l

Direct contact

Telefoonnummers

St Jansdal Harderwijk

0341 - 463911

St Jansdal Lelystad

0341 - 463590

Poli-Apotheek St Jansdal

0341 - 435858

Helpdesk MijnStjansdal (8.30 - 12 u)

0341 - 463700

Medische hulp buiten kantoortijden

Bij levensbedreigende spoed

112

Harderwijk: Medicamus Spoedpost  

0900 - 341 0 341

Website: Medicamus Spoedpost

 

Lelystad: huisartsenpost Medrie  

0900 - 333 6 333

Website: Huisartenpost Lelystad

 

 

 

Voorbereiden_Op-Opname

Speekselklieroperatie

Inhoud van dit artikel
    Inhoud van dit artikel

      Deze folder geeft u een globaal overzicht over operaties aan de speekselklieren. Bij het lezen van deze folder is het goed om u te realiseren dat bij het vaststellen van de aandoening de situatie bij iedereen weer anders is.

       

      Behalve zeer veel kleine speekselklieren, die in de mond liggen, bestaat er een viertal grotere, die buiten de mond zijn gelegen. Het grootste deel van de speekselvloed wordt gemaakt door de vier grotere speekselklieren, die dus buiten de mond liggen. Onder beide kaakranden ligt een glandula (klier) submandibularis (onderkaaks). Aan beide zijden voor het oor ligt een grote speekselklier, de glandula parotis (naast het oor). Deze laatste speekselklier bestaat uit twee delen: een oppervlakkig deel en een diepgelegen deel. Tussen deze twee delen in verloopt een bijzonder belangrijke zenuw, de nervus (zenuw) facialis (aangezicht). Deze zenuw zorgt onder andere voor het sluiten van de lippen en het optrekken van de mond (lachen) en voor het sluiten van de oogleden.

      Via een dunne buis wordt het speeksel uit deze klieren naar de mond gevoerd. Speeksel bevochtigt ingenomen voedsel en door het kauwen worden de enzymen (stoffen nodig voor de spijsvertering) uit het speeksel door het voedsel gemengd. Dit is de eerste stap uit het spijsverteringsproces.
      In de speekselklieren kunnen ontstekingen of gezwellen ontstaan. In de afvoerbuizen naar de mond kunnen stenen voorkomen die de afvoer belemmeren en ook aanleiding kunnen geven tot ontstekingen. Speekselklieren zijn erg afhankelijk van voldoende vocht in het lichaam. U ervaart een tekort aan vocht al snel door het optreden van een droge mond.
       

      Wat zijn de klachten bij speekselklierafwijkingen?

      Speekselstenen

      Indien een speekselsteen één van de afvoerbuizen afsluit geeft dit pijnklachten doordat het speeksel niet kan wegvloeien naar de mond. Dit treedt op bij eten en/of drinken, met name bij stoffen die de speekselproductie sterk stimuleren zoals zure snoepjes, zure drank en dergelijke. Door de slechte afvloed ontstaan in de loop van dagen/weken tevens ontstekingsverschijnselen. De pijn is dan meer constant aanwezig. Soms wordt dit gekenmerkt doordat pus uit de afvoergang in de mond komt, wat een vieze smaak geeft.
      Verdroging
      Ook zonder problemen met de afvoer kunnen ontstekingen ontstaan, met name als de speekselklieren langdurig niet geprikkeld worden tot het afgeven van speekselvocht. Dit wordt nog wel eens gezien bij oudere mensen die onvoldoende vocht innemen.
       

      Gezwel

      De meest bekende zwelling van de kaakspeekselklier is de zwelling die bij de bof optreedt.

      Een gezwel in een speekselklier wordt opgemerkt doordat er een bobbel onder één van de kaakranden ontstaat, dan wel op de wang voor of vlak onder het oor. Soms gaat bij de grote speekselklier het oorlelletje wat naar buiten staan. Over het algemeen geeft dit geen pijnklachten. Het gaat meestal om een goedaardig gezwel, kwaadaardige gezwellen van de speekselklieren zijn zeldzaam.
       

      Diagnose en onderzoek

      Welke onderzoeken zijn mogelijk?
      Lichamelijk onderzoek:
      Zowel een ontsteking als een gezwel is bij het lichamelijk onderzoek door een arts goed vast te stellen. Vaak kan een eventuele aanwezige steen in een afvoerbuis aan de binnenzijde van de wang worden gevoeld.
       

      Aanvullend onderzoek
      Echo:
      Dit is een eenvoudig, pijnloos onderzoek met geluidsgolven, waarbij kan worden uitgemaakt of er speekselstenen zijn en waar zich die bevinden. In geval van een gezwel kan worden gezien hoe dit gezwel ten opzichte van de speekselklier ligt.

      Punctie:
      Met een naald wordt uit het weefsel een heel klein monstertje genomen, dat onder de microscoop wordt bekeken. Meestal kan hiermee al worden uitgemaakt om wat voor gezwel het gaat.

      Sialografie:
      Bij twijfel aan de juiste diagnose bestaat er in een enkel geval een indicatie (= reden) om een sialografie te maken. Dit is een röntgenonderzoek, waarbij contrastvloeistof in de speekselkliergang wordt gespoten.

      CT-scan (Computer Tomografisch onderzoek):
      Hierbij worden de gemaakte röntgenfoto’s met een computer tot een speciaal beeld omgezet. In een aantal gevallen is het gewenst via deze methode aanvullende informatie te verzamelen.

      MRI scan:
      Hierbij worden vergelijkbare foto’s gemaakt als bij een CT-scan. Er worden echter geen röntgenstralen gebruikt. Bovendien leent deze techniek zich beter om zgn. “weke delen” af te beelden.

       

      Wat zijn de behandelmogelijkheden?

      Stimuleren van de speekselklieren, zodat steentjes of ontstekingen uitgedreven worden. Een operatie is noodzakelijk als dit niet lukt, of indien de ontsteking met antibiotische behandelingen niet het gewenste resultaat oplevert.
      In enkele gevallen is er sprake van een gezwel, deze wordt dan ook operatief verwijderd.
       

      Extra stimuleren van de speekselklieren
      Soms worden de speekselklieren extra gestimuleerd door zuigen op zuurtjes of door spoelen met citroenzuur. Steentjes of ontstekingen kunnen hierdoor uitgedreven worden. Zonodig worden er antibiotica bij gegeven.
       

      De operatie
      Via de dagbehandeling of een korte opname wordt de operatie uitgevoerd. Er is geen speciale voorbereiding nodig.
       

      Bloedverdunners

      Het gebruik van bloedverdunnende medicijnen moet vaak één dag of een aantal dagen voor de operatie gestaakt worden. Dit moet echter altijd gebeuren in overleg met een arts. Meldt daarom het gebruik van bloedverdunners altijd aan degene die de operatie uitvoert. Indien u op aanraden van uw arts moet stoppen met de bloedverdunners en u bent onder behandeling bij een trombosedienst, dient u contact op te nemen met de trombosedienst binnen uw regio.
       

      Onderkaak speekselklier

      Via een kleine snede (5 cm) onderlangs de kaakrand, wordt de gehele klier met zijn afvoergang verwijderd. Vlak langs deze klier loopt een gevoelszenuwtak voor de onderkaak. In een enkel geval is het gevoel na de operatie tijdelijk wat verminderd.

       

      Grote speekselklier

      De snede voor deze operatie verloopt voorlangs het oor recht naar beneden, buigt onder het oorlelletje af naar achteren en loopt dan onder de kaakrand nog 5 cm door. Deze snede geeft cosmetisch het fraaiste resultaat.

       

      Oppervlakkige parotidectomie

      Oppervlakkige parotidectomie is een verwijdering van het oppervlakkige deel van de klier. Dit is de meest voorkomende operatie, die wordt gedaan als er sprake is van een goedaardig gezwel of een chronisch ontstekingsprobleem. Hierbij wordt het oppervlakkige deel van de klier vrijgemaakt van alle takken van de aangezichtszenuw, en in zijn geheel verwijderd. Dit is zeer nauwkeurig werk, omdat de zenuwtakjes klein zijn en direct tegen het te verwijderen klierweefsel aanliggen. Er wordt vaak een drain (slangetje) achtergelaten, zodat zich geen bloed onder de huid kan ophopen.

       

      Totale parotidectomie

      Totale parotidectomie is een verwijdering van de gehele klier. Meestal wordt deze operatie uitgevoerd in verband met een kwaadaardig gezwel.
      Mogelijke complicaties van de operatieve behandeling
      Geen enkele ingreep is vrij van de kans op complicaties. Zo zijn er ook bij operaties aan speekselklieren de normale risico’s op complicaties van een operatie, zoals nabloeding, wondinfectie.

       

      Specifieke complicaties

      Zenuwbeschadiging
      Met name bij de grote speekselklier bestaat het gevaar van beschadiging van één of meer van de takken van de aangezichtszenuw. Over het algemeen ontstaat dan een tijdelijke (meestal gedeeltelijke) uitval van één of meer aangezichtsspieren. Het kan zijn dat het ooglid niet meer goed sluit en/of dat de mondhoek hangt. Als het ooglid niet goed meer sluit, zal dit ‘s nachts met een plakbandje moeten worden dichtgehouden, omdat het hoornvlies anders beschadigt. Bij uitval van mondspieren is vooral het drinken moeilijk, omdat de lippen aan één kant niet goed meer sluiten. Bij (glim)lachen blijft de mondhoek hangen. Het gaat gelukkig bijna altijd om een tijdelijke uitval, de zenuwtak wordt zelden doorgesneden. Als dit laatste wel is gebeurd, dan wordt u dat door uw chirurg na de operatie verteld.

      In het geval van een volledige speekselklier verwijdering in verband met een kwaadaardig gezwel is het niet zelden noodzakelijk de zenuw (deels) te verwijderen! Soms kan al direct een zenuwtransplantaat worden ingehecht, in andere gevallen kan eventueel in een later stadium een hersteloperatie geprobeerd worden.
      Beschadiging gevoel oorlelletje
      In veel gevallen vermindert - soms tijdelijk - het gevoel in het oorlelletje.

       

      Syndroom van Frey
      Dit syndroom komt nog wel eens voor, meestal enige tijd na de operatie. Tijdens of na het eten treedt er transpiratie op in het gebied voor het oor. De oorzaak van dit verschijnsel is niet duidelijk. Het is soms een hinderlijk verschijnsel maar het kan geen kwaad. Er zijn crèmes die nog wel eens kunnen helpen, maar helaas is er niet altijd een bevredigende behandeling mogelijk.
       

      Recidief
      Het meest voorkomende goedaardige gezwel, het zogenaamde menggezwel, neigt tot terugkeer (recidief).

       

      Na de operatie

      De dag na de operatie wordt het draintje indien aanwezig verwijderd. Afhankelijk van de operatie kunt u de eerste tot derde dag weer naar huis. Tegen de pijn is over het algemeen een eenvoudige pijnstiller voldoende (bijvoorbeeld paracetamol). De dag na de operatie mag u ook weer douchen en eenmaal thuis zijn er geen bepaalde voorschriften. U krijgt een afspraak voor poliklinische controle.

      Indien zenuwen niet volledig meer functioneren dan duurt het lang (soms zes maanden) voordat het herstel volledig is. Het gemis van één of twee grote speekselklieren blijkt geen problemen op te leveren.

      Het meest voorkomende goedaardige gezwel, het zogenaamde menggezwel, neigt tot terugkeer (recidief). Dit is de reden dat u na een operatie van zo’n gezwel meestal minimaal één jaar onder controle blijft.
      Indien zich nog problemen voordoen als u weer thuis bent, dan wordt u verzocht contact op te nemen met uw huisarts of uw behandelend specialist.
       

      Vragen

      Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts. Als er na de ingreep onverwacht problemen ontstaan kunt u bellen.

      De eerste vijf dagen na het bezoek kunt u contact met ons opnemen via het algemene nummer van het ziekenhuis: 0341-463911. De receptioniste zal u doorverbinden met de afdeling waar u uw vraag kunt stellen.

      Is het langer dan vijf dagen geleden? Neem dan contact op met uw eigen huisarts of buiten kantoortijden met de Huisartsenpost via 0900 – 341 0 341

       

      Tot slot

      Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.

       

       

       

       

      De informatie op deze website is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Desondanks kunnen geen rechten aan de vermelde informatie ontleend worden. Meer informatie https://www.stjansdal.nl/disclaimer