l

Direct contact

Telefoonnummers

St Jansdal receptie (alle locaties)

0341 - 463911

Afsprakenbureau 

0341 - 463890

Poli-Apotheek St Jansdal

0341 - 435858

Helpdesk MijnStjansdal (8.30 - 12 u)

0341 - 463700

Medische hulp buiten kantoortijden

Bij levensbedreigende spoed

112

Harderwijk: Medicamus Spoedpost  

0900 - 341 0 341

Website: Medicamus Spoedpost

 

Lelystad: huisartsenpost Medrie  

0900 - 333 6 333

Website: Huisartenpost Lelystad

 

 

 

VlagB
Folders

Pneumodilatatie van de slokdarm

Versienr: 1
Inhoud van dit artikel
    Inhoud van dit artikel

      Wat is een pneumodilatatie van de slokdarm? 

      Pneumodilatatie van de slokdarm is het oprekken (dilateren) van de onderste sluitspier van de slokdarm met behulp van een met lucht (pneumo) gevulde ballon. 

       

      Voorbereiding 

      Om de behandeling goed te kunnen uitvoeren, moeten uw slokdarm en maag goed leeg zijn. 

      Daarom blijft u de avond vóór het onderzoek vanaf 22.00 uur helemaal nuchter (niets meer eten en/of drinken). Tabletten die u van uw arts door moet gebruiken kunt u indien nodig met een slokje water tot uiterlijk twee uur vóór het onderzoek innemen of anders na het onderzoek. 

      Omdat deze behandeling juist vooral wordt toegepast bij mensen met een ernstige stoornis in de slokdarmfunctie wordt zo nodig met u afgesproken om al langer voor de behandeling geen vast voedsel meer te gebruiken.

       

      Hoe verloopt het onderzoek? 

      De behandeling vindt plaats op de röntgenafdeling. Op de röntgenkamer wordt een infuusnaald in uw hand of arm ingebracht. Hierna wordt u verzocht om op uw linkerzij te gaan liggen en krijgt u een bijtring in de mond om uw gebit en de gastroscoop te beschermen. Als u losse gebitsdelen heeft, wordt u verzocht deze uit te doen. 

      De sedationist (medewerker van de afdeling anesthesie) geeft u via het infuus de slaapmedicatie. 

      De gastroscoop wordt via de mond en keelholte ingebracht en vervolgens via de slokdarm naar de maag geleid. Aan het eind van de scoop bevindt zich een cameraatje, waarmee de maag-darm-leverarts de binnenkant van de slokdarm kan bekijken en de juiste plaats van de sluitspier kan bepalen. Vervolgens wordt een ballon ter hoogte van de onderste sluitspier ingebracht en daar opgeblazen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van röntgendoorlichting om de juiste plaats te bepalen en te controleren. 

      Na de behandeling wordt u teruggebracht naar de uitslaapkamer en als u voldoende wakker bent en de controles zijn goed, kunt u weer naar huis.

       

      Hoe lang duurt het onderzoek? 

      U bent in totaal ongeveer 30 minuten in de behandelkamer. Het onderzoek/behandeling zelf neemt ongeveer 15 minuten in beslag. Na afloop verblijft u nog enige tijd op de uitslaapkamer. U kunt rekenen op een verblijf in het ziekenhuis van twee tot vier uur. Bij uitzondering (tekenen van complicatie, zie onder) kan het verstandig blijken dat u na de behandeling opgenomen moet blijven in het ziekenhuis. 

        

      Na het onderzoek 

      Na het onderzoek kunt u uw normale eetpatroon hervatten. U kunt nog enige tijd last hebben van een gevoelige keel en iets boeren ten gevolge van de lucht die tijdens het onderzoek is ingeblazen. Eventuele medicatie kunt u weer volgens voorschrift innemen. 

         

      Wat zijn de risico’s? 

      Een pneumodilatatie is over het algemeen een veilige ingreep. Complicaties die kunnen optreden zijn een bloeding of incidenteel een perforatie.

       

      Contact 

      Neem in onderstaande gevallen contact op met het ziekenhuis: 

      • Als u na de behandeling bloed braakt of zwarte of teerachtige ontlasting heeft.
      • Als u aanhoudende heftige pijn in de bovenbuik of achter het borstbeen en hoge koorts heeft.
      • Als het eten de slokdarm veel slechter wil passeren. 

       

      U kunt ons bereiken op de volgende telefoonnummers:
      Endoscopie afdeling (0341) 463538 (maandag t/m vrijdag van 08.30 uur tot 16.30 uur)
      Poli MDL (0341) 463899 (maandag t/m vrijdag van 08.30 uur tot 16.30 uur) 

      Buiten kantooruren via SEH: telefoon 463855.

       

      Heeft u na uw bezoek aan het ziekenhuis vragen?
      De eerste vijf dagen na het bezoek kunt u contact met ons opnemen via het algemene nummer van het ziekenhuis: 0341-463911. De receptioniste zal u doorverbinden met de afdeling waar u uw vraag kunt stellen. Is het langer dan vijf dagen geleden? Neem dan contact op met uw eigen huisarts of buiten kantoortijden met de Huisartsenpost via 0900–3410341. U zult sowieso nog een afspraak op de polikliniek van uw behandelend specialist gaan krijgen enige tijd ná de behandeling.

       

      Aandachtspunten 

      • Uw medicatie moet u op de dag van het onderzoek gewoon blijven gebruiken (tabletten mogen met een slokje water tot uiterlijk twee uur vóór het onderzoek ingenomen worden of anders na het onderzoek) tenzij uw arts andere instructies heeft gegeven. Uitzondering hierop zijn sommige bloedverdunners (zie verderop). 
      • Sieraden en andere kostbaarheden kunt u beter thuislaten. 
      • U kunt tijdens het onderzoek uw “gewone” kleding aanhouden. Vermijdt u echter strak zittende of knellende kleding. 
      • Vlak voor het onderzoek krijgt u een slaapmiddel toegediend. Dit beïnvloedt uw reactievermogen. Daarom mag u 24 uur na het onderzoek niet deelnemen aan het verkeer. Het is noodzakelijk dat u begeleiding meeneemt. Wanneer u niet begeleid of opgehaald kunt worden, dan is het niet mogelijk dat u slaapmedicatie krijgt.

       

      Wat neemt u mee naar het ziekenhuis? 

      • De zorgpas van uw verzekering. 
      • Uw patiëntenpas van ziekenhuis St Jansdal (indien u geen pas heeft of deze verlopen is verzoeken wij u een nieuwe pas te maken bij de receptie).
      • Geldig legitimatiebewijs, bij voorkeur paspoort of rijbewijs. De legitimatieplicht geldt voor iedereen ongeacht leeftijd. 
      • Een recente lijst van de door u gebruikte medicijnen, verkrijgbaar bij de apotheek. Denk ook aan medicatie die niet op recept verstrekt wordt. 
      • Uw eigen medicatie. 
      • Eventueel het CPAP-apparaat dat u gebruikt tijdens het slapen.

       

      Aanwijzingen bloedverdunners 

      (N.B. onderstaande informatie is alleen van toepassing als u bloedverdunners gebruikt) 

        

      Soms dienen bloedverdunners een aantal dagen voor het onderzoek gestaakt te worden. 

      Dit moet echter altijd gebeuren in overleg met een arts. Neemt u daarom contact op met de arts die het onderzoek aanvraagt. Hieronder volgt een globale richtlijn: 


      Niet stoppen:  

      Trombocytenaggregatieremmer zoals: Acetylsalicylzuur, Carbasalaatcalcium (Ascal), 

      Dipyridamol (Persantin), Clopidogrel (Plavix), Prasugrel (Efient) en Ticargrelor (Brilique)
        

      Overleg Trombosedienst: 

      Acenocoumarol of Fenprocoumon (Marcoumar)
        

      Overleg arts: 

      DOAC (Non-VKA Orale AntiCoagulantia) zoals: Rivaroxaban (Xarelto®), Dabigatran, (Pradaxa®) of Apixaban (Eliquis®) 


      Indien nodig geeft de arts die de behandeling verricht u na afloop daarvan aanvullend advies over het herstarten van de medicatie, mede afhankelijk van de uitkomsten van de scopie.

       

      Protocol diabetes 

      Informatie voor patiënten met diabetes (suikerziekte) 

      (N.B. onderstaande informatie is alleen van toepassing als u diabetes hebt) 


      Binnenkort heeft u een afspraak voor een pneumodilatatie. Om te hoge of te lage bloedglucosewaarden zoveel mogelijk te voorkomen, adviseren wij de voor u geldende instructies nauwkeurig op te volgen, dit naast de andere voorbereidingen die u voor het onderzoek moet treffen. 


      Bij vragen kunt u contact opnemen met één van de diabetesverpleegkundigen van het St Jansdal via de assistentes van de poli interne:
      Van maandag tot en met vrijdag van 08.30 uur tot 16.00 uur, telefoonnummer: 0341 463747.
      Als u belt graag doorgeven welke insulinesoort u gebruikt en hoeveel eenheden u altijd injecteert/bolust. 

        

      L ees hieronder de instructies die voor u van toepassing zijn, kies uit:

      • Protocol insuline eenmaal daags 
      • Protocol insuline tweemaal daags 
      • Protocol insuline viermaal daags 
      • Protocol insulinepomp 
      • Protocol bloedglucose verlagende tabletten 
      • Protocol GLP-1 
      • Protocol combinatie insuline en GLP-1 

        

      DIABETESPROTOCOL INSULINE EENMAAL DAAGS
      De dag vóór het onderzoek:
      Indien u gewend bent om de langwerkende insuline ‘s morgens te injecteren, dan kunt u de gebruikelijke hoeveelheid injecteren. 

      Bent u gewend om de langwerkende insuline ‘s avonds te injecteren, dan dient u 50% (1/2) van de gebruikelijke hoeveelheid te injecteren.
        

      De dag van het onderzoek:
      Het onderzoek vindt vóór 13.00 uur plaats:
      Als u de insuline normaal ‘s morgens injecteert; dan injecteert u deze morgen geen insuline.
      Bij de eerste maaltijd na het onderzoek injecteert u 50% (1/2) van de gebruikelijke dosering.
      Als u de insuline normaal ‘s avonds injecteert; dan ‘s avonds de gebruikelijke dosis weer hervatten.
        

      Het onderzoek vindt ná 13.00 uur plaats:
      Als u de insuline normaal ‘s morgens injecteert; dan injecteert u deze morgen 50% (1/2) van de gebruikelijke dosering. Als u de insuline normaal ‘s avonds injecteert; dan ‘s avonds de gebruikelijke dosis weer hervatten.
        

      Wij adviseren u deze dag de bloedglucose vijf keer te prikken: 

      • Op het tijdstip waarop u normaliter ontbijt 
      • Twee uur hierna 
      • Voor de lunch of uw gebruikelijke lunchtijd 
      • Voor het avondeten 
      • Voor het slapengaan 

         

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?
      Is de bloedglucose lager dan 4: een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker, nemen.
        

         

      DIABETESPROTOCOL INSULINE TWEEMAAL DAAGS
      Gebruikt u tweemaal daags (middel) langwerkende insuline? Neem dan contact op met één van de diabetesverpleegkundige.
        

      De dag vóór het onderzoek:
      Voor het ontbijt kunt u uw gebruikelijk dosis insuline injecteren.
      Voor het avondeten kunt u 75% (3/4) van uw gebruikelijke dosis insuline injecteren.
        

      De dag van het onderzoek:
      Het onderzoek vindt vóór 13.00 uur plaats:
      U slaat uw dosis insuline voor het ontbijt over.
      Vóór de eerste maaltijd na uw onderzoek injecteert u 33% (1/3) van uw gebruikelijke dosering.
      `s Avonds kunt u uw gebruikelijke dosering weer hervatten. 

        

      Het onderzoek vindt ná 13.00 uur plaats:
      Voor het ontbijt injecteert u 33% (1/3) van uw gebruikelijke dosering.
      `s Avonds kunt u uw gebruikelijke dosering weer hervatten.
        

      Wij adviseren u deze dag de bloedglucose vijf keer te prikken: 

      • Op het tijdstip waarop u normaliter ontbijt 
      • Twee uur hierna 
      • Voor de lunch of uw gebruikelijke lunchtijd 
      • Voor het avondeten 
      • Voor het slapengaan
          

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?
      Is de bloedglucose lager dan 4: een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker, nemen.
        

         

      DIABETESPROTOCOL INSULINE VIERMAAL DAAGS
      De dag vóór het onderzoek:
      Indien u gewend bent om de langwerkende insuline ’s morgens te injecteren, dan kunt u de gebruikelijke hoeveelheid injecteren. Bent u gewend om de langwerkende insuline voor het slapengaan te injecteren, dan dient u 50% (1/2) van de gebruikelijke hoeveelheid te injecteren. 


      De dag van het onderzoek:
      Het onderzoek vindt vóór 13.00 uur plaats:
      Als u de langwerkende insuline normaal ‘s morgens injecteert; dan injecteert u deze morgen geen langwerkende insuline. Bij de eerste maaltijd na het onderzoek injecteert u 50% (1/2) van de gebruikelijke dosering langwerkende insuline.
      Als u de langwerkende insuline normaal ‘s avonds injecteert; dan ‘s avonds de gebruikelijke dosis weer hervatten. De (ultra)kortwerkende insuline mag u deze morgen niet injecteren. Na het onderzoek mag u de gebruikelijke dosering (ultra)kortwerkende insuline weer hervatten.
        

      Het onderzoek vindt ná 13.00 uur plaats:
      Als u de langwerkende insuline normaal ‘s morgens injecteert; dan injecteert u deze morgen 50% (1/2) van de gebruikelijke dosering.
      Als u de langwerkende insuline normaal ‘s avonds injecteert; dan ‘s avonds de gebruikelijke dosis weer hervatten.
      U mag de (ultra) kortwerkende insuline ’s morgens en ’s middags niet injecteren.
        

      Wij adviseren u deze dag de bloedglucose vijf keer te prikken: 

      • Op het tijdstip waarop u normaliter ontbijt 
      • Twee uur hierna 
      • Voor de lunch of uw gebruikelijke lunchtijd 
      • Voor het avondeten 
      • Voor het slapengaan
          

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?
      Is de bloedglucose lager dan 4: een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker, nemen.
        

      Wat te doen bij hoge bloedglucosewaarden?
      Is de bloedglucose hoger dan 15, dan moet u 2 eh (ultra)kortwerkende insuline injecteren.
      Is de bloedglucose hoger dan 20, dan moet u 4 eh (ultra)kortwerkende insuline injecteren.
        

      Na het onderzoek hervat u uw “gebruikelijke” insulineschema.
        

         

      DIABETESPROTOCOL INSULINEPOMP
      De dag vóór het onderzoek:
      Deze dag zijn er geen wijzigingen; u hoeft de basaalstand niet aan te passen en kunt alles doen zoals u gewend bent. 


      De dag van het onderzoek:
      Wij adviseren u deze dag de bloedglucose vijf keer te prikken: 

      • Op het tijdstip waarop u normaliter ontbijt 
      • Twee uur hierna 
      • Voor de lunch of uw gebruikelijke lunchtijd 
      • Voor het avondeten 
      • Voor het slapengaan
          

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?
      Is de bloedglucose lager dan 4: een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker, nemen. Zijn de bloedglucosewaarden gedurende de dag lager dan 6, dan adviseren wij u om de pomp op een tijdelijk basaal van 50% in te stellen.
        

      Wat te doen bij hoge bloedglucosewaarden?
      Is de bloedglucose hoger dan 15, dan moet u 2 eh (ultra)kortwerkende insuline bolussen.
      Is de bloedglucose hoger dan 20, dan moet u 4 eh (ultra)kortwerkende insuline bolussen.
        

      Na het onderzoek hervat u uw “gebruikelijke” insulineschema. 

        

         

      DIABETESPROTOCOL BLOEDGLUCOSE VERLAGENDE TABLETTEN
      De dag vóór het onderzoek:
      Deze dag zijn er geen wijzigingen; u kunt uw tabletten op de gebruikelijke tijd gebruiken. 

        

      De dag van het onderzoek:
      U hoeft geen bloedglucoseverlagende tabletten te gebruiken.
      Indien u hypo-verschijnselen krijgt (honger, beven, zweten, een trillerig gevoel, bleekheid, wazig zien, hoofdpijn, duizeligheid) of de bloedglucose is lager dan 4.0 mmol neemt u dan een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker. De bloedglucoseverlagende tabletten kunt u bij de eerstvolgende maaltijd weer innemen. Medicatie hoeft niet ingehaald te worden.
        

      DIABETESPROTOCOL GLP-1
      De dag vóór het onderzoek:
      Indien u gewend bent om de GLP-1 ‘s morgens te injecteren, dan kunt u de gebruikelijke hoeveelheid injecteren.
      Bent u gewend om de GLP-1 ‘s avonds te injecteren, dan injecteert u deze avond geen GLP-1. 


      De dag van het onderzoek:
      De GLP-1 kunt u na het onderzoek injecteren op de gebruikelijke tijd.
        

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?
      Is de bloedglucose lager dan 4: Een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker, nemen.
        

         

      DIABETESPROTOCOL COMBINATIE INSULINE EN GLP-1
      De dag vóór het onderzoek:
      Indien u gewend bent om de combinatie insuline en GLP-1 ‘s morgens te injecteren, dan kunt u de gebruikelijke hoeveelheid injecteren.
      Bent u gewend om de combinatie insuline en GLP-1 ‘s avonds te injecteren, dan dient u 50% (1/2) van de gebruikelijke hoeveelheid te injecteren.
        

      De dag van het onderzoek:
      Het onderzoek vindt vóór 13.00 uur plaats:
      Als u de combinatie insuline en GLP-1 normaal ‘s morgens injecteert, dan injecteert u deze ochtend geen combinatie insuline en GLP-1. Bij de eerste maaltijd na het onderzoek injecteert u 50% (1/2) van de gebruikelijke dosering.
      Als u de combinatie insuline en GLP-1 normaal ‘s avonds injecteert, dan ‘s avonds de gebruikelijke dosis weer hervatten.
        

      Het onderzoek vindt ná 13.00 uur plaats:
      Als u de combinatie insuline en GLP-1 normaal ‘s morgens injecteert, dan injecteert u deze ochtend 50% (1/2) van de gebruikelijke dosering.
      Als u de combinatie insuline en GLP-1 normaal ‘s avonds injecteert, dan ‘s avonds de gebruikelijke dosis weer hervatten.
        

      Wij adviseren u deze dag de bloedglucose vijf keer te prikken: 

      • Op het tijdstip waarop u normaliter ontbijt 
      • Twee uur hierna 
      • Voor de lunch of uw gebruikelijke lunchtijd 
      • Voor het avondeten 
      • Voor het slapengaan 


      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?
      Is de bloedglucose lager dan 4: een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker, nemen.

      De informatie op deze website is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Desondanks kunnen geen rechten aan de vermelde informatie ontleend worden. Meer informatie https://www.stjansdal.nl/disclaimer
      Geprint op 2-8-2021