l

Direct contact

Telefoonnummers

St Jansdal receptie (alle locaties)

0341 - 463911

Afsprakenbureau 

0341 - 463890

Poli-Apotheek St Jansdal

0341 - 435858

Helpdesk MijnStjansdal (8.30 - 12 u)

0341 - 463700

Medische hulp buiten kantoortijden

Bij levensbedreigende spoed

112

Harderwijk: Medicamus Spoedpost  

0900 - 341 0 341

Website: Medicamus Spoedpost

 

Lelystad: huisartsenpost Medrie  

0900 - 333 6 333

Website: Huisartenpost Lelystad

 

 

 

VlagB
Folders

Sigmoïdoscopie

Versienr: 5
Inhoud van dit artikel
    Inhoud van dit artikel

      Waarom een sigmoïdoscopie?

      Een sigmoïdoscopie kan worden verricht bij klachten over een verandering in het ontlastingspatroon, bloedverlies, buikpijn of als controle na een eerdere scopie. Met dit onderzoek kunnen afwijkingen als aambeien, (chronische) ontsteking, poliepen, uitstulpinkjes (divertikels) en kanker worden vastgesteld. In principe worden poliepen tijdens het onderzoek direct verwijderd. In sommige gevallen kan een poliep niet (ineens) verwijderd worden en is een vervolgonderzoek noodzakelijk.

       

      Wat is een sigmoïdoscopie?

      Het sigmoïd is het S-vormige gedeelte van de dikke darm direct boven de endeldarm. Een sigmoïdoscopie is een inwendig onderzoek waarbij de endeldarm en het onderste gedeelte van de dikke darm (tot en met het sigmoïd) bekeken worden. Het onderzoek wordt verricht met behulp van een endoscoop; een flexibele, bestuurbare slang waarin een camera bevestigd is. Deze wordt via de anus ingebracht. De endoscoop en camera zijn verbonden met een beeldscherm, zodat de arts uw darmen nauwkeurig kan bekijken.


      Het onderzoek wordt uitgevoerd door een maag-darm-leverarts (MDL-arts). Deze wordt tijdens het onderzoek bijgestaan door twee endoscopieverpleegkundigen. Zij zullen u vlak voor en tijdens het onderzoek zoveel mogelijk toelichting en aanwijzingen geven.

       

      Hoe verloopt het onderzoek?

      Indien u tijdens de scopie een "roesje" krijgt toegediend, krijgt u van de verpleegkundige op de scopieafdeling een infuus. Vervolgens wordt u naar de onderzoekkamer gebracht en maakt u kennis met de zorgverleners die het onderzoek bij u zullen uitvoeren. Hierna wordt u verzocht om op uw linkerzij te gaan liggen en uw knieën op te trekken. Indien nodig wordt via het infuus de medicatie voor het “roesje” toegediend. Daarna wordt de scoop via de anus ingebracht en vervolgens opgevoerd tot en met het sigmoïd. Hierbij wordt koolzuurgas (CO2) ingeblazen om de darmen te ontplooien. Dit geeft een vol, soms pijnlijk gevoel. Nadat de arts het hele gebied nauwkeurig onderzocht, wordt de endoscoop verwijderd en is het onderzoek klaar. U wordt teruggebracht naar de dagopname.

       

      Wat zijn de risico’s?

      Een sigmoïdoscopie is een veilig onderzoek. Toch kan er een enkele keer een complicatie optreden. Dit kunnen een nabloeding en een perforatie zijn. Dit risico is zeer laag, maar in zeldzame gevallen kan er hierdoor een operatie nodig zijn.

       

      Hoe lang duurt het onderzoek?

      U bent in totaal ongeveer 45 minuten in de behandelkamer. Het onderzoek zelf duurt ongeveer 15-30 minuten. Na afloop verblijft u nog enige tijd op de dagopname. U kunt rekenen op een verblijf in het ziekenhuis van twee tot vier uur.

       

      Na het onderzoek

      Als u geen roesje heeft gehad, kunt u bij terugkomst op de dagopname weer naar huis.

      Indien u een roesje heeft gehad, meten verpleegkundigen regelmatig uw bloeddruk en controleren zij het zuurstofgehalte in uw bloed. Vlak voordat u naar huis gaat, wordt het infuus verwijderd.

      U kunt uw normale eetpatroon hervatten. Door de toegediende medicatie kunt u de rest van de dag last hebben van een verminderd reactievermogen, concentratiestoornissen en een verminderd geheugen. Wij raden u dan ook aan om de rest van de dag geen afspraken te maken. Tevens dient u er rekening mee te houden dat u 24 uur na het onderzoek niet aan het verkeer mag deelnemen. Het is belangrijk dat u zich laat ophalen en thuisbrengen door een relatie. Eventuele medicatie kunt u weer volgens voorschrift innemen.

       

      Wanneer is de uitslag bekend?

      Meteen na het onderzoek geeft de arts een eerste indruk aan de verpleegkundigen van de verpleegafdeling door. Tevens wordt er direct een verslag gestuurd naar de arts die het onderzoek heeft aangevraagd. Indien nodig krijgt u een controleafspraak bij de MDL-arts mee.

       

      Voorbereiding voor een sigmoïdoscopie

      Indien u geen roesje krijgt, mag u tot 2 uur voor het onderzoek normaal eten en drinken. Daarna mag u tot aan het onderzoek niets meer eten en drinken.

      Voor het onderzoek is het belangrijk dat het onderste gedeelte van uw darm goed schoon is. Daarom krijgt u op de afdeling 1 of 2 clysma's.

       

      Als u wel een roesje krijgt en het onderzoek vind 's morgens plaats, dan komt u nuchter naar het ziekenhuis. Dit houdt in dit dat u de avond voorafgaand aan het onderzoek, vanaf 22.00 uur niets meer mag eten en drinken.

      Vindt het onderzoek 's middags plaats, dan mag u 's morgens voor 7.30 uur een licht ontbijt nemen. (een kopje thee en 2 beschuiten belegd met jam)

      Voor het onderzoek is het belangrijk dat het onderste gedeelte van uw darm goed schoon is. Daarom krijgt u op de afdeling 1 of 2 clysma's.

       

      Contact

      U kunt ons bereiken op de volgende telefoonnummers:
      Endoscopie afdeling (0341) 463538 (maandag t/m vrijdag van 08.30 uur tot 16.30 uur)
      Poli MDL (0341) 463899 (maandag t/m vrijdag van 08.30 uur tot 16.30 uur)
       

      Heeft u na uw bezoek aan het ziekenhuis vragen?
      De eerste vijf dagen na het bezoek kunt u contact met ons opnemen via het algemene nummer van het ziekenhuis: 0341-463911. De receptioniste zal u doorverbinden met de afdeling waar u uw vraag kunt stellen. Is het langer dan vijf dagen geleden? Neem dan contact op met uw eigen huisarts of buiten kantoortijden met de Huisartsenpost via 0900 – 3410341.

       

      Aandachtspunten

      • Mocht u een roesje krijgen dan is het noodzakelijk dat u begeleiding meeneemt. Wanneer u niet begeleid of opgehaald kunt worden, dan is het niet mogelijk dat u een roesje krijgt.
      • Uw medicatie moet u op de dag van het onderzoek gewoon blijven gebruiken (tabletten mogen met een slokje water tot uiterlijk twee uur vóór het onderzoek ingenomen worden of anders na het onderzoek) tenzij uw arts andere instructies heeft gegeven.
      • Lees indien van toepassing ook de aanwijzingen voor gebruik bloedverdunners verderop in deze folder.
      • Lees indien van toepassing ook de aanwijzingen voor patiënten met diabetes verderop in deze folder.
      • Tijdens het onderzoek kunt u uw “gewone” kleding aanhouden. Vermijdt u echter strak zittende of knellende kleding.
      • Sieraden en andere kostbaarheden kunt u beter thuislaten.

       

      Neemt u contact op wanneer u na het onderzoek last heeft van de volgende klachten:

      • Koorts boven de 38.5° C

      • Aanhoudende buikpijn die uiterlijk drie dagen na de scopie begonnen is.
      • Bloedverlies en/of zwarte ontlasting tot uiterlijk tien dagen na de scopie begonnen.

       

      Wat neemt u mee naar het ziekenhuis?

      • De zorgpas van uw verzekering

      • Uw patiëntenpas van ziekenhuis St Jansdal (indien u geen pas heeft of deze verlopen is verzoeken wij u een nieuwe pas te maken bij de receptie of de zelfservicezuil in de hal)
      • Geldig legitimatiebewijs, bij voorkeur paspoort of rijbewijs. De legitimatieplicht geldt voor iedereen ongeacht leeftijd.
      • Een recente lijst van de door u gebruikte medicijnen, verkrijgbaar bij de apotheek. Denk ook aan medicatie die niet op recept verstrekt wordt.
      • Uw eigen medicatie
      • Extra ondergoed

       

      Aanwijzingen voor gebruik bloedverdunners

      (N.B. onderstaande informatie is alleen van toepassing als u bloedverdunners gebruikt)

      Soms dienen bloedverdunners een aantal dagen voor het onderzoek gestaakt worden. Dit moet echter altijd gebeuren in overleg met een arts. Neemt u daarom contact op met de arts die het onderzoek aanvraagt. Hieronder volgt een globale richtlijn:


      Niet stoppen:
      Trombocytenaggregatieremmer zoals: Acetylsalicylzuur, Carbasalaatcalcium (Ascal), Dipyridamol (Persantin), Clopidogrel (Plavix), Prasugrel (Efient) en Ticargrelor (Brilique)

       

      Overleg Trombosedienst:
      Acenocoumarol (Sintrom) of Fenprocoumon (Marcoumar)

       

      Overleg arts:
      NOAC (Non-VKA Orale Anti Coagulantia) zoals: Rivaroxaban (Xarelto), Dabigatran (Pradaxa), Apixaban (Eliquis)
       

      Indien nodig geeft de arts die het onderzoek verricht u na het onderzoek aanvullend advies over het herstarten van de medicatie, mede afhankelijk van de uitkomsten van de scopie.

       

      Protocol diabetes bij sigmoidoscopie

      Informatie voor patiënten met diabetes

      (N.B. onderstaande informatie is alleen van toepassing als u diabetes hebt en tijdens het onderzoek een roesje krijgt)


      Binnenkort heeft u een afspraak voor een sigmoidoscopie. Tijdens de dag van het onderzoek kunt u last krijgen van te hoge of te lage bloedglucosewaarden. Om dit zoveel mogelijk te voorkomen adviseren wij de voor u geldende instructies nauwkeurig op te volgen, dit naast de andere voorbereidingen die u voor het onderzoek moet treffen.


      Bij vragen kunt u contact opnemen met één van de diabetesverpleegkundigen van het St Jansdal via de assistentes van de poli interne:
      Van maandag tot en met vrijdag van 08.30 uur tot 16.00 uur, telefoonnummer: 0341 463747.
      Als u belt graag doorgeven welke insulinesoort u gebruikt en hoeveel eenheden u altijd injecteert/bolust.

       

      Lees hieronder de instructies die voor u op toepassing zijn, kies uit:

      • Protocol insuline eenmaal daags
      • Protocol insuline tweemaal daags
      • Protocol insuline viermaal daags
      • Protocol insulinepomp
      • Protocol bloedglucose verlagende tabletten
      • Protocol GLP-1
      • Protocol combinatie insuline en GLP-1

         

      DIABETESPROTOCOL INSULINE EENMAAL DAAGS

      De dag vóór het onderzoek:
      Indien u gewend bent om de langwerkende insuline ‘s morgens te injecteren, dan kunt u de gebruikelijke hoeveelheid injecteren.

      Bent u gewend om de langwerkende insuline ‘s avonds te injecteren, dan dient u 50% (1/2) van de gebruikelijke hoeveelheid te injecteren.
       

      De dag van het onderzoek:
      Het onderzoek vindt vóór 13.00 uur plaats:
      Als u de insuline normaal ‘s morgens injecteert; dan injecteert u deze morgen geen insuline.
      Bij de eerste maaltijd na het onderzoek injecteert u 50% (1/2) van de gebruikelijke dosering.
      Als u de insuline normaal ‘s avonds injecteert; dan ‘s avonds de gebruikelijke dosis weer hervatten.
       

      Het onderzoek vindt ná 13.00 uur plaats:
      Als u de insuline normaal ‘s morgens injecteert; dan injecteert u deze morgen 50% (1/2) van de gebruikelijke dosering. Als u de insuline normaal ‘s avonds injecteert; dan ‘s avonds de gebruikelijke dosis weer hervatten.
       

      Wij adviseren u deze dag de bloedglucose vijf keer te prikken:

      • op het tijdstip waarop u normaliter ontbijt
      • twee uur hierna
      • voor de lunch of uw gebruikelijke lunchtijd
      • voor het avondeten
      • voor het slapengaan

       

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?
      Is de bloedglucose lager dan 4: een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker, nemen.
       

      DIABETESPROTOCOL INSULINE TWEEMAAL DAAGS

      Gebruikt u tweemaal daags (middel) langwerkende insuline? Neem dan contact op met één van de diabetesverpleegkundige.
       

      De dag vóór het onderzoek:
      Voor het ontbijt kunt u uw gebruikelijk dosis insuline injecteren.
      Voor het avondeten kunt u 75% (3/4) van uw gebruikelijke dosis insuline injecteren.
       

      De dag van het onderzoek:
      Het onderzoek vindt vóór 13.00 uur plaats:
      U slaat uw dosis insuline voor het ontbijt over.
      Vóór de 1e maaltijd na uw onderzoek injecteert u 33% (1/3) van uw gebruikelijke dosering.
      `s Avonds kunt u uw gebruikelijke dosering weer hervatten.

       

      Het onderzoek vindt ná 13.00 uur plaats:
      Voor het ontbijt injecteert u 33% (1/3) van uw gebruikelijke dosering.
      `s Avonds kunt u uw gebruikelijke dosering weer hervatten.
       

      Wij adviseren u deze dag de bloedglucose vijf keer te prikken:

      • op het tijdstip waarop u normaliter ontbijt
      • twee uur hierna
      • voor de lunch of uw gebruikelijke lunchtijd
      • voor het avondeten
      • voor het slapengaan
         

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?
      Is de bloedglucose lager dan 4: een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker, nemen.

       

      DIABETESPROTOCOL INSULINE VIERMAAL DAAGS

      De dag vóór het onderzoek:
      Indien u gewend bent om de langwerkende insuline ’s morgens te injecteren, dan kunt u de gebruikelijke hoeveelheid injecteren. Bent u gewend om de langwerkende insuline voor het slapengaan te injecteren, dan dient u 50% (1/2) van de gebruikelijke hoeveelheid te injecteren.


      De dag van het onderzoek:
      Het onderzoek vindt vóór 13.00 uur plaats:
      Als u de langwerkende insuline normaal ‘s morgens injecteert; dan injecteert u deze morgen geen langwerkende insuline. Bij de eerste maaltijd na het onderzoek injecteert u 50% (1/2) van de gebruikelijke dosering langwerkende insuline.
      Als u de langwerkende insuline normaal ‘s avonds injecteert; dan ‘s avonds de gebruikelijke dosis weer hervatten. De (ultra)kortwerkende insuline mag u deze morgen niet injecteren. Na het onderzoek mag u de gebruikelijke dosering (ultra)kortwerkende insuline weer hervatten.
       

      Het onderzoek vindt ná 13.00 uur plaats:
      Als u de langwerkende insuline normaal ‘s morgens injecteert; dan injecteert u deze morgen 50% (1/2) van de gebruikelijke dosering.
      Als u de langwerkende insuline normaal ‘s avonds injecteert; dan ‘s avonds de gebruikelijke dosis weer hervatten.
      U mag de (ultra) kortwerkende insuline ’s morgens en ’s middags niet injecteren.
       

      Wij adviseren u deze dag de bloedglucose vijf keer te prikken:

      • op het tijdstip waarop u normaliter ontbijt
      • twee uur hierna
      • voor de lunch of uw gebruikelijke lunchtijd
      • voor het avondeten
      • voor het slapengaan
         

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?
      Is de bloedglucose lager dan 4: een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker, nemen.
       

      Wat te doen bij hoge bloedglucosewaarden?
      Is de bloedglucose hoger dan 15, dan moet u 2 eh (ultra)kortwerkende insuline injecteren.
      Is de bloedglucose hoger dan 20, dan moet u 4 eh (ultra)kortwerkende insuline injecteren.
       

      Na het onderzoek hervat u uw “gebruikelijke” insulineschema.
       

      DIABETESPROTOCOL INSULINEPOMP

      De dag vóór het onderzoek:
      Deze dag zijn er geen wijzigingen; u hoeft de basaalstand niet aan te passen en kunt alles doen zoals u gewend bent.


      De dag van het onderzoek:
      Wij adviseren u deze dag de bloedglucose vijf keer te prikken:

      • op het tijdstip waarop u normaliter ontbijt
      • twee uur hierna
      • voor de lunch of uw gebruikelijke lunchtijd
      • voor het avondeten
      • voor het slapengaan
         

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?
      Is de bloedglucose lager dan 4: een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker, nemen.
      Zijn de bloedglucosewaarden gedurende de dag lager dan 6, dan adviseren wij u om de pomp op een tijdelijk basaal van 50% in te stellen.
       

      Wat te doen bij hoge bloedglucosewaarden?
      Is de bloedglucose hoger dan 15, dan moet u 2 eh (ultra)kortwerkende insuline bolussen.
      Is de bloedglucose hoger dan 20, dan moet u 4 eh (ultra)kortwerkende insuline bolussen.
       

      Na het onderzoek hervat u uw “gebruikelijke” insulineschema.

       

      DIABETESPROTOCOL BLOEDGLUCOSE VERLAGENDE TABLETTEN

      De dag vóór het onderzoek:
      Deze dag zijn er geen wijzigingen; u kunt uw tabletten op de gebruikelijke tijd gebruiken.

       

      De dag van het onderzoek:
      U hoeft geen bloedglucoseverlagende tabletten te gebruiken.
      Indien u hypo-verschijnselen krijgt (honger, beven, zweten, een trillerig gevoel, bleekheid, wazig zien, hoofdpijn, duizeligheid) of de bloedglucose is lager dan 4.0 mmol neemt u dan een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker. De bloedglucoseverlagende tabletten kunt u bij de eerstvolgende maaltijd weer innemen. Medicatie hoeft niet ingehaald te worden.
       

      DIABETESPROTOCOL GLP-1

      De dag vóór het onderzoek:
      Indien u gewend bent om de GLP-1 ‘s morgens te injecteren, dan kunt u de gebruikelijke hoeveelheid injecteren.
      Bent u gewend om de GLP-1 ‘s avonds te injecteren, dan injecteert u deze avond geen GLP-1.


      De dag van het onderzoek:
      De GLP-1 kunt u na het onderzoek injecteren op de gebruikelijke tijd.
       

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?
      Is de bloedglucose lager dan 4: Een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker, nemen.
       

      DIABETESPROTOCOL COMBINATIE INSULINE EN GLP-1

      De dag vóór het onderzoek:
      Indien u gewend bent om de combinatie insuline en GLP-1 ‘s morgens te injecteren, dan kunt u de gebruikelijke hoeveelheid injecteren.
      Bent u gewend om de combinatie insuline en GLP-1 ‘s avonds te injecteren, dan dient u 50% (1/2)
      van de gebruikelijke hoeveelheid te injecteren.
       

      De dag van het onderzoek:
      Het onderzoek vindt vóór 13.00 uur plaats:
      Als u de combinatie insuline en GLP-1 normaal ‘s morgens injecteert, dan injecteert u deze ochtend geen combinatie insuline en GLP-1. Bij de eerste maaltijd na het onderzoek injecteert u 50% (1/2) van de gebruikelijke dosering.
      Als u de combinatie insuline en GLP-1 normaal ‘s avonds injecteert, dan ‘s avonds de gebruikelijke dosis weer hervatten.
       

      Het onderzoek vindt ná 13.00 uur plaats:
      Als u de combinatie insuline en GLP-1 normaal ‘s morgens injecteert, dan injecteert u deze ochtend 50% (1/2) van de gebruikelijke dosering.
      Als u de combinatie insuline en GLP-1 normaal ‘s avonds injecteert, dan ‘s avonds de gebruikelijke dosis weer hervatten.
       

      Wij adviseren u deze dag de bloedglucose vijf keer te prikken:

      • op het tijdstip waarop u normaliter ontbijt
      • twee uur hierna
      • voor de lunch of uw gebruikelijke lunchtijd
      • voor het avondeten
      • voor het slapengaan


      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?
      Is de bloedglucose lager dan 4: een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker, nemen.

      De informatie op deze website is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Desondanks kunnen geen rechten aan de vermelde informatie ontleend worden. Meer informatie https://www.stjansdal.nl/disclaimer
      Geprint op 2-8-2021