Sommige mensen kunnen niet inloggen met de DigiD app op hun Android-telefoon. U kunt daardoor ook problemen hebben met inloggen op MijnStJansdal. Bekijk wat u kunt doen op de website van DigiD.

Neuromodulatie: behandeling van zenuwpijn via ruggenmerg

Neuromodulatie: behandeling van zenuwpijn via ruggenmerg

Neuromodulatie

U komt binnenkort naar de afdeling pijnbestrijding voor neuromodulatie. Hier krijgt u meer informatie over deze operatie.

Wat is neuromodulatie?

Voorbereiding

Vragenlijsten en gesprekken vóór de operatie

Voordat u wordt geopereerd, heeft u een aantal gesprekken. Ook vult u vragenlijsten in.

Vragenlijsten
U vult vragenlijsten in over uw pijn. Uw antwoorden worden anoniem gebruikt voor onderzoek in Nederland.

Gesprek met de psycholoog
De psycholoog bespreekt met u:

  • of neurostimulatie voor u geschikt is;

  • welke andere psychologische behandelingen mogelijk zijn;

  • de voordelen en nadelen van de behandeling.

U kunt ook zelf vragen stellen. Als dat nodig is, kunt u na de behandeling ondersteuning krijgen van de psycholoog.

Bespreking door het behandelteam
Artsen, verpleegkundigen en psychologen bespreken samen uw situatie.

Zij beoordelen:

  • of neurostimulatie voor u geschikt is;

  • welk systeem het beste bij u past. 

Gesprek met de verpleegkundige
De verpleegkundige:

  • geeft uitleg over neurostimulatie en de behandeling;

  • bespreekt de risico's en leefregels;

  • plant zo nodig extra onderzoeken;

  • geeft medicijnen om infecties te helpen voorkomen, bijvoorbeeld een neuscrème;

  • vertelt wanneer u wordt geopereerd. 

Telefoontje vóór de operatie
U krijgt uiterlijk 2 dagen vóór de operatie een telefoontje. U hoort dan hoe laat u in het ziekenhuis moet zijn. 

Bloedverdunners

Gebruikt u bloedverdunners? Dan moet u hier misschien tijdelijk mee stoppen. Uw zorgverlener vertelt u hierover.

Nuchter zijn voor de operatie

Voor de operatie moet u nuchter zijn. Dat betekent dat u niet mag eten of drinken.

Wordt u in de ochtend geopereerd?

  • Eet vanaf 00.00 uur niets meer.

  • U mag tot 06.00 uur water of heldere limonade drinken.

  • Na 06.00 uur mag u niet meer eten of drinken.

Wordt u in de middag geopereerd (na 12.00 uur)?

  • Eet vanaf 00.00 uur niets meer.

  • U mag tot 10.00 uur water of heldere limonade drinken.

  • Na 10.00 uur mag u niet meer eten of drinken.

Ontstekingen helpen voorkomen

U kunt zelf iets doen om de kans op een ontsteking na de operatie kleiner te maken:

  • Stop met roken. Dit helpt om een ontsteking te voorkomen.

  • Gebruik de neuszalf die u hebt gekregen. Doe dit een week vóór de operatie. De pijnconsulent legt uit hoe u de zalf moet gebruiken.

  • Douche thuis op de dag van uw opname in het ziekenhuis.

De dag van de operatie

Kom op de afgesproken tijd naar de opnamebalie bij de hoofdingang.

U gaat daarna naar de verpleegafdeling. Daar spreekt u eerst met de verpleegkundige.

Als het tijd is voor de operatie, brengt de verpleegkundige u in bed naar de operatiekamer.

De plaatsing

De operatie duurt ongeveer 2 uur

Na de operatie

Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer. Gaat het goed met u? Dan gaat u terug naar de verpleegafdeling.

Na 4 uur bedrust mag u voorzichtig uit bed komen. Gaat alles goed? Dan mag u meestal dezelfde dag naar huis.

Naar huis

Na de operatie mag u niet zelf naar huis rijden of fietsen. Vraag daarom iemand om u naar huis te brengen.

Pijnstilling

Na de operatie kunt u pijn hebben. Deze pijn kan een paar dagen duren.

U kunt hiervoor een pijnstiller gebruiken, zoals paracetamol. Volg de aanwijzingen in de bijsluiter.

Controle na de operatie

Na de operatie komt u regelmatig naar de polikliniek voor controle. U heeft dan een afspraak met de pijnconsulent.

De batterij van de neurostimulator gaat meestal 3 tot 5 jaar mee.

Soms krijgt u een oplaadbare batterij. Deze gaat meestal 15 jaar mee. U moet deze batterij met regelmaat opladen.

Leefregels

Douchen en baden

Met een uitwendige batterij mag u niet douchen of in bad.

Na het plaatsen van een inwendige batterij mag u na 3 dagen weer douchen.

Houd uw rug recht

Houd uw rug recht.

  • Maak geen draaiende bewegingen met uw rug of nek.

  • Buig, strek of draai uw lichaam niet.

  • Steek uw armen niet boven uw hoofd.

  • Houd uw rug recht als u in de auto stapt of in bed gaat liggen.

Volg deze regels tot 6 weken na de operatie. Zo blijft het draadje goed op zijn plaats.

Tillen na de operatie

  • Til niets zwaarder dan 2 kilo.

  • Doe uw armen niet boven uw hoofd. Uw haren wassen mag wel.

  • Buk niet met een kromme rug. Zak door uw knieën.

  • Vermijd buigen, rekken, klimmen, reiken en eenzijdige bewegingen (bijvoorbeeld lopen met één kruk).

  • Draai uw lichaam niet. Rol uit bed en beweeg uw schouders en heupen tegelijk.

  • Ga niet zwemmen in de eerste 6 weken.

Niet autorijden

U mag 6 weken na de operatie niet zelf autorijden. Fietsen mag wel. Zorg ervoor dat u rustig op- en afstapt.

Leefregels voor altijd

  • Voelt u de stimulatie? Zet de stimulator dan 's nachts lager.

  • Zet de stimulator uit tijdens het autorijden en bij seks. Zo voorkomt u schokjes.

  • De stimulator helpt niet tegen spierpijn door bewegen.

  • Bouw uw activiteiten rustig op. Neem ook voldoende rust.

  • Vermijd sauna, zonnebank en infrarood. Dit kan zorgen voor oververhitting.

  • Blijf uit de buurt van sterke magneten. Zet de stimulator uit bij apparaten zoals een luchthavenscanner.

  • Draag altijd uw afstandsbediening en patiëntkaart bij u.

  • Vermijd activiteiten met een hoog risico op vallen of schokken, zoals achtbanen, parachutespringen, paardrijden en trampolinespringen. Laat geen grote honden uit.

Risico op complicaties

Mogelijke bijwerkingen

Elke operatie heeft risico's. Dat geldt ook voor een operatie voor neuromodulatie.

Na de operatie kunt u een nabloeding of een infectie krijgen. Tekenen van een infectie zijn:

  • roodheid;

  • koorts;

  • zwelling;

  • pijn;

  • pus.

Ook kunnen de volgende problemen voorkomen:

  • Soms wordt het hersenvlies geraakt. Hierdoor kunt u hoofdpijn krijgen. Dit komt bijna nooit voor.

  • Problemen met zenuwen komen bijna nooit voor. Deze problemen kunnen tijdelijk zijn.

  • Op langere termijn kunnen er technische problemen ontstaan. De draad kan bijvoorbeeld verschuiven of breken.

Heeft u problemen of klachten? Neem dan contact op met de polikliniek 0341 - 46 37 73 tijdens kantooruren. Buiten kantooruren kunt u bellen met het algemene nummer 0341 - 46 39 11 van het ziekenhuis.