l

Direct contact

Telefoonnummers

St Jansdal Harderwijk

0341 - 463911

St Jansdal Lelystad

0341 - 463590

Poli-Apotheek St Jansdal

0341 - 435858

Helpdesk MijnStjansdal (8.30 - 12 u)

0341 - 463700 

 

Medische hulp buiten kantoortijden

Bij levensbedreigende spoed

112

Harderwijk: Medicamus Spoedpost  

0900 - 341 0 341

Website: Medicamus Spoedpost

 

Lelystad: huisartsenpost Medrie  

0900 - 333 6 333

Website: Huisartenpost Lelystad

 

 

 

Blauwe plekken

Een ernstig zieke patiënt krijgt eenvoudig blauwe plekken doordat de bloedstolling als gevolg van de ziekte of de gebruikte medicijnen verstoord is. Bovendien wordt de patiënt op de IC vaak geprikt voor het inbrengen van infusen of catheters die voor de behandeling noodzakelijk zijn. Ook daarbij kunnen blauwe plekken ontstaan.

Opgezwollen uiterlijk

Bij een patiënt met een bloedvergiftiging (sepsis) laten de bloedvaten veel lichaamsvocht (plasma) door naar de weefsels. Het gezicht, de armen en de benen van de patiënt zijn daardoor vaak erg dik en gezwollen. Het uiterlijk van de patiënt verandert hierdoor en dat kan er naar uitzien. Soms lekt  er vocht uit de kleine prikgaatjes of door beschadiging van de huid. Als de patiënt herstelt, wordt het vocht uit de weefsels weer opgenomen door de bloedvaten. De zwellingen verdwijnen dan weer.

Verward en onrustig

Het komt vaak voor dat een patiënt op de IC verward en onrustig is. Ook agressie en angst komen regelmatig voor. Enkele oorzaken hiervan zijn: pijn, medicijnen tegen de pijn, slaapmiddelen, het ziek zijn, koorts, een vreemde omgeving, onzekerheid en een verstoord slaappatroon. De patiënt reageert anders dan u als partner of naaste gewend bent. We proberen de situatie te verbeteren met behulp van medicijnen tegen angst en onrust maar ook door duidelijke informatie aan te patiënt te geven. Acute verwardheid is tijdelijk. Als de patiënt lichamelijk opknapt gaat het ook meestal geestelijk snel weer beter.

Vast maken van de handen

Soms is het noodzakelijk de handen van de patiënt vast te maken. Dit is een maatregel ter bescherming. Hoewel de patiënt tijdens de beademing

een slaapmiddel krijgt, kan het toch gebeuren dat de patiënt in een reflex de beademingsbuis eruit trekt. Dit gebeurt meestal als gestopt wordt met de toediening van slaapmedicijnen en de patiënt langzaam wakker wordt. Of passend bij het ziektebeeld waarmee de patiënt is opgenomen. Hij of zij begrijpt niet precies wat er aan de hand is. Dit is een vervelende maatregel die alleen wordt toegepast als het echt noodzakelijk is.

Vervormd gezicht

Een patiënt met een ernstige longziekte wordt soms op de buik gelegd en zo beademd. Wanneer de patiënt weer op zijn rug wordt gedraaid kan zijn gezicht er vervormd en gezwollen uitzien. Dat komt doordat het lichaamsvocht zich op het laagste punt verzamelt. Als de patiënt op zijn rug wordt teruggedraaid, verdwijnt dit vocht langzaam.

Stoma

Bij een patiënt met een ernstige ziekte van de ingewanden wordt soms operatief een kunstmatige uitgang voor de ontlasting of urine aangelegd. Dat heet een stoma. Zo'n stoma kan tijdelijk maar ook blijvend zijn.

Niet kunnen praten

  • Een patiënt die aan de beademing ligt, kan niet praten. Deze patiënten hebben een buisje in de mond of een masker die op de mond/ neus staat. U kunt wel met de patiënt praten, maar deze kan niet antwoorden.
  • Er kunnen het best vragen worden gesteld die met ja of nee te beantwoorden zijn.
  • Als het buisje uit de keel mag, dan kan een patiënt na een half uur weer gewoon praten.

Dorst

Patiënten op de IC hebben vaak last van een dorst gevoel, ondanks dat zij veel drinken. Dit heeft te maken met het ziek zijn van de patiënt. Dit dorst gevoel is iets te verminderen door stokjes met een sponsje in het water te zetten en hier aan te laten zuigen. Ook kleine ijsblokjes worden vaak lekker gevonden. Slokjes water altijd in overleg met de verpleegkundige. Dit omdat het lichaam veel extra vocht nog niet kan verwerken.

Apparatuur en slangetjes

Een ernstig zieke patiënt die op de IC wordt opgenomen heeft voor de behandeling vaak meerdere infusen, drains en allerlei slangen en plakkers. Sommige daarvan zijn verbonden met apparatuur om verschillende functies van het lichaam te bewaken (monitoren). Andere worden gebruikt om vocht, voeding of medicijnen toe te dienen. Weer andere zijn verbonden met machines, bijvoorbeeld beademingsapparatuur.