Geprint op 23-1-2020