l

Direct contact

Telefoonnummers

St Jansdal receptie (alle locaties)

0341 - 463911

Afsprakenbureau 

0341 - 463890

Poli-Apotheek St Jansdal

0341 - 435858

Helpdesk MijnStjansdal (8.30 - 12 u)

0341 - 463700

Medische hulp buiten kantoortijden

Bij levensbedreigende spoed

112

Harderwijk: Medicamus Spoedpost  

0900 - 341 0 341

Website: Medicamus Spoedpost

 

Lelystad: huisartsenpost Medrie  

0900 - 333 6 333

Website: Huisartenpost Lelystad

 

 

 

Zwangerschapsdiabetes

Zwangerschapsdiabetes

Zwangerschapsdiabetes is een vorm van diabetes die kan ontstaan tijdens de zwangerschap. Door zwangerschapshormonen wordt het lichaam minder gevoelig voor insuline. Bij zwangerschapsdiabetes kan de alvleesklier de vraag van insuline niet aan, waardoor de bloedglucosewaarden stijgen. Na de bevalling verdwijnt de zwangerschapsdiabetes in de meeste gevallen weer. Vrouwen die zwangerschapsdiabetes hebben gehad, hebben later wel een sterk verhoogde kans op het ontstaan van diabetes mellitus type 2. Iedere vrouw met zwangerschapsdiabetes komt daarom na de bevalling op nacontrole bij de internist of verpleegkundig specialist.

 

Hoe ontstaat zwangerschapsdiabetes?

In het lichaam van een zwangere vrouw verandert veel. Je maakt bijvoorbeeld andere hormonen aan. Die hormonen zorgen ervoor dat het lichaam tijdelijk minder goed reageert op insuline, het hormoon dat de bloedsuiker regelt. Tijdens een normale zwangerschap maakt het lichaam extra insuline aan. Zodat er toch genoeg insuline is om de bloedsuiker goed te houden. Maar bij zwangerschapsdiabetes gebeurt dat niet, of niet genoeg. Daardoor blijft er te veel suiker in het bloed zitten. Daarom is het goed dat u wel een behandeling voor zwangerschapsdiabetes krijgt.

 

Suikertest

Het minder gevoelig worden van de cellen treedt op in het tweede deel van de zwangerschap. Dit is de reden dat de suikertest in het algemeen pas in de tweede helft van de zwangerschap wordt gedaan. Er kunnen natuurlijk omstandigheden zijn waardoor de test eerder of later uitgevoerd moet worden. Normaal kan het lichaam een zwangerschap goed aan, maar als de cellen erg ongevoelig worden en/of als de alvleesklier de extra insuline niet voldoende aan kan maken, kan de bloedglucose gaan stijgen. Mocht dit het geval zijn, dan wordt dit met behulp van de suikertest aangetoond. Voor meer informatie kunt u de folder OGTT raadplegen.

 

Behandeling zwangerschapsdiabetes

De behandeling van zwangerschapsdiabetes in Diabetescentrum St Jansdal wordt begeleid door de internist samen met de diabetesverpleegkundige en de diëtist. De internist is verantwoordelijk voor het goed reguleren van de bloedglucose van de moeder tijdens en na de zwangerschap. Om een goed beeld te krijgen van uw bloedglucose krijgt u van de diabetesverpleegkundige een bloedglucosemeter om zelf thuis u bloedglucose te kunnen meten. In eerste instantie wordt geprobeerd de bloedglucose te normaliseren door de voeding aan te passen. U gaat hiervoor naar de diëtist. Als de bloedglucose niet voldoende te regelen zijn met adviezen/aanpassingen van uw voedingspatroon en beweging, moet er een andere behandeling gestart worden. Dit betekent dat u insuline moet gaan spuiten, meestal alleen bij de maaltijden. Veel vrouwen zien hier begrijpelijk tegen op.

 

Diabetesverpleegkundige

Na verwijzing heeft u een gesprek met de diabetesverpleegkundige. Deze geeft u informatie over zwangerschapsdiabetes en instructie over het meten van uw bloedglucose. Op die manier krijgen we een goed beeld van uw bloedglucose over de gehele dag. Dit komt de verdere behandeling ten goede.

  

Behandeling tijdens de bevalling

Zwangerschapsdiabetes kan betekenen dat u in het ziekenhuis moet bevallen. Na de geboorte wordt de bloedglucosespiegel van uw baby regelmatig gecontroleerd. Na de geboorte wordt de navelstreng met de moeder doorgeknipt en krijgt de baby zijn glucose via borst/flesvoeding. Uw baby krijgt indien nodig, voeding om daling in de bloedsuikerspiegel zo veel mogelijk te voorkomen. Als de extra voeding onvoldoende blijkt, neemt de kinderarts de zorg voor uw baby over. De baby gaat samen met u naar de couveuse-unit.

 

Als u tijdens de zwangerschap insuline heeft gebruikt, kunt u daar meestal voor/tijdens de bevalling mee stoppen. Dit gaat in overleg met de internist, gynaecoloog of diabetesverpleegkundige. U krijgt bij 34-36 weken een format toegestuurd met de informatie die u nodig heeft tijdens/na de bevalling.