l

Direct contact

Telefoonnummers

Algemeen (receptie)

0341 - 463911

Afsprakenbureau, incl Dronten en Nijkerk 

0341 - 463890

Informatielijn inwoners Flevoland

0341- 463590

Poli-Apotheek St Jansdal

0341 - 435858

Vragen over MijnStjansdal.nl (8.30 - 12 u)

0341 - 463700 

 

Medische hulp buiten kantoortijden

Bij levensbedreigende spoed

112

Medicamus Spoedpost (Harderwijk) 

0900 - 3410341

Website Medicamus Spoedpost Harderwijk 

Voorbereiden_Op-Opname

Bronchoscopie met miniprobe

Inhoud van dit artikel
    Inhoud van dit artikel

      Afspraakgegevens

      Er is voor u een afspraak gemaakt met de volgende gegevens:


      Dag:        ____________________

      Datum:    ____________________

      Tijd:        ____________________

       

      U kunt zich melden
      bij Dagopname B Oost,
      routenummer 0.80

       

      Bij verhindering dient u ons minstens 24 uur van te voren te

      berichten daar wij anders genoodzaakt zijn dit verzuimin rekening te brengen.

       

      Aandachtspunten

      • Als u bloedverdunners gebruikt, leest u dan de informatie op pagina 12.
      • Indien u diabetes heeft, volgt u dan de aanwijzingen vanaf pagina 13.
      • Uw medicatie moet u op de dag van het onderzoek gewoon blijven gebruiken (tabletten mogen met een slokje water tot uiterlijk twee uur vóór het onderzoek ingenomen worden of anders na het onderzoek) tenzij uw arts andere instructies heeft gegeven.
      • vlak voor het onderzoek krijgt u een roesje toegediend. Dit beïnvloedt uw reactievermogen. Daarom mag u 12 uur na het onderzoek niet deelnemen aan het verkeer. U kunt daardoor niet zelfstandig naar huis. Wij adviseren u daarom tijdig vervoer te regelen.
      • U kunt ons bereiken op de volgende telefoonnummers: Functieafdeling 0341-463538 (maandag t/m vrijdag van 08.30 uur tot 17.00 uur)     Poli Longgeneeskunde 0341-463743 (maandag t/m vrijdag van 08.30 uur tot 12.30 uur en van 13.15 uur tot 16.30 uur)
      • Heeft u na uw bezoek aan het ziekenhuis vragen?  
         - De eerste vijf dagen na het bezoek kunt u contact met    ons opnemen via het algemene nummer van het     ziekenhuis: 0341-463911. De receptioniste zal u     doorverbinden met de afdeling waar u uw vraag     kunt stellen.
         - Is het langer dan vijf dagen geleden? Neem dan contact    op met uw eigen huisarts of buiten kantoortijden met    de Huisartsenpost via 0900 – 341 0 341
         

      Wat neemt u mee naar het ziekenhuis?

      Wilt u er aan denken de volgende voorwerpen mee te nemen als u voor uw onderzoek komt:

      • Een patiëntenpas van ziekenhuis St Jansdal (indien u geen pas heeft of deze verlopen is, dan verzoeken wij u een nieuwe pas te maken bij de receptie in de centrale hal)
      • Een geldig legitimatiebewijs
      • Sieraden en andere kostbaarheden kunt u beter thuis laten.
      • Uw eigen medicatie

       

      U kunt tijdens het onderzoek uw “gewone” kleding aanhouden. Vermijdt u echter strak zittende of knellende kleding.

       

      Informatie

       

      Waarom een bronchoscopie met miniprobe?

      Tijdens een bronchoscopie met miniprobe kan men informatie verkrijgen over een dieper gelegen aandoening in de longen.

       

      Wat is een bronchoscopie met een miniprobe?

      Bij een bronchoscopie met miniprobe wordt via uw mond een bronchoscoop (een dunne flexibele slang) in de luchtpijp ingebracht. Aan het einde van de bronchoscoop zit een kleine camera. De bronchoscoop is verbonden met een kleurenmonitor zodat de longarts de beelden nauwkeurig kan bekijken. Door het werkkanaal van de bronchoscoop kan een katheter met een echokop worden opgevoerd tot aan het doelgebied. Onder echogeleiding wordt materiaal verzameld voor microscopisch onderzoek. Voorafgaand aan het onderzoek krijgt u een slaapmiddel (sedatie) toegediend.

       

      Wie verricht het onderzoek?

      Het onderzoek wordt uitgevoerd door een longarts. Deze wordt tijdens het onderzoek bijgestaan door twee endoscopielaboranten. De slaapmedicatie wordt verzorgd door een sedationist.
       

      Waar wordt het onderzoek gedaan?

      Nadat u zich gemeld heeft bij de balie van de dagopname, wordt u door een verpleegkundige opgehaald voor een intakegesprek. Daarna neemt u plaats in bed. Vlak voor het onderzoek krijgt u twee Codeinetabletjes. Deze medicatie zorgt er voor dat u tijdens en na het onderzoek minder hoest. Vervolgens wordt u naar de functieafdeling gebracht waar het onderzoek plaatsvindt. Na afloop wordt u weer teruggebracht naar de verpleegafdeling.
       

      Hoe verloopt het onderzoek?

      In de behandelkamer maakt u kennis met degenen die het onderzoek bij u zullen uitvoeren. Zij zullen u uitleggen wat er precies gaat gebeuren. Vervolgens wordt er een infuus in uw hand ingebracht. Uw bloeddruk wordt iedere vijf minuten gemeten, de hartslag en het zuurstofgehalte continu. Tijdens het onderzoek ligt u op uw rug in bed. Als u een gebitsprothese heeft, vragen wij u deze voor het onderzoek uit te doen. De endoscopielaborante zal uw keel verdoven met een spray.  Daarna zal de longarts uw stembanden en de luchtpijp verdoven met behulp van een vloeistof. U krijgt een bijtring tussen uw kaken ter bescherming van de bronchoscoop. De sedationist zal u het slaapmiddel via het infuus toedienen. Dit werkt binnen enkele minuten. Wanneer u geheel in slaap bent, zal de longarts de scoop via de mond inbrengen. Tijdens het onderzoek kunt u rustig doorademen, er is genoeg ruimte in de luchtwegen. De longarts gaat op zoek naar het doelgebied en brengt deze in beeld. Als dit gebied goed in beeld is gebracht, wordt via de bronchoscoop materiaal verzameld voor onderzoek. 

       

      Hoe lang duurt het onderzoek?

      U bent in totaal ongeveer 90 minuten in de behandelkamer. Het onderzoek zelf neemt ongeveer 60 minuten in beslag. Na afloop verblijft u nog enige tijd op de verpleegafdeling. U kunt rekenen op een verblijf in het ziekenhuis van ongeveer vier en een half uur.
       

      Wat zijn de risico’s?

      Een bronchoscopie met miniprobe is een veilig onderzoek. Toch kan er een enkele keer een complicatie optreden. Dit kan een nabloeding of een infectie zijn. Het risico is zeer laag. De risico’s worden met u besproken.
       

      Na het onderzoek

      Na het onderzoek gaat u weer terug naar de verpleegafdeling. Regelmatig meten verpleegkundigen uw bloeddruk en controleren zij het zuurstofgehalte in uw bloed om eventuele complicaties uit te sluiten. Wanneer u goed wakker bent, en alle  controles stabiel zijn, wordt het infuus verwijderd. In verband met de keelverdoving mag u de eerste twee uur na het geven van deze verdoving niet eten en drinken omdat anders de kans bestaat dat u zich verslikt.

       

      Als de longarts weefsel heeft afgenomen is het mogelijk dat u wat bloederig slijm ophoest.

       

      Neemt u contact op wanneer u na het onderzoek last heeft van de volgende klachten:

      • Koort boven de 38.5 ° C
      • Ophoesten van bloederig slijm, wat langer dan één dag aanhoudt.
         

      Wanneer is de uitslag bekend?

      De uitslag van het onderzoek duurt ongeveer vijf werkdagen. Mede daardoor duurt het ongeveer één week voordat de definitieve uitslag aan u kan worden gegeven. Hiervoor krijgt u een afspraak bij de longarts.

       

      Voorbereiding

      U blijft de avond vóór het onderzoek vanaf 22:00 uur helemaal nuchter (dit betekent niets meer eten en/of drinken). Tabletten die u van uw arts moet blijven gebruiken kunt u zonodig met een slokje water tot uiterlijk twee uur vóór het onderzoek innemen of anders na het onderzoek.

       

      Bloedverdunners

      Het gebruik van bloedverdunners moet vaak een aantal dagen voor het onderzoek gestaakt worden. Dit moet echter altijd gebeuren in overleg met een arts. Neemt u daarom contact op met de arts die het onderzoek aanvraagt.

       

      Globale richtlijn

      Niet stoppen:
      Trombocytenaggregatieremmer zoals:
      Acetylsalicylzuur, Carbasalaatcalcium (Ascal), Dipyridamol (Persantin), Clopidogrel (Plavix), Prasugrel (Efient) en Ticargrelor (Brilique)

      Overleg Trombosedienst:

      Acenocoumarol (Sintrom) of Fenprocoumon (Marcoumar)

       

      Overleg arts:
      NOAC
      (Non-VKA Orale AntiCoagulantia) zoals:
      Rivaroxaban (Xarelto), Dabigatran (Pradaxa) òf Apixaban (Eliquis)

       

      Zonodig geeft de arts die het onderzoek verricht u na het onderzoek aanvullend advies over het herstarten van de medicatie, mede afhankelijk van de uitkomsten van de scopie.

       

      Informatie voor mensen met diabetes

      Binnenkort heeft u een afspraak voor een bronchoscopie
      Om te hoge of te lage bloedglucosewaarden zoveel mogelijk te voorkomen, adviseren wij de voor u geldende instructies nauwkeurig op te volgen, dit naast de andere voorbereidingen die u voor het onderzoek moet treffen.

       

      protocol insuline eenmaal daags                     pagina 14
      protocol insuline tweemaal daags                   pagina 15
      protocol insuline viermaal daags                     pagina 16
      protocol insulinepomp                                      pagina 18
      protocol bloedglucoseverlagende tabletten     pagina 19
      protocol GLP-1                                                 pagina 20
      protocol combinatie insuline en GLP-1            pagina 21

       

      Bij vragen kunt u contact opnemen met één van de diabetesverpleegkundigen van het St Jansdal via de assistentes van de poli interne: Van maandag tot en met vrijdag van 08:30 uur tot 16:00 uur, telefoonnummer: 0341 463747

       

      Als u belt graag doorgeven welke insulinesoort u gebruikt en hoeveel eenheden u altijd injecteert/bolust.

       

      Diabetesprotocol insuline eenmaal daags


      De dag vóór het onderzoek:
      Indien u gewend bent om de langwerkende insuline
      ‘s morgens te injecteren, dan kunt u de gebruikelijke hoeveelheid injecteren. Bent u gewend om de langwerkende insuline ‘s avonds te injecteren, dan dient u 50% (1/2) van de gebruikelijke hoeveelheid te injecteren.
       

      De dag van het onderzoek:
      Als u de insuline normaal ‘s morgens injecteert; dan injecteert u deze morgen geen insuline.
      Bij de eerste maaltijd na het onderzoek injecteert u 50% (1/2) van de gebruikelijke dosering.
      Als u de insuline normaal ‘s avonds injecteert; dan
      ‘s avonds de gebruikelijke dosis weer hervatten.

       

      Wij adviseren u deze dag de glucose vijf keer te prikken:

      • Op het tijdstip waarop u normaliter ontbijt
      • Twee uur hierna
      • Voor de lunch of uw gebruikelijke lunchtijd
      • Voor het avondeten
      • Voor het slapen gaan

       

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?

      Is de bloedglucose lager dan 4:
      Een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker, nemen.

       

      Diabetesprotocol insuline tweemaal daags

      Gebruikt u tweemaal daags (middel) langwerkende insuline? Neem dan contact op met één van de diabetesverpleegkundige.
       

      De dag vóór het onderzoek:
      Voor het ontbijt kunt u uw gebruikelijk dosis insuline injecteren.
      Voor het avondeten kunt u 75% (3/4) van uw gebruikelijke dosis insuline injecteren.
       

      De dag van het onderzoek:
      U slaat uw dosis insuline voor het ontbijt over.
      Vóór de eerste maaltijd na uw onderzoek injecteert u 33% (1/3) van uw gebruikelijke dosering.
      `s Avonds kunt u uw gebruikelijke dosering weer hervatten.

       

      Wij adviseren u deze dag de glucose vijf keer te prikken:

      • Op het tijdstip waarop u normaliter ontbijt
      • Twee uur hierna
      • Voor de lunch of uw gebruikelijke lunchtijd
      • Voor het avondeten
      • Voor het slapen gaan

       

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden? 

      Is de bloedglucose lager dan 4:
      Een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker, nemen.

       

      Diabetesprotocol insuline viermaal daags


      De dag vóór het onderzoek:

      Indien u gewend bent om de langwerkende insuline
      ’s morgens te injecteren, dan kunt u de gebruikelijke hoeveelheid injecteren.
      Bent u gewend om de langwerkende insuline voor het slapengaan te injecteren, dan dient u 50% (1/2) van de gebruikelijke hoeveelheid te injecteren.
       

      De dag van het onderzoek:
      Als u de langwerkende insuline normaal ‘s morgens injecteert; dan injecteert u deze morgen geen langwerkende insuline. Bij de eerste maaltijd na het onderzoek injecteert u 50% (1/2) van de gebruikelijke dosering langwerkende insuline. Als u de langwerkende insuline normaal ‘s avonds injecteert; dan ‘s avonds de gebruikelijke dosis weer hervatten.

       

      De (ultra)kortwerkende insuline mag u deze morgen niet injecteren. Na het onderzoek mag u de gebruikelijke dosering (ultra)kortwerkende insuline weer hervatten

       

      Wij adviseren u deze dag de glucose vijf keer te prikken:

      • Op het tijdstip waarop u normaliter ontbijt
      • Twee uur hierna
      • Voor de lunch of uw gebruikelijke lunchtijd
      • Voor het avondeten
      • Voor het slapen gaan

       

      Wat te doen bij lage glucosewaarden?

      Is de bloedglucose lager dan 4:
      Een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker, nemen.

       

      Wat te doen bij hoge bloedglucosewaarden?

      Is de bloedglucose hoger dan 15, dan moet u 2 eh (ultra)kortwerkende insuline injecteren.
      Is de bloedglucose hoger dan 20, dan moet u 4 eh (ultra)kortwerkende insuline injecteren.

       

      Na het onderzoek hervat u uw “gebruikelijke” insulineschema.

       

      Diabetesprotocol insulinepomp


      De dag vóór het onderzoek:
      Deze dag zijn er geen wijzigingen; u hoeft de basaalstand niet aan te passen en kunt alles doen zoals u gewend bent.


      De dag van het onderzoek:
      Wij adviseren u deze dag de bloedglucose vijf keer te prikken:

      • op het tijdstip waarop u normaliter ontbijt
      • twee uur hierna
      • voor de lunch of uw gebruikelijke lunchtijd
      • voor het avondeten
      • voor het slapengaan

       

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden? 

      Is de bloedglucose lager dan 4:
      Een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker, nemen.
      Zijn de bloedglucosewaarden gedurende de dag lager dan 6, dan adviseren wij u om de pomp op een tijdelijk basaal van 50% in te stellen.

       

      Wat te doen bij hoge bloedglucosewaarden?

      Is de bloedglucose hoger dan 15, dan moet u 2 eh (ultra)kortwerkende insuline bolussen.
      Is de bloedglucose hoger dan 20, dan moet u 4 eh (ultra)kortwerkende insuline bolussen.

       

      Na het onderzoek hervat u uw “gebruikelijke” insulineschema.

       

      Diabetesprotocol bloedglucoseverlagende tabletten


      De dag vóór het onderzoek:

      Deze dag zijn er geen wijzigingen; u kunt uw tabletten op de gebruikelijke tijd gebruiken.
       

      De dag van het onderzoek:
      U hoeft geen bloedglucoseverlagende tabletten te gebruiken. Indien u hypo-verschijnselen krijgt (honger, beven, zweten, een trillerig gevoel, bleekheid, wazig zien, hoofdpijn, duizeligheid) of de bloedglucose is lager dan 4.0 mmol neemt u dan een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker.

       

      De bloedglucoseverlagende tabletten kunt u bij de eerst volgende maaltijd weer innemen. Medicatie hoeft niet ingehaald te worden.

       

      Diabetesprotocol GLP-1


      De dag vóór het onderzoek:
      Indien u gewend bent om de GLP-1 ‘s morgens te injecteren, dan kunt u de gebruikelijke hoeveelheid injecteren.
      Bent u gewend om de GLP-1 ‘s avonds te injecteren, dan injecteert u deze avond geen GLP-1.


      De dag van het onderzoek:
      De GLP-1 kunt u na het onderzoek injecteren op de gebruikelijke tijd.

       

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?

      Is de bloedglucose lager dan 4:
      Een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker, nemen.

       

      Diabetesprotocol combinatie insuline en GLP-1


      De dag vóór het onderzoek:
      Indien u gewend bent om de combinatie insuline en GLP-1
      ‘s morgens te injecteren, dan kunt u de gebruikelijke hoeveel- heid injecteren.
      Bent u gewend om de combinatie insuline en GLP-1 ‘s avonds te injecteren, dan dient u 50% (1/2) van de gebruikelijke hoeveelheid te injecteren.
       

      De dag van het onderzoek:
      Het onderzoek vindt vóór 13:00 uur plaats:
      Als u de combinatie insuline en GLP-1 normaal ‘s morgens injecteert, dan injecteert u deze ochtend geen combinatie insuline en GLP-1.
      Bij de eerste maaltijd na het onderzoek injecteert u 50% (1/2) van de gebruikelijke dosering.
      Als u de combinatie insuline en GLP-1 normaal ‘s avonds injecteert, dan ‘s avonds de gebruikelijke dosis weer hervatten.

       

      Het onderzoek vindt ná 13:00 uur plaats:
      Als u de combinatie insuline en GLP-1 normaal ‘s morgens injecteert, dan injecteert u deze ochtend 50% (1/2) van de gebruikelijke dosering.
      Als u de combinatie insuline en GLP-1 normaal ‘s avonds injecteert, dan ‘s avonds de gebruikelijke dosis weer hervatten.
       


      Wij adviseren u deze dag de bloedglucose vijf keer te prikken:
       

      • Op het tijdstip waarop u normaliter ontbijt
      • Twee uur hierna
      • Voor de lunch of uw gebruikelijke lunchtijd
      • Voor het avondeten
      • Voor het slapen gaan

       

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?

      Is de bloedglucose lager dan 4:
      Een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker, nemen.

       

      De informatie op deze website is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Desondanks kunnen geen rechten aan de vermelde informatie ontleend worden. Meer informatie https://www.stjansdal.nl/disclaimer