l

Direct contact

Telefoonnummers

St Jansdal receptie (alle locaties)

0341 - 463911

Afsprakenbureau 

0341 - 463890

Poli-Apotheek St Jansdal

0341 - 435858

Helpdesk MijnStjansdal (8:30 - 16:30 uur)

0341 - 463700

Vragen over?


Heeft u een klachtKlik dan hier.

Of compliment? Klik dan hier.


Bent u van de PERS en heeft u een vraag? Klik dan hier.

Medische hulp buiten kantoortijden

Spoedpost Harderwijk  

 

085 - 773 73 71

 

 

www.spoedpostharderwijk.nl

Huisartsenpost Lelystad  

 

0900 - 333 6 333

 

 

www.medrie.nl

Bij levensbedreigende spoed:

 

112

VlagB
Folders

Blaaskanker, de uitslag van de patholoog

Versienr: 1
Inhoud van dit artikel
    Inhoud van dit artikel

      U hebt recent een operatie ondergaan in verband met blaaskanker. Het weefsel dat tijdens de operatie uit de blaas is weggehaald wordt opgestuurd naar de patholoog. De patholoog onderzoekt het weefsel en kijkt naar het soort cellen, hoe diep de tumor groeit en hoe agressief de cellen zijn. Deze uitslag is belangrijk, omdat het bepaalt wat de vervolgstappen in de behandeling zijn.

       

      In deze folder kunt u lezen wat de uitslag van het weefselonderzoek inhoudt. 

       

      Het soort cellen 

      De binnenbekleding van de blaas bestaat uit urotheelcellen, de slijmvlieslaag van de blaas. Bij blaaskanker gaat het bijna altijd om urotheelcelcarcinoom. Carcinoom is een ander woord voor kanker. 

       

      Hoe diep groeit de tumor: het stadium 

      Het stadium zegt iets over de uitgebreidheid van de tumor. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de TNM-classificatie:

      • T staat voor tumor: de grootte van de tumor en/of hoever de tumor is doorgegroeid in het weefsel eromheen.

      • N staat voor node: node is Engels voor lymfeklier. Dit geeft aan of er uitzaaiingen in de lymfeklieren zijn gevonden.

      • M staat voor metastase. Metastase is een ander woord voor uitzaaiing. Dit geeft aan of er uitzaaiingen zijn in organen of ergens anders in het lichaam.

       

      Stadia bij blaaskanker 

      T – tumor: 

      • Carcinoma in situ (CIS) beperken zich tot de cellenlaag en tasten de diepere lagen niet aan. Ze kunnen echter een hoge graad krijgen, want ze kunnen agressief zijn en zich uitbreiden als geen geschikte behandeling wordt gegeven. 
      • Ta: de tumor is oppervlakkig en groeit alleen in het slijmvlies (urotheel).  
      • T1: de tumor is nog oppervlakkig, maar groeit al wel in de bindweefsellaag onder het slijmvlies (nog niet in de spierlaag). 
      • T2: de tumor groeit ook door in de spierlaag. 
      • T3: de tumor groeit ook door in het omliggende vetweefsel. 
      • T4: de tumor groeit in nabijgelegen organen of weefselstructuren, zoals de prostaat, baarmoeder, vagina, bekkenwand of buikwand. 

       

      N – node: 

      • Nx: het is niet beoordeeld/onderzocht of er uitzaaiingen in de lymfeklieren zijn. 
      • N0 of N-: er zijn geen uitzaaiingen van de tumor in de lymfeklieren. 
      • N1 of N+: er zijn uitzaaiingen van de tumor in de lymfeklieren. 

       

      M – metastasen: 

      • Mx: het is niet beoordeeld/onderzocht of er uitzaaiingen in andere organen of op andere plekken in het lichaam zijn. 
      • M0 of M-: er zijn geen uitzaaiingen in andere organen of op andere plekken in het lichaam. 
      • M1 of M+: er zijn uitzaaiingen in andere organen of op andere plekken in het lichaam. 

       

       

       

      De agressiviteit van de cellen

      De patholoog kijkt hoe agressief de cellen zijn. Dit wordt uitgedrukt in graden: 

      • Graad 1: minst agressief; 

      • Graad 2: gematigd agressief; 

      • Graad 3: meest agressief. 

       

      Niet-spierinvasieve of spierinvasieve blaaskanker

      Bij blaaskanker wordt vaak gesproken over een niet-spierinvasieve tumor of een spierinvasieve tumor.

      • Niet-spierinvasief betekent dat de kanker niet doorgroeit in de spierlaag. Dit is het geval bij CIS, stadium Ta en stadium T1.

      • Spierinvasief betekent dat de kanker doorgroeit tot in de spierlaag of verder. Dit is het geval bij stadium T2, T3 en T4.

       

      Het stadium en de graad zijn bepalend voor het vervolg van de behandeling. Samen met de behandelend uroloog zal er, als dat nodig is, een passend behandelplan voor u worden opgesteld.

       

      Vragen

      Heeft u nog vragen? Dan kunt u contact opnemen met de oncologieverpleegkundige, tel. 0341-46 39 66. 

       

       

       

      Meer informatie? Kijk op https://www.stjansdal.nl
      De informatie op deze website is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Desondanks kunnen geen rechten aan de vermelde informatie ontleend worden. Meer informatie https://www.stjansdal.nl/disclaimer
      Geprint op 20-6-2024