l

Direct contact

Telefoonnummers

St Jansdal receptie (alle locaties)

0341 - 463911

Afsprakenbureau 

0341 - 463890

Poli-Apotheek St Jansdal

0341 - 435858

Helpdesk MijnStjansdal (8.30 - 12 u)

0341 - 463700

Medische hulp buiten kantoortijden

Bij levensbedreigende spoed

112

Harderwijk: Medicamus Spoedpost  

0900 - 341 0 341

Website: Medicamus Spoedpost

 

Lelystad: huisartsenpost Medrie  

0900 - 333 6 333

Website: Huisartenpost Lelystad

 

 

 

VlagB
Folders

Bronchoscopie

Versienr: 4
Inhoud van dit artikel
    Inhoud van dit artikel

      Waarom een bronchoscopie?

      Met een bronchoscopie kan men informatie verkrijgen van de structuur van het slijmvlies, de aanwezigheid van ontstekingen en eventuele afwijkingen van het slijmvlies van de grote luchtwegen. Ook kan materiaal weggenomen worden voor onderzoek naar bacteriën, schimmels en virussen of voor onderzoek onder de microscoop.

       

      Wat is een bronchoscopie?

      Bij een bronchoscopie wordt via uw mond een bronchoscoop (een dunne flexibele slang) in de luchtpijp ingebracht. Aan het einde van de bronchoscoop zit een kleine camera. De bronchoscoop is verbonden met een kleurenmonitor, zodat de longarts de beelden nauwkeurig kan bekijken.

       

      Hoe verloopt het onderzoek?

      Vlak voor het onderzoek krijgt u twee Codeïne tabletjes. Deze medicatie zorgt ervoor dat u tijdens en na het onderzoek minder hoest.

      In de behandelkamer maakt u kennis met de zorgverleners die het onderzoek bij u zullen uitvoeren. Zij zullen u uitleggen wat er gaat gebeuren. U krijgt een knijpertje aan een vingertop. Dit knijpertje registreert uw hartslag en het zuurstofgehalte in uw bloed. Als u een gebitsprothese heeft, vragen wij u deze voor het onderzoek uit te doen. De endoscopielaborant zal uw keel verdoven met een spray. Vervolgens worden uw stembanden en de luchtpijp verdooft met een vloeistof.

      Tijdens het onderzoek blijft u in bed op uw rug liggen. U krijgt een bijtring tussen uw kaken ter bescherming van de bronchoscoop. Vervolgens zal de longarts de bronchoscoop via de mond inbrengen. Tijdens het onderzoek kunt u rustig doorademen, er is genoeg ruimte in de luchtwegen. De longarts onderzoekt het gebied nauwkeurig. Indien nodig wordt er materiaal weggenomen voor nader onderzoek.

       

      Wat zijn de risico’s?

      Een bronchoscopie is een veilig onderzoek. Toch kan er een enkele keer een complicatie optreden. Dit kunnen een nabloeding of infecties zijn.

       

      Hoe lang duurt het onderzoek?

      U bent in totaal ongeveer 30 minuten in de behandelkamer. Het onderzoek zelf neemt ongeveer 10 minuten in beslag. Na afloop verblijft u nog enige tijd op de dagopname. U kunt rekenen op een verblijf in het ziekenhuis van ongeveer vier uur.

       

      Na het onderzoek

      Na het onderzoek controleren verpleegkundigen (indien nodig) het zuurstofgehalte in uw bloed om eventuele complicaties uit te sluiten. In verband met de keelverdoving mag u de eerste twee uur na het onderzoek niet eten en drinken, omdat anders de kans bestaat dat u zich verslikt.

      Tevens dient u er rekening mee te houden dat u na het onderzoek niet aan het verkeer mag deelnemen. Het is belangrijk dat u zich laat thuisbrengen door een relatie.
      Als de longarts weefsel heeft afgenomen is de kans aanwezig dat u wat bloederig slijm ophoest. Mocht dit langer dan een dag aanhouden, neemt het bloeden toe of krijgt u koorts, neemt u dan contact op met uw behandelend longarts of huisarts.

       

      Wanneer is de uitslag bekend?

      De uitslag van het onderzoek duurt ongeveer vijf werkdagen. Mede daardoor duurt het ongeveer een week voordat de definitieve uitslag aan u kan worden gegeven.

       

      Contact

      U kunt ons bereiken op de volgende telefoonnummers:

      Endoscopieafdeling (0341) 463538 (maandag t/m vrijdag van 8.30 uur tot 16.30 uur)

      Poli longgeneeskunde (0341) 463743 (maandag t/m vrijdag van 8.30 uur tot 16.30 uur)

       

      Heeft u na uw bezoek aan het ziekenhuis vragen?

      De eerste vijf dagen na het bezoek kunt u contact opnemen via het algemeen nummer van het ziekenhuis: 0341-463911. De receptioniste zal u doorverbinden met de afdeling waar u uw vraag kunt stellen. Is het langer dan vijf dagen geleden? Neem dan contact op met uw eigen huisarts of buiten kantoortijden met de Huisartsenpost via 0900-3410341.

       

      Aandachtspunten

      • Lees indien van toepassing ook de aanwijzingen voor gebruik bloedverdunners verderop in de folder.
      • Lees indien van toepassing ook de aanwijzingen voor patiënten met diabetes verderop in de folder.
      • Tijdens het onderzoek kunt u uw eigen kleding aanhouden. Vermijdt u echter strakzittende of knellende kleding.
      • Sieraden en andere kostbaarheden kunt u beter thuislaten.
      • U blijft de avond vóór het onderzoek vanaf 22.00 uur helemaal nuchter (dit betekent niets meer eten en/of drinken). Tabletten die u van uw arts moet blijven gebruiken kunt u zonodig met een slokje water tot uiterlijk twee uur vóór het onderzoek innemen of anders na het onderzoek.

       

      Wat neemt u mee naar het ziekenhuis?

      • De zorgpas van uw verzekering.
      • Uw patiëntenpas van ziekenhuis St Jansdal (indien u geen pas heeft of deze is verlopen, verzoeken wij u een nieuwe pas te laten maken bij de receptie of de zelfservicezuil in de centrale hal).
      • Een geldig legitimatiebewijs.
      • Een recente lijst van de door u gebruikte medicijnen, verkrijgbaar bij de apotheek. Denk ook aan medicatie die niet op recept wordt verstrekt.
      • Uw eigen medicatie.
      • Eventueel het CPAP apaaraat dat u gebruikt tijdens het slapen.

       

      Aanwijzingen voor gebruik bloedverdunners

      Soms dienen bloedverdunners een aantal dagen voor het onderzoek gestaakt te worden. Dit moet echter altijd gebeuren in overleg met een arts. Neemt u daarom contact op met de arts die het onderzoek aanvraagt. Hieronder volgt een globale richtlijn:

       

      Niet stoppen:
      Trombocytenaggregatieremmer zoals: Acetylsalicylzuur, Carbasalaatcalcium (Ascal), Dipyridamol (Persantin), Clopidogrel (Plavix), Prasugrel (Efient) en Ticargrelor (Brilique)

       

      Overleg Trombosedienst:
      Acenocoumarol (Sintrom) of Fenprocoumon (Marcoumar)

       

      Overleg arts:
      NOAC (Non-VKA Orale AntiCoagulantia) zoals: Rivaroxaban (Xarelto), Dabigatran (Pradaxa) òf Apixaban (Eliquis)

       

      Zonodig geeft de arts die het onderzoek verricht u na het onderzoek aanvullend advies over het herstarten van de medicatie, mede afhankelijk van de uitkomsten van de scopie.

       

      Informatie voor mensen met diabetes

      Binnenkort heeft u een afspraak voor een bronchoscopie. Om te hoge of te lage bloedglucosewaarden zoveel mogelijk te voorkomen, adviseren wij de voor u geldende instructies nauwkeurig op te volgen. Dit naast de andere voorbereidingen die u voor het onderzoek moet treffen.

      Bij vragen kunt u contact opnemen met één van de diabetes-verpleegkundigen van het St Jansdal via de assistentes van de poli interne: van maandag tot en met vrijdag van 08.30 tot 12.00 uur en van 13.30 tot 16.00 uur, telefoonnummer: (0341) 463747.

      Als u belt verzoeken wij u door te geven welke insulinesoort u gebruikt en hoeveel eenheden u altijd injecteert/bolust.

       

      DIABETESPROTOCOL INSULINE EENMAAL DAAGS

      De dag vóór het onderzoek:

      Indien u gewend bent om de langwerkende insuline ‘s morgens te injecteren, dan kunt u de gebruikelijke hoeveelheid injecteren.
      Bent u gewend om de langwerkende insuline ‘s avonds te injecteren, dan dient u  de helft van de gebruikelijke hoeveelheid te injecteren.
       

      De dag van het onderzoek:

      Als u de insuline normaal ‘s morgens injecteert, dan injecteert u deze morgen geen insuline.
      Bij de eerste maaltijd na het onderzoek injecteert u de helft van de gebruikelijke dosering.
      Als u de insuline normaal ‘s avonds injecteert, dan mag u ‘s avonds de gebruikelijke dosis weer hervatten.

       

      Wij adviseren u deze dag de glucose vijf keer te prikken:

      • Op het tijdstip waarop u normaliter ontbijt
      • Twee uur na het ontbijt
      • Voor de lunch of uw gebruikelijke lunchtijd
      • Voor het avondeten
      • Voor het slapen gaan

       

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?

      Is de bloedglucose lager dan 4, neemt u dan een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker.

       

      DIABETESPROTOCOL INSULINE TWEEMAAL DAAGS

      De dag vóór het onderzoek:
      Voor het ontbijt kunt u uw gebruikelijk dosis insuline injecteren.
      Voor het avondeten kunt u driekwart  van uw gebruikelijke dosis insuline injecteren.
       

      De dag van het onderzoek:
      U slaat uw dosis insuline voor het ontbijt over.
      Vóór de eerste maaltijd na uw onderzoek injecteert u een derde van uw gebruikelijke dosering.
      `s Avonds kunt u uw gebruikelijke dosering weer hervatten.

       

      Wij adviseren u deze dag de glucose vijf keer te prikken:

      • Op het tijdstip waarop u normaliter ontbijt
      • Twee uur na het ontbijt
      • Voor de lunch of uw gebruikelijke lunchtijd
      • Voor het avondeten
      • Voor het slapen gaan

       

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?

      Is de bloedglucose lager dan 4, neemt u dan een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker.

       

      DIABETESPROTOCOL INSULINE VIERMAAL DAAGS

      De dag vóór het onderzoek:

      Indien u gewend bent om de langwerkende insuline ’s morgens te injecteren, dan kunt u de gebruikelijke hoeveelheid injecteren. Bent u gewend om de langwerkende insuline voor het slapen gaan te injecteren, dan dient u de helft van de gebruikelijke hoeveelheid te injecteren.
       

      De dag van het onderzoek:

      Als u de langwerkende insuline normaal ‘s morgens injecteert, dan injecteert u deze morgen geen langwerkende insuline. Bij de eerste maaltijd na het onderzoek injecteert u de helft  van de gebruikelijke dosering langwerkende insuline.
      Als u de langwerkende insuline normaal ‘s avonds injecteert,  dan kunt u ‘s avonds de gebruikelijke dosis weer hervatten.

       

      De (ultra)kortwerkende insuline mag u deze morgen niet injecteren. Na het onderzoek mag u de gebruikelijke dosering (ultra)kortwerkende insuline weer hervatten

       

      Wij adviseren u deze dag de glucose vijf  keer te prikken:

      • Op het tijdstip waarop u normaliter ontbijt
      • Twee uur na het ontbijt
      • Voor de lunch of uw gebruikelijke lunchtijd
      • Voor het avondeten
      • Voor het slapen gaan

       

      Wat te doen bij lage glucosewaarden? 

      Is de bloedglucose lager dan 4, neemt u dan een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker.

       

      Wat te doen bij hoge bloedglucosewaarden?

      Is de bloedglucose hoger dan 15, dan moet u 2 eh (ultra)kortwerkende insuline injecteren.
      Is de bloedglucose hoger dan 20, dan moet u 4 eh (ultra)kortwerkende insuline injecteren.

       

      Na het onderzoek hervat u uw “gebruikelijke” insulineschema.

       

      DIABETESPROTOCOL INSULINEPOMP

      De dag vóór het onderzoek:
      Deze dag zijn er geen wijzigingen, u hoeft de basaalstand niet aan te passen en kunt alles doen zoals u gewend bent.


      De dag van het onderzoek:
      Wij adviseren u deze dag de bloedglucose vijf keer te prikken:

      • Op het tijdstip waarop u normaliter ontbijt
      • Twee uur na het ontbijt
      • Voor de lunch of uw gebruikelijke lunchtijd
      • Voor het avondeten
      • Voor het slapen gaan

       

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?

      Is de bloedglucose lager dan 4, neemt u dan een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker.

      Zijn de bloedglucosewaarden gedurende de dag lager dan zes, dan adviseren wij u om de pomp op een tijdelijk basaal van 50% in te stellen.

       

      Wat te doen bij hoge bloedglucosewaarden?

      Is de bloedglucose hoger dan 15, dan moet u 2 eh (ultra)kortwerkende insuline bolussen.
      Is de bloedglucose hoger dan 20, dan moet u 4 eh (ultra)kortwerkende insuline bolussen.

       

      Na het onderzoek hervat u uw “gebruikelijke” insulineschema.

       

      DIABETESPROTOCOL BLOEDGLUCOSEVERLAGENDE TABLETTEN

      De dag van het onderzoek:

      U hoeft geen bloedglucoseverlagende tabletten te gebruiken.
      Indien u hypo-verschijnselen krijgt (honger, beven, zweten, een trillerig gevoel, bleekheid, wazig zien, hoofdpijn, duizeligheid) of de bloedglucose is lager dan 4.0 mmol, neemt u dan een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker.

       

      De bloedglucoseverlagende tabletten kunt u bij de eerstvolgende maaltijd weer innemen. Medicatie hoeft niet ingehaald te worden.

       

      DIABETESPROTOCOL GLP-1

      De dag vóór het onderzoek:

      Indien u gewend bent om de GLP-1 ‘s morgens te injecteren, dan kunt u de gebruikelijke hoeveelheid injecteren.
      Bent u gewend om de GLP-1 ‘s avonds te injecteren, dan injecteert u deze avond geen GLP-1.


      De dag van het onderzoek:

      De GLP-1 kunt u na het onderzoek injecteren op de gebruikelijke tijd.

       

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?

      Is de bloedglucose lager dan 4: een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker, nemen.

       

      DIABETESPROTOCOL COMBINATIE INSULINE EN GLP-1

      De dag vóór het onderzoek:
      Indien u gewend bent om de combinatie insuline en GLP-1 ‘s morgens te injecteren, dan kunt u de gebruikelijke hoeveelheid injecteren.
      Bent u gewend om de combinatie insuline en GLP-1 ‘s avonds te injecteren, dan dient u 50% (1/2) van de gebruikelijke hoeveelheid te injecteren.
       

      De dag van het onderzoek:
      Het onderzoek vindt vóór 13.00 uur plaats:
      Als u de combinatie insuline en GLP-1 normaal ‘s morgens injecteert, dan injecteert u deze ochtend geen combinatie insuline en GLP-1.
      Bij de eerste maaltijd na het onderzoek injecteert u 50% (1/2) van de gebruikelijke dosering.
      Als u de combinatie insuline en GLP-1 normaal ‘s avonds injecteert, dan ‘s avonds de gebruikelijke dosis weer hervatten.

       

      Het onderzoek vindt ná 13.00 uur plaats:
      Als u de combinatie insuline en GLP-1 normaal ‘s morgens injecteert, dan injecteert u deze ochtend 50% (1/2) van de gebruikelijke dosering.
      Als u de combinatie insuline en GLP-1 normaal ‘s avonds injecteert, dan ‘s avonds de gebruikelijke dosis weer hervatten.

      Wij adviseren u deze dag de bloedglucose vijf keer te prikken:

      • Op het tijdstip waarop u normaliter ontbijt
      • Twee uur hierna
      • Voor de lunch of uw gebruikelijke lunchtijd
      • Voor het avondeten
      • Voor het slapen gaan

       

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?

      Is de bloedglucose lager dan 4: een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker, nemen.

       

       

       

       

      De informatie op deze website is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Desondanks kunnen geen rechten aan de vermelde informatie ontleend worden. Meer informatie https://www.stjansdal.nl/disclaimer
      Geprint op 29-11-2020