l

Direct contact

Telefoonnummers

St Jansdal Harderwijk

0341 - 463911

St Jansdal Lelystad

0341 - 463590

Poli-Apotheek St Jansdal

0341 - 435858

Helpdesk MijnStjansdal (8.30 - 12 u)

0341 - 463700

Medische hulp buiten kantoortijden

Bij levensbedreigende spoed

112

Harderwijk: Medicamus Spoedpost  

0900 - 341 0 341

Website: Medicamus Spoedpost

 

Lelystad: huisartsenpost Medrie  

0900 - 333 6 333

Website: Huisartenpost Lelystad

 

 

 

Voorbereiden_Op-Opname

Laminectomie

Inhoud van dit artikel
    Inhoud van dit artikel

      Inleiding

      De neurochirurg heeft met u besproken dat u in aanmerking komt voor een operatie. U bent op de opnamelijst geplaatst voor een operatie aan de lumbale wervelkolom. In deze brochure vindt u verdere toelichting over de pré-operatieve periode, de opname en de herstelperiode. We beginnen met een toelichting te geven op de nodige begrippen.

       

      De wervelkolom

      De wervelkolom bestaat uit 24 wervels, onderverdeeld in vier categorieën, te weten:

      • Halswervels 7 (cervicaal)
      • Borstwervels 12 (thoracaal)
      • Lendenwervels 5 (lumbaal)
      • Heiligbeen

       

      Tussen de wervels zit een tussenwervelschijf (discus). De tussenwervelschijf bestaat uit diverse ringen van kraakbeen met daarin een kern van gelatineachtig materiaal. Hierdoor kan de tussenwervelschijf functioneren als schokbreker. De wervels worden onderling verbonden door kleine gewrichten zodat de rug kan bewegen. Tevens lopen er langs de wervels banden die de wervel verstevigen en extra ondersteunen.

       

      Iedere wervel bevat een holte. Alle holtes boven elkaar vormen het wervelkanaal. Door deze holte lopen het ruggenmerg en de zenuwwortels. Bij iedere wervel komen de wortels naar buiten.

       

      De wortels vormen zenuwen, die de spieren aansturen om te gaan bewegen en die de huid van gevoel voorzien. Iedere zenuwwortel stuurt een bepaalde spiergroep aan en voorziet een bepaald huidgebied (dermatoom) van gevoel.

       

      Lichamelijke klachten

      Dit boekje bevat informatie over klachten die u kunt hebben ten gevolge van uw aandoening, maar ook over meer algemene klachten, die soms geen relatie hebben met uw aandoening. Omdat er veel individuele variatie is, kan het klachtenpatroon bij iedereen anders zijn.

       

      Oorzaak van de klachten

      Ook de oorzaak van de klachten kan verschillen.

       

      Ischias

      Dit is een ander woord voor uitstralende pijn in het traject van de nervus ischiadicus, een grote zenuw in de bil en het been.

       

      Rugpijn

      Rugpijn ontstaat meestal door gewrichtsafwijkingen en door spierpijn. Het is een symptoom dat veelal door slijtage komt, niet door een hernia of een wervelkanaalstenose.

       

      Hernia

      Als de tussenwervelschijf een zwakke plek heeft, kan de kern gaan uitpuilen, met name in de buitenste kraakbeenring. Bij een scheuring van het omhulsel kunnen zelfs stukjes van de kern (sekwesters) buiten de tussenwervelschijf komen. Een dergelijke uitpuiling, met of zonder scheuring, wordt een hernia genoemd en komt vaak voor in het onderste deel van de rug.
      De uitpuilende kern kan tegen de zenuwwortel aandrukken, waardoor u klachten van uitstralende pijn en/of tintelingen en/of een doof gevoel in het been kunt hebben. Deze klachten zijn bij alle activiteiten aanwezig, het minste bij liggen. De aard van de klachten is afhankelijk van de plaats van de hernia.
      Door een korte overbelasting of een foute beweging zoals tillen, plotseling draaien of niezen, kan een hernia ontstaan. Iedereen kan een hernia krijgen, onafhankelijk van leeftijd. Waarom de ene persoon wel een hernia krijgt en de andere niet, is onbekend. De hernia zien we vooral bij jonge mensen.

       

      Wervelkanaalstenose

      Als er botaanzet plaats vindt aan de facetgewrichten, kan de uitgangspoort (de laterale recessus) van de zenuwwortel vernauwd raken. Dit leidt tot een neurogene claudicatie; bij staan en lopen ontstaat er uitstralende pijn, die overgaat bij zitten. Dit is een geleidelijk progressief beeld, waarbij na een steeds kortere loopafstand klachten ontstaan. Omdat de ontwikkeling van de recessus stenose vaak met botaanzetting (artrose) samengaan, zien wij dit beeld het meest bij oudere mensen.

       

      De plaats van de afwijking(en) op de foto’s

       

       

       

       

       

       

      Doorsnede door de wervel

       

      De lokalisatie van de aandoening, die de reden is voor uw operatie wordt in een schematische tekening weergegeven. In deze tekening vindt u terug welke afwijkingen er op de MRI gezien zijn. Zo kunt u zien op welk wervel niveau u geopereerd wordt en aan welke kant (links, rechts of beiden) deze aandoening zich bevindt. Daarnaast wordt met rood de punctie plaats aangegeven voor de spinale anesthesie (de ruggenprik).

       

      Alternatieven voor een operatie

      In alle gevallen wordt minimaal zes weken gewacht alvorens tot operatie wordt overgegaan. Alleen indien er sprake is van een spoedindicatie wordt eerder geopereerd. In de eerste zes weken herstellen de klachten in 80% van de gevallen en hoeft de patiënt niet geopereerd te worden. In sommige gevallen wordt pijnbestrijding gegeven in de acute fase. Voordat tot een operatie besloten wordt, zijn de belangrijkste alternatieven zoals afwachten en fysiotherapie al geprobeerd.

       

      Op de opnamelijst

      De wachttijd

      Door het opnamebureau wordt u nog gebeld over de exacte opnamedatum en tijd. U krijgt ook een afspraak op de polikliniek van de anesthesist voor pré-operatieve screening.
      Als de klachten tijdens de wachttijd toenemen en met name als u een doof gevoel heeft bij het plassen of klachten van incontinentie, moet u contact opnemen met uw neuroloog. Als de klachten van uitstraling in het been geheel zijn verdwenen, moet u contact opnemen met uw neurochirurg.

       

      De operatie

      De operatie vindt in principe plaats op de dag van opname, onder spinale verdoving (een ruggenprik), op verzoek kan de ruggenprik worden aangevuld met een roesje, waardoor u zich niet bewust bent van alle activiteiten om u heen.

       

      Het resultaat van de operatie

      De operatie heeft globaal in 80% (vier van de vijf patiënten) een goed resultaat op de uitstralende pijn in het been. De rugpijn reageert minder goed op de operatie. In slechts 50% van de gevallen treedt hier verbetering in op na operatie.

       

      De kans op complicaties bij de operatie

      Er zijn twee soorten risico’s: te verdelen in risico’s van de anesthesie en risico’s van de operatie zelf. De risico’s van de anesthesie zijn laag, maar nemen toe met de leeftijd en de aanwezigheid van eventuele andere algemene aandoeningen (zoals bijv. diabetes en hartfalen). Het risico op complicaties is lager als u spinale anesthesie krijgt met een ruggenprik ten opzichte van algehele anesthesie. De risico’s van de operatie zijn klein. Minder dan 5% kans op complicaties, (o.a. infectie, nabloeding en instabiliteit) en minder dan 2% op blijvende schade van de zenuwen. De risico’s zijn klein maar de gevolgen van evt. complicaties kunnen groot zijn.

       

      Klachten tijdens de wachttijd

      U kunt zich het beste op de operatie voorbereiden door zoveel mogelijk normale activiteiten te blijven doen. Activiteiten die de pijn verergeren kunnen beter vermeden worden.

       

      Opname traject laminectomie

      Wanneer u zich in ons ziekenhuis laat opereren aan uw hernia volgt u het laminectomie traject. Het traject bestaat uit een voorbereiding:

       

      • Screening op het pré-operatief bureau. U spreekt een intake verpleegkundige en een anesthesist.
      • Groepsbijeenkomst met fysiotherapeut en verpleegkundige van de afdeling.
      • Opname op de afdeling kort verblijf of neurologie (3 oost).
      • Controle afspraak bij de neurochirurg op de polikliniek ongeveer zes weken na operatie.
         

      Het preoperatief bureau

      U krijgt een uitnodiging voor een afspraak op het pré-operatief bureau. Tijdens deze afspraak wordt u gezien door de intake verpleegkundige die de gegevens met u doorneemt en de gang van zaken rond de opname toelicht. Het is belangrijk dat u uw ingevulde gezondheidsverklaring en medicatieoverzicht meeneemt en uw patiëntenpas.
      Daarnaast wordt u gezien door de anesthesist die met u de anesthesie voor de operatie doorneemt. Hier wordt ook uw gezondheid en ziektegeschiedenis besproken en wordt er gekeken welke medicatie u slikt en wat hiervan eventueel gestopt moet worden voor de operatie. Mocht u bloedverdunners nemen dan moet u deze medicatie in ieder geval zeven dagen voor de operatie stoppen. Wanneer er nog extra onderzoeken nodig zijn zoals bijvoorbeeld bloedonderzoek, een hartfilmpje of bloedaanvragen, dan wordt dit door de anesthesist geregeld.

       

      De groepsbijeenkomst

      U krijgt een uitnodiging van de polikliniek voor een groepsbijeenkomst. Hierbij wordt uitleg gegeven door een fysiotherapeut en verpleegkundige van de afdeling over wat u kunt verwachten tijdens de opname, wat u wel en niet mag en waar u op moet letten. Ook wordt er verteld wat u voor oefeningen moet gaan doen. Tijdens de groepsbijeenkomst is er gelegenheid vragen te stellen aan een verpleegkundige van de afdeling en de fysiotherapeut.

       

      De voorbereiding

      Bloedverdunning

      Het gebruik van bloedverdunnende middelen zoals Acetylsalicylzuur, Marcoumar, Acenocoumerol (Sintrom), Plavix en Clopidogrel, wordt in overleg met de neurochirurg en de anesthesist zeven dagen van tevoren gestaakt. Wanneer u Acenocoumerol of Marcoumar gebruikt wordt er op de dag van opname bloed geprikt ter controle.


      Thuiszorg en de aanvraag
      Wanneer u alleenstaand bent zou u in aanmerking kunnen komen voor huishoudelijke hulp van één keer drie uur per week voor drie maanden. Wanneer u een partner of andere inwonenden in huis heeft jonger dan 75 die vitaal zijn, komt u niet in aanmerking voor huishoudelijke hulp. Tijdens de pre-operatieve screening kunt u hier nog vragen over stellen of contact opnemen met de transferverpleegkundige. In sommige gevallen kan er eventueel een tijdelijke opname in een verzorgingshuis worden geregeld voor zes weken. Het verdient aanbeveling om dit reeds voor operatie  met de betreffende instantie te bespreken.


      Nuchter beleid

      Op de dag van de opname dient u nuchter te zijn. Dit houdt in dat wanneer u voor 12.00 uur ’s middags geopereerd wordt u vanaf 00.00 uur niets meer eet. Tot een uur voor de opname mag u nog heldere vloeistoffen drinken (thee, aanmaaklimonade en water). Wanneer u na 12.00 uur ’s middags wordt geopereerd mag u om 07.00 uur nog een licht ontbijt (een kop thee en een beschuitje) en tot een uur voor opname heldere vloeistoffen (thee, aanmaaklimonade en water). Indien u toch gegeten heeft na de afgesproken tijd dan kan de operatie niet doorgaan.

      In overleg met de anesthesist mag u met een klein beetje water uw ochtendmedicatie innemen (medicijnen voor de suiker dient u te overleggen met de anesthesist).

       

      De opname

      U dient zich ’s ochtends op het afgesproken tijdstip te melden bij het opnamebureau in de centrale hal van het ziekenhuis. Daar vraagt men u naar uw identiteitsbewijs, verzekeringsgegevens en patiëntenpas. Onze medewerker zal u daarna verwijzen naar de derde verdieping. De verpleegkundige ontvangt u op de afdeling en zal u de weg wijzen.

       

      De verpleegkundige

      De verpleegkundige vertelt u hoe de dag zal verlopen. Zij doet een opnamegesprek waarin gegevens worden besproken; ziektegeschiedenis/sociaal aspect/medicijngebruik. De verpleegkundige vertelt wat u de komende dagen kunt verwachten. Hierna zal de verpleegkundige uw bloeddruk, temperatuur en hartslag controleren. Zij brengt u naar de kamer waar u zal verblijven tijdens de opname. De afdeling wordt gebeld als u aan de beurt bent voor de operatie. De verpleegkundige helpt u in een OK-jasje en neemt het safety alert formulier met u door. Op dit formulier staan de medische gegevens van de patiënt, bij elk overdrachtsmoment wordt dit formulier doorlopen om fouten te voorkomen. Hierna wordt u naar de operatiekamer gebracht.

       

      De operatie

      De operatie vindt plaats op de operatiekamer. De operatie wordt uitgevoerd  door een team bestaande uit een neurochirurg, twee operatie assistenten en een anesthesie assistent.

      De operatie duurt ongeveer één uur, afhankelijk van de bevindingen bij de operatie. Tijdens de operatie krijgt u verdoving door middel van spinale anesthesie, toegediend via een ruggenprik. Door de ruggenprik wordt u verdoofd vanaf uw middel, u heeft geen gevoel in u benen. U kunt hierna eventueel vragen om een roesje. Het voordeel van de ruggenprik is dat u zelf ademt en dus niet geïntubeerd hoeft te worden (geen beademingsbuisje in de keel krijgt). Indien u tijdens de operatie naar muziek wilt luisteren kunt u uw eigen muziekspeler meenemen met een oortelefoontje. U kunt dan naar uw eigen muziek luisteren. In sommige gevallen krijgen mensen algehele anesthesie (narcose).

       

      Na de operatie

      Na de operatie komt u op de recovery / uitslaapkamer. U heeft dan een infuus in de arm en soms een drain bij de wond in de rug. Tevens ligt u aan meetapparatuur waarmee uw bloeddruk, hartslag, temperatuur en ademhaling geobserveerd worden. Wanneer u stabiel bent en de pijn dragelijk is mag u terug naar de afdeling.  Dit zal ongeveer na één uur zijn.

      Direct na de operatie moet u vier uur op de rug blijven liggen met het bovenlijf 30 graden omhoog. Soms is er een wonddrain ingebracht om een bloedophoping in het wondgebied tegen te gaan. In de uren na de operatie krijgt u ook het gevoel en de controle over de benen en de blaas weer terug, nadat de ruggenprik is uitgewerkt. Iedereen heeft in meerdere of mindere mate last van pijn in de rug. Hoe meer bot er weggehaald is, des te meer pijn er in het wondgebied is.

      U wordt regelmatig gecontroleerd op gevoel in  benen en voeten en op de functie van de blaas; of u voelt dat u moet plassen. Zo nodig, maar tenminste na 6 uur moet u kunnen plassen, zo niet dan wordt er d.m.v. een scan gekeken hoeveel er in de blaas zit en z.n. wordt er een catheter ingebracht. Het is belangrijk dat u een geleidelijke verbetering van functies bij uzelf waarneemt.

      Mocht er sprake zijn van achteruitgang van functies dan moet u  dit direct melden aan de verpleegkundige of aan de arts.

       

      Het verloop van dag tot dag

      Dag 1 (de operatiedag)

      U heeft na de operatie vier uur platte bedrust om druk op de wond te houden zodat de zwelling wordt tegengegaan (dit houdt in dat u plat op de rug in bed ligt en niet draait, hierbij mag u wel rustig bewegen met de voeten en benen). Daarna is het beter om de wond te ontlasten en mag u op uw zij liggen of de hoofdsteun iets omhoog. U mag draaien naar beide zijden. Dit mag alleen onder leiding van de verpleging via de boomstam techniek, totdat zij aangeeft dat u het alleen mag doen. Als u al vroeg op de dag geopereerd bent mag u voorzichtig beginnen met mobiliseren onder leiding van  fysiotherapeut of verpleegkundige.
      Ook start u met fraxiparine, dit is een anti trombose middel die u via een klein prikje in de buik krijgt toegediend. U wordt vier keer daags gecontroleerd op de volgende punten:

      • Pols, bloeddruk en temperatuur
      • Wond en de mogelijke drain productie.
      • Het urineren en de blaasinhoud.
      • Neurologische functies, het gevoel in het onderlichaam.


      Dag 2
      Met de fysiotherapeut begint u met mobiliseren. Maximaal drie keer 15 min uit bed en u mag aan tafel eten. U wordt drie maal per dag gecontroleerd op dezelfde punten als dag 1.
      De drain van de wond wordt op de afdeling verwijderd. Wanneer u een katheter heeft wordt deze ook verwijderd.
      Het infuus wordt verwijderd wanneer u zich goed voelt en voldoende drinkt. Bij uitzonderlijk herstel mag u aan het einde van dag naar huis.


      Dag 3
      Met de fysiotherapeut wordt het mobiliseren uitgebreid. Maximaal zes keer 15 minuten uit bed. U mag aan tafel eten, wassen aan de wastafel, zelfstandig naar het toilet en lopen op de gang. U wordt drie maal per dag gecontroleerd op dezelfde punten als dag 1 en 2. In principe mag u met ontslag als aan de ontslagcriteria voldaan wordt. In overleg met de fysiotherapeut wordt het tijdstip van ontslag bepaald. Bij uw ontslag krijgt u informatie van uw arts over het tijdstip waarop u weer mag starten met uw bloedverdunnende medicijnen.

       

      Pijnstilling

      Binnen ziekenhuis St Jansdal wordt er gewerkt met een pijn protocol. Hierbij wordt met de VAS-score gemeten hoe u de pijn ervaart. Aan de hand van een schaal van 0 tot 10 wordt regelmatig aan u gevraagd hoeveel pijn u heeft, waarbij 10 de meest erg denkbare pijn is en 0 geen pijn is. Aan de hand van deze scores wordt protocollair medicijnen gegeven tegen de pijn. Op deze manier kunt u dus goed aangeven hoeveel pijn u heeft en kunnen wij de medicatie hierop aanpassen zodat u zo min mogelijk pijn heeft.

       

      Het herstel

      Het herstel na de operatie betekent niet dat u direct alle klachten kwijt bent. De eerste dagen na de operatie heeft u vooral last van wondpijn. De uitstralingspijn in de benen verdwijnt vaak het eerst na de operatie, maar dit kan ook langer duren (aantal dagen tot weken) in verband met vocht rondom de wond. Ook is er vaak spierpijn door de toename van uw activiteiten. De spierkracht herstelt in drie tot zes maanden tot normaal. Gevoelsstoornissen kunnen er soms wel meer dan zes maanden over doen om te herstellen.
      De rugpijn rond de wond is normaal in de eerste zes weken, en neemt soms wat toe na het oefenen. Ochtend stijfheid is in de eerste zes weken een normaal verschijnsel. Het (lang) zitten is na de operatie vervelend.

       

      Het loopschema

      Een loopschema, waarbij driemaal per dag een wandeling wordt gemaakt, is het beste voor de rug. U begint met drie keer vijf minuten en als dit goed gaat, gaat u elke dag een paar minuten langer lopen en hoogt u dit geleidelijk op. Het is niet de bedoeling dat u door de pijn heen loopt. Het is de bedoeling dat u de stijgende lijn vasthoudt en zo steeds mobieler wordt. Een beetje spierpijn kan geen kwaad en is vrij normaal. Bij de controle op de polikliniek na zes weken, is de verwachting dat u weer 30-45 minuten achter elkaar kunt lopen.
      Heftige rugpijn bij draaien in bed is een teken dat er mogelijk sprake is van instabiliteit van de wervels. Op zich heeft iedereen daar wel in geringe mate last van, maar als dit te heftig is kan in overleg met de revalidatiearts een tijdelijk korset worden aangemeten.
      (Te lang) zitten moet u zoveel mogelijk beperken als dit pijnlijk is. U mag maximaal 20 minuten achter elkaar blijven zitten.

       

      De fysiotherapeut

      Na de operatie volgt u in het ziekenhuis een oefenprogramma om zo goed mogelijk te herstellen. U wordt altijd behandeld door de fysiotherapeut, eerst in het ziekenhuis, later thuis door uw eigen fysiotherapeut. Het is de bedoeling dat de fysiotherapeut in eerste instantie bij u thuis komt en dat de behandeling, zodra u daartoe in staat bent, in de praktijk van de fysiotherapeut voortgezet wordt. Indien u thuis trap moet lopen dat wordt dat ook geoefend op dag 2 of 3. Mocht het herstel zodanig zijn dat meer ondersteuning nodig is, dan wordt de revalidatie arts ingeschakeld. In een enkel geval is revalidatie in een revalidatiecentrum noodzakelijk. In de periode thuis is het van belang om te lopen en te rusten.

       

      Thuis uit het ziekenhuis

      Wondverzorging en douche

      Wanneer de wond droog is mag u in het ziekenhuis douchen. Voor thuis geldt dat u iedere dag mag douchen. Indien u nog een pleister heeft, dient u deze na het douchen te verschonen. Dit is nodig zolang de wond nog niet geheel dicht is. Daarna hoeft er geen pleister meer op. De eerste week mag u niet in bad, zwemmen en naar de sauna. Hierdoor zou de wond weer week kunnen worden.

       

      Leefregels voor thuis

      Uw operatie is achter de rug. Natuurlijk wilt u het alledaagse leven weer snel oppakken. Het duurt echter minimaal zes weken, afhankelijk van uw lichamelijke conditie, leeftijd en eventuele eerdere operaties aan uw wervelkolom of gewrichten en spieren en mogelijke andere aandoeningen, om van de operatie te herstellen. Het is daarom zeer belangrijk om gedurende deze periode, maar ook daarna, goed te letten op uw houding en de bewegingen die u maakt. Wees zuinig op uw rug!

       

      Algemene adviezen

      In de herstelperiode is het belangrijker dan ooit om de signalen van uw lichaam serieus te nemen. In de eerste zes weken is pijn in de rug een goede graadmeter voor wat u wel kunt en wanneer u teveel vraagt van uw lichaam. Als u pijn heeft betekent dat dus dat u rustiger aan moet doen. Neem de eerste zes weken regelmatig rust door te gaan liggen. Het is niet nodig om een bed in de woonkamer te plaatsen, tenzij u dit prettig vindt. Het is raadzaam om overdag tijdig te gaan liggen. Wissel activiteiten zoals lopen, staan en zitten af.
      Voer uw algemene conditie stapsgewijs op door wandelen of fietsen op een hometrainer. Korte afstanden kunt u het beste lopend afleggen. Ga niet voorovergebogen of gedraaid staan of zitten. Seks hoeft niet gemeden te worden.

       

      Zelf autorijden

      U mag in de eerste weken niet zelf autorijden, dit in verband met onverwachte bewegingen die kunnen komen en omdat u hier ook niet voor verzekerd bent. In de periode na ontslag uit het ziekenhuis mag u steeds meer gaan doen. Gemiddeld gesproken mag u na zes weken (hard)lopen, fietsen, zwemmen, fitnessen en autorijden. Na de controle afspraak op de polikliniek mag u geleidelijk aan weer aan het werk als u geen zwaar werk verricht.

       

      Vervoer

      U kunt de eerste zes weken als passagier op de passagiersstoel mee in de auto, al is het niet ideaal. Een ritje van een half uur is maximaal. Als de rit toch langer duurt, dan in ieder geval na elk half uur stoppen en 10 minuten lopen. In elk geval niet zelf achter het stuur zitten. Tip: leg op de autostoel een vuilniszak, dit vergemakkelijkt het draaien bij in en uit de auto stappen.
      Instappen in de auto vereist een aparte techniek. Ga met uw rug naar de passagiersstoel staan. Verlicht de druk op uw rug en steun zoveel mogelijk op uw handen terwijl u recht naar achter gaat zitten. U zit dan als het ware zijwaarts op de autostoel met de benen buitenboord. Draai daarna uw romp en de benen als een geheel naar binnen en houdt hierbij uw benen tegen elkaar.
      Reizen met het openbaar vervoer is de eerste zes weken ook niet raadzaam. Wachten op de bus, trein of tram en zitten op de veelal krappe stoelen en banken is niet weggelegd voor iemand die net een lage rugoperatie heeft ondergaan.

       

      Zitten

      Zitten is belastend voor uw rug. Houdt daarom een goede zithouding aan. Dat is het makkelijkst op een stoel met een hoge, licht achterover hellende rugleuning en steun in de lendenen. De stoel moet hoog genoeg zijn om recht te kunnen zitten met de voeten op de grond. Een tuinstoel die verstelbaar is voldoet meestal goed. Ontspannen zitten zonder onderuit te zakken. U kunt de onderrug eventueel ondersteunen met een klein kussentje in de lendenen, waardoor de onderrug iets hol gehouden wordt.

       

      Tillen

      U mag in de eerste week na de operatie niet meer tillen dan 1 kg. Daarna kan dit opnieuw worden opgebouwd in overleg met de fysiotherapeut. Er is ook een folder bij de therapeut beschikbaar met richtlijnen voor het tillen na een operatie.

       

      Huishouden

      De eerste zes weken kunt u nog geen huishoudelijke activiteiten doen. Stofzuigen, bedden verschonen, dweilen, ramen lappen etc. moet u aan anderen over laten. Na de herstelperiode kunt u weer rustig beginnen met lichte huishoudelijke activiteiten, maar met aandacht voor uw houding en bewegingen. Van uw fysiotherapeut leert u de juiste technieken om uw rug minder te belasten.

       

      Sporten

      Tot aan uw eerste poliklinische controle met de neurochirurg na zes weken, mag u niet sporten. In uw vervolgtraject van de revalidatie kunt u in overleg met uw fysiotherapeut met sportactiviteiten beginnen.

       

      Zwemmen

      Na zes weken kunt u zelfstandig gaan zwemmen. Begin rustig aan en bouw geleidelijk op. Rugzwemmen is over het algemeen minder belastend dan borstzwemmen. De vlinderslag wordt afgeraden.

       

      Consequenties voor uw werk

      Tot aan uw eerste poliklinische controle bij de neurochirurg na zes weken, mag u niet werken. Bij uw eerste controle kunt u met de neurochirurg overleggen wanneer u weer aan het werk kunt. Zwaar werk mag u pas na drie maanden weer gaan proberen. Belangrijk is dit ook met uw bedrijfsarts te bespreken. Tevens kan uw fysiotherapeut u hier goede adviezen in geven.

       

      Pijnstilling

      U dient zelf paracetamol in huis te hebben, als u sterkere medicatie nodig heeft krijgt u hier een recept voor mee. U dient de medicijnen in te nemen volgens voorschrift. Als u geen noemenswaardige pijn meer heeft kunt u de medicatie geleidelijk verminderen.

       

      Het resultaat van de behandeling

      De controle afspraak vindt plaats na zes weken bij de neurochirurg op de polikliniek. Indien alles goed gaat hoeft u niet meer terug te komen. In sommige gevallen vindt nog een controle plaats.
      In principe mag u zes weken na de operatie weer gaan (hard)lopen, fietsen en zwemmen. Ook mag u weer autorijden, en mag u weer geleidelijk aan het werk. Zware werkzaamheden mag u niet eerder dan drie maanden na operatie verrichten.
      Aan het einde van het behandeltraject kunt u op Zorgkaart Nederland aangeven in hoeverre u tevreden bent met het resultaat van de behandeling en in hoeverre u tevreden bent over de zorg.

       

      Ontslag

      Als u naar huis gaat, bent u in principe in staat om u zelf weer te verzorgen wat betreft wassen, douchen, aan- en uitkleden, toiletgang, lopen en traplopen.

      U krijgt de volgende papieren mee naar huis:

      • Brief voor de huisarts
      • Verwijsbrief voor de fysiotherapie
      • Machtiging voor de fysiotherapie
      • Recept voor eventuele medicijnen
      • Indien nodig, een overdracht voor de thuiszorg
      • Afspraak voor een poliklinische controle bij de neurochirurg
      • Mogelijke aanvullingen op deze brochure

       

      Vragen

      Heeft u na uw bezoek aan het ziekenhuis vragen?

       

      • De eerste vijf dagen na het bezoek kunt u contact met ons opnemen via het algemene nummer van het ziekenhuis: 0341-463911. De receptioniste zal u doorverbinden met de afdeling waar u uw vraag kunt stellen.

       

      • Is het langer dan vijf dagen geleden? Neem dan contact op met uw eigen huisarts of buiten kantoortijden met de Huisartsenpost via 0900 – 341 0 341
      De informatie op deze website is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Desondanks kunnen geen rechten aan de vermelde informatie ontleend worden. Meer informatie https://www.stjansdal.nl/disclaimer