l

Direct contact

Telefoonnummers

St Jansdal Harderwijk

0341 - 463911

St Jansdal Lelystad

0341 - 463590

Poli-Apotheek St Jansdal

0341 - 435858

Helpdesk MijnStjansdal (8.30 - 12 u)

0341 - 463700

Medische hulp buiten kantoortijden

Bij levensbedreigende spoed

112

Harderwijk: Medicamus Spoedpost  

0900 - 341 0 341

Website: Medicamus Spoedpost

 

Lelystad: huisartsenpost Medrie  

0900 - 333 6 333

Website: Huisartenpost Lelystad

 

 

 

Voorbereiden_Op-Opname

Carotis- endarteriëctomie (CEA)

Inhoud van dit artikel
    Inhoud van dit artikel

      Binnenkort ondergaat u een operatie aan uw halsslagader, carotis- endarteriëctomie (CEA). Van de verpleegkundigen en artsen heeft u informatie gekregen over deze operatie. In deze folder kunt u de informatie (na)lezen. Het is goed u te realiseren, dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan in de folder beschreven.
       

      Waarom wordt een CEA operatie geadviseerd?

      In één van uw halsslagaders is een vernauwing ontdekt. Als er sprake is van een vernauwing dan kan de bloedtoevoer naar uw hersenen afnemen of bloedpropjes losschieten van de vaatwand. Dit kan leiden tot hersenschade. De vernauwing in uw halsvat wordt veroorzaakt door het ophopen van celafval in de vaatwand (aderverkalking). Tijdens de operatie wordt de vernauwing in uw halsslagader verwijderd. Door het verwijderen van de vernauwing wordt de bloedtoevoer naar uw hersenen herstelt. Door de operatie wordt de kans op het (opnieuw) doormaken van een TIA of een CVA kleiner. Een TIA is een voorbijgaande beroerte. TIA is de afkorting van het Engelse ‘Transient Ischemic Attack’, wat ‘een voorbijgaande belemmering in de bloedtoevoer naar de hersenen’ betekent. Wanneer de verschijnselen van een TIA langer dan 20 uur aanhouden, spreken we van een CVA (Cerebro Vasculair Accident).

       

      Vernauwing in de halsvaten

      In de halsvaten kunnen vernauwingen ontstaan. Op bepaalde plaatsen in de halsslagader gaan witte bloedcellen en vetachtige stoffen (o.a. cholesteroldeeltjes) in de vaatwand vastzitten. De vaatvernauwing ontstaat vaak op een plaats waar de gladde binnenwand van de slagader is beschadigd. De bloedcellen en vetachtige stoffen die vast blijven plakken aan de vaatwand, worden ‘plaque’ genoemd. Op de plaque die is gevormd aan de binnenkant van de slagader ontstaan bloedstolseltjes. Door de bloedstolseltjes wordt de plaque steeds groter en ontstaat er een steeds groter wordende vernauwing in de slagader. De vernauwing in de slagader beperkt de bloedstroom naar uw hersenen. Uw hersenen worden via de bloedstroom voorzien van zuurstof. Bij een verminderde bloedstroom kunnen we spreken dat de hersenen te weinig zuurstof ontvangen. Het gevolg van te weinig zuurstof kan hersenschade opleveren. Hersenschade kan de kans op een TIA of een CVA vergroten.

       

      Onderzoeken

      Voorafgaand en tijdens de operatie ondergaat u verschillende onderzoeken. Dit zijn: 
       

      Poliklinisch of klinisch diagnostisch onderzoek

      Deze onderzoeken vinden plaats voor de dag van opname. Deze onderzoeken wijzen uit of er afwijkingen in de halsslagader aanwezig zijn, waarvoor een operatie geadviseerd wordt.

       

      Duplex carotiden

      Bij een duplex carotiden onderzoek wordt de bloedstroom naar uw hersenen in beeld gebracht, waardoor de vernauwing zichtbaar wordt. De chirurg krijgt door middel van dit onderzoek een goede indicatie van de vaatvernauwing in uw hals. Tegenwoordig wordt een operatie geadviseerd bij vernauwingen vanaf 50% met klachten bij mannen, vanaf 70% met klachten bij vrouwen en soms zelfs vanaf 70% zonder klachten bij mannen. Dit zal de neuroloog met u bespreken Ter aanvulling op deze informatie verwijzen wij u naar de folder over duplex onderzoek. Vraag hiernaar bij uw arts of verpleging of kijk op www.stjansdal.nl.

       

      Lab onderzoek
      Tijdens dit onderzoek wordt bij u een buisje bloed afgenomen (kruisbloed). Uw bloed wordt onderzocht en uw bloedwaardes worden bekeken. Kruisbloed wordt bij u uit voorzorg afgenomen, voor het geval u een bloedtransfusie nodig heeft tijdens de operatie.

       

      Anesthesie
      U bezoekt voor uw opname de afdeling anesthesie. Tijdens uw bezoek voert u een gesprek met de anesthesist, waarin uw lichamelijke conditie en gezondheid centraal staat. Voorafgaand aan het gesprek wordt u gevraagd om een gezondheidsverklaring in te vullen. In deze verklaring wordt uw gezondheid beschreven door middel van vragen. Het onderzoek vindt plaats om te zien of u lichamelijk in staat bent om een operatie te kunnen ondergaan.
       

      Preoperatief duplex onderzoek
      Het onderzoek vindt plaats op de dag van opname en is nodig om zeker te weten dat de afwijkingen nog aanwezig zijn. Het komt namelijk weleens voor dat het vernauwde bloedvat helemaal dicht is gaan zitten. In dat geval is een operatie niet meer nodig.

       

      EEG onderzoek
      Dit onderzoek vindt tijdens de operatie plaats om de functie van de hersenen tijdens de operatie te meten. Bij een EEG onderzoek wordt tijdens de operatie de activiteit in uw hersenen weergegeven. U krijgt 19 elektrodes op uw hoofd, deze elektrodes geven uw hersenfunctie weer op een scherm. Uw hersenfunctie wordt tijdens de operatie nauwlettend in de gaten gehouden. Het EEG apparaat wordt tijdens de operatie gebruikt om uw hersenfunctie goed in de gaten te kunnen houden. Ter aanvulling op deze informatie verwijzen wij u naar de EEG folder. Vraag hiernaar bij uw arts of verpleging of kijk op www.stjansdal.nl.

       

      De operatie

      Via een snede aan de zijkant van de hals wordt uw halsslagader opgezocht. Wanneer de halsslagader is bereikt, wordt de halsslagader voorbereid op het openen van de vaatwand. De halsslagader wordt aan twee kanten afgeklemd, waardoor de bloedstroom tijdelijk wordt afgesloten en de vaatwand kan worden geopend. Nadat de vaatwand is geopend wordt de plaque (vernauwing) zichtbaar en verwijderd. De slagader wordt na het verwijderen van de plaque gesloten met een patch. Dit voorkomt een vernauwing van het bloedvat doordat het gehecht wordt. Een gecontroleerde kortdurende onderbreking van de bloedstroom naar de hersenen is niet gevaarlijk. Uw hersenfunctie wordt in de gaten gehouden via het EEG. Als het EEG aangeeft dat de hersenfunctie afneemt en de hersenen de afsluiting niet langer kunnen verdragen, wordt de bloedstroom hersteld via een tijdelijke omleiding (shunt). De vaatwand wordt om het buisje heen dichtgemaakt waarna de bloedstroom naar de hersenen weer toeneemt en de hersenfunctie normaliseert door het ontvangen van zuurstofrijk bloed.

       

      Voorzorgsmaatregelen

      Tijdens de operatie worden er verschillende voorzorgsmaatregelen getroffen om complicaties te voorkomen. De voorzorgsmaatregelen zijn:

       

      Patch: Om te voorkomen dat de slagader op de plaats van de hechtingen vernauwd raakt, wordt er gebruik gemaakt van een patch. Een patch is een reepje kunststof wat aan de binnenkant van uw halsslagader wordt bevestigd. De ader komt door de patch bol te staan waardoor een vernauwing in de slagader niet kan plaatsvinden (zie figuur 1).

      Figuur 1

       

       

       

       


      Drain: Bij het sluiten van uw wond wordt soms een dun plastic slangetje (drain) ingebracht. Het slangetje wordt ingebracht om een bloeduitstorting in uw hals te voorkomen. Het bloed wat in uw hals ontstaat wordt afgevoerd via het slangetje in een opvangpot. De drain wordt volgens protocol in de eerste dagen na de operatie verwijderd.
       

      Complicaties

      Algemene complicaties die kunnen ontstaan tijdens de operatie

      • Wondinfectie
      • Hartinfarct
      • Longontsteking
      • Trombose
      • Longembolie: een bloedpropje in de bloedvaten in de longen
      • Nabloeding

       

      Aan het voorkomen van bovenstaande complicaties wordt veel aandacht besteed.
       

      Specifieke complicaties bij een CEA operatie

      Tijdens een CEA operatie kunnen er een aantal ernstige complicaties ontstaan. Om deze reden verblijft u na afloop van de operatie de eerste 24 uur op de afdeling Intensive Care.
       

      Beroerte of een hartinfarct
      De operatie die u ondergaat is ter voorkoming van een beroerte (TIA/CVA). Toch is een beroerte een complicatie die tijdens de operatie kan ontstaan. Tijdens de operatie kunnen ook een hartinfarct of kleine bloedpropjes ontstaan. Als deze in de hersenen terechtkomen en daar een bloedvat afsluiten, wordt gesproken van een beroerte. Als de bloedpropjes in de kransslagaderen van het hart vast komen te zitten, wordt gesproken van een hartinfarct. De kans op een beroerte is ongeveer drie tot vijf procent. De kans op een hartinfarct is ongeveer een half tot twee procent.
       
      Tijdens de operatie kunnen zenuwen in het operatiegebied beschadigd raken. De volgende complicaties kunnen daardoor optreden:

      • Slikstoornissen
      • Stemproblemen: heesheid
      • Doof gevoel/tintelingen in de oorlel
      • Doof gevoel/tintelingen in het gebied tussen de kaak en mondhoek

       

      In de meeste gevallen is de zenuw gekneusd, waardoor de complicaties optreden. Wanneer de zenuw gekneusd is kunnen de complicaties deels of totaal verdwijnen.
       

      Hoofdpijn
      Na de operatie kunt u last krijgen van hoofdpijn. Hoofdpijn kan ontstaan doordat de halsslagader na de operatie meer bloed naar de hersenen vervoert dan voor de operatie.

       

      Leefregels na een CEA operatie

      U kunt de dagelijkse activiteiten langzaam maar zeker weer oppakken. Wanneer uw wond is genezen gelden er geen beperkingen meer. Wanneer u beschikt over goede en gezonde eetgewoonten, wordt de kans op nieuwe problemen aan uw bloedvaten verkleind.
       

      Lichamelijke inspanning

      Uw lichaam geeft zelf aan waar uw grenzen liggen ten aanzien van activiteiten zoals lopen en fietsen. U mag deze activiteiten langzaam opbouwen. Bukken kan duizeligheid en/of druk op het gehoor veroorzaken. Wanneer u deze klachten merkt, pas dan uw activiteiten aan. Zwaar huishoudelijk werk, tillen en sporten moet u gedurende de eerste vier weken na de operatie vermijden. Indien u uw werk kunt hervatten, bepaalt u in overleg met uw (bedrijfs)arts wanneer u weer gaat beginnen.
       

      Lichamelijke verzorging
      U mag douchen. Door de warmte kan het liggen in bad duizeligheid veroorzaken, zorg dat u niet alleen bent wanneer u zich baadt. Na het douchen of een bad mag u de operatiewond droogdeppen met een schone handdoek.
       

      Wonden
      Het kan zijn dat de wond in uw hals bij ontslag nog wat dik is. Dit gaat vanzelf over. Waarschuw de huisarts indien de wond plotseling:

      • Dik(ker) wordt
      • Gevoelig is
      • Warm aanvoelt


      Na de operatie kan uw hals gevoelloos aanvoelen. Het gevoel in de hals kan blijvend verloren zijn. Tijdens de operatie worden soms gevoelszenuwen doorgesneden om de halsslagader te bereiken. Het herstel van de zenuwen kan tussen de zes en twaalf maanden na de operatie plaatsvinden.

       

      Voeding
      In de weken na de operatie mag u alles eten. Wel wordt u aangeraden om de volgende aanpassingen te treffen in uw eetpatroon.

      • Cholesterolarm
      • Vetarm
      • Zoutarm
        Met deze aanpassingen kunt u aandoeningen aan hart- en bloedvaten voorkomen
         

      Medicijnen
      U heeft voor ontslag bloedverdunnende medicijnen voorgeschreven gekregen van uw behandelend arts. Uw arts heeft een toelichting gegeven over de voor u nieuwe medicijnen. Wanneer u merkt dat u bijverschijnselen krijgt van de medicijnen, kunt u dit aangeven bij uw behandelend arts.
      Stop nooit zomaar uw medicijnen!

       

      Adviezen

      De overige adviezen die wij u willen geven zijn:

       

      Drink niet meer dan twee eenheden alcohol per dag
      Alcohol verdunt uw bloed. In samenwerking met uw bloedverdunners kan dit nare situaties opleveren.

       

      Stop met roken
      Uit onderzoek is gebleken dat bij mensen die blijven roken een grotere kans bestaat op het ontstaan van nieuwe vaatafsluitingen. Daarom adviseren wij u te stoppen met roken.

       

      Beweeg voldoende
      Dit punt is van toepassing vanaf vier weken na de operatie.
      Door voldoende beweging blijft het lichaam fit en wordt de kans op vaatproblemen verkleind.

       

      Voorkom zoveel mogelijk stress
      Door stress wordt de kans op nieuwe vaatproblemen vergroot.

       

      Controle polikliniek vaatchirurgie

      De afdelingssecretaresse maakt een controle afspraak op de polikliniek bij de neuroloog en de vaatchirurg voor ongeveer zes weken na ontslag.

       

      Aanvullende informatie

      Mocht u vragen hebben of zich problemen voordoen, dan kunt u altijd contact opnemen met ons via:

       

      Polikliniek chirurgie

      Maandag t/m vrijdag 08:30 -12:00 uur en 13:30 -16:30 uur

       

      Polikliniek neurologie

      Maandag t/m vrijdag 08.30 -12.00 uur en 13.30 -16.30
      Telefoonnummer: 0341-463890

       

      Buiten kantoortijden en in het weekend
      Bel met de huisartsenpost in Harderwijk, telefoonnummer: 0900-341-0-341. 

       

      Acute hulp?
      Indien u inschat dat u met spoed hulp nodig heeft, dan kunt u met eigen vervoer naar het ziekenhuis komen. Bij het ziekenhuis kunt u zich melden bij de receptie van de SEH. Bel in geval van nood het alarmnummer: 112.

       

       

      De informatie op deze website is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Desondanks kunnen geen rechten aan de vermelde informatie ontleend worden. Meer informatie https://www.stjansdal.nl/disclaimer