l

Direct contact

Telefoonnummers

St Jansdal receptie (alle locaties)

0341 - 463911

Afsprakenbureau 

0341 - 463890

Poli-Apotheek St Jansdal

0341 - 435858

Helpdesk MijnStjansdal (8.30 - 12 u)

0341 - 463700

Medische hulp buiten kantoortijden

Bij levensbedreigende spoed

112

Harderwijk: Medicamus Spoedpost  

0900 - 341 0 341

Website: Medicamus Spoedpost

 

Lelystad: huisartsenpost Medrie  

0900 - 333 6 333

Website: Huisartenpost Lelystad

 

 

 

Diabetes mellitus type 1

Diabetestype 1

Bij diabetes mellitus type 1 maakt  de alvleesklier helemaal geen insuline meer aan. Hoe dat komt is niet goed bekend. Een erfelijke aanleg kan een rol spelen, maar ook een infectie kan ervoor zorgen dat het lichaam de insuline-producerende cellen als indringers beschouwt en ze vernietigt. Het gevolg hiervan is een voortdurend gebrek aan insuline. Diabetes mellitus type 1 ontstaat over het algemeen op jonge leeftijd. In sommige gevallen verloopt de aanval op de insulineproducerende cellen langzamer en ontstaan de eerste verschijnselen van diabetes mellitus pas op latere leeftijd. Dit is een vertraagde vorm van diabetes mellitus type 1, ook wel LADA genoemd.

 

Omdat het lichaam zelf geen insuline meer kan aanmaken, bestaat de behandeling altijd uit het injecteren van insuline. Hierbij injecteert iemand meerdere keren per dag insuline bij zichzelf. Er zijn ook mensen die insuline door middel van een insulinepomp bij zichzelf toedienen.

 

Contact buiten kantoortijden

Heeft u type 1 diabetes en is er sprake van ernstige ontregeling, braken of ernstig ziek zijn? Dan kunt u voor dringend medisch advies buiten kantoortijden met ons contact opnemen via: 0341-463911 en laten doorverbinden met afdeling 3 west, Interne Geneeskunde met de volgende gegevens:

 

- Naam en geboortedatum

- Naam behandelaar (indien bekend)

- Welke diabetesbehandeling en de hoeveelheden insuline / de insulinepompstanden

- Hulpvraag

- Al gedane acties

- Laatste glucosemetingen

Diabetes mellitus type 2

Diabetes type 2

Diabetes mellitus type 2 is de meest voorkomende vorm van diabetes en heeft twee oorzaken:

 

1) De lichaamscellen zijn niet meer in staat voldoende glucose (bloedsuiker) op te nemen. Dit wordt insulineresistentie (ongevoeligheid) genoemd. Insuline ongevoeligheid hangt vaak samen met overgewicht, roken, een te hoog cholesterol, een te hoge bloeddruk en nierfalen.

2) Na verloop van tijd maakt de alvleesklier ook minder insuline aan dan nodig. 

 

Naast deze twee orrzaken is de kans op het ontstaan van diabetes mellitus type 2 verhoogd als de aandoening in de familie voorkomt of als iemand ooit zwangerschapsdiabetes heeft gehad.

 

Verhoogde glucosewaarden kunnen verlaagd worden door gezonde voeding, voldoende beweging en medicijnen. Ons diabetesteam geeft hierover adviezen. Deze vormen de basis van de behandeling voor iedereen met diabetes mellitus type 2. De behandeling met medicijnen van diabetes mellitus type 2 begint meestal met tabletten. Op de lange termijn is de behandeling met tabletten vaak niet meer voldoende. Dan is het injecteren van insuline de volgende stap.

 

Type 2 diabetes moet vooral gezien worden als een risicofactor voor het ontstaan van hart- en vaatziekten. Hoge bloedglucoses kunnen schade geven aan grote en kleine bloedvaten (vooral in ogen, nieren en zenuwen). Om deze schade te voorkomen is verlagen van de bloedglucose in combinatie met een goede bloeddruk en normaal cholesterol erg belangrijk. 

 

Behandeling 

De meeste mensen met diabetes type 2 worden behandeld door de huisarts en de praktijkondersteuner. De huisartsen van de Noord-West Veluwe hebben zich voor het ontwikkelen van ondermeer hun bekwaamheid in de diabeteszorg georganiseerd in de Zorggroep Medicamus (zie www.medicamus.nl). En in Flevoland is dit zorggroep Medrie zie (medrie.nl/diabetes-mellitus.)

 

Voor diabetespatiënten die een intensievere bloedsuiker verlagende behandeling nodig hebben of die complicaties hebben gekregen, kan het nodig zijn dat zij (tijdelijk) behandeld worden door het diabetesteam in Diabetescentrum St Jansdal. De huisarts verwijst de patiënt door.

   

Zwangerschapsdiabetes

Zwangerschapsdiabetes

Zwangerschapsdiabetes is een vorm van diabetes die kan ontstaan tijdens de zwangerschap (3-7% van de zwangerschappen). Door zwangerschapshormonen wordt het lichaam minder gevoelig voor insuline. Bij zwangerschapsdiabetes kan de alvleesklier die insuline aanmaakt de extra vraag naar insuline niet aan, waardoor de bloedglucosewaarden stijgen. Na de bevalling verdwijnt de zwangerschapsdiabetes in de meeste gevallen weer. Vrouwen die zwangerschapsdiabetes hebben gehad, hebben later wel een sterk verhoogde kans op het ontstaan van diabetes mellitus type 2. Iedere vrouw met zwangerschapsdiabetes komt daarom na de bevalling op nacontrole bij de internist of verpleegkundig specialist.

 

Hoe ontstaat zwangerschapsdiabetes?

In het lichaam van een zwangere vrouw verandert veel. U maakt bijvoorbeeld andere hormonen aan. Die hormonen zorgen ervoor dat het lichaam tijdelijk minder goed reageert op insuline, het hormoon dat de bloedsuiker regelt. Tijdens een normale zwangerschap maakt het lichaam extra insuline aan, zodat er toch genoeg insuline is om de bloedsuiker goed te houden. Maar bij zwangerschapsdiabetes gebeurt dat niet, of niet genoeg. Daardoor blijft er te veel suiker in het bloed zitten. Deze suikers gaan vervolgens via de navelstreng naar uw baby en uw baby kan daardoor bijvoorbeeld te zwaar worden, hetgeen gezondheidsrisico’s voor de baby zelf en voor u oplevert. Daarom is het belangrijk dat u een behandeling voor zwangerschapsdiabetes krijgt als deze diagnose gesteld is.

 

Suikertest

Het vaststellen van diabetes in de zwangerschap gebeurt met een suikertest (ook wel OGTT genoemd). Het minder gevoelig worden van de cellen treedt op in het tweede deel van de zwangerschap. Dit is de reden dat de suikertest in het algemeen pas in de tweede helft van de zwangerschap wordt gedaan. Er kunnen natuurlijk omstandigheden zijn waardoor de test eerder of later uitgevoerd moet worden. 

De suikertest is een test waarbij gekeken wordt of u te hoge glucose waardes in uw bloed heeft, wat een teken is van zwangerschapsdiabetes. Voor meer informatie kunt u de folder OGTT raadplegen. Indien u een gastric bypass ingreep heeft ondergaan, mag u geen suikertest doen en wordt met u afgesproken om in plaats daarvan een glucose dagcurve bij te houden door middel van een prik in de vinger.

 

Behandeling zwangerschapsdiabetes

De behandeling van zwangerschapsdiabetes in Diabetescentrum St Jansdal wordt begeleid door de internist samen met de diabetesverpleegkundige, de diëtist en de gynaecoloog. De internist is verantwoordelijk voor het goed reguleren van de bloedglucose van de moeder tijdens en na de zwangerschap. Om een goed beeld te krijgen van uw bloedglucose krijgt u van de diabetesverpleegkundige een bloedglucosemeter om zelf thuis u bloedglucose te kunnen meten. In eerste instantie wordt geprobeerd de bloedglucose te normaliseren door de voeding aan te passen. U gaat hiervoor naar de diëtist. Als de bloedglucose niet voldoende te regelen zijn met adviezen/aanpassingen van uw voedingspatroon en beweging, moet er een andere behandeling gestart worden. Dit betekent dat u insuline moet gaan spuiten, meestal alleen bij de maaltijden. Dit is een veilige behandeling om geleidelijk uw suikers weer naar goede waardes te krijgen.

 

Diabetesverpleegkundige

Na verwijzing heeft u een gesprek met de diabetesverpleegkundige. Deze geeft u informatie over zwangerschapsdiabetes en instructie over het meten van uw bloedglucose. Op die manier krijgen we een goed beeld van uw bloedglucose over de gehele dag. Dit komt de verdere behandeling ten goede.

  

Behandeling tijdens de bevalling

Zwangerschapsdiabetes kan betekenen dat u in het ziekenhuis moet bevallen. Na de geboorte wordt de bloedglucosespiegel van uw baby regelmatig gecontroleerd. Na de geboorte wordt de navelstreng met de moeder doorgeknipt en krijgt de baby zijn glucose via borst/flesvoeding. Uw baby krijgt indien nodig, voeding om daling in de bloedsuikerspiegel zo veel mogelijk te voorkomen. Als de extra voeding onvoldoende blijkt, neemt de kinderarts de zorg voor uw baby over. De baby gaat samen met u naar de couveuse-unit.

 

Als u tijdens de zwangerschap insuline heeft gebruikt, kunt u daar meestal kort voor/tijdens de bevalling mee stoppen. Dit gaat in overleg met de internist, gynaecoloog of diabetesverpleegkundige. U krijgt bij 34-36 weken een format toegestuurd met de informatie die u nodig heeft tijdens/na de bevalling.