Sommige mensen kunnen niet inloggen met de DigiD app op hun Android-telefoon. U kunt daardoor ook problemen hebben met inloggen op MijnStJansdal. Bekijk wat u kunt doen op de website van DigiD.

Fracturen (gebroken botten)

Inleiding

In deze folder leest u in het kort over een botbreuk en de behandeling. Uw situatie kan anders zijn dan in deze folder staat beschreven.

Wat is een botbreuk?

Een botbreuk is een gebroken bot. Dit kan een klein scheurtje zijn of een ernstige breuk, zoals een verbrijzeling van het bot.

Bij een botbreuk heeft u pijn. Er ontstaat vaak een zwelling op de plek van de breuk. U kunt het lichaamsdeel vaak niet meer normaal bewegen.

De behandeling

De arts kijkt welke behandeling het beste bij u past. Dit hangt af van:

  • welk bot is gebroken;

  • wat voor soort breuk u heeft;

  • of een gewricht beschadigd is;

  • de conditie van de huid en het weefsel rond de breuk;

  • uw gezondheid.

Mogelijke behandelingen zijn:

  1. geen behandeling;

  2. gips;

  3. een operatie;

  4. een combinatie van deze behandelingen.

Geen behandeling

Niet alle botbreuken hoeven behandeld te worden met gips of een operatie. Sommige botbreuken genezen vanzelf. Dit geldt bijvoorbeeld voor gebroken ribben en vingertoppen.

Bij sommige breuken van het sleutelbeen, een vinger of de middenhandsbeenderen is rust vaak voldoende. Daarna kunt u meestal al snel weer beginnen met oefenen en bewegen.

Dit geldt ook voor sommige soorten breuken van de wervels en het bekken.

De gipsbehandeling

Met gips zorgen we ervoor dat de gebroken botdelen zo goed mogelijk op hun plaats blijven. Soms wordt de breuk eerst rechtgezet. Daarna krijgt u gips.

Meestal krijgt u eerst een gipsspalk. Deze spalk geeft ruimte aan de zwelling die ontstaat door de bloeding rond de breuk. Zo blijft de bloedsomloop in uw arm of been goed.

Als de zwelling minder wordt, kan het nodig zijn om het gips helemaal rond uw arm of been aan te brengen. Soms wordt het gips later aangepast. Bijvoorbeeld naar een loopgips, zodat u er voorzichtig op kunt lopen.

In de eerste periode maken we vaak meerdere röntgenfoto's. Zo controleren we of de botdelen nog goed op hun plaats zitten.

Een gipsbehandeling is vooral geschikt bij breuken waarbij de botdelen niet of nauwelijks zijn verschoven. Ook bij kinderen wordt vaak voor een gipsbehandeling gekozen.

Een nadeel van gips is dat vaak ook de gewrichten naast de breuk niet kunnen bewegen. Hierdoor kunnen de spieren zwakker worden. Ook kunnen de gewrichten stijver worden en kunnen de botten wat kalk verliezen.

De operatieve behandeling

Soms is een operatie de beste behandeling. Een operatie kan ervoor zorgen dat u uw arm of been beter kunt gebruiken en minder pijn heeft. Ook kunnen hiermee sommige nadelen van een gipsbehandeling worden voorkomen.

Tijdens de operatie zet de arts de gebroken botdelen weer op de juiste plaats. Daarna worden ze stevig aan elkaar vastgemaakt. Hierdoor kunt u uw arm of been vaak snel weer gaan oefenen. Dit helpt om de spieren sterk te houden, de gewrichten soepel te houden en kalkverlies van het bot te beperken.

Er zijn verschillende manieren om een breuk te behandelen:

  • Een plaat met schroeven op het gebroken bot bevestigen.

  • Schroeven in het gebroken bot plaatsen.

  • Pennen in de mergholte van het bot plaatsen.

  • Pennen door de huid in het bot plaatsen en deze buiten de arm of het been aan elkaar verbinden. Dit heet externe fixatie of K-draadfixatie.

  • Een beschadigd botdeel vervangen door een prothese.

Een operatie heeft ook nadelen. Voor de operatie is een verdoving of narcose nodig. Een operatie kan extra schade geven aan het weefsel rond de breuk. Ook zijn er risico's die bij iedere operatie kunnen voorkomen, zoals:

  • wondinfectie;

  • bloeding;

  • trombose;

  • embolie;

  • zenuwschade;

  • longontsteking;

  • blaasontsteking.

Soms moet het geplaatste materiaal later weer worden verwijderd. Als de breuk is genezen, kan daarom een tweede operatie nodig zijn.

Uw behandelend arts legt uit waarom voor een bepaalde techniek wordt gekozen.

Voor een beeldverslag van een operatie bij een gebroken bovenarm, onderarm, heup of enkel kunt u kijken op www.heelmeester.nl.

Tussenvormen

Soms krijgt u een behandeling die tussen gips en een operatie in zit. Hierbij kan bijvoorbeeld met gewichten aan het been worden getrokken. Zo blijven de botstukken zo goed mogelijk op hun plaats.

Het been ligt dan op een speciale slede (ondersteuning ). Soms krijgt u daarbij ook een gipsspalk.

Deze behandeling kan ook tijdelijk worden gebruikt. Bijvoorbeeld als de huid en de weefsels rond de breuk eerst moeten herstellen voordat een behandeling met gips of een operatie mogelijk is.

De behandelend arts bespreekt met u welke behandeling op dat moment het beste bij uw situatie past.

Complicaties

Geen enkele behandeling is zonder risico's.

Naast de risico's die horen bij gips of een operatie, kunnen er ook andere complicaties optreden:

  1. De breuk geneest langzamer dan normaal. Dit heet een vertraagde botgenezing (delayed union). Of de breuk geneest helemaal niet. Het bot groeit dan niet goed aan elkaar.

  2. U kunt last krijgen van complex regionaal pijnsyndroom (CRPS). Dit heette vroeger posttraumatische dystrofie. Hierbij kunnen pijn, zwelling, stijfheid en veranderingen van de huid ontstaan.

Vertraagde botgenezing

Soms geneest een botbreuk langzamer dan normaal. In sommige gevallen geneest de breuk helemaal niet.

Dit komt meestal door de ernst van de breuk of doordat de huid en het weefsel rond de breuk beschadigd zijn. Ook kan de bloedtoevoer naar het gebroken bot onvoldoende zijn. Hierdoor groeit het bot minder goed aan elkaar. Andere mogelijke oorzaken zijn een infectie of onvoldoende stevigheid van de botbreuk.

Bij een vertraagde botgenezing kan soms een extra behandeling nodig zijn. Het stimuleren van de botgroei kan bijvoorbeeld met schokgolven of elektromagnetische velden.

Als de breuk daarna nog niet geneest, kan een operatie nodig zijn. Hierbij is soms ook een bottransplantatie nodig.

Complex regionaal pijnsyndroom (CRPS)

Complex regionaal pijnsyndroom (CRPS) heette vroeger posttraumatische dystrofie. Deze aandoening kan ontstaan na een letsel of een operatie aan een arm of been. Artsen weten nog niet precies waardoor CRPS ontstaat.

Bij CRPS reageert het lichaam extra sterk op een letsel of operatie. Hierbij kunnen verschillende weefsels, zoals spieren, gewrichten en de huid, betrokken zijn.

Mogelijke klachten zijn:

  • pijn die ernstig kan zijn;

  • zwelling;

  • roodheid van de huid;

  • een warme of juist koude huid;

  • stijfheid;

  • een doof gevoel.

De klachten kunnen in de loop van de tijd erger worden. Als de aandoening langer bestaat, kan het bewegen van de arm of het been steeds moeilijker worden. In ernstige gevallen kan het lichaamsdeel uiteindelijk bijna niet meer worden bewogen.

Contact opnemen

Vragen

Heeft u nog vragen? Stel deze gerust aan uw behandelend arts of uw huisarts.

Heeft u vóór uw behandeling dringende vragen of problemen? Neem dan contact op met de afdeling waar uw behandeling plaatsvindt.

Heeft u na uw bezoek aan het ziekenhuis nog vragen?

  • In de eerste 5 dagen na uw bezoek kunt u bellen met het algemene nummer van het ziekenhuis: 0341 - 46 39 11. De medewerker van de receptie verbindt u door met de juiste afdeling.

  • Is het langer dan 5 dagen geleden? Neem dan contact op met uw huisarts. Buiten kantooruren kunt u bellen met de huisartsenpost.

Kijk voor de contactgegevens op de website van Ziekenhuis St Jansdal.