l

Direct contact

Telefoonnummers

St Jansdal Harderwijk

0341 - 463911

St Jansdal Lelystad

0341 - 463590

Poli-Apotheek St Jansdal

0341 - 435858

Helpdesk MijnStjansdal (8.30 - 12 u)

0341 - 463700

Medische hulp buiten kantoortijden

Bij levensbedreigende spoed

112

Harderwijk: Medicamus Spoedpost  

0900 - 341 0 341

Website: Medicamus Spoedpost

 

Lelystad: huisartsenpost Medrie  

0900 - 333 6 333

Website: Huisartenpost Lelystad

 

 

 

Voorbereiden_Op-Opname

Sulcus nervi ulnaris syndroom

Inhoud van dit artikel
    Inhoud van dit artikel

      Sulcus nervi ulnaris syndroom

      Onder ulnaris neuropathie, cubitale tunnel syndroom of sulcus nervi ulnaris syndroom wordt een aandoening van een van de drie armzenuwen, de nervus ulnaris of elleboogzenuw, verstaan. Indien deze zenuw wordt geïrriteerd is dat meestal ter hoogte van zijn verloop in de elleboog. Daar loopt de nervus ulnaris aan de binnenzijde oppervlakkig en langs een benig uitsteeksel (bekend als het “telefoonbotje”) en is daar kwetsbaar voor beschadiging. De aandoening wordt ook wel sulcus nervi ulnaris syndroom genoemd, naar de groeve waarin de elleboogzenuw verloopt.

       

      Klachten

      De klachten worden veroorzaakt door beknelling of voortdurende irritatie van de zenuw en bestaan uit een pijnlijk tintelend gevoel in het verzorgingsgebied, dat wil zeggen de pink en een deel van de ringvinger. Een ieder kent deze ervaring tijdelijk bij het ongelukkig stoten van de elleboog, waarbij de zenuw geraakt wordt. Ook kan gevoelsvermindering in pink en ringvinger optreden en kan krachtsverlies in de hand optreden, waarbij deze dunner wordt. Misleidend is daarbij dat de pijnklachten en tintelingen dan vaak afnemen. In het verst gevorderde geval treedt standsverandering van de vingers op door het krachtverlies van de kleine handspieren (klauwhand). Vaak zijn de tintelingen en de pijn dan reeds verdwenen.
      De klachten van tintelingen treden voortdurend op en kunnen verergerd worden door bewegen van de elleboog. De tintelingen zijn hinderlijk, maar bij gevoelstoornissen en krachtsvermindering welke soms al vroeg in het ziektebeloop kunnen optreden is een bezoek aan de arts aangewezen. Soms komt ulnaropathie aan beide armen voor.

       

      Oorzaak

      Meestal is geen aanleiding aan te geven voor de voortdurende irritatie van de zenuw ter hoogte van zijn kwetsbare punt in de elleboog, maar regelmatige krachtige buig- en strekbewegingen van de elleboog (bijvoorbeeld bij het bedienen van apparaten) kunnen de klachten doen ontstaan. Bij een minderheid van de patiënten is de zenuw extra beweeglijk en glijdt deze bij buigen van de elleboog telkens over het botuitsteeksel (epicondylus medialis). Ook kan de zenuw in de verdrukking komen door een te nauwe bindweefselband die over de zenuw loopt van de epicondylus medialis naar de punt van de elleboog (olecranon). Misschien dat dit irritatie van de zenuw kan bevorderen.
      Verder kan een beschadiging van de zenuw optreden door uitwendig letsel, voortdurende druk of door een vroeger doorgemaakt letsel, zoals een botbreuk. Tenslotte kan de oorzaak gelegen zijn in beschadigingen in de zenuw, bijvoorbeeld bij suikerziekte.
       

      Onderzoek

      Op grond van het klachtenpatroon kan de diagnose worden vermoed. Bij lichamelijk onderzoek kunnen gevoelstoornissen in pink en de aangrenzende helft van de ringvinger worden gevonden en soms ook krachtvermindering van de kleine handspieren, zodat het sluiten en spreiden van de vingers niet goed meer mogelijk is. De handspieren kunnen dunner worden (atrofie), zodat de hand knokkelig wordt en er sleuven tussen de middenhandsbeentjes ontstaan. Vaak is de zenuw in zijn verloop door de sulcus in de elleboog drukgevoelig en kunnen de klachten van pijnlijke tintelingen door kloppen op de zenuw worden opgewekt.
      Een soortgelijk klachtenpatroon van pijnlijke tintelingen in de hand, dat daarom verwarring omtrent de diagnose kan geven, komt voor bij beknelling van een zenuw door een nekhernia, door artrose (slijtage) van nekwervels of door het bestaan van nauwe ruimtelijke verhoudingen in de schouder (zogenaamd scalenus syndroom of halsrib syndroom). Deze oorzaken dienen door het neurologisch onderzoek te worden uitgesloten, omdat ze een andere behandeling vereisen. Om de diagnose te bevestigen wordt een spieronderzoek aangevraagd (EMG = electromyografie), waarop dan een vertraging van de zenuwgeleiding is te zien over het deel van de nervus ulnaris rond de elleboog. Behoudens het zekerstellen van de diagnose kan daarbij tevens worden uitgesloten dat de zenuw niet op een andere plaats in de knel zit.
      Wanneer het vermoeden bestaat op een botafwijking kan een röntgenfoto van de elleboog worden gemaakt.
       

      Behandeling

      Als de diagnose ulnaropathie ter hoogte van de elleboog zeker is, zal de neurochirurg de behandelingsmogelijkheden met de patiënt bespreken.

      Soms is geen behandeling nodig of kan door vermijden van te intensieve armbewegingen worden afgewacht of de klachten verdwijnen.

      Bij blijvende hinderlijke tintelingen en pijn in pink en ringvinger kan een operatie aangewezen zijn. Daarbij wordt de zenuw ter hoogte van de elleboog vrij gelegd door de bindweefselband die van de epicondylus ulnaris naar de elleboogspunt verloopt, door te snijden (ulnaris neurolyse). In enkele gevallen wordt de zenuw vervolgens naar de buigzijde verplaatst, waar hij in het weke weefsel wat vrijer ligt (ulnaristranspositie).

      De ingreep kan vaak onder plaatselijke verdoving plaatsvinden, met verdoving van de arm. In sommige gevallen wordt narcose gegeven.

      Indien er geen tintelingen meer bestaan maar gevoelsstoornissen en krachtsvermindering de voornaamste klachten zijn, zal van een operatie, zeker indien de klachten al langere tijd bestaan, geen of slechts weinig effect meer te verwachten zijn. Voor de operatie moeten bloedverdunnende medicijnen worden gestaakt; dit in overleg met de arts.

       

      Nabehandeling

      De ingreep vindt in dagbehandeling plaats en na de operatie wordt doorgaans een drukverband aanelegd en een draagdoek (mitella) aangemeten. Na enige uren is de verdoving uitgewerkt en kan napijn met paracetamol (eventueel met codeïne) worden bestreden.

      Drukverband en mitella mogen worden verwijderd na 24 uur. Na deze 24 uur mag u de arm weer vrij bewegen op geleide van pijn en normaal belast worden.

      De wond moet vier dagen droog blijven. Bij douchen moet de wond afgeplakt worden gedurende deze periode. Bij overmatige pijn, zwelling of uitvloed uit de wond dient in de eerste week na de operatie contact te worden opgenomen met de polikliniek neurologie overdag en buiten kantoortijden met de Spoed Eisende Hulp (SEH). De wond wordt in de huid gehecht en de hechtingen lossen vanzelf op. Na zes weken controleert de neurochirurg u op de polikliniek.

       

      Herstel na operatie

      De tintelingen in de vingers nemen geleidelijk af. Bij het bestaan van gevoelsvermindering en zeker bij krachtsverlies in de hand zal het herstel langer tijd vergen (drie tot zes maanden). De operatie heeft in ongeveer tweederde van de patienten een goed resultaat. Herstel treedt met name op als er sprake is van compressie van de zenuw. Als ( vaak achteraf) blijkt dat de afwijkingen in de zenuw zitten, verminderen de klachten vaak niet.

       

      Complicaties

      Bij alle ingrepen en dus ook bij ulnaristranspositie en neurolyse kunnen complicaties optreden. Deze komen evenwel zelden voor en bestaan uit infecties en nabloedingen. Het meest voorkomend is dat de operatie niet tot het gewenste doel leidt en de tintelingen en pijn blijven bestaan. Soms is opnieuw opereren aangewezen, maar het kan ook zijn dat er letsel in de zenuw aanwezig is waaraan operatief niets gedaan kan worden.

       

      Vragen

      Heeft u na uw bezoek aan het ziekenhuis vragen?

       

      • De eerste vijf dagen na het bezoek kunt u contact met ons opnemen via het algemene nummer van het ziekenhuis: 0341-463911. De receptioniste zal u doorverbinden met de afdeling waar u uw vraag kunt stellen.

       

      • Is het langer dan vijf dagen geleden? Neem dan contact op met uw eigen huisarts of buiten kantoortijden met de Huisartsenpost via 0900 – 341 0 341

       

      De informatie op deze website is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Desondanks kunnen geen rechten aan de vermelde informatie ontleend worden. Meer informatie https://www.stjansdal.nl/disclaimer