Sommige mensen kunnen niet inloggen met de DigiD app op hun Android-telefoon. U kunt daardoor ook problemen hebben met inloggen op MijnStJansdal. Bekijk wat u kunt doen op de website van DigiD.

Chronische pijn

Chronische pijn

Inleiding

Pijn is een waarschuwing van uw lichaam. Als u bijvoorbeeld een bot breekt of een ontsteking heeft, voelt u pijn. Zo weet u dat uw lichaam rust nodig heeft om te herstellen.

Blijft de pijn langer dan 3 maanden? Dan noemen we dit chronische pijn.

Bij deze pijn is de oorspronkelijke schade vaak al genezen of veel minder geworden. Toch blijft u pijn voelen. Het pijnsysteem in uw lichaam blijft pijnsignalen geven, terwijl dat eigenlijk niet meer nodig is.

Chronische pijn

Leven met chronische pijn

Wat gebeurt er bij chronische pijn?

Bij langdurige pijn (chronische pijn) kan het zenuwstelsel extra gevoelig worden. Dit heet centrale sensitisatie.

Bij plotselinge pijn (bijvoorbeeld door een blessure of wond) zet uw lichaam de 'volumeknop' van pijn tijdelijk harder. Zo beschermt uw lichaam u. Bij langdurige pijn blijft deze knop te hard staan. Dat kan ook als er geen nieuwe schade is. Daardoor kan het zenuwstelsel:

  • sneller reageren;

  • sterkere pijnsignalen geven;

  • gewone prikkels eerder zien als gevaar.

Hierdoor kan een lichte aanraking of een kleine beweging al pijn doen.

Belangrijk om te weten:

  • Meer pijn betekent niet altijd meer schade.

  • Pijn is een signaal van het zenuwstelsel. Dat betekent niet altijd dat er schade in het lichaam is.

  • Uw lichaam is vaak sterker dan u door de pijn denkt.

Waarom blijft pijn soms bestaan?

Pijn kan door verschillende dingen erger of minder erg worden. Bijvoorbeeld door:

  • hoe veel u doet of beweegt;

  • gespannen spieren;

  • stress of emoties;

  • hoe u slaapt;

  • uw gedachten en verwachtingen;

  • pijn die u eerder heeft gehad.

Uw hersenen kijken de hele dag of een situatie veilig of onveilig is. Denken uw hersenen lange tijd dat er gevaar is? Dan kan het pijnsysteem actief blijven.

Het goede nieuws is: u kunt op verschillende manieren leren om meer invloed te krijgen op uw pijn.

Hoe verder?

Genezen of leren beïnvloeden?

Bij plotselinge pijn is het doel dat het lichaam weer beter wordt. Deze pijn gaat vaak weg als de oorzaak geneest.

Bij pijn die lang blijft (chronische pijn), is dat anders. Dan kijken we samen hoe u minder last kunt hebben van de pijn.

Helemaal geen pijn meer hebben, is helaas niet altijd mogelijk. Wel kunt u leren om beter met de pijn om te gaan. Bijvoorbeeld door:

  • het pijnsysteem rustig te houden;

  • beter uw dagelijkse dingen te kunnen doen;

  • uw leven prettiger te maken.

Daarvoor is vaak meer nodig dan alleen medicijnen.

We helpen u om beter met de pijn om te gaan en weer zoveel mogelijk te doen wat voor u belangrijk is.

Adviezen

Bewegen

Het is logisch dat u minder gaat bewegen als bewegen pijn doet. Toch kan te weinig bewegen ervoor zorgen dat de klachten erger worden.

Dan kunnen bijvoorbeeld:

  • uw spieren zwakker worden;

  • uw conditie minder goed worden;

  • uw lichaam stijver worden;

  • uw lichaam gevoeliger worden voor pijn.

Bewegen helpt uw lichaam om weer meer te durven en te kunnen.

Daarom adviseren wij:

  • Blijf bewegen, zoveel als u kunt.

  • Bouw activiteiten rustig op.

  • Probeer steeds iets meer van uw dagelijkse dingen te doen.

Soms heeft u tijdelijk meer pijn als u meer gaat bewegen. Dat betekent meestal niet dat er nieuwe schade is.

Medicijnen

Medicijnen kunnen helpen bij langdurige pijn. Maar alleen medicijnen zijn meestal niet genoeg.

Sommige pijnstillers werken goed bij plotselinge pijn. Bij pijn die lang blijft, helpen deze medicijnen vaak minder goed.

Sterke pijnstillers kunnen bij lang gebruik:

  • minder goed gaan werken;

  • bijwerkingen geven;

  • ervoor zorgen dat uw lichaam eraan went. Daardoor is stoppen soms moeilijk.

Samen kijken we:

  • of de medicijnen goed helpen;

  • of u last heeft van bijwerkingen;

  • of een andere behandeling beter bij u past.

Soms is minder medicijnen gebruiken beter dan meer medicijnen gebruiken. Soms kiezen we voor medicijnen die helpen om pijnprikkels in de hersenen en zenuwen te verminderen.

Medicijnen zijn een deel van de behandeling. Ze zijn niet de enige oplossing.

Wat kunt u zelf doen?

U kunt zelf ook helpen bij uw herstel.

Dit kan helpen:

  • Zorg voor een vaste dagindeling.

  • Wissel activiteiten en rust af.

  • Zorg voor genoeg slaap.

  • Probeer stress te verminderen.

  • Stel kleine, haalbare doelen.

  • Blijf zoveel mogelijk uw gewone dagelijkse dingen doen.

Herstel gaat meestal stap voor stap. Soms gaat het een tijdje minder. Dat is normaal. Het betekent niet dat de behandeling niet werkt. Kleine stappen helpen u om vooruit te komen.

Acceptatie, hoop en herstel

Accepteren betekent niet dat u de pijn goed vindt. Het betekent dat u kijkt naar wat nu wél mogelijk is.

Zo kunt u uw energie gebruiken voor dingen die u helpen om stap voor stap vooruit te gaan. Dat kost tijd.

Uw zenuwstelsel kan veranderen (neuriplasticiteit). Daarom kan pijn na een tijd ook weer minder worden.

Dit kan helpen:

  • activiteiten rustig opbouwen;

  • veilig blijven bewegen;

  • genoeg slapen;

  • stress verminderen;

  • leren anders naar de pijn te kijken.

Herstel is mogelijk. Dat betekent niet altijd dat de pijn helemaal verdwijnt. Vaak betekent het dat u meer kunt doen, meer vertrouwen krijgt en beter kunt leven met de klachten.

Betrek uw naasten

Langdurige pijn heeft ook invloed op de mensen om u heen. Pijn is vaak niet te zien. Daardoor begrijpen anderen niet altijd wat u voelt.

Het kan helpen om samen te praten over:

  • wat u wel en niet kunt;

  • wat u van elkaar verwacht;

  • waar uw grenzen liggen.

Zo kunt u elkaar beter begrijpen en elkaar steunen.

Ondersteuning

Soms kan extra ondersteuning helpen. Dit kan bijvoorbeeld zijn:

  • Gespecialiseerde fysiotherapie

  • Pijnrevalidatie

  • Begeleiding door een psycholoog

Deze ondersteuning is beschikbaar via het Netwerk Chronische Pijn. Uw behandelaar bespreekt samen met u welke ondersteuning het beste bij uw situatie past.

Contact opnemen

Wanneer neemt u contact op?

Neem contact op met de polikliniek als:

  • Uw klachten duidelijk veranderen.

  • U nieuwe uitvalsverschijnselen krijgt.

  • U twijfelt over uw medicijnen.

  • U vragen heeft over uw behandeling.

Wij denken graag met u mee.

Stuur een bericht via MijnStJansdal of bel ons op 0341 - 46 37 73.

Vragenlijst invullen

Om uw afspraak goed voor te bereiden, vragen wij u 2 vragenlijsten in te vullen via MijnStJansdal.

Heeft u de vragenlijsten ingevuld? Dan neemt de assistente van het pijncentrum contact met u op voor een afspraak bij de specialist.

Heeft u de vragenlijsten al ingevuld? Dan hoeft u niets meer te doen.