l

Direct contact

Telefoonnummers

St Jansdal Harderwijk

0341 - 463911

St Jansdal Lelystad

0341 - 463590

Poli-Apotheek St Jansdal

0341 - 435858

Helpdesk MijnStjansdal (8.30 - 12 u)

0341 - 463700

Medische hulp buiten kantoortijden

Bij levensbedreigende spoed

112

Harderwijk: Medicamus Spoedpost  

0900 - 341 0 341

Website: Medicamus Spoedpost

 

Lelystad: huisartsenpost Medrie  

0900 - 333 6 333

Website: Huisartenpost Lelystad

 

 

 

Voorbereiden_Op-Opname

Endo-echografie vanuit de slokdarm (EUS)

Inhoud van dit artikel
    Inhoud van dit artikel

      Waarom een endo-echografie?

      Met een endo-echografie kan men informatie verkrijgen over een aandoening aan de slokdarm, lymfeklieren, maagwand, alvleesklier, galblaas of galwegen.
       

      Wat is een endo-echografie?

      Een endo-echografie (= EUS) is een onderzoek waarbij inwendige beeldopnamen worden gemaakt vanuit de slokdarm, maag of twaalfvingerige darm. De opnamen worden gemaakt met behulp van onhoorbare geluidsgolven (echografie). Het maken van de opnamen is daarom geheel onschadelijk.
      De echo-opnamen worden 'van binnenuit' gemaakt. De arts brengt een flexibele slang (= endoscoop) via uw mond en slokdarm naar uw maag. Aan het uiteinde van de endoscoop zit een echoapparaatje en een kleine camera dat de opnames maakt.

       

      Wie verricht het onderzoek?

      Het onderzoek wordt uitgevoerd door een maag-darm-leverarts (MDL-arts). Deze wordt tijdens het onderzoek bijgestaan door twee endoscopie laboranten. De slaapmedicatie wordt verzorgd door een sedationist. De zorgverleners zullen u vlak voor en tijdens het onderzoek zoveel mogelijk toelichting en aanwijzingen geven.

       

      Hoe verloopt het onderzoek?

      In de behandelkamer maakt u kennis met de zorgverleners die het onderzoek bij u zullen uitvoeren. Zij zullen u uitleggen wat er gaat gebeuren. Vervolgens wordt er een infuus in uw hand of arm ingebracht en worden uw bloeddruk en zuurstofgehalte in het bloed met behulp van een meter gecontroleerd. U krijgt een slokje “anti foam” te drinken. Dit zorgt ervoor dat het eventuele maagsap in uw maag tijdens het onderzoek niet gaat schuimen. Via het infuus wordt de medicatie voor het slaapmiddel toegediend. Dit werkt binnen enkele minuten. Tijdens het onderzoek ligt u op de linkerzijde in uw bed. Als u een gebitsprothese heeft, dan vragen wij u deze voor het onderzoek uit te doen. De endoscoop, met aan het uiteinde een echoapparaatje en een kleine camera, wordt via de mond ingebracht. De MDL-arts maakt vervolgens de gewenste opnames van de organen, klieren en bloedvaten. Onder controle van de echo is het eveneens mogelijk weefsel af te nemen voor nader onderzoek. Dit gebeurt via een holle naald die via de endoscoop kan worden ingebracht. Via deze naald kunnen bijvoorbeeld cellen of vloeistof worden opgezogen om in het laboratorium verder te onderzoeken.

       

      Wat zijn de risico’s?

      Een endo-echografie vanuit de slokdarm is een veilig onderzoek. Toch kan er een heel enkele keer een complicatie optreden. Dit kunnen zijn: longontsteking door verslikken, bloeding of een beschadiging van een orgaan, bijvoorbeeld een gaatje (perforatie) in de slokdarm. Wanneer er gebruik wordt gemaakt van een naald voor weefselonderzoek bestaat er een licht verhoogde kans op een bloeding.

       

      Hoe lang duurt het onderzoek?

      U bent in totaal ongeveer 45 minuten in de behandelkamer. Het onderzoek zelf neemt ongeveer 30 minuten in beslag. Na afloop verblijft u nog enige tijd op de uitslaapkamer. U kunt rekenen op een verblijf in het ziekenhuis van ongeveer een half dagdeel.

       

      Na het onderzoek

      Na het onderzoek meten verpleegkundigen regelmatig uw bloeddruk en controleren zij het zuurstofgehalte in uw bloed om eventuele complicaties uit te sluiten.

      Wanneer u goed wakker bent en alle controles stabiel zijn, wordt het infuus verwijderd. U mag uw normale eetpatroon hervatten. Door de toegediende medicatie dient u er rekening mee te houden dat u niet aan het verkeer mag deelnemen. Het is belangrijk dat u zich laat ophalen en thuisbrengen door een relatie. U kunt nog enige tijd last hebben van een gevoelige keel. Eventuele medicatie kunt u weer volgens voorschrift innemen.

       

      Wanneer is de uitslag bekend?

      Direct na het onderzoek geeft de arts een eerste indruk aan de verpleegkundigen van de verpleegafdeling door. Tevens wordt  direct een verslag gestuurd naar de arts die het onderzoek heeft aangevraagd. Wanneer er materiaal is afgenomen duurt het ongeveer tien werkdagen voordat de uitslag bekend is.

       

      Contact

      U kunt ons bereiken op de volgende telefoonnummers:

      Functieafdeling 0341-463538 (maandag t/m vrijdag van 08.30 uur tot 16.30 uur)    

      Poli MDL 0341-463899 (maandag t/m vrijdag van 08.30 uur tot 16.30 uur)

       

      Heeft u na uw bezoek aan het ziekenhuis vragen?

      • De eerste vijf dagen na het bezoek kunt u contact met ons opnemen via het algemene nummer van het ziekenhuis: 0341-463911. De receptioniste zal u doorverbinden met de afdeling waar u uw vraag kunt stellen.
      • Is het langer dan vijf dagen geleden? Neem dan contact op met uw eigen huisarts of buiten kantoortijden met de Huisartsenpost via 0900 – 341 0 341

       

      Aandachtspunten

      • Lees indien van toepassing ook de aanwijzingen voor gebruik bloedverdunners in deze folder.
      • Lees indien van toepassing ook de aanwijzingen voor patienten met diabetes in deze folder.
      • Uw medicatie kunt u op de dag van het onderzoek gewoon blijven gebruiken (tabletten mogen met een slokje water tot uiterlijk twee uur vóór het onderzoek ingenomen worden of anders na het onderzoek), tenzij uw arts andere instructies heeft gegeven.
      • Vlak voor het onderzoek krijgt u een roesje toegediend. Dit beïnvloedt uw reactievermogen. Daarom mag u 12 uur na het onderzoek niet deelnemen aan het verkeer.
      • Tijdens het onderzoek kunt u uw gewone kleding aanhouden, vermijdt u echter strak zittende of knellende kleding.
      • Sieraden en andere kostbaarheden kunt u beter thuislaten.

       

      Neemt u contact op wanneer u na het onderzoek last heeft van de volgende klachten:

      • Koorts boven de 38.5° C
      • Aanhoudende buikpijn die uiterlijk drie dagen na de scopie is begonnen
      • Bloedverlies en/of zwarte ontlasting tot uiterlijk tien dagen na de scopie begonnen

       

       

       

       

       

      Wat neemt u mee naar het ziekenhuis?

      Wilt u eraan denken de volgende voorwerpen mee te nemen als u voor uw onderzoek komt?

       

      • Een patiëntenpas van ziekenhuis St Jansdal (indien u geen pas heeft of deze verlopen is, dan verzoeken wij u een nieuwe pas te laten maken bij de receptie of de zelfservicezuil in de centrale hal)
      • Een geldig legitimatiebewijs
      • Eventueel het CPAP apparaat dat u gebruikt tijdens het slapen
      • Sieraden en andere kostbaarheden kunt u beter thuis laten.

      U kunt tijdens het onderzoek uw “gewone” kleding aanhouden. Vermijdt u echter strakzittende of knellende kleding.

       

      Voorbereiding

      Het onderzoek vindt vóór 13.00 uur plaats:

      Indien het onderzoek vóór 13.00 uur plaatsvindt, blijft u de avond vóór het onderzoek vanaf 22:00 uur helemaal nuchter (dit betekent niets meer eten en/of drinken). Tabletten die u van uw arts moet blijven gebruiken kunt u zonodig met een slokje water tot uiterlijk twee uur vóór het onderzoek innemen of anders na het onderzoek.

       

      Het onderzoek vindt ná 13.00 uur plaats:

      Indien het onderzoek ná 13.00 uur plaatsvindt, mag u tot 08.30 uur nog 1 à 2 onbelegde beschuitjes en 1 à 2 kopjes thee of koffie (zonder melk) nemen. Daarna blijft u tot na het onderzoek helemaal nuchter (dit betekent niets meer eten en/of drinken). Tabletten die u van uw arts moet blijven gebruiken kunt u zonodig met een slokje water tot uiterlijk twee uur vóór het onderzoek innemen of anders na het onderzoek.

       

      Bloedverdunners

      Soms dienen bloedverdunners een aantal dagen voor het onderzoek gestaakt worden. Dit moet echter altijd gebeuren in overleg met een arts. Neemt u daarom contact op met de arts die het onderzoek aanvraagt.
       

      Globale richtlijn

      Niet stoppen: Trombocytenaggregatieremmer zoals:

      Acetylsalicylzuur,  Carbasalaatcalcium (Ascal), Dipyridamol (Persantin), Clopidogrel (Plavix), Prasugrel (Efient) en Ticargrelor (Brilique)

       

      Overleg Trombosedienst: Acenocoumarol (Sintrom) of Fenprocoumon (Marcoumar)

       

      Overleg arts: NOAC (Non-VKA Orale Anti Coagulantia) zoals:
      Rivaroxaban (Xarelto), Dabigatran (Pradaxa), Apixaban (Eliquis)

      Zonodig geeft de arts die het onderzoek verricht u na het onderzoek aanvullend advies over het herstarten van de medicatie, mede afhankelijk van de uitkomsten van de scopie.

       

      Informatie voor mensen met diabetes

      Binnenkort heeft u een afspraak voor een endo-echografie vanuit de slokdarm. Tijdens de voorbereidingsdagen kunt u last krijgen van te hoge of te lage bloedglucosewaarden. Om dit zoveel mogelijk te voorkomen, adviseren wij de voor u geldende instructies nauwkeurig op te volgen. Dit naast de andere voorbereidingen die u voor het onderzoek moet treffen.

       

      Bij vragen kunt u contact opnemen met één van de diabetesverpleegkundigen van het St Jansdal via de assistentes van de poli interne:

       

      Van maandag tot en met vrijdag van 08:30 uur tot 16:00 uur, telefoonnummer: 0341-463747

       

      Als u belt graag doorgeven welke insulinesoort u gebruikt en hoeveel eenheden u altijd injecteert/bolust.

       

      Diabetesprotocol insuline eenmaal daags

      De dag vóór het onderzoek:
      Indien u gewend bent om de langwerkende insuline ‘s morgens te injecteren, dan kunt u de gebruikelijke hoeveelheid injecteren.
      Bent u gewend om de langwerkende insuline ‘s avonds te injecteren, dan dient u de helft van de gebruikelijke hoeveelheid te injecteren.
       

      De dag van het onderzoek:
      Het onderzoek vindt vóór 13.00 uur plaats:

      Als u de insuline normaal ‘s morgens injecteert, dan injecteert u deze morgen geen insuline.
      Bij de eerste maaltijd na het onderzoek injecteert u de helft van de gebruikelijke dosering.
      Als u de insuline normaal ‘s avonds injecteert, dan mag u ‘s avonds de gebruikelijke dosis weer hervatten.

       

      Het onderzoek vindt ná 13.00 uur plaats:

      Als u de insuline normaal ‘s morgens injecteert, dan injecteert u deze morgen de helft van de gebruikelijke dosering.
      Als u de insuline normaal ‘s avonds injecteert, dan mag u ‘s avonds de gebruikelijke dosis weer hervatten.

       

      Wij adviseren u deze dag de bloedglucose vijf keer te prikken:

      • Op het tijdstip waarop u normaliter ontbijt
      • Twee uur na het ontbijt
      • Voor de lunch of uw gebruikelijke lunchtijd
      • Voor het avondeten
      • Voor het slapengaan

       

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?

      Is de bloedglucose lager dan 4, neemt u dan een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker.

       

      Diabetesprotocol insuline tweemaal daags

      Gebruikt u tweemaal daags (middel) langwerkende insuline? Neem dan contact op met één van de diabetesverpleegkundige.
       

      De dag vóór het onderzoek:
      Voor het ontbijt kunt u uw gebruikelijk dosis insuline injecteren. Voor het avondeten kunt u driekwart van uw gebruikelijke dosis insuline injecteren.
       

      De dag van het onderzoek:

      Het onderzoek vindt vóór 13.00 uur plaats:

      U slaat uw dosis insuline voor het ontbijt over. Vóór de eerste maaltijd na uw onderzoek injecteert u een derde van uw gebruikelijke dosering. `s Avonds kunt u uw gebruikelijke dosering weer hervatten.

       

      Het onderzoek vindt ná 13.00 uur plaats:

      Voor het ontbijt injecteert u een derde van uw gebruikelijke dosering.`s Avonds kunt u uw gebruikelijke dosering weer hervatten.

       

      Wij adviseren u deze dag de bloedglucose vijf keer te prikken:

      • Op het tijdstip waarop u normaliter ontbijt
      • Twee uur na het ontbijt
      • Voor de lunch of uw gebruikelijke lunchtijd
      • Voor het avondeten
      • Voor het slapengaan

       

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?

      Is de bloedglucose lager dan 4, neemt u dan een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker.
       

      Diabetesprotocol insuline viermaal daags

      De dag vóór het onderzoek:
      Indien u gewend bent om de langwerkende insuline ’s morgens te injecteren, dan kunt u de gebruikelijke hoeveelheid injecteren.
      Bent u gewend om de langwerkende insuline voor het slapengaan te injecteren, dan dient u de helft van de gebruikelijke hoeveelheid te injecteren.
       

      De dag van het onderzoek:
      Het onderzoek vindt vóór 13.00 uur plaats:

      Als u de langwerkende insuline normaal ‘s morgens injecteert, dan injecteert u deze morgen geen langwerkende insuline.
      Bij de eerste maaltijd na het onderzoek injecteert u de helft van de gebruikelijke dosering langwerkende insuline.
      Als u de langwerkende insuline normaal ‘s avonds injecteert, dan kunt u ‘s avonds de gebruikelijke dosis weer hervatten.

      De (ultra)kortwerkende insuline mag u deze morgen niet injecteren. Na het onderzoek mag u de gebruikelijke dosering (ultra)kortwerkende insuline weer hervatten

       

      Het onderzoek vindt ná 13.00 uur plaats:

      Als u de langwerkende insuline normaal ‘s morgens injecteert; dan injecteert u deze morgen de helft van de gebruikelijke dosering.

      Als u de langwerkende insuline normaal ‘s avonds injecteert,  dan kunt u ‘s avonds de gebruikelijke dosis weer hervatten.
      U mag de (ultra) kortwerkende insuline ’s morgens en ’s middags niet injecteren.

       

      Wij adviseren u deze dag de bloedglucose vijf keer te prikken:
      Op het tijdstip waarop u normaliter ontbijt

      • Twee uur na het ontbijt
      • Voor de lunch of uw gebruikelijke lunchtijd
      • Voor het avondeten
      • Voor het slapengaan

       

      Wat te doen bij lage glucosewaarden?

      Is de bloedglucose lager dan 4,  neemt u dan een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker.

       

      Wat te doen bij hoge bloedglucosewaarden?

      Is de bloedglucose hoger dan 15, dan moet u 2 eh (ultra)kortwerkende insuline injecteren.
      Is de bloedglucose hoger dan 20, dan moet u 4 eh (ultra)kortwerkende insuline injecteren.

       

      Na het onderzoek hervat u uw “gebruikelijke” insulineschema.

       

      Diabetesprotocol insulinepomp

      De dag vóór het onderzoek:
      Deze dag zijn er geen wijzigingen, u hoeft de basaalstand niet aan te passen en kunt alles doen zoals u gewend bent.
       

      De dag van het onderzoek:
      Wij adviseren u deze dag de bloedglucose vijf keer te prikken:

      • Op het tijdstip waarop u normaliter ontbijt
      • Twee uur na het ontbijt
      • Voor de lunch of uw gebruikelijke lunchtijd
      • Voor het avondeten
      • Voor het slapengaan

       

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?

      Is de bloedglucose lager dan 4,  neemt u dan een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker.
      Zijn de bloedglucosewaarden gedurende de dag lager dan zes, dan adviseren wij u om de pomp op een tijdelijk basaal van 50% in te stellen.

       

      Wat te doen bij hoge bloedglucosewaarden?

      Is de bloedglucose hoger dan 15, dan moet u 2 eh (ultra)kortwerkende insuline bolussen.
      Is de bloedglucose hoger dan 20, dan moet u 4 eh (ultra)kortwerkende insuline bolussen.

       

      Na het onderzoek hervat u uw “gebruikelijke” insulineschema.

       

      Diabetesprotocol bloedglucoseverlagende tabletten

      De dag van het onderzoek:
      U hoeft geen bloedglucoseverlagende tabletten te gebruiken.
      Indien u hypo-verschijnselen krijgt (honger, beven, zweten, een trillerig gevoel, bleekheid, wazig zien, hoofdpijn, duizeligheid) of de bloedglucose is lager dan 4.0 mmol, neemt u dan een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker.

       

      De bloedglucoseverlagende tabletten kunt u bij de eerstvolgende maaltijd weer innemen. Medicatie hoeft niet ingehaald te worden.

       

      Diabetesprotocol GLP-1

      De dag vóór het onderzoek:
      Indien u gewend bent om de GLP-1 ‘s morgens te injecteren, dan kunt u de gebruikelijke hoeveelheid injecteren.
      Bent u gewend om de GLP-1 ‘s avonds te injecteren, dan injecteert u deze avond geen GLP-1.
       

      De dag van het onderzoek:
      De GLP-1 kunt u na het onderzoek injecteren op de gebruikelijke tijd.

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?
      Is de bloedglucose lager dan 4:
      Een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker, nemen.

       

      Diabetesprotocol combinatie insuline en GLP-1

      De dag vóór het onderzoek:
      Indien u gewend bent om de combinatie insuline en GLP-1
      ‘s morgens te injecteren, dan kunt u de gebruikelijke hoeveel- heid injecteren.
      Bent u gewend om de combinatie insuline en GLP-1 ‘s avonds te injecteren, dan dient u 50% (1/2) van de gebruikelijke hoeveelheid te injecteren.


      De dag van het onderzoek:
      Het onderzoek vindt vóór 13.00 uur plaats:
      Als u de combinatie insuline en GLP-1 normaal ‘s morgens injecteert, dan injecteert u deze ochtend geen combinatie insuline en GLP-1.
      Bij de eerste maaltijd na het onderzoek injecteert u 50% (1/2) van de gebruikelijke dosering.
      Als u de combinatie insuline en GLP-1 normaal ‘s avonds injecteert, dan ‘s avonds de gebruikelijke dosis weer hervatten.

       

      Het onderzoek vindt ná 13.00 uur plaats:
      Als u de combinatie insuline en GLP-1 normaal ‘s morgens injecteert, dan injecteert u deze ochtend 50% (1/2) van de gebruikelijke dosering.
      Als u de combinatie insuline en GLP-1 normaal ‘s avonds injecteert, dan ‘s avonds de gebruikelijke dosis weer hervatten.
       

      Wij adviseren u deze dag de bloedglucose vijf keer te prikken:

      • Op het tijdstip waarop u normaliter ontbijt
      • Twee uur hierna
      • Voor de lunch of uw gebruikelijke lunchtijd
      • Voor het avondeten
      • Voor het slapengaan

       

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?

      Is de bloedglucose lager dan 4:
      Een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker, nemen.

       

       

      De informatie op deze website is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Desondanks kunnen geen rechten aan de vermelde informatie ontleend worden. Meer informatie https://www.stjansdal.nl/disclaimer