l

Direct contact

Telefoonnummers

St Jansdal receptie (alle locaties)

0341 - 463911

Afsprakenbureau 

0341 - 463890

Poli-Apotheek St Jansdal

0341 - 435858

Helpdesk MijnStjansdal (8.30 - 12 u)

0341 - 463700

Medische hulp buiten kantoortijden

Bij levensbedreigende spoed

112

Harderwijk: Medicamus Spoedpost  

0900 - 341 0 341

Website: Medicamus Spoedpost

 

Lelystad: huisartsenpost Medrie  

0900 - 333 6 333

Website: Huisartenpost Lelystad

 

 

 

VlagB
Folders

Bronchoscopie met miniprobe

Inhoud van dit artikel
    Inhoud van dit artikel

      Waarom een bronchoscopie met miniprobe?

      Tijdens een bronchoscopie met miniprobe krijgt u informatie over een dieper gelegen aandoening in de longen.

       

      Wat is een bronchoscopie met een miniprobe?

      Bij een bronchoscopie met miniprobe wordt via uw mond een bronchoscoop (een dunne flexibele slang) in de luchtpijp ingebracht. Aan het einde van de bronchoscoop zit een kleine camera. De bronchoscoop is verbonden met een kleurenmonitor zodat de longarts de beelden nauwkeurig kan bekijken. Onder echogeleiding wordt materiaal verzameld voor microscopisch onderzoek. Voorafgaand aan het onderzoek krijgt u een slaapmiddel (sedatie) toegediend.

      Het onderzoek wordt uitgevoerd door een longarts. Deze wordt tijdens het onderzoek bijgestaan door twee endoscopielaboranten en een sedationist. Zij zullen u vlak voor en tijdens het onderzoek toelichting en aanwijzingen geven.

       

      Hoe verloopt het onderzoek?

      Vlak voor het onderzoek krijgt u twee Codeïne tabletjes. Deze medicatie zorgt ervoor dat u tijdens en na het onderzoek minder hoest.

      In de onderzoekkamer maakt u kennis met degenen die het onderzoek bij u zullen uitvoeren. Zij zullen u uitleggen wat er precies gaat gebeuren. Tijdens het onderzoek ligt u op uw rug in bed. Als u een gebitsprothese heeft, vragen wij u deze voor het onderzoek uit te doen. De endoscopielaborante zal uw keel verdoven met een spray. Vervolgens worden uw stembanden en de luchtpijp verdoofd met behulp van een vloeistof. U krijgt een bijtring tussen uw kaken ter bescherming van de bronchoscoop. De sedationist zal u het slaapmiddel via het infuus toedienen. Dit werkt binnen enkele minuten. Wanneer u geheel in slaap bent, zal de longarts de scoop via de mond inbrengen. Tijdens het onderzoek kunt u rustig doorademen, er is genoeg ruimte in de luchtwegen. De longarts gaat op zoek naar de bron en brengt deze in beeld. Als dit gebied goed in beeld is gebracht, wordt via de bronchoscoop materiaal verzameld voor onderzoek. 

       

      Wat zijn de risico’s?

      Een bronchoscopie met miniprobe is een veilig onderzoek. Toch kan er een enkele keer een complicatie optreden. Dit kan een nabloeding of een infectie zijn. Het risico is zeer laag. De risico’s worden met u besproken.

       

      Hoelang duurt het onderzoek?

      U bent in totaal ongeveer 90 minuten in de behandelkamer. Het onderzoek zelf neemt 60 minuten in beslag. Na afloop verblijft u nog enige tijd op de uitslaapkamer. U kunt rekenen op een verblijf in het ziekenhuis van vier uur.
       

      Na het onderzoek

      Na het onderzoek meten verpleegkundigen regelmatig uw bloeddruk en controleren zij het zuurstofgehalte in uw bloed. Wanneer u goed wakker bent en alle controles stabiel zijn, wordt het infuus verwijderd. In verband met de keelverdoving mag u de eerste twee uur na het geven van deze verdoving niet eten en drinken omdat anders de kans bestaat dat u zich verslikt.

      Door de toegediende medicatie kunt u de rest van de dag last hebben van een verminderd reactievermogen, concentratiestoornissen en een verminderd geheugen. Wij raden u dan ook aan om de rest van de dag geen afspraken te maken. Tevens dient u er rekening mee te houden dat u na het onderzoek 24 uur niet aan het verkeer mag deelnemen. Het is belangrijk dat u zich laat thuisbrengen.
      Als de longarts weefsel heeft afgenomen is de kans aanwezig dat u wat bloederig slijm ophoest. Mocht dit langer dan een dag aanhouden, neemt het bloeden toe of ontwikkelt u koorts, neemt u dan contact met uw behandelend longarts of huisarts op.

       

      Wanneer is de uitslag bekend?

      Direct na het onderzoek wordt een verslag gestuurd naar de arts die het onderzoek heeft aangevraagd. Het duurt ongeveer een week voordat de uitslag van het afgenomen materiaal bekend is.

       

      Contact

      U kunt ons bereiken op de volgende telefoonnummers:

      Endoscopieafdeling (0341) 463538 (maandag t/m vrijdag van 8.30 uur tot 16.30 uur)

      Poli longgeneeskunde (0341) 463743 (maandag t/m vrijdag van 8.30 uur tot 16.30 uur)

       

      Heeft u na uw bezoek aan het ziekenhuis vragen?

      De eerste vijf dagen na het bezoek kunt u contact opnemen via het algemeen nummer van het ziekenhuis: 0341-463911. De receptioniste zal u doorverbinden met de afdeling waar u uw vraag kunt stellen. Is het langer dan vijf dagen geleden? Neem dan contact op met uw eigen huisarts of buiten kantoortijden met de Huisartsenpost via 0900-3410341.

       

      Aandachtspunten

      • Uw medicatie kunt u op de dag van het onderzoek gewoon gebruiken, tenzij uw arts u andere instructies heeft gegeven.
      • Lees indien van toepassing de aanwijzingen voor gebruik bloedverdunners verderop in de folder.
      • Lees indien van toepassing de aanwijzingen voor patiënten met diabetes verderop in de folder
      • Tijdens het onderzoek kunt u uw eigen kleding aanhouden. Vermijdt u echter strakzittende of knellende kleding.
      • Sieraden en andere kostbaarheden kunt u beter thuislaten.
      • U blijft de avond vóór het onderzoek vanaf 22.00 uur helemaal nuchter (dit betekent niets meer eten en/of drinken). Tabletten die u van uw arts moet blijven gebruiken kunt u zonodig met een slokje water tot uiterlijk twee uur vóór het onderzoek innemen of anders na het onderzoek.

       

      Wat neemt u mee naar het ziekenhuis?

      • De zorgpas van uw verzekering.
      • Uw patiëntenpas van ziekenhuis St Jansdal (indien u geen pas heeft of deze is verlopen, verzoeken wij u een nieuwe pas te laten maken bij de receptie of de zelfservicezuil in de centrale hal).
      • Een geldig legitimatiebewijs.
      • Een recente lijst van de door u gebruikte medicijnen, verkrijgbaar bij de apotheek. Denk ook aan medicatie die niet op recept wordt verstrekt.
      • Uw eigen medicatie.
      • Eventueel het CPAP apaaraat dat u gebruikt tijdens het slapen.

       

      Aanwijzingen voor gebruik bloedverdunners

      (N.B. Onderstaande informatie is alleen van toepassing als u bloedverdunners gebruikt)

       

      Soms dienen bloedverdunners een aantal dagen voor het onderzoek gestaakt worden. Dit moet echter altijd gebeuren in overleg met een arts. Neemt u daarom contact op met de arts die het onderzoek aanvraagt. Hieronder volgt een globale richtlijn:

       

      Niet stoppen:
      Trombocytenaggregatieremmer zoals:

      Acetylsalicylzuur, Carbasalaatcalcium (Ascal), Dipyridamol (Persantin), Clopidogrel (Plavix), Prasugrel (Efient) en Ticargrelor (Brilique)

       

      Overleg Trombosedienst:

      Acenocoumarol (Sintrom) of Fenprocoumon (Marcoumar)

       

      Overleg arts:

      NOAC (Non-VKA Orale AntiCoagulantia) zoals:
      Rivaroxaban (Xarelto), Dabigatran (Pradaxa) òf Apixaban (Eliquis)

       

      Indien nodig geeft de arts die het onderzoek verricht u na het onderzoek aanvullend advies over het herstarten van de medicatie. Dit is mede afhankelijk van de uitkomsten van de scopie.

       

      Informatie voor patienten met diabetes

      N.B. Onderstaande informatie is alleen van toepassing als u diabetes hebt)

       

      Binnenkort heeft u een afspraak voor een bronchoscopie met miniprobe.
      Om te hoge of te lage bloedglucosewaarden zoveel mogelijk te voorkomen, adviseren wij de voor u geldende instructies nauwkeurig op te volgen, dit naast de andere voorbereidingen die u voor het onderzoek moet treffen.

       

      Bij vragen kunt u contact opnemen met één van de diabetesverpleegkundigen van het St Jansdal via de assistentes van de poli interne: Van maandag tot en met vrijdag van 08:30 uur tot 16:00 uur, telefoonnummer: 0341 463747

      Als u belt graag doorgeven welke insulinesoort u gebruikt en hoeveel eenheden u altijd injecteert/bolust.

       

      Lees hieronder de instructies die voor u van toepassing zijn, kies uit:

      • Protocol insuline eenmaal daags
      • Protocol insuline tweemaal daags
      • Protocol insuline viermaal daags
      • Protocol insulinepomp
      • Protocol bloedglucose verlagende tabletten
      • Protocol GLP-1
      • Protocol combinatie insuline en GLP-1
      •  

      Diabetesprotocol insuline eenmaal daags

      De dag vóór het onderzoek:
      Indien u gewend bent om de langwerkende insuline
      ‘s morgens te injecteren, dan kunt u de gebruikelijke hoeveelheid injecteren. Bent u gewend om de langwerkende insuline ‘s avonds te injecteren, dan dient u 50% (1/2) van de gebruikelijke hoeveelheid te injecteren.
       

      De dag van het onderzoek:
      Als u de insuline normaal ‘s morgens injecteert; dan injecteert u deze morgen geen insuline.
      Bij de eerste maaltijd na het onderzoek injecteert u 50% (1/2) van de gebruikelijke dosering.
      Als u de insuline normaal ‘s avonds injecteert; dan
      ‘s avonds de gebruikelijke dosis weer hervatten.

       

      Wij adviseren u deze dag de glucose vijf keer te prikken:

      • Op het tijdstip waarop u normaliter ontbijt
      • Twee uur hierna
      • Voor de lunch of uw gebruikelijke lunchtijd
      • Voor het avondeten
      • Voor het slapen gaan

       

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?

      Is de bloedglucose lager dan 4:
      Een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker, nemen.

       

      Diabetesprotocol insuline tweemaal daags

      Gebruikt u tweemaal daags (middel) langwerkende insuline, neemt u dan contact op met één van de diabetesverpleegkundige.
       

      De dag vóór het onderzoek:
      Voor het ontbijt kunt u uw gebruikelijk dosis insuline injecteren.
      Voor het avondeten kunt u 75% (3/4) van uw gebruikelijke dosis insuline injecteren.
       

      De dag van het onderzoek:
      U slaat uw dosis insuline voor het ontbijt over.
      Vóór de eerste maaltijd na uw onderzoek injecteert u 33% (1/3) van uw gebruikelijke dosering.
      `s Avonds kunt u uw gebruikelijke dosering weer hervatten.

       

      Wij adviseren u deze dag de glucose vijf keer te prikken:

      • Op het tijdstip waarop u normaliter ontbijt
      • Twee uur hierna
      • Voor de lunch of uw gebruikelijke lunchtijd
      • Voor het avondeten
      • Voor het slapen gaan

       

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden? 

      Is de bloedglucose lager dan 4:
      Een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker, nemen.

       

      Diabetesprotocol insuline viermaal daags

      De dag vóór het onderzoek:
      Indien u gewend bent om de langwerkende insuline ’s morgens te injecteren, dan kunt u de gebruikelijke hoeveelheid injecteren.
      Bent u gewend om de langwerkende insuline voor het slapengaan te injecteren, dan dient u 50% (1/2) van de gebruikelijke hoeveelheid te injecteren.
       

      De dag van het onderzoek:
      Als u de langwerkende insuline normaal ‘s morgens injecteert; dan injecteert u deze morgen geen langwerkende insuline. Bij de eerste maaltijd na het onderzoek injecteert u 50% (1/2) van de gebruikelijke dosering langwerkende insuline. Als u de langwerkende insuline normaal ‘s avonds injecteert; dan ‘s avonds de gebruikelijke dosis weer hervatten.

       

      De (ultra)kortwerkende insuline mag u deze morgen niet injecteren. Na het onderzoek kunt u de gebruikelijke dosering (ultra)kortwerkende insuline weer hervatten

       

      Wij adviseren u deze dag de glucose vijf keer te prikken:

      • Op het tijdstip waarop u normaliter ontbijt
      • Twee uur hierna
      • Voor de lunch of uw gebruikelijke lunchtijd
      • Voor het avondeten
      • Voor het slapen gaan

       

      Wat te doen bij lage glucosewaarden?

      Is de bloedglucose lager dan 4:
      Een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker, nemen.

       

      Wat te doen bij hoge bloedglucosewaarden?

      Is de bloedglucose hoger dan 15, dan moet u 2 eh (ultra)kortwerkende insuline injecteren.
      Is de bloedglucose hoger dan 20, dan moet u 4 eh (ultra)kortwerkende insuline injecteren.

       

      Na het onderzoek hervat u uw “gebruikelijke” insulineschema.

       

      Diabetesprotocol insulinepomp

      De dag vóór het onderzoek:
      Deze dag zijn er geen wijzigingen; u hoeft de basaalstand niet aan te passen en kunt alles doen zoals u gewend bent.


      De dag van het onderzoek:
      Wij adviseren u deze dag de bloedglucose vijf keer te prikken:

      • op het tijdstip waarop u normaliter ontbijt
      • twee uur hierna
      • voor de lunch of uw gebruikelijke lunchtijd
      • voor het avondeten
      • voor het slapengaan

       

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden? 

      Is de bloedglucose lager dan 4:
      Een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker, nemen.
      Zijn de bloedglucosewaarden gedurende de dag lager dan 6, dan adviseren wij u om de pomp op een tijdelijk basaal van 50% in te stellen.

       

      Wat te doen bij hoge bloedglucosewaarden?

      Is de bloedglucose hoger dan 15, dan moet u 2 eh (ultra)kortwerkende insuline bolussen.
      Is de bloedglucose hoger dan 20, dan moet u 4 eh (ultra)kortwerkende insuline bolussen.

       

      Na het onderzoek hervat u uw “gebruikelijke” insulineschema.

       

      Diabetesprotocol bloedglucoseverlagende tabletten

      De dag vóór het onderzoek:

      Deze dag zijn er geen wijzigingen; u kunt uw tabletten op de gebruikelijke tijd gebruiken.
       

      De dag van het onderzoek:
      U hoeft geen bloedglucoseverlagende tabletten te gebruiken. Indien u hypo-verschijnselen krijgt (honger, beven, zweten, een trillerig gevoel, bleekheid, wazig zien, hoofdpijn, duizeligheid) of de bloedglucose is lager dan 4.0 mmol neemt u dan een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker.

       

      De bloedglucoseverlagende tabletten kunt u bij de eerst volgende maaltijd weer innemen. Medicatie hoeft niet ingehaald te worden.

       

      Diabetesprotocol GLP-1

      De dag vóór het onderzoek:
      Indien u gewend bent om de GLP-1 ‘s morgens te injecteren, dan kunt u de gebruikelijke hoeveelheid injecteren.
      Bent u gewend om de GLP-1 ‘s avonds te injecteren, dan injecteert u deze avond geen GLP-1.


      De dag van het onderzoek:
      De GLP-1 kunt u na het onderzoek injecteren op de gebruikelijke tijd.

       

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?

      Is de bloedglucose lager dan 4:
      Een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker, nemen.

       

      Diabetesprotocol combinatie insuline en GLP-1

      De dag vóór het onderzoek:
      Indien u gewend bent om de combinatie insuline en GLP-1 ‘s morgens te injecteren, dan kunt u de gebruikelijke hoeveelheid injecteren.
      Bent u gewend om de combinatie insuline en GLP-1 ‘s avonds te injecteren, dan dient u 50% (1/2) van de gebruikelijke hoeveelheid te injecteren.
       

      De dag van het onderzoek:
      Als u de combinatie insuline en GLP-1 normaal ‘s morgens injecteert, dan injecteert u deze ochtend geen combinatie insuline en GLP-1.
      Bij de eerste maaltijd na het onderzoek injecteert u 50% (1/2) van de gebruikelijke dosering.
      Als u de combinatie insuline en GLP-1 normaal ‘s avonds injecteert, dan ‘s avonds de gebruikelijke dosis weer hervatten.

       

      Wij adviseren u deze dag de bloedglucose vijf keer te prikken:
      Op het tijdstip waarop u normaliter ontbijt

      • Twee uur hierna
      • Voor de lunch of uw gebruikelijke lunchtijd
      • Voor het avondeten
      • Voor het slapen gaan

       

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?

      Is de bloedglucose lager dan 4:
      Een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker, nemen.

       

      De informatie op deze website is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Desondanks kunnen geen rechten aan de vermelde informatie ontleend worden. Meer informatie https://www.stjansdal.nl/disclaimer
      Geprint op 27-10-2020