Sommige mensen kunnen niet inloggen met de DigiD app op hun Android-telefoon. U kunt daardoor ook problemen hebben met inloggen op MijnStJansdal. Bekijk wat u kunt doen op de website van DigiD.

Behandeling van spataderen in de balzak of rond de eierstok

Inleiding

Röntgenonderzoek en behandeling van spataderen in het kleine bekken

Spatader bij de man

Spatader bij de vrouw

U komt binnenkort naar het ziekenhuis voor een behandeling van een spatader bij de geslachtsorganen. Bij de man in een ader van de balzak (vena spermatica), bij de vrouw in een ader van het kleine bekken (de vena ovarica). De spatader wordt afgesloten en/of kleiner gemaakt, waardoor uw klachten verminderen. Deze behandeling heet embolisatie.

Het onderzoek wordt uitgevoerd door een gespecialiseerd vaatteam van de Radiologie bestaande uit een interventie-radioloog/vaatchirurg en radiologielaboranten.

De voorbereiding

Voorbereiding thuis

Afspraak

Nadat besloten is dat u in aanmerking komt voor een embolisatie behandeling, neemt de planning van de chirurgie contact met u op. U hoort dan wanneer de behandeling is.

Eten en drinken

U mag vanaf 2 uur voor het onderzoek niet eten of drinken.

Voor vrouwen; bent u zwanger of denkt u zwanger te zijn?

Vertel dit vooraf aan uw arts en aan de afdeling radiologie. Röntgenstraling kan schadelijk zijn voor een ongeboren baby.

Geen sieraden en horloges

U moet voor het onderzoek uw sieraden en horloge afdoen. Laat deze het liefst thuis. U mag uw gehoorapparaat en kunstgebit wel inhouden.

Voor het meten van uw zuurstof in het bloed mag u geen nagellak of kunstnagels dragen.

Liezen scheren

Voordat u naar het ziekenhuis komt, moet u thuis uw beide liezen ruim (!) geschoren hebben. Dit mag de avond van te voren. Dit scheren is vanwege de hygiëne in het prikgebied. Meestal wordt er vanuit een lieskant behandeld, soms vanuit beide liezen.

Neem voor uw ziekenhuisbezoek het volgende mee:

  • De pas van uw ziektekostenverzekering.

  • Een geldig legitimatiebewijs (identiteitskaart, rijbewijs, paspoort).

  • Een lijstje met de medicijnen die u gebruikt. Dit wordt ook wel een AMO (Actueel Medicatie Overzicht) genoemd.

  • Spullen voor een eventuele overnachting bij complicaties.

  • Uw eigen medicijnen om in te nemen tijdens uw verblijf.

Allergieën

Bent u overgevoelig voor jodium, contrastmiddel en/of andere medicijnen? Vertel dit dan vóór het onderzoek aan ons.

Medicijnen en bloedwaarden

Bloedverdunners

Gebruikt u bloedverdunners? Dan vertelt uw behandelend arts welke medicijnen u mag blijven gebruiken en met welke u tijdelijk moet stoppen. Soms krijgt u van de trombosedienst een aangepast schema.

Zo nodig wordt er één dag voor de behandeling bloed bij u afgenomen om uw bloedstolling te controleren. De formulieren voor het laboratorium krijgt u dan van uw behandelend arts.

Overige medicijnen

Andere medicijnen mag u gewoon innemen. Plastabletten neemt u na de behandeling weer volgens schema in.

Bloedprikken

Tien dagen voor de behandeling wordt er eventueel bloed afgenomen om de nierfunctie (GFR) te controleren.

De dag van de opname

Opname

Op de afgesproken dag en tijd meldt u zich bij de informatiebalie. U gaat daarna naar de verpleegafdeling. Als op uw afspraakbrief al een afdeling staat, meldt u zich daar.

Op de afdeling heeft u een gesprek met een verpleegkundige. De verpleegkundige geeft u extra informatie over de afdeling en het onderzoek of de behandeling.

Voorbereiding op uw onderzoek

Voor het onderzoek krijgt u een infuus in uw arm. U krijgt een operatiejasje aan.

Het is verstandig om vlak voor het onderzoek naar het toilet te gaan, zodat u tijdens het onderzoek niet hoeft. Soms wordt een tijdelijke blaaskatheter gegeven. Die gaat er na de behandeling weer uit.

De behandeling

Het filmpje geeft een indruk over het onderzoek. Omdat het onderzoek wordt afgestemd op de patiënt, verloopt het op soms op sommige momenten anders dan in het filmpje.

Tijdens het onderzoek ligt u op een onderzoekstafel en onder steriele doeken. De lies wordt plaatselijk verdoofd. Daarna wordt een dun slangetje (katheter) in de grote ader in de lies ingebracht. Hier voelt u alleen wat druk van.

Als de katheter op de juiste plaats zit, spuiten we contrastvloeistof in. Zo kunnen we de bloedvaten in het bekkengebied zichtbaar maken en zien hoe het bloed door de vaten stroomt. De spatader wordt zichtbaar. Dat helpt de radioloog de juiste behandeling te kunnen doen. Het contrastvloeistof kan kort een warm gevoel geven.

De spatader in het bekkengebied wordt vervolgens via de katheter behandeld (de 'embolisatie'). Bij een embolisatie maken we de verwijde ader kleiner of dicht met speciale metalen veertjes ('coils').

Coils in het bloedvat; in het voorbeeld bij de man

Het duurt minimaal 1 tot 1,5 uur.

Na het onderzoek

Het prikgaatje in uw lies is dichtgemaakt met een plugje of een drukverband

Het prikgaatje in het bloedvat wordt dichtgemaakt door het met de hand dicht te drukken. U krijgt ook een drukverband. Daarna gaat u terug naar de verpleegafdeling. U moet enkele uren plat blijven liggen. U mag 1 of 2 kussens onder uw hoofd. Het been waarin geprikt is, moet gestrekt blijven.

Uw bloeddruk, hartslag en de prikplaats worden gecontroleerd. U moet ook zelf het wondje in de gaten houden. Er kan een nabloeding ontstaan. Waarschuw de verpleegkundige als u twijfelt.

De verpleegkundige vertelt u wanneer u weer rechtop mag zitten.

Contrastmiddel

Het contrastmiddel verdwijnt vanzelf uit uw lichaam. U plast het uit met de urine, zonder dat u dit merkt.

Contrastmiddel is moeilijk uit het water te filteren en is schadelijk voor het milieu. Daarom krijgt u 4 plaszakken mee naar de verpleegafdeling. Wij vragen u om de eerste 4 keer na het onderzoek in een plaszak te plassen. Als u nog een plaszak over heeft bij ontslag, neemt u deze mee naar huis en plast u daar nog één keer in de zak.

Zo komt het contrastmiddel niet in het milieu terecht. De urine wordt hard in de plaszak door speciaal materiaal. Daarna mag u de plaszak bij het restafval weggooien.

Meer informatie over de plaszak vindt u in de folder Plaszak gebruiken na CT, angiografie of hartkatheterisatie.

Eten en drinken

Na het onderzoek mag u weer snel eten en drinken. Om het lichaam te helpen het contrastmiddel snel kwijt te raken, adviseren wij u om de rest van de dag meer te drinken dan u normaal doet.

Medicijnen

Als alles goed is, mag u uw medicijnen weer gebruiken die u tijdelijk had gestopt. Het kan zijn dat u nieuwe medicijnen moet gebruiken. De verpleegkundige geeft u hierover informatie.

Naar huis

Als er geen problemen zijn, mag u vaak dezelfde dag naar huis. Soms moet u één nacht in het ziekenhuis blijven.

U mag niet zelf naar de uitgang lopen en ook niet zelf autorijden of fietsen. Iemand die u ophaalt kan een rolstoel meenemen bij de hoofdingang. Ook is het belangrijk dat u de eerste dag/nacht niet alleen thuis bent.

Belangrijk

Voor een goed en snel herstel is het belangrijk dat u zich de eerste dagen na de embolisatie behandeling aan onderstaande houdt:

  • Probeer de eerste dag uw been aan de kant waar geprikt is te ontzien. Traplopen en fietsen doet u zo min mogelijk.

  • Til de eerste 2 dagen geen zware dingen (meer dan 5 kilo).

  • Vanaf de 3e dag na het onderzoek kunt u uw normale activiteiten weer oppakken.

  • Ga niet in bad en niet zwemmen zolang het wondje nog niet dicht is. Dit duurt meestal ongeveer 3-4 dagen.

  • U mag wel douchen. Maak het wondje voorzichtig schoon met water en zeep. U mag een nieuwe pleister plakken, maar dat hoeft niet.

  • Seksueel contact is toegestaan, maar kan de eerste paar dagen pijnlijk zijn.

De uitslag van het onderzoek

De radioloog maakt een verslag van het onderzoek en de bevindingen. Tijdens uw controleafspraak op de polikliniek bespreekt uw arts de uitslag met u. Dit is meestal 2 weken na het onderzoek. De verpleegkundige geeft u de afspraak mee bij uw ontslag.

Deze klachten zijn meestal niet erg en verdwijnen vanzelf. U hoeft hiervoor geen arts te bellen:

  • Sommige patiënten ervaren de eerste dagen na de behandeling meer pijn dan ervoor. Om de pijn te dempen, kunt u 4x per dag 1000 mg paracetamol per dag innemen.

  • U kunt een blauwe plek krijgen rond de prikplaats. Dit is niet erg. Het kan tot 3 weken duren voordat deze weg is.

  • U kan een wat onbestemd gevoel krijgen in hun buik na de coiling. Dit is normaal en moet vanzelf wegzakken.

  • U kunt een klein bultje voelen op de prikplaats, zo groot als een boontje. Dit is niet erg, zolang het niet groter wordt. Het bultje verdwijnt vanzelf.

Risico's op complicaties

Wat te doen bij complicaties

De kans op problemen tijdens en na het onderzoek is zeer klein (minder dan 2%). Neem contact op met uw behandelend arts bij de volgende klachten:

  • U krijgt een pijnlijke zwelling op de prikplaats.

  • Het wondje op de prikplaats raakt ontstoken of geneest slecht.

  • U krijgt koorts en/of koude rillingen.

  • U wordt kortademig of benauwd.

  • U houdt ook na meer dan een week na de behandeling (meer) pijn in uw bekken dan voor de behandeling.

Als uw klachten binnen 2 dagen na de behandeling ontstaan, neemt u contact op met uw behandelend arts via de polikliniek. Buiten kantoortijden belt u de huisartsenpost. Als de klachten daarna ontstaan, belt u uw huisarts.

Vragen?

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen over het onderzoek? Neem dan gerust contact met ons op. Het telefoonnummer van de Afdeling Radiologie is: 0341 - 46 36 50.

Heeft u andere vragen dan over de embolisatie-behandeling? Neem dan contact op met de polikliniek van uw behandelend arts.