l

Direct contact

Telefoonnummers

St Jansdal receptie (alle locaties)

0341 - 463911

Afsprakenbureau 

0341 - 463890

Poli-Apotheek St Jansdal

0341 - 435858

Helpdesk MijnStjansdal (8.30 - 12 u)

0341 - 463700

Medische hulp buiten kantoortijden

Bij levensbedreigende spoed

112

Harderwijk: Medicamus Spoedpost  

0900 - 341 0 341

Website: Medicamus Spoedpost

 

Lelystad: huisartsenpost Medrie  

0900 - 333 6 333

Website: Huisartenpost Lelystad

 

 

 

VlagB
Folders

Single Ballon Endoscopie

Versienr: 4
Inhoud van dit artikel
    Inhoud van dit artikel

      Wat is een single ballon endoscopie? 

      Een single ballon onderzoek is een inwendig onderzoek waarbij een groot deel van de dunne darm wordt bekeken. De dunne darm kan worden bereikt via de mond en de maag of via de anus en de dikke darm. Het onderzoek wordt verricht met behulp van een endoscoop. Dit is een flexibele, bestuurbare slang waarin een camera bevestigd is. De endoscoop en camera zijn verbonden met een beeldscherm, zodat de arts uw dunne darm nauwkeurig kan bekijken.
       

      Het onderzoek wordt uitgevoerd door een maag-darm-leverarts (MDL-arts). Deze wordt tijdens het onderzoek bijgestaan door één of meerdere endoscopie laboranten. Zij zullen u vlak voor en tijdens het onderzoek zoveel mogelijk toelichting en aanwijzingen geven.
       

      Hoe verloopt het onderzoek? 

      Op de behandelkamer maakt u kennis met de zorgverleners die het onderzoek bij u zullen uitvoeren. Vervolgens wordt er een infuusnaald in uw hand of arm ingebracht. Hierna wordt u verzocht om op uw linkerzij te gaan liggen. Via het infuus wordt de medicatie voor het “roesje” toegediend. Via de mond of anus wordt de scoop ingebracht en vervolgens opgevoerd naar de dunne darm. Hierbij wordt koolzuurgas (CO2) ingeblazen om de darmen te ontplooien. Dit geeft een vol, soms pijnlijk gevoel. Nadat de arts het hele gebied nauwkeurig onderzocht heeft en er eventueel weefsel en/of poliepen weggenomen zijn, wordt de endoscoop verwijderd en is het onderzoek klaar. U wordt teruggebracht naar de uitslaapkamer en als u voldoende wakker bent, mag u weer naar huis.
       

      Wat zijn de risico’s? 

      Een single ballon endoscopie is een veilig onderzoek. Toch kan er een enkele keer een complicatie optreden. Dit kunnen een nabloeding en een perforatie zijn. Dit risico is zeer laag, maar in zeldzame gevallen kan er hierdoor een operatie nodig zijn. De risico’s worden met u besproken.
       

      Hoelang duurt het onderzoek? 

      U bent in totaal ongeveer 120 minuten in de behandelkamer. Het onderzoek zelf duurt ongeveer 90 minuten. Na afloop verblijft u nog enige tijd op de uitslaapkamer. U kunt rekenen op een verblijf in het ziekenhuis van ongeveer vier uur.
       

      Na het onderzoek 

      Na het onderzoek meten verpleegkundigen regelmatig uw bloeddruk en controleren zij het zuurstofgehalte in uw bloed. Wanneer u goed wakker bent en alle controles stabiel zijn, wordt het infuus verwijderd. U kunt uw normale eetpatroon hervatten. Door de toegediende medicatie kunt u de rest van de dag last hebben van een verminderd reactievermogen, concentratiestoornissen en een verminderd geheugen. Wij raden u dan ook aan om de rest van de dag geen afspraken te maken. Ook dient u er rekening mee te houden dat u gedurende 24uur niet aan het verkeer mag deelnemen. U kunt nog (enkele uren tot een dag) last hebben van winderigheid en krampen ten gevolge van de lucht die tijdens het onderzoek is ingeblazen. Eventuele medicatie kunt u weer volgens voorschrift innemen.

       

      Wanneer is de uitslag bekend?

      Meteen na het onderzoek geeft de arts een eerste indruk aan de verpleegkundigen van de uitslaapkamer door. Tevens wordt er direct een verslag gestuurd naar de arts die het onderzoek heeft aangevraagd. Wanneer er biopten genomen zijn, duurt het ongeveer tien werkdagen voor de uitslag hiervan bekend is. Mede daardoor duurt het vaak minimaal twee weken voordat de definitieve uitslag aan u kan worden gegeven.

       

      Aandachtspunten

      • Voor dit onderzoek is het noodzakelijk dat uw darm goed gereinigd is. Uw arts zal u hierover informeren.
      • In het protocol Pleinvue treft u informatie aan over het laxeren.
      • Pleinvue reinigt uw darmen en zorgt er voor dat u diarree krijgt. Houdt u er daarom rekening mee dat u tijdens het drinken van de Pleinvue het beste thuis kunt blijven.
      • Neemt geen ijzertabletten in de week voorafgaand aan het onderzoek.
      • Laat geen maag- of darmfoto’s met contrastvloeistof maken in de week voorafgaand aan het onderzoek.
      • Uw medicatie kunt u op de dag van het onderzoek gewoon blijven gebruiken (tabletten mogen met een slokje water tot uiterlijk twee uur vóór het onderzoek ingenomen worden of anders na het onderzoek), tenzij uw arts andere instructies heeft gegeven.
      • Lees indien van toepassing de aanwijzingen voor gebruik bloedverdunners verderop in deze folder.
      • Lees indien van toepassing de aanwijzingen voor patiënten met diabetes verderop in deze folder.
      • De anticonceptiepil is vanwege de laxeerkuur niet meer betrouwbaar.
      • Door de diarree die u krijgt, kan de huid rondom uw anus rood en pijnlijk worden. Dit probleem kunt u verminderen door de huid rondom uw anus voor de laxeerkuur te beschermen met Sudocreme.
      • Tijdens het onderzoek kunt u uw "gewone" kleding aanhouden. Vermijdt u echter strak zittende of knellende kleding.
      • Sieraden en andere kostbaarheden kunt u beter thuis laten.
      • I ndien u een roesje krijgt, is het noodzakelijk dat u begeleiding meeneemt. Wanneer u niet begeleid of opgehaald kunt worden, is het niet mogelijk dat u een roesje krijgt.

       

      Neemt u contact op wanneer u na het onderzoek last heeft van de volgende klachten:

      • Koorts boven de 38,5 graden.
      • Aanhoudende buikpijn die uiterlijk drie dagen na de scopie begonnen is.
      • Bloedverlies en/of zwarte ontlasting tot uiterlijk tien dagen na de scopie begonnen.

       

      Contact 

      U kunt ons bereiken op de volgende telefoonnummers:

      Functieafdeling (0341) 463538 (maandag t/m vrijdag van 08.30 uur tot 16.30 uur)
      Poli MDL (0341) 463899 (maandag t/m vrijdag van 08.30 uur tot 16.30 uur)
       

      Buiten kantoortijden 

      Heeft u na uw bezoek aan het ziekenhuis vragen?

      De eerste vijf dagen na het bezoek kunt u contact met ons opnemen via het algemene nummer van het ziekenhuis: 0341-463911. De receptioniste zal u doorverbinden met de afdeling waar u uw vraag kunt stellen.

      Is het langer dan vijf dagen geleden? Neem dan contact op met uw eigen huisarts of buiten kantoortijden met de Huisartsenpost via 0900 – 341 0 341.

       

      Wat neemt u mee naar het ziekenhuis?

      Wij verzoeken u de volgende voorwerpen mee te nemen als u voor uw onderzoek komt:

      • De zorgpas van uw verzekering.
      • Een patiëntenpas van ziekenhuis St Jansdal (indien u geen pas heeft of deze verlopen is, dan verzoeken wij u een nieuwe pas te maken bij de receptie of de zelfservicezuil in de hal).
      • Een geldig legitimatiebewijs, bij voorkeur paspoort of rijbewijs. De legitimatieplicht geldt voor iedereen, ongeacht leeftijd.
      • Een recente lijst van de door u gebruikte medicijnen, verkrijgbaar bij de apotheek. Denk ook aan medicatie die niet op recept wordt verstrekt.
      • Extra ondergoed.
      • Uw eigen medicatie.
      • Eventueel het CPAP apparaat dat u gebruikt tijdens het slapen.

       

      Aanwijzingen voor gebruik bloedverdunners

      (N.B. Onderstaande informatie is alleen van toepassing als u bloedverdunners gebruikt)

      Soms dienen bloedverdunners een aantal dagen voor het onderzoek gestaakt worden. Dit moet echter altijd gebeuren in overleg met een arts. Neemt u daarom contact op met de arts die het onderzoek aanvraagt. Hieronder volgt een globale richtlijn:

       

      Niet stoppen:
      Trombocytenaggregatieremmer zoals:
      Acetylsalicylzuur, Carbasalaatcalcium (Ascal), Dipyridamol (Persantin), Clopidogrel (Plavix), Prasugrel (Efient) en Ticargrelor (Brilique)

       

      Overleg Trombosedienst:
      Acenocoumarol (Sintrom) of Fenprocoumon (Marcoumar)

       

      Overleg arts:
      NOAC (Non-VKA Orale Anti Coagulantia) zoals:
      Rivaroxaban (Xarelto), Dabigatran (Pradaxa), Apixaban (Eliquis)

       

      Indien nodig geeft de arts die het onderzoek verricht u na het onderzoek aanvullend advies over het herstarten van de medicatie, mede afhankelijk van de uitkomsten van de scopie.

       

      Aanwijzingen voor mensen met een stoma

      Dikke darmstoma (Colostoma)

      U volgt de “normale” voorbereiding, waaronder het drinken van twee liter laxeerdrank.
      In verband met de dunne ontlasting die u door de laxeerkuur krijgt, is een zogenaamde “open” stomazak noodzakelijk. Dit is een stomazak die aan de onderkant geopend kan worden waardoor u deze in het toilet kunt legen. Vraag uw stomaconsulente gerust om advies.

       

      Voor vragen over uw stoma en het gebruik van uw stomamateriaal kunt u terecht bij uw stomaconsulente. Zij is van maandag tot en met vrijdag van 08.30 tot 17.00 uur aanwezig op de stomapoli van ziekenhuis St Jansdal. U volgt hiervoor looproute 0.72. Het telefoonnummer van de stomapoli is (0341) 463594.

       

      Neemt u op de dag van het onderzoek voldoende van uw eigen stomamateriaal mee naar het ziekenhuis.

       

      Voorbereiding single ballon endoscopie

      Voor dit onderzoek is het noodzakelijk dat de gehele darm goed gereinigd is. Enkele dagen voor het onderzoek begint u daarom thuis al met de voorbereiding, waaronder het drinken van een liter laxeerdrank (PLEINVUE). Hiervoor krijgt u van het ziekenhuis een recept mee dat u bij de apotheek kunt inleveren.

       

      schone darm           vuile darm

         

          

      helder zicht             vaag zicht

       

      Drie dagen voor het onderzoek

      Wij verzoeken u om vanaf nu geen etenswaren met pitjes, zaden of graankorrels meer te nemen (zoals bijvoorbeeld; druiven, kiwi’s, sesamcrackers, grof volkorenbrood). Pitjes, zaden en graankorrels verteren langzaam en blijven daardoor lang in de darmen aanwezig. Tijdens het onderzoek bemoeilijken ze het zicht en kunnen ze de endoscoop verstoppen.

       

      Twee dagen voor het onderzoek

      Indien u vezelpreparategebruik(bijvoorbeelMetamucil, VolcolonFiberformStimulance multifibre mixdastopt u hiermetonheonderzoek.

       

      U volgt vanaf het ontbijt een vezelarm dieet. U kunt hierbij kiezen uit de volgende voedingsmiddelen:

       

        Ontbijt/Lunch:   Warme maaltijd:   Dessert:
       Beschuit  Soep of bouillon  Gladde vla of pudding

       Wit of lichtbruin brood (zonder

       zaden, graankorrels en

       korstjes)

       Gekookte aardappelen,

       aardappelpuree

       Kwark of yoghurt (zonder fruit

       of ander vulsel)

       Boter, margarine

       Gekookte wortels, bloemkool

       en broccoli

       IJs (zonder fruit of ander

       vulsel)

       Mild gekruide, magere

       vleeswaren

       Witte rijst, pasta (geen

       volkoren)

       
       Kaas (zonder pitjes)

       Magere lichtgekruide vlees-,

       vis-, kipproducten zonder

       paneermeel of vel

       

       Jam (zonder stukjes), honing,

       stroop, chocoladepasta

       Magere jus  

       

      Dranken :

      • thee, koffie
      • melk, karnemelk, yoghurtdrank
      • limonade (zonder koolzuur)
      • vruchtensap
      • water

      Let op: Producten die niet in het dieet genoemd worden, mag u niet gebruiken!!

       

      Een davoor het onderzoek

      Ook vandaag volgt u het vezelarm dieet en kiest u voor het ontbijt, de lunch en de warme maaltijd uit de eerder genoemde producten. Na 16.00 uur is alleen het drinken van heldere vloeistoffen nog toegestaan.

      Indien u ee(warmeavondmaaltijwenstgebruikenmoet u daduvóó16.0uudoen.

       

      Heldere vloeistoffen:

      • Heldere bouillo(zondegroentevleeovermicelli)

      • Thee, koffi(zondemelk!)
      • Heldere limonad(zondekoolzuur)
      • Helder vruchtensap (bijvoorbeeld appelsapwitte druivensap)
      • Water

          

       

       

      Tussen 18.00 uur en 19.00 uur drinkt u het laxeermiddel en de heldere vloeistoffen. In de eerste 30 minuten drinkt u de eerste 500 ml PLEINVUE, en in de laatste 30 minuten nog minimal 1000 ml heldere vloeistoffen. Vanaf 19.00 uur tot het naar bed gaan drinkt u nog minimaal 500 ml heldere vloeistoffen.

       

      Wij verzoeken u odrichtlijneidbijsluiter van het laxeermiddel te negeren en uitsluitend daanwijzingevadiboekjotvolgen.

       

       Bereiding van de PLEINVUE:

       Een verpakkinPLEINVUE bevat 3 zakjes;  1 x zakje dosis 1 en 2 x zakje dosis 2 (A+B).

       Om 500 ml laxeerdrantmakemengt u 1 zakje  dosis 1 met 500 ml (niet bruisend) water.

       De volgende  dag mengt u dosis 2 (zakjes A+B) met 500 ml (niet  bruisend) water.

       Roer het mengsel vervolgens tot het  poeder volledig is opgelost. Dit kan enige minuten duren.

       

      Tips ohedrinkevadPLEINVUE tvergemakkelijken:

      • Zet dlaxeerdraneetijdjidkoelkast.

      • Drink meeerietjzodat u emindevaproeft.
      • Voeg peglaeescheutjlimonadesirooohelder vruchtensap toe.
      • Drink niet gehaast, maar neem de tijd voor het drinken van de PLEINVUE: verdeel over de eerste 30 minuten de 500 ml PLEINVUE en verdeel over de tweede 30 minuten de 1000 ml heldere vloeistof.

       

      De dag van het onderzoek

      Vandaag drinkt u nogmaals het laxeermiddel en de heldere vloeistof in 2 uur tijd afhankelijk van het tijdstip van het onderzoek. Start voordat u begint met de PLEINVUE eerst met een kopje thee of een andere heldere vloeistof, zodat u iets in uw maag heeft. U drinkt d500 ml PLEINVUE verdeelt ovehet eerste uur en daarna drinkt u minimaal  1000 ml heldere vloeistoffen gedurende het tweede uur van de voorbereidingstijd. Verder blijft u helemaal nuchter. Tablettedie u vauartdoomoet gebruikekunt u zo nodig met een slokje water tot uiterlijk tweuuvooheonderzoeinnemeoandernhet onderzoek.

      Om het onderzoek goed te laten verlopen en te zorgen dat de arts een duidelijk beeld van uw darmen krijgt, is het absoluut noodzakelijk dat uw darmen optimaal gereinigd zijn.

      Afhankelijk van het tijdstip van het onderzoek kan dit betekenen dat u op de dag van het onderzoek vroeg op moet staan om de resterende 500 ml PLEINVUE te drinken. Wij vragen hiervoor uw begrip en rekenen op uw medewerking.

       

      Laxeerschema

      Tijdstip onderzoek

      2e 500 ml PLEINVUE +

      minimaal 1000 ml  heldervloeistof

      08.30 uur – 09.0uur

      03.30 uur – 05.3uur

      09.00 uur – 09.3uur

      04.00 uur – 06.0uur

      09.30 uur – 10.0uur

      04.30 uur – 06.3uur

      10.00 uur – 10.3uur

      05.00 uur – 07.0uur

      10.30 uur – 11.0uur

      05.30 uur – 07.3uur

      11.00 uur – 11.3uur

      06.00 uur – 08.0uur

      11.30 uur – 12.0uur

      06.30 uur – 08.3uur

      12.00 uur – 12.3uur

      07.00 uur – 09.0uur

      13.00 uur – 13.3uur

      08.00 uur – 10.0uur

      13.30 uur – 14.0uur

      08.30 uur – 10.3uur

      14.00 uur – 14.3uur

      09.00 uur – 11.0uur

      14.30 uur – 15.0uur

      09.30 uur – 11.3uur

      15.00 uur – 15.3uur

      10.00 uur – 12.0uur

      15.30 uur – 16.0uur

      10.30 uur – 12.3uur

      16.00 uur – 16.3uur

      11.00 uur – 13.0uur

       

      Bereidt de tweede 500 ml PLEINVUE volgens deerdebeschreven instructie.

       

      Na hedrinkevadlaatste 500 ml PLEINVUE eminimaal 1 liteheldervloeistoblijft u helemaal nuchtetonhet onderzoek!

       

      De darmreiniging

      Wanneer de darmreiniging goed gelukt is, komt er alleen nog maar heldere, soms lichtgele vloeistof in het toilet zoals op de eerste afbeelding. U bent dan klaar voor het onderzoek.                                                                           

              

            

      Geel en helder             Oranje en bijna helder                 Donker en troebel 

                                              

       

       

       

      Aanwijzingen voor mensen met diabetes

      PROTOCOL DIABETES BIJ SINGLE BALLON ENDOSCOPIE

       

      Informatie voor patiënten met diabetes (N.B. onderstaande informatie is alleen van toepassing als u diabetes hebt)

       

      Binnenkort heeft u een afspraak voor een single ballon endoscopie. Tijdens de voorbereidingsdagen kunt u last krijgen van te hoge of te lage bloedglucosewaarden. Om dit zoveel mogelijk te voorkomen, adviseren wij de voor u geldende instructies nauwkeurig op te volgen, dit naast de andere voorbereidingen die u voor het onderzoek moet treffen.
       

      Bij vragen kunt u contact opnemen met één van de diabetesverpleegkundigen van het St Jansdal via de assistentes van de poli interne: van maandag tot en met vrijdag van 08:30 uur tot 16:00 uur: telefoonnummer: 0341 463747
      Als u belt graag doorgeven welke insulinesoort u gebruikt en hoeveel eenheden u altijd injecteert/bolust.

       

      Lees hieronder de instructies die voor u op toepassing zijn, kies uit:

      • Protocol insuline eenmaal daags

      • Protocol insuline tweemaal daags
      • Protocol insuline viermaal daags
      • Protocol insulinepomp
      • Protocol bloedglucose verlagende tabletten
      • Protocol GLP-1
      • Protocol combinatie insuline en GLP-1

       

      DIABETESPROTOCOL INSULINE EENMAAL DAAGS

      Wij adviseren u de komende dagen de bloedglucose vier keer te prikken:

      • Voor het ontbijt
      • Voor de lunch
      • Voor het avondeten
      • Voor het slapen gaan

       

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?

      Is de bloedglucose lager dan 4:
      6 tabletten dextro of een glas “gewone” limonade (dus wel met suiker) nemen.

       

      2 dagen voor het onderzoek (vezelarm dieet)

      U dient uw gebruikelijke hoeveelheid te injecteren.

       

      1 dag voor het onderzoek(vezelarm dieet volgens afspraak, daarna helder vloeibaar dieet en 1e inname Pleinvue)

      Indien u gewend bent om de langwerkende insuline ‘s morgens te injecteren, dan dient u 75% (3/4) van uw gebruikelijke hoeveelheid te injecteren.
      Bent u gewend om de langwerkende insuline voor het avondeten of voor het slapen gaan te injecteren, dan dient u 50% (1/2) van uw gebruikelijke hoeveelheid te injecteren.

       

      De dag van het onderzoek (2e inname Pleinvue)

      Indien u gewend bent om de langwerkende insuline ‘s morgens te injecteren, dan dient u 50% (1/2) van de gebruikelijke hoeveelheid te injecteren.
      Bent u gewend om de langwerkende insuline voor het avondeten of voor het slapen gaan te injecteren, dan kunt u de gebruikelijke hoeveelheid injecteren.
       

      DIABETESPROTOCOL INSULINE TWEEMAAL DAAGS

      Gebruikt u tweemaal daags (middel) langwerkende insuline? Neem dan contact op met één van de diabetesverpleegkundige.

       

      Wij adviseren u de komende dagen de bloedglucose vier keer te prikken:

      • Voor het ontbijt
      • Voor de lunch
      • Voor het avondeten
      • Voor het slapen gaan

       

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?

      Is de bloedglucose lager dan 4:
      6 tabletten dextro of een glas “gewone” limonade (dus wel met suiker) nemen.

       

      2 dagen voor het onderzoek (vezelarm dieet) 

      U dient uw gebruikelijke hoeveelheid te injecteren.

       

      1 dag voor het onderzoek(vezelarm dieet volgens afspraak, daarna helder vloeibaar dieet en 1e inname Pleinvue)

      Voor het ontbijt dient u uw gebruikelijke hoeveelheid te injecteren.
      Voor het avondeten dient u 50% (1/2) van uw gebruikelijke hoeveelheid te injecteren.

       

      De dag van het onderzoek (2e inname Pleinvue)
      Indien het onderzoek ‘s morgens plaatsvindt, dient u de eerste maaltijd na het onderzoek 50% (1/2) van uw gebruikelijke dosering te injecteren.
      Indien het onderzoek ‘s middags plaatsvindt, kunt u ‘s avonds uw gebruikelijke dosering injecteren.
       

      DIABETESPROTOCOL INSULINE VIERMAAL DAAGS

      Wij adviseren u de komende dagen de bloedglucose vier keer te prikken:

      • Voor het ontbijt
      • Voor de lunch
      • Voor het avondeten
      • Voor het slapen gaan

       

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?

      Is de bloedglucose voor de maaltijd lager dan 5 mmol/l, dan moet u 2 eh (ultra)kortwerkende insuline minder injecteren.
      Is de bloedglucose lager dan 4:
      6 tabletten dextro of een glas “gewone” limonade (dus wel met suiker) nemen en 2 eh (ultra)kortwerkende insuline minder injecteren.

       

      Wat te doen bij hoge bloedglucosewaarden? 

      Bijspuitschema:
      Is de bloedglucose hoger dan 15, dan dient u 2 eh (ultra)kortwerkende insuline extra te injecteren.
      Is de bloedglucose hoger dan 20, dan dient u 4 eh (ultra)kortwerkende insuline extra te injecteren.

       

      2 dagen voor het onderzoek (vezelarm dieet) 

      U dient uw gebruikelijke hoeveelheid te injecteren.

       

      1 dag voor het onderzoek(vezelarm dieet volgens afspraak, daarna helder vloeibaar dieet en 1e inname Pleinvue)

      Indien u gewend bent om de langwerkende insuline
      ’s morgens te injecteren, dan dient 75% (3/4) van uw gebruikelijke hoeveelheid te injecteren.
      Bent u gewend om de langwerkende insuline voor het avondeten of voor het slapen gaan te injecteren, dan dient u 50% (1/2) van uw gebruikelijke hoeveelheid te injecteren.

       

      Voor uw ontbijt en voor uw lunch dient u uw gebruikelijke hoeveelheid (ultra)kortwerkende insuline te injecteren.
      Voor het avondeten alleen het bijspuitschema volgen.

       

      De dag van het onderzoek (2e inname Pleinvue) 

      Indien u gewend bent om de langwerkende insuline ‘s morgens te injecteren, dan dient u 50% (1/2) van de gebruikelijke hoeveelheid te injecteren.
      Bent u gewend om de langwerkende insuline voor het avondeten of voor het slapen gaan te injecteren, dan dient u de gebruikelijke hoeveelheid te injecteren.
      Voor de (ultra)kortwerkende insuline dient u het bijspuitschema te volgen.
      Na het onderzoek dient u uw gebruikelijke hoeveelheid te injecteren.

       

      DIABETESPROTOCOL INSULINEPOMP

      Wij adviseren u de komende dagen de bloedglucose zeven keer te prikken:

      • Voor het ontbijt
      • 1,5 uur na het ontbijt
      • Voor de lunch
      • 1,5 uur na de lunch
      • Voor het avondeten
      • 1,5 uur na het avondeten
      • Voor het slapen gaan

       

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?

      Is de bloedglucose voor de maaltijd lager dan 5 mmol/l, dan dient u 2 eh (ultra)kortwerkende insuline minder te bolussen.
      Is de bloedglucose lager dan 4:
      6 tabletten dextro of een glas “gewone” limonade (dus met suiker) nemen en 2 eh (ultra)kortwerkende insuline minder bolussen.

       

      Wat te doen bij hoge bloedglucosewaarden?

      Bijspuitschema:

      Is de bloedglucose hoger dan 15, dan dient u 2 eh (ultra)kortwerkende insuline extra te bolussen.
      Is de bloedglucose hoger dan 20, dan dient u 4 eh (ultra)kortwerkende insuline extra te bolussen.

       

      2 dagen voor het onderzoek (vezelarm dieet)

      U kunt uw gebruikelijke basaalstand en bolusschema gebruiken.

       

      1 dag voor het onderzoek(vezelarm dieet  volgens afspraak, daarna helder vloeibaar dieet en 1e inname Pleinvue)

      Neem contact op met uw eigen diabetesverpleegkundigen voor advies/beleid over de basaalstand en het bolusschema.
      Is uw bloedglucose < 6 mmol/l dan de tijdelijke basaal gebruiken. Dit is afhankelijk van uw eigen situatie.

       

      De dag van het onderzoek (2e inname Pleinvue)

      Neem contact op met uw eigen diabetesverpleegkundigen voor advies/beleid over de basaalstand en het bolusschema.
      Is uw bloedglucose < 6 mmol/l dan de tijdelijke basaal gebruiken. Dit is afhankelijk van uw eigen situatie.

       

      DIABETESPROTOCOL BLOEDGLUCOSEVERLAGENDE TABLETTEN

      Mocht u hypoverschijnselen krijgen (honger, beven, zweten, een trillerig gevoel, bleekheid, wazig zien, hoofdpijn, duizeligheid) of is de bloedglucose lager dan 4.0 mmol, drinkt u dan 1 glas “gewone” limonade (dus wel met suiker) of 1 glas helder appelsap of neem 6 tabletten dextro.

       

      2 dagen voor het onderzoek (vezelarm dieet) 

      U dient vandaag uw gebruikelijke bloedglucoseverlagende tabletten.

       

      1 dag voor het onderzoek(vezelarm, dieet  volgens afspraak daarna helder vloeibaar dieet en 1e inname Pleinvue) 

      U dient voor het ontbijt en voor de lunch uw gebruikelijke bloedglucoseverlagende tabletten te nemen.
      Voor het avondeten neemt u geen bloedglucoseverlagende tabletten.

       

      De dag van het onderzoek (2e inname Pleinvue) 

      Na het onderzoek neemt u uw gebruikelijke bloedglucoseverlagende tabletten.

       

      DIABETESPROTOCOL GLP-1

      De dag vóór het onderzoek:
      Indien u gewend bent om de GLP-1 ‘s morgens te injecteren, dan kunt u de gebruikelijke hoeveelheid injecteren.
      Bent u gewend om de GLP-1 ‘s avonds te injecteren, dan injecteert u deze avond geen GLP-1.
       

      De dag van het onderzoek:
      De GLP-1 kunt u na het onderzoek injecteren op de gebruikelijke tijd.

       

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?
      Is de bloedglucose lager dan 4:
      Een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker, nemen.

       

      DIABETESPROTOCOL COMBINATIE INSULINE EN GLP-1

      De dag vóór het onderzoek:
      Indien u gewend bent om de combinatie insuline en GLP-1
      ‘s morgens te injecteren, dan kunt u de gebruikelijke hoeveelheid injecteren.
      Bent u gewend om de combinatie insuline en GLP-1 ‘s avonds te injecteren, dan dient u 50% (1/2) van de gebruikelijke hoeveelheid te injecteren.
       

      De dag van het onderzoek:
      Het onderzoek vindt vóór 13.00 uur plaats:
      Als u de combinatie insuline en GLP-1 normaal ‘s morgens injecteert, dan injecteert u deze ochtend geen combinatie insuline en GLP-1.
      Bij de eerste maaltijd na het onderzoek injecteert u 50% (1/2) van de gebruikelijke dosering.
      Als u de combinatie insuline en GLP-1 normaal ‘s avonds injecteert, dan ‘s avonds de

      gebruikelijke dosis weer hervatten.

       

      Het onderzoek vindt ná 13.00 uur plaats:
      Als u de combinatie insuline en GLP-1 normaal ‘s morgens injecteert, dan injecteert u deze ochtend 50% (1/2) van de gebruikelijke dosering.
      Als u de combinatie insuline en GLP-1 normaal ‘s avonds injecteert, dan ‘s avonds de gebruikelijke dosis weer hervatten.
       

      Wij adviseren u deze dag de bloedglucose vijf keer te prikken:

      • Op het tijdstip waarop u normaliter ontbijt
      • Twee uur hierna
      • Voor de lunch of uw gebruikelijke lunchtijd
      • Voor het avondeten
      • Voor het slapen gaan

       

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?

      Is de bloedglucose lager dan 4:
      Een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker, nemen.

       

       

      De informatie op deze website is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Desondanks kunnen geen rechten aan de vermelde informatie ontleend worden. Meer informatie https://www.stjansdal.nl/disclaimer
      Geprint op 26-9-2021