Sommige mensen kunnen niet inloggen met de DigiD app op hun Android-telefoon. U kunt daardoor ook problemen hebben met inloggen op MijnStJansdal. Bekijk wat u kunt doen op de website van DigiD.

Coloscopie BVO

Coloscopie BVO

Inleiding

Vervolgonderzoek na bloed in uw ontlasting

U heeft meegedaan aan het bevolkingsonderzoek darmkanker. Hierbij is bloed in uw ontlasting gevonden. Dit kan verschillende oorzaken hebben. Daarom krijgt u een vervolgonderzoek. Met dit onderzoek gaan we kijken of we de oorzaak van het bloed in uw ontlasting kunnen vinden.

Intake voor vervolgonderzoek

Voor het vervolgonderzoek doet u eerst een intake. Daarbij bekijkt u de tekst, plaatjes en video. U vult ook een vragenlijst in. Op basis van de intake bepalen we samen met u of u een afspraak krijgt voor het kijkonderzoek. Dat is een onderzoek waarbij we uw dikke darm van binnen kunnen onderzoeken. Dit kijkonderzoek heet een coloscopie.

Wat is een poliep?

De dikke darm is aan de binnenkant bedekt met een beschermlaagje cellen, een slijmvlies. Deze cellen kunnen uitgroeien tot een knobbeltje. Zo’n knobbeltje noemen we een poliep. Meestal zijn poliepen niet gevaarlijk. Maar soms kunnen ze veranderen in gevaarlijke cellen en kanker worden.

Aan de buitenkant kunnen we niet zien of een poliep gevaarlijk is. Daarom halen we de poliepen die we tijdens het kijkonderzoek zien weg en onderzoeken we ze met een microscoop. Zo komen we te weten of we te maken hebben met een gevaarlijke poliep.

Voorbereiding

Algemeen 

Medicijnen

Gebruikt u medicijnen? Overleg met uw zorgverlener of u uw medicijnen kunt blijven gebruiken.

Stoppen met ijzertabletten

Gebruikt u ijzertabletten? Stop dan 1 week voor het onderzoek. IJzertabletten kleuren de binnenkant van uw darm zwart. De zorgverlener ziet problemen of veranderingen dan minder goed.

Bloedverdunners

Gebruikt u bloedverdunners? Geef dit dan vooraf door aan uw zorgverlener. U moet hier misschien mee stoppen voor het onderzoek.

Anticonceptiepil niet meer betrouwbaar

Door het middel dat uw darmen schoonspoelt, is de anticonceptiepil niet meer betrouwbaar.

Meenemen naar het ziekenhuis

Neem het volgende mee tijdens uw bezoek aan het ziekenhuis:

  • De pas van uw ziektekostenverzekering.

  • Een geldig identiteitsbewijs (identiteitskaart, rijbewijs, paspoort).

  • Een lijst met de medicijnen die u gebruikt. Dit heet een Actueel Medicatie Overzicht (AMO).

  • Heeft u een aanvraagformulier gekregen? Neem dit dan ook mee.

Schoon ondergoed

Neem een schone onderbroek mee naar het ziekenhuis.

Informatie doorgeven over uw gezondheid

Het is belangrijk dat uw zorgverlener weet hoe het met uw gezondheid gaat. Schrijf daarom de antwoorden op deze vragen op:

  • Gebruikt u bloedverdunners?

  • Heeft u allergieën?

  • Heeft u suikerziekte?

  • Zijn er andere dingen waar wij rekening mee moeten houden?

Geef deze informatie door aan uw zorgverlener.

Niet zelf autorijden

U mag na het onderzoek niet zelf autorijden. Vraag daarom of iemand u na het onderzoek thuis kan brengen.

Eten en drinken 

Eet weinig vezels

Eet 3 dagen voor het onderzoek weinig vezels. Kijk goed naar de lijst met wat u wel en niet mag eten. Dit helpt om uw darmen schoon te krijgen voor het onderzoek.

Wat mag u wel eten

  • Beschuit, wit- of bruinbrood met margarine of boter.

  • Beleg: Magere vleeswaren, gekookt ei, hagelslag, chocopasta, honing, stroop en jam zonder pitjes.

  • Groente: gaar gekookt zoals bieten, bloemkool, broccoli, worteltjes.

  • Overige maaltijd: bouillon met stukjes vlees, vermicelli en/of soepballetjes (geen groenten), aardappelen, witte rijst, pasta, macaroni, licht gebraden mager vlees, vis of kip (zonder vel).

  • Zuivel: vla, pudding, kwark en yoghurt.

Wat mag u niet eten

  • Volkoren graanproducten, zoals brood met zaden, volkorenbrood.

  • Volkoren- en meergranenpasta en zilvervliesrijst.

  • Groente: asperges, bleekselderij, knolselderij, zuurkool, snijbonen, sperziebonen, prei, doperwten, peulvruchten, taugé, maïs, champignons, tomaten, ui, knoflook, spinazie, andijvie, paprika en rauwkost.

  • Fruit: sinaasappel, kiwi, grapefruit, mandarijn, bramen, druiven, aardbeien en gedroogde vruchten.

Laxeerschema

Middel voor schoonspoelen van darmen

U krijgt een middel dat uw darmen schoon spoelt. Dit heet Pleinvue®. Dit is een laxeermiddel. De zorgverlener geeft u hiervoor een recept. Haal het middel bij de apotheek. Bent u in het ziekenhuis opgenomen? Dan krijgt u dit middel op de afdeling.

De laxeerdrank maken

U heeft één verpakking Pleinvue® gekregen. Deze bevat drie zakjes.

  • Dosis 1 is één groot zakje (mangosmaak). Los dit op in 500 ml water. Dit kan tot acht minuten duren.

  • Dosis 2 bevat twee zakjes A en B (fruitsmaak). Los beide zakjes samen op in 500 ml water.

De dag vóór het onderzoek

  • Tot 16.00 uur mag u nog eten, maar houd het ontbijt en de lunch licht. Na 16.00 uur mag u alleen nog heldere vloeistoffen drinken. U mag geen vast voedsel en geen melkproducten meer eten tot het onderzoek. Hoe meer u drinkt, hoe schoner de darm wordt.

  • Tussen 18.00 uur en 19.00 uur drinkt u 500 ml Pleinvue® (sachet dosis 1) en 1 liter heldere vloeistof. U kunt de Pleinvue-oplossing en de drank afwisselen. Probeer elke 10-15 minuten een glas te drinken.

  • Probeer na 19.00 uur nog minstens 500 ml heldere vloeistof te drinken.

 Heldere vloeistoffen zijn: water met of zonder smaak, thee, gezeefde bouillon, ranja, of helder vruchtensap zonder stukjes (bijvoorbeeld appelsap of druivensap).

De dag van het onderzoek

Op de dag van het onderzoek drinkt u 500 ml laxeermiddel en 1 liter heldere vloeistof. Wanneer u dit moet doen, hangt af van het tijdstip van het onderzoek. U kunt de tijden in het schema hieronder vinden.

  • Begin met een kopje thee of andere heldere drank, zodat u iets in uw maag heeft.

  • Drink daarna 500 ml Pleinvue® (sachet dosis 2 A+B) en 1 liter heldere vloeistof. U kunt de Pleinvue en de drank om de beurt drinken. Hoe meer u drinkt, hoe schoner de darm wordt.

  • Als u medicijnen moet nemen, mag u deze met wat water innemen.

U mag tot drie uur voor het onderzoek drinken. De laatste drie uur voor het onderzoek mag u niets meer drinken.

Laxeerschema voor de dag van het onderzoek

Tijdstip onderzoek:

Laxeren tussen:

08.30 - 10.30 uur

03.30 - 05.30 uur

10.30 - 12.30 uur

05.30 - 07.30 uur

12.30 - 14.30 uur

07.30 - 09.30 uur

14.30 - 16.30 uur

09.30 - 11.30 uur

De darmreiniging

Als de darmreiniging goed is, komt er alleen nog heldere, soms lichtgele vloeistof in het toilet. Dan bent u klaar voor het onderzoek.

Tips om het drinken makkelijker te maken

  1. Drink het laxeermiddel koud, zet het hiervoor maximaal vier uur in de koelkast.

  2. Drink met een rietje of uit een bidon.

  3. Voeg een beetje limonadesiroop of heldere vruchtensap toe (alleen siroop zonder sorbitol gebruiken).

  4. Neem kleine slokjes en wissel deze af met heldere dranken tussendoor.

  5. Gebruik tussendoor sorbitolvrije kauwgom.

  6. Als u misselijk wordt, kunt u even stoppen met drinken totdat dit gevoel weer afneemt. Neem dan eerst wat slokjes water en drink daarna het laxeermiddel langzamer en meer verdeeld op.

Belangrijk

Problemen bij de voorbereiding

Heeft de voorbereiding voor het onderzoek niet goed gewerkt of twijfelt u na de laatste dosis? Neem dan contact met ons op. U kunt ons bellen op de volgende nummers (op werkdagen van 8.30-16.30 uur):

  • Voor vragen over de planning en voorbereiding: 0341 - 46 35 38.

  • Voor medische vragen de polikliniek MDL: 0341 - 46 38 99 - kies optie 2.

  • Of stel uw vraag via MijnStJansdal.

Het onderzoek 

Verdoving

Tijdens het onderzoek kunt u een verdoving krijgen. Dit heet ook wel een sedatie of roesje. U voelt dan geen pijn tijdens het onderzoek. U kunt het onderzoek ook zonder verdoving doen.

Na het onderzoek

Naar de rustruimte

Na het onderzoek wordt u naar een rustruimte gebracht. De zorgverlener vertelt u wanneer u weer mag eten en drinken.

Buikpijn na het onderzoek

U kunt buikpijn hebben na het onderzoek. Dit komt doordat de zorgverlener lucht in uw darmen blaast. De pijn verdwijnt als de lucht weggaat.

De uitslag van het onderzoek

Algemeen

De uitslag van het onderzoek

U krijgt direct na het onderzoek een voorlopige uitslag. De definitieve uitslag krijgt u 1 tot 2 weken na het onderzoek.

Geen volledige zekerheid

Bij heel veel mensen ontdekken zorgverleners door het bevolkingsonderzoek en het kijkonderzoek op tijd dat iemand darmkanker heeft. Toch is er ook een heel kleine kans dat u wel poliepen of darmkanker heeft, maar dat we dat niet ontdekken tijdens het kijkonderzoek. 

Daarnaast kunt u in de periode tussen 2 bevolkingsonderzoeken in darmklachten krijgen die te maken kunnen hebben met darmkanker. Heeft u klachten en vertrouwt u het niet helemaal? Ga dan altijd naar de huisarts.

Mogelijke uitslagen 

Er zijn 4 verschillende uitslagen mogelijk van het kijkonderzoek. Hierna ziet u welke dat zijn.

De arts vindt geen poliep

Vindt de arts geen poliep? Dan hoeft u de komende 10 jaar niet mee te doen aan het bevolkingsonderzoek. Darmkanker ontstaat heel langzaam. Na 10 jaar krijgt u vanzelf een uitnodiging om mee te doen, tenzij u ouder bent dan 75 jaar.

De kans op geen poliep

38 van de 100 mensen hebben geen poliep.

De arts vindt 1 of meer kleine poliepen

De arts haalt de poliep of poliepen weg. En bespreekt daarna het vervolg met u.

De kans op kleinere poliepen

33 van de 100 mensen hebben 1 of meer kleinere poliepen.

De arts vindt 1 of meer grote poliepen

De arts haalt de poliep of poliepen weg. En bespreekt daarna het vervolg met u. Soms is het nodig om na een tijd te kijken of er opnieuw poliepen in uw dikke darm groeien. De arts vertelt u of een nieuw kijkonderzoek nodig is.

De kans op grotere poliepen

25 van de 100 mensen hebben 1 of meer grotere poliepen.

De arts vindt darmkanker

De arts overlegt met u welke behandeling het beste voor u is.

De kans op darmkanker

4 van de 100 mensen hebben darmkanker.

Complicaties 

Bij ieder onderzoek kunnen problemen ontstaan. Dat noemen we complicaties.

Gaatje in de darmwand

Soms ontstaat er tijdens het onderzoek een gaatje of scheurtje in de darmwand. U krijgt dan buikpijn en koorts.

Meer risico op gaatje in de darmwand

U heeft meer risico op een gaatje in uw darmwand als u:

  • een ontstoken darmwand heeft;

  • een vernauwde darmwand heeft;

  • veel uitstulpingen heeft.

Bloedverlies

Is er weefsel weggenomen? Dan kunt u wat bloed verliezen via de anus. Een beetje bloedverlies is meestal niet erg. Neem contact op met het ziekenhuis als u veel bloed verliest of zich zorgen maakt.

Contact opnemen

Contact opnemen

Neem contact op als:

  • U meer bloed verliest dan een vol theekopje.

  • U bloedingen heeft die erger worden.

  • De buikpijn erger wordt.

  • U koorts krijgt.

Deze problemen kunnen tot 14 dagen na het onderzoek optreden.

  • Overdag kunt u bellen met de polikliniek MDL: 0341 - 46 38 99, keuze 2.

  • 's Avonds en in het weekend belt u de spoedeisende hulp. Het telefoonnummer vindt u op www.stjansdal.nl).