l

Direct contact

Telefoonnummers

St Jansdal Harderwijk

0341 - 463911

St Jansdal Lelystad

0341 - 463590

Poli-Apotheek St Jansdal

0341 - 435858

Helpdesk MijnStjansdal (8.30 - 12 u)

0341 - 463700

Medische hulp buiten kantoortijden

Bij levensbedreigende spoed

112

Harderwijk: Medicamus Spoedpost  

0900 - 341 0 341

Website: Medicamus Spoedpost

 

Lelystad: huisartsenpost Medrie  

0900 - 333 6 333

Website: Huisartenpost Lelystad

 

 

 

Voorbereiden_Op-Opname

Kijkoperatie in een gewricht (arthroscopie)

Inhoud van dit artikel
    Inhoud van dit artikel

      Deze brochure geeft u de nodige informatie, voor als de arts u een arthroscopie (kijkoperatie) voorstelt in verband met uw gewrichtsklachten. Het is goed u te realiseren, dat bij het vaststellen van een aandoening, de situatie voor iedereen weer anders ligt. Deze brochure geeft niet meer dan een globaal overzicht van de gang van zaken rond een arthroscopie.
       

      Wat is eigenlijk een gewricht?

      Een gewricht is een beweeglijke verbinding tussen botstukken. De botstukken, die in een gewricht ten opzichte van elkaar bewegen, zijn ter plaatse van het gewricht bekleed met kraakbeen. Dit kraakbeen is veerkrachtig weefsel en zorgt ervoor - samen met het gewrichtsvocht - dat de botstukken gemakkelijk over elkaar glijden. Gedurende uw hele leven breekt het lichaam oud kraakbeen af en maakt weer nieuw kraakbeen aan. Het kan voorkomen, dat de botstukken van een gewricht niet goed op elkaar passen, zoals dat bijvoorbeeld bij het kniegewricht het geval is. Het uiteinde van het bovenbeen is bolvormig en het uiteinde van het onderbeen min of meer plat. Beide uiteinden passen dus niet precies op elkaar. Om dit gewricht toch zonder problemen te laten bewegen zijn menisci (meervoud van meniscus) nodig. Zo heeft de knie een binnen en een buiten meniscus. Ze bestaan uit stevig bindweefsel en zorgen ervoor dat boven- en onderbeen beter op elkaar passen. Ook andere gewrichten kunnen een tussenschijf van bindweefsel, een soort meniscus, hebben. Een gewricht wordt omgeven door een gewrichtskapsel. Het gewrichtskapsel en de eventueel aanwezige tussenschijven van bindweefsel, zijn aan de binnenzijde bekleed met synovia (gewrichtsslijmvlies). De synovia maakt vocht waarin voedingsstoffen zitten voor het kraakbeen. Ook dient het als smeermiddel voor het gewricht. Stabiliteit van een gewricht wordt verkregen door de steun van banden, pezen en spieren. Het is belangrijk dat de spieren goed ontwikkeld zijn. Juist zij kunnen de schokken, die een gewricht te verduren krijgt, goed opvangen. Bovendien zijn de spieren nodig voor de bewegingen van het gewricht.
       

      Wat kan er mis zijn met een gewricht?

      Als u last hebt van een gewricht, kan dat vele verschillende oorzaken hebben. In deze informatiebrochure worden slechts oorzaken genoemd, die bij een arthroscopie (kijkoperatie) gezien kunnen worden. Zo kunnen gewrichtsklachten onder andere het gevolg zijn van: gescheurd kraakbeen, gescheurde meniscus, gescheurde banden, gebroken bot, losse bot- en/of kraakbeenstukjes, slijtage van het gewricht, ontsteking van het gewricht of een combinatie van deze letsels. Op grond van het verhaal van de patiënt, het onderzoek van het gewricht en eventuele röntgenfoto’s kan een beschadiging in het gewricht worden vermoed. Met nieuwe onderzoekstechnieken (Magnetische Resonatie, MR) is het enigszins mogelijk enkele van de bovengenoemde beschadigingen zichtbaar te maken. Bepaalde gewrichten - zoals de knie, de schouder, de enkel, de elleboog, de pols, en in de toekomst wellicht nog andere - zijn toegankelijk voor een kijkje binnenin. Zo’n arthroscopie (kijkoperatie) biedt de mogelijkheid om het gewricht nauwkeurig te inspecteren en zonodig in één moeite door een behandeling uit te voeren.
       

      Wat houdt een arthroscopie in?

      Bij een arthroscopie wordt via een kleine snee met een buis (arthroscoop) in het gewricht gekeken.

      De arthroscoop bevat lichtgeleidingsvezels en lenzen en wordt aangesloten op een camera, die verbonden is met een TV-monitor. Zo ziet en controleert de chirurg zijn handelingen op het TV-scherm. Tijdens de arthroscopie wordt via een aparte kleine snee met een buisje het gewricht met vocht gevuld, zodat er meer ruimte in het gewricht komt en het gewricht continu gespoeld kan worden. Via één of meerdere openingen kunnen instrumenten in het gewricht worden gebracht. Een eventuele operatie ter behandeling van de gewrichtsschade kan met behulp van deze instrumenten binnen in het gewricht worden uitgevoerd. Als het technisch niet mogelijk is de behandeling via de kleine openingen uit te voeren, dan zal er een grotere snee nodig zijn. Dit kan direct aansluitend aan de arthroscopie gebeuren, maar ook in een later stadium.
      Om een helder beeld te kunnen houden tijdens de arthroscopie, wordt de operatie vaak ‘onder bloedleegte’ uitgevoerd, dat wil zeggen in een ‘bloedleeg’ gebied. Het bloed wordt uit operatiegebied weggestreken en met een opgepompte bloeddrukband wordt het gebied ‘bloedleeg’ gehouden. Meestal kan de arthroscopie in dagbehandeling worden uitgevoerd, bij sommige arthroscopische operaties is een kortdurende opname nodig. De anesthesist zal met u bespreken of de operatie onder algehele verdoving of regionale verdoving (verdoving van een deel van het lichaam) kan plaatsvinden. Het gebruik van bloedverdunnende medicijnen moet vaak één dag of een aantal dagen voor de operatie gestaakt worden. Dit moet echter altijd gebeuren in overleg met een arts. Meldt daarom het gebruik van bloedverdunners altijd aan degene die de operatie uitvoert. Indien u op aanraden van uw arts moet stoppen met de bloedverdunners en u bent onder behandeling bij een trombosedienst, dient u contact op te nemen met de trombosedienst binnen uw regio.
       

      Na de ingreep

      Na de operatie wordt vanzelfsprekend informatie gegeven over wat er bij de arthroscopie is gezien en wat er is gedaan. Tevens geeft de arts of de fysiotherapeut instructies over de nabehandeling van het gewricht, welke oefeningen goed zijn en welke bewegingen vermeden moeten worden. Soms mag het gewricht een tijdje niet belast worden. In dat geval zal bijvoorbeeld na een arthroscopie van knie of enkel er een tijdje met krukken gelopen moet worden.
       

      Complicaties

      Gelukkig treden na een arthroscopie slechts zelden complicaties op. Na een arthroscopische operatie kan soms het gewricht nog een paar weken dik blijven. Het gewrichtsslijmvlies is dan geïrriteerd.

      Wellicht is dan wat extra behandeling nodig van de fysiotherapeut of kunnen medicijnen worden voorgeschreven.

      Zoals bij elke operatie komt een nabloeding of een infectie helaas wel eens voor. Een infectie is een vervelende complicatie, omdat de ontsteking het gewricht kan beschadigen en er vaak weer een operatie nodig kan zijn. Het gewricht wordt dan gespoeld.

      Omdat er ook bij de arthroscopie sneden in de huid worden gemaakt, kan er wel eens een huidzenuw worden gekwetst. De huid eromheen kan daarna een beetje dovig zijn of juist extra gevoelig. De ervaring leert dat deze klachten meestal in de loop van de tijd verdwijnen of geen last meer geven.

      De bloeddrukband, die vaak gebruikt wordt om de operatie ‘onder bloedleegte’ te kunnen uitvoeren, kan wel eens aanleiding geven tot klachten na de operatie. Dat kan zijn een gevoel van kneuzing van de weefsels onder deze strakke band. Maar ook kan een huidzenuw bekneld geraakt zijn, zodat de huid eromheen een beetje dovig of juist extra gevoelig is geworden. Ook deze klachten verdwijnen meestal in de loop van de tijd of geven geen last meer.
       

      De nazorg

      Afhankelijk van de operatie, de grootte van de ingreep en individuele factoren zal u na ontslag nog enige tijd hinder kunnen ondervinden van het operatiegebied. Ook het hervatten van uw dagelijkse activiteiten en de mogelijkheid om het gewricht weer normaal te kunnen gebruiken zullen daarvan afhankelijk zijn. De arts zal u adviezen daarover geven. Bij ontslag uit het ziekenhuis krijgt u een afspraak mee voor controle op de polikliniek.
       

      Vragen

      Mocht u vragen hebben dan kunt u contact opnemen met de polikliniek voor chirurgie, telefoonnummer (0341) 463777. Het secretariaat van de chirurgen is bereikbaar onder nummer 463778.

      Heeft u na uw bezoek aan het ziekenhuis vragen?

       

      • De eerste vijf dagen na het bezoek kunt u contact met ons opnemen via het algemene nummer van het ziekenhuis: 0341-463911. De receptioniste zal u doorverbinden met de afdeling waar u uw vraag kunt stellen.
      • Is het langer dan vijf dagen geleden? Neem dan contact op met uw eigen huisarts of buiten kantoortijden met de Huisartsenpost via 0900 – 341 0 341

       

      Tot slot

      Deze brochure werd samengesteld door de Commissie Voorlichting van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde. Daarbij is dankbaar gebruik gemaakt van reeds bestaand voorlichtingsmateriaal over dit onderwerp van het Academisch Ziekenhuis van de Vrije Universiteit in Amsterdam en het Academisch Ziekenhuis Utrecht.

      Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag.


       

      De informatie op deze website is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Desondanks kunnen geen rechten aan de vermelde informatie ontleend worden. Meer informatie https://www.stjansdal.nl/disclaimer