Chemotherapie

Chemotherapie

Inleiding

Voordat de chemotherapie begint, leggen de (verpleegkundig) specialist en de verpleegkundige u uit welke behandeling u krijgt. U krijgt veel nieuwe informatie. Het kan daarom moeilijk zijn om alles meteen te onthouden. In deze behandelwijzer kunt u de informatie thuis nog eens rustig nalezen.

Wie kunt u bellen als u vragen heeft?

Bij (medische) vragen, klachten en/of bijwerkingen

Tijdens het telefonisch spreekuur
Neem contact op met de coördinerend oncologieverpleegkundige van de poli interne geneeskunde. Bereikbaar van maandag t/m vrijdag tussen 9.00-10.00 uur.
Telefoon: (0341) 46 35 02.

Bij spoed buiten het telefonisch spreekuur
Neem contact op met de polikliniek interne geneeskunde. Bereikbaar van maandag t/m vrijdag tussen 08.30-16.30.
Telefoon: (0341) 46 38 89.

Buiten kantooruren en in het weekend
Neem bij problemen die niet kunnen wachten tot de volgende werkdag contact op met de verpleegkundigen van verpleegafdeling oncologie in St Jansdal Harderwijk. Zij kunnen zo nodig contact opnemen met een specialist.
Telefoon: (0341) 46 35 81.

Afspraak verzetten
Neem contact op met de polikliniek interne geneeskunde. Bereikbaar van maandag t/m vrijdag tussen 08.30-16.30 op (0341) 46 38 89.

Chemo-unit  
Neem bij praktische vragen met betrekking tot uw behandeling op de chemo-unit contact op met de chemo-unit. Bereikbaar van maandag t/m vrijdag tussen 08.30-16.00 op (0341) 46 36 89.  

Wanneer moet ik contact opnemen?

Neem direct contact op met het ziekenhuis bij deze klachten: 

  • Koorts van 38,5 graden of hoger

  • Koude rillingen

  • Plotseling moeite met ademhalen

  • Plotselinge pijn

  • Plotseling moeilijk kunnen bewegen of een deel van uw lichaam niet goed voelen

  • Wondje dat langer dan 30 minuten blijft bloeden

Twijfelt u? Bel dan altijd.

De klachten hieronder hoeft u niet meteen door te geven. U kunt ze bespreken tijdens het telefonisch spreekuur met de oncologieverpleegkundige.
Niet dringende vragen kunt u ook via een bericht in MijnStJansdal sturen.

  • U heeft meer dan 4 keer per dag waterdunne ontlasting.

  • U heeft 2 dagen geen ontlasting gehad. Heeft u een stoma? Neem dan contact op als u 1 dag geen ontlasting heeft gehad.

  • U blijft misselijk of moet overgeven.

  • U heeft huiduitslag, blaren, pijn, tintelingen of juist geen gevoel in handen of voeten.

  • U heeft pijn in de mond. U heeft rode of witte plekken in de mond.

  • U bent kort van adem.

  • U heeft bloed bij de urine of ontlasting. U heeft pijn of branderig gevoel bij het plassen. U heeft donkere urine. U plast veel minder dan u gewend bent.

  • Het lukt niet om 1,5 liter per dag te drinken.

Wat is chemotherapie?

Wat is chemotherapie?

Wat is chemotherapie

Hoe lang duurt de behandeling?

Hoe lang de behandeling duurt, is bij iedereen anders. Dat hangt af van: 

  • Het soort medicijn

  • De soort kanker

De behandeling kan een paar weken duren, maar ook een paar maanden. Na de behandeling blijft u onder controle.

Chemotherapie samen met andere behandelingen

Chemotherapie kan samen met andere behandelingen worden gegeven. Bijvoorbeeld met:  

  • Bestralingen

  • Operatie

  • Doelgerichte therapie

  • Immunotherapie

  • Anti-hormonale therapie

Uw arts vertelt u wat in uw situatie het beste is.

Maatregelen thuis

Afvalstoffen van chemotherapie

Na een chemokuur komen afvalstoffen van de medicijnen uit uw lichaam. Dat gebeurt via urine, ontlasting, zweet, braaksel, wondvocht, vaginaal vocht, sperma en bloed. Hoe lang dit duurt, verschilt per persoon. Het kan 1 dag zijn, maar ook langer. In deze periode is het belangrijk om voorzichtig te zijn met lichaamsvocht. Ook voor mensen om u heen.

Adviezen voor thuis

  • Was altijd uw handen na contact met lichaamsvocht, zoals urine, ontlasting of braaksel.

  • Als iemand uw lichaamsvocht opruimt, moet die persoon handschoenen dragen en ze daarna weggooien.

  • Mannen: plas zittend om spetters te voorkomen.

  • Spoel het toilet altijd twee keer door en doe de wc-deksel dicht. Gebruik geen waterbesparende knop.

  • Maak het toilet elke dag schoon met water en zeep (zoals groene zeep). Gebruik geen schoonmaakmiddelen met alcohol, chloor of desinfectie. Deze producten maken niet goed genoeg schoon.

  • Kleding of beddengoed met lichaamsvocht? Doe eerst een voorwas. Was daarna zoals normaal. Was daarna uw handen.

  • Knuffelen en zoenen mag. Gaat u vrijen? Gebruik dan een condoom.

Voorbereiding

Bloedonderzoek

Voor de behandeling krijgt u een bloedonderzoek. We kijken of uw lever en nieren goed werken. Ook kijken we of uw lichaam genoeg nieuwe bloedcellen maakt. Tijdens de behandeling krijgt u vaker een bloedonderzoek. Zo zien we of uw lichaam klaar is voor de volgende chemokuur.

Medicijnen

Vertel uw arts welke medicijnen en vitamines u gebruikt. Vertel ook of u andere producten gebruikt zoals wietolie. Uw arts bespreekt met u welke medicijnen u kunt blijven gebruiken. Soms krijgt u extra medicijnen die helpen bij de behandeling.

Verkeer

Door de medicijnen kunt u slaperig of duizelig worden. Rijd daarom na de behandeling niet zelf met de auto of fiets. Vraag iemand om u naar huis te brengen.

Gebit

Een gezond gebit is belangrijk. Ga voor de behandeling naar de tandarts. Laat uw gebit controleren en laat problemen behandelen als dat nodig is.

Zwangerschap

Word niet zwanger tijdens de chemotherapie. De medicijnen zijn slecht voor een baby in de buik. Gebruik daarom anticonceptie. Soms moet u ook na de behandeling nog een aantal maanden anticonceptie gebruiken. Uw arts legt uit wat voor u belangrijk is.

Uiterlijk

Uw uiterlijk kan veranderen tijdens de behandeling. Heeft u binnenkort een pasfoto nodig, bijvoorbeeld voor een identiteitsbewijs? Laat deze dan vóór de behandeling maken.

Leefregels

Eten en drinken

Goed eten is belangrijk. Het helpt uw lichaam sterk te blijven tijdens de behandeling. Zorg dat er genoeg energie, eiwitten, vitamines, vocht en mineralen in uw eten zit.  

Let op: 

  • Vanaf 24 uur vóór de behandeling en tijdens de behandeling mag u deze vruchten niet eten of drinken: grapefruit, pomelo, ugli, mineola, tangelo en zure sinaasappel (Sevilla sinaasappel).
    Deze vruchten mag u wel eten en drinken: gewone sinaasappels, mandarijnen en citroenen.

  • Bij sommige behandelingen mag u geen voedingssupplementen met visolie gebruiken. De verpleegkundige vertelt u of dit voor u geldt. 

  • Gebruik geen kruiden, zoals Sint-janskruid of Chinese kruiden. Deze kunnen de behandeling minder goed laten werken. 

Bespreek altijd met de arts welke supplementen of vitamines u gebruikt. Soms moet u daarmee stoppen.

Let op uw gewicht

Tijdens de behandeling kunt u minder zin hebben om te eten. U kunt daardoor afvallen. Dit is niet goed, want de arts gebruikt uw gewicht om de juiste hoeveelheid medicijnen te geven. Probeer daarom op hetzelfde gewicht te blijven. Lukt dat niet? De verpleegkundige of arts kan u helpen en verwijzen naar een diëtist.

Stop met roken

Rookt u? Probeer te stoppen. Roken is slecht voor de behandeling.

Let op met alcohol

Drink geen alcohol vanaf 24 uur vóór tot 48 uur na de chemokuur. Drink op de andere dagen liever geen of weinig alcohol.

Blijf bewegen

Probeer te blijven bewegen. Bewegen helpt tegen vermoeidheid en andere bijwerkingen. U kunt de behandeling dan beter volhouden. Bewegen helpt ook om sneller te herstellen. De verpleegkundige kan u doorverwijzen naar een fysiotherapeut die ervaring heeft met mensen die kanker hebben.

Mogelijke bijwerkingen

Dun of uitvallend haar

Door de behandeling kunt u uw haar verliezen. Dat kan gaan om: 

  •  Hoofdhaar

  •  Wimpers 

  •  Wenkbrauwen

  •  Okselhaar en schaamhaar

Uw haar groeit meestal weer terug na de behandeling. Soms kunt u hoofdhuidkoeling krijgen. Dit kan helpen om minder haar te verliezen. De verpleegkundige kan u hier meer over vertellen. U kunt ook kiezen voor een pruik of een haarwerk.

Concentratieverlies en geheugenproblemen

Chemotherapie kan ervoor zorgen dat u zich minder goed kunt concentreren en dingen minder goed onthoudt. Bijvoorbeeld:

  • U denkt en werkt langzamer.

  • Plannen en organiseren is moeilijker.

  • U vindt het moeilijk om meerdere dingen tegelijk te doen.

  • U vindt het moeilijk om nieuwe dingen te onthouden.

Misselijk of minder zin in eten

Sommige mensen worden misselijk door de chemotherapie. Hier zijn goede medicijnen voor.
U kunt ook merken dat eten anders smaakt of dat u minder zin heeft om te eten. 

Pijn of problemen in uw mond

Door de behandeling kunt u klachten in de mond krijgen. U kunt last hebben van: 

  • Een rode mond

  • Een branderig gevoel in uw mond

  • Pijn bij eten, drinken of tandenpoetsen

  • Bloedend tandvlees

  • Witte plekken in de mond

  • Schimmel in uw mond

Diarree

Bij diarree heeft u meer dan 4 keer per dag waterdunne ontlasting. Heeft u langer dan 2 dagen diarree? Bel dan het ziekenhuis.

Verstopping

U heeft verstopping als u 2 dagen geen ontlasting heeft gehad. Neem dan contact op met het ziekenhuis.

Effect op het beenmerg

In uw bloed zitten: 

  • Rode bloedcellen 

  • Witte bloedcellen 

  • Bloedplaatjes 

Chemotherapie kan ervoor zorgen dat u minder bloedcellen en bloedplaatjes heeft.

Adviezen:

  • U kunt bloedarmoede krijgen. U kunt sneller moe zijn, kortademig, duizelig of hartkloppingen krijgen. Neem contact op bij deze klachten.

  • U kunt sneller bloedneuzen, blauwe plekken of bloedend tandvlees krijgen. Neem contact op bij hevige bloedingen of als een wondje langer dan 30 minuten blijft bloeden.

  • U kunt sneller ziek worden. Heeft u 38,5°C koorts of hoger? Bel dan meteen het ziekenhuis. Vermijd contact met zieke mensen, houd afstand, was vaak uw handen en let op wondjes.

Hartproblemen 

Chemotherapie kan uw hart minder sterk maken. Uw hart pompt dan minder goed. Meestal herstelt uw hart na de behandeling. Soms verwijst de arts u naar een cardioloog voor controle.

Neem contact op bij deze klachten:

  • Hartkloppingen of een onregelmatige hartslag

  • Hoesten

  • Kortademigheid

  • Pijn op de borst

  • Vocht in uw benen of armen

Huid

Uw huid kan droger, schilferig worden en gevoeliger worden. Uw huid kan ook sneller verbranden in de zon. Soms krijgt u plotseling huiduitslag.

Trombose en longembolie

U heeft meer kans op trombose. Trombose is een bloedstolsel in een bloedvat. Het stolsel zit meestal in uw been, arm of longen.

Klachten bij trombose in het been:

  • Uw been voelt strak, rood of glanzend aan. Soms is uw been juist wit.  

  • Uw been wordt dik

  • Uw been voelt zwaar of doet pijn

Klachten bij trombose in de arm:

  • Uw arm en hand worden dik

  • U heeft minder kracht in uw arm

  • Uw arm voelt zwaar aan

  • Uw arm voelt strak, rood of glanzend aan

Klachten bij longembolie:

  • U bent plotseling kort van adem

  • U heeft pijn bij zuchten, hoesten of ademhalen

  • U heeft pijn op de borst of tussen uw schouderbladen

  • U ademt snel

  • U hoest slijm op met bloed

  • U heeft hartkloppingen

 Heeft u deze klachten? Bel dan direct het ziekenhuis.

Vermoeidheid

Vermoeidheid is een veel voorkomende bijwerking van chemotherapie. U kunt sneller moe zijn en meer rust nodig hebben. Luister goed naar uw lichaam. Blijf zoveel mogelijk in beweging, maar neem ook genoeg rust.

Menstruatie en overgang

De behandeling kan invloed hebben op uw menstruatie. Uw menstruatie kan onregelmatiger worden. U kunt meer bloed verliezen dan normaal. Uw menstruatie kan ook tijdelijk of helemaal stoppen. U kunt daardoor eerder in de overgang komen.

Andere bijwerkingen

Andere bijwerkingen zijn:

  • Tintelingen of doof gevoel in uw vingers of tenen (neuropathie)

  • Droge of pijnlijke ogen

  • Problemen met uw nagels

Late gevolgen

Chemotherapie kan ook later nog klachten geven, bijvoorbeeld: 

  • Moeite met concentreren of onthouden

  • Schade aan uw hart of nieren

  • Tintelingen in uw handen of voeten

  • Problemen met vruchtbaarheid

  • Vermoeidheid

  • Eerder in de overgang komen

Ondersteunende zorg

Als u te horen krijgt dat u kanker heeft, komt er veel op u af. U krijgt veel informatie en het kan emotioneel zwaar zijn. Dit geldt niet alleen voor u, maar ook voor uw partner, familie en andere mensen om u heen.
De behandeling van kanker gaat niet alleen over het bestrijden van de ziekte. Veel mensen die kanker hebben (of hebben gehad), merken dat de ziekte en de behandeling hun leven veranderen. Soms blijven er klachten, zoals pijn, vermoeidheid of moeite met gevoelens. Dit kan invloed hebben op uw dagelijks leven. 

Bespreek deze klachten met uw arts of verpleegkundige. Zij kunnen u helpen of doorverwijzen voor extra steun.