Behandeling
Soms is het nodig om een stukje van het oppervlak van de baarmoedermond weg te halen. Dit gebeurt als de baarmoedermond duidelijk afwijkend is of als de overgangszone niet zichtbaar is, terwijl er wel afwijkingen in het uitstrijkje zijn. Ook doet men een lisexcisie als de uitslag van de biopsie daar aanleiding toe geeft. De patholoog onderzoekt het weggehaalde weefsel daarna verder.
Verloop van de lisexcisie
De ingreep vindt plaats op de polikliniek. U mag na de behandeling weer naar huis.
U krijgt een plastic plakker op uw been om de stroom te geleiden.
De gynaecoloog brengt een spreider in de vagina.
De gynaecoloog verdooft uw baarmoedermond. In de verdoving zit ook adrenaline. Hierdoor kan uw hartslag tijdelijk wat sneller zijn.
De gynaecoloog gebruikt voor het wegnemen (excisie) een dunne metalen lis, die elektrisch verhit wordt. Hiermee wordt het afwijkende deel van de baarmoedermond weggenomen. Dit weggehaalde weefsel gaat naar het laboratorium voor verder onderzoek.
De gynaecoloog behandeld de wond om een bloeding te helpen voorkomen
Van de lisexcisie zelf voelt u meestal niets. Wel geeft het wegbranden soms een vreemd geluid of een branderige geur. Soms kan het ook iets warm aanvoelen.
De ingreep kan ook plaatsvinden op de poliklinisch operatiekamer onder een roesje of een ruggenprik.