l

Direct contact

Telefoonnummers

St Jansdal receptie (alle locaties)

0341 - 463911

Afsprakenbureau 

0341 - 463890

Poli-Apotheek St Jansdal

0341 - 435858

Helpdesk MijnStjansdal (8.30 - 12 u)

0341 - 463700

Medische hulp buiten kantoortijden

Bij levensbedreigende spoed

112

Harderwijk: Medicamus Spoedpost  

0900 - 341 0 341

Website: Medicamus Spoedpost

 

Lelystad: huisartsenpost Medrie  

0900 - 333 6 333

Website: Huisartenpost Lelystad

 

 

 

Diabetesbehandeling tijdens ziekenhuisopname

Tijdens een opname in het ziekenhuis kunnen de bloedsuikerwaarden stijgen. Dit is een normale reactie op ziekte, koorts, stress of bij bepaalde medicijnen. Als de diabetes onvoldoende gecontroleerd is met uw eigen medicatie, dan wordt de internist bij de behandeling betrokken. Vaak is het tijdelijk nodig om insuline (bij) te spuiten. Als er instructie nodig is omdat nieuwe medicatie wordt gestart, dan komt de diabetesverpleegkundige naar de afdeling om dit uit te leggen. Als u weer naar huis gaat, dan krijgt u een advies mee over de diabetesbehandeling. De diabetescontroles worden na ontslag uit het ziekenhuis voortgezet door uw eigen diabetesbehandelaar (uit huisarts en praktijkondersteuner of diabetescentrum St Jansdal).

Behandeling diabetes type 2

Verhoogde glucosewaarden kunnen verlaagd worden door gezonde voeding, voldoende beweging en medicijnen. Ons diabetesteam geeft hierover adviezen. Deze vormen de basis van de behandeling voor iedereen met diabetes mellitus type 2. De behandeling met medicijnen van diabetes mellitus type 2 begint meestal met tabletten. Naarmate de aandoening voortschrijdt is de behandeling met tabletten vaak niet meer voldoende. Dan is het injecteren van insuline de volgende stap.

 

Van de diabetes patiënten heeft ongeveer 85 procent diabetes type 2. Hierbij draagt ongevoeligheid voor insuline, meestal gepaard met overgewicht, bij aan de stijging van de bloedsuikers. Type 2 diabetes leidt tot schade aan de grotere en kleine bloedvaten. Naast gestoorde bloedsuikers dragen ook verhoogde bloeddruk en te hoge bloedvetten bij aan de vaatschade en de daaruit voortvloeiende complicaties. Daarom worden veel patiënten ter voorkoming van deze complicaties met een scala aan geneesmiddelen behandeld. Verdere achteruitgang van de functies van de alvleesklier, maakt dat er in de loop van de tijd steeds intensievere behandeling met bloedsuiker verlagende middelen nodig zal zijn. Meestal gaat het dan om combinaties van middelen in tabletvorm en middelen die per injectie worden toegediend, zoals insuline.

 

De meeste mensen met diabetes type 2 worden behandeld door de huisarts en de praktijkondersteuner. De huisartsen van de Noord-West Veluwe hebben zich voor het ontwikkelen van ondermeer hun bekwaamheid in de diabeteszorg georganiseerd in de Zorggroep Medicamus (zie www.medicamus.nl)

 

Voor diabetespatiënten die een intensievere bloedsuiker verlagende behandeling nodig hebben of waarbij zich complicaties ontwikkelen, kan het nodig zijn dat zij (tijdelijke) behandeld worden door het diabetesteam in Diabetescentrum St Jansdal. De huisarts verwijst de patiënt hier dan naar door.

Diabetes en zwangerschap

Zwangerschapsdiabetes is een tijdelijke vorm van diabetes, die meteen over gaat na de bevalling. Je kunt zwangerschapsdiabetes krijgen vanaf de 24e week van de zwangerschap, maar sommige vrouwen krijgen al eerder zwangerschapsdiabetes.

 

Hoe ontstaat zwangerschapsdiabetes?

 

Zwangerschapsdiabetes ontstaat doordat de zwangerschapshormonen de werking van insuline remmen. Overgewicht, emotionele stress of lichamelijke belasting kunnen invloed hebben op de werking van insuline. Normaal gesproken vangt het lichaam de verminderde werking van insuline op door extra insuline aan te maken. Bij zwangerschapsdiabetes gebeurt dat niet of onvoldoende. Daardoor wordt de glucosewaarde in het bloed te hoog.

 

Wat gebeurt er bij zwangerschapsdiabetes?

In het lichaam van een zwangere vrouw verandert veel. Je maakt bijvoorbeeld andere hormonen aan. Die hormonen zorgen ervoor dat het lichaam tijdelijk minder goed reageert op insuline, het hormoon dat de bloedsuiker regelt. Tijdens een normale zwangerschap maakt het lichaam extra insuline aan. Zodat er toch genoeg insuline is om de bloedsuiker goed te houden. Maar bij zwangerschapsdiabetes gebeurt dat niet, of niet genoeg. Daardoor blijft er te veel suiker in het bloed zitten. Daarom is het goed dat u wel een behandeling voor zwangerschapsdiabetes krijgt.

 

Suikertest

Het minder gevoelig worden van de cellen treedt op in het tweede deel van de zwangerschap. Dit is de reden dat de suikertest in het algemeen pas in de tweede helft van de zwangerschap wordt gedaan. Er kunnen natuurlijk omstandigheden zijn waardoor de test eerder of later uitgevoerd moet worden. Normaal kan het lichaam een zwangerschap goed aan, maar als de cellen erg ongevoelig worden en/of als de alvleesklier de extra insuline niet voldoende aan kan maken, kan de bloedglucose gaan stijgen. Mocht dit het geval zijn, dan wordt dit met behulp van de suikertest aangetoond.

 

Behandeling zwangerschapsdiabetes

 

De behandeling van zwangerschapsdiabetes in Diabetescentrum St Jansdal wordt begeleid door de internist samen met de diabetesverpleegkundige en de diëtist. De internist is verantwoordelijk voor het goed reguleren van de bloedglucose van de moeder tijdens en na de zwangerschap. Om een goed beeld te krijgen van uw bloedglucose krijgt u van de diabetesverpleegkundige een bloedglucosemeter om zelf thuis u bloedglucose te kunnen meten. In eerste instantie wordt geprobeerd de bloedglucose te normaliseren door de voeding aan te passen. U gaat hiervoor naar de diëtist. Als de bloedglucose niet voldoende te regelen zijn met adviezen/aanpassingen van uw voedingspatroon en beweging, moet er een andere behandeling gestart worden. Dit betekent dat u insuline moet gaan spuiten, meestal alleen bij de maaltijden. Veel vrouwen zien hier begrijpelijk tegen op. Als u in de zwangerschap start met insuline, dan volgen ook extra controles bij de gynaecoloog in het ziekenhuis om de groei van het kindje goed in de gaten te kunnen houden.

 

 

Diabetesverpleegkundige

Na verwijzing heeft u een gesprek met de diabetesverpleegkundige. Deze geeft u informatie over zwangerschapsdiabetes en instructie over het meten van uw bloedglucose. Op die manier krijgen we een goed beeld van uw bloedglucose over de gehele dag.  Dit komt de verdere behandeling ten goede.

  

 

Behandeling tijdens de bevalling

Zwangerschapsdiabetes kan betekenen dat u in het ziekenhuis moet bevallen. Na de geboorte wordt de bloedglucosespiegel van uw baby regelmatig gecontroleerd. Na de geboorte wordt de navelstreng met de moeder doorgeknipt en krijgt de baby zijn glucose via borst/flesvoeding. Uw baby krijgt indien nodig, voeding om daling in de bloedsuikerspiegel zo veel mogelijk te voorkomen. Als de extra voeding onvoldoende blijkt, neemt de kinderarts de zorg voor uw baby over. De baby gaat samen met u naar de couveuse-unit.

 

Als u tijdens de zwangerschap insuline heeft gebruikt, kunt u daar meestal voor/tijdens de bevalling mee stoppen. Dit gaat in overleg met de internist, gynaecoloog of diabetesverpleegkundige. U krijgt bij 34-36 weken zwangerschap van ons de informatie die u nodig heeft tijdens en na de bevalling.