l

Direct contact

Telefoonnummers

St Jansdal Harderwijk

0341 - 463911

St Jansdal Lelystad

0341 - 463590

Poli-Apotheek St Jansdal

0341 - 435858

Helpdesk MijnStjansdal (8.30 - 12 u)

0341 - 463700

Medische hulp buiten kantoortijden

Bij levensbedreigende spoed

112

Harderwijk: Medicamus Spoedpost  

0900 - 341 0 341

Website: Medicamus Spoedpost

 

Lelystad: huisartsenpost Medrie  

0900 - 333 6 333

Website: Huisartenpost Lelystad

 

 

 

Voorbereiden_Op-Opname

Vernauwde voorhuid bij volwassenen

Inhoud van dit artikel
    Inhoud van dit artikel

      U heeft een vernauwde voorhuid (phimosis). Dit betekent dat de huid van de penis te strak om de eikel  zit. Hierdoor kunnen ontstekingen van de voorhuid of de eikel ontstaan. Soms ontstaan er problemen bij het plassen. Ook pijn bij het stijf worden van de penis (de erectie) komt voor.

       

      Er zijn twee behandelvormen mogelijk:

      • Behandeling met medicijnen (zalf)
      • Een operatie

      Het hangt van de klachten af welke behandeling  nodig is.
       

      Behandeling met medicijnen

      Er zijn verschillende soorten zalf die kunnen helpen om de voorhuid minder strak te maken. Bij volwassenen wordt Clobetasol (DermovateR) crème 0.05% gebruikt.

       

      Smeer de te strakke voorhuid dun in met de zalf die de uroloog heeft meegegeven.  Doe dit:
      De eerste maand één  keer per dag
      De tweede maand drie keer per week
      De derde maand één keer per week

       

      Bij iets minder dan de helft van de (volwassen) mannen is de behandeling met zalf genoeg.

       

      Na het insmeren goed handen wassen. Zorg dat er geen zalf op uw gezicht of in uw ogen komt!

       

      Behandeling d.m.v. een operatie

      Als de zalf niet genoeg heeft geholpen, zal de uroloog een operatie voorstellen. Soms zijn de klachten zo ernstig dat er gelijk voor een operatie wordt gekozen. Soms is er geen sprake van een vernauwde voorhuid, maar kiest de man voor een operatie omdat de penis daarna makkelijker is schoon te houden. Er zijn verschillende operaties mogelijk. Uw uroloog zal met u bespreken wat voor u de beste operatievorm is.
       

      Besnijdenis

      Een veelvoorkomende behandeling is de besnijdenis. Dit wordt ook wel een circumcisie genoemd. Een besnijdenis kan op verschillende manieren gedaan worden:

      • Volledige besnijdenis. Hierbij wordt alle voorhuid weggehaald.
      • Een gedeeltelijke (partiële) besnijdenis. Hierbij wordt een deel van de voorhuid weggehaald. Dit is vaak niet genoeg om de problemen op te lossen.
      • “Dorsal Slit” procedure. Hierbij wordt de voorhuid alleen ingeknipt om meer ruimte te maken.

       

      De operatie duurt ongeveer 20 tot 30 minuten. Bij de operatie wordt meestal de hele voorhuid weggehaald.
       

      Voorhuidplastiek

      Een andere operatie die mogelijk is, is de voorhuidplastiek. Hierbij wordt de ringvormige vernauwing op meerdere plaatsen dwars ingesneden. Door de huid op een bepaalde manier te hechten wordt de voorhuid breder. De voorhuid zal hierdoor wel iets korter worden. Ook het voorhuidriempje wordt doorgesneden. Soms blijkt tijdens de operatie dat het wijder maken van de voorhuid niet genoeg is. De uroloog zal dan alsnog een besnijdenis doen.
       

      Voorbereiding

      Bij volwassenen wordt bij bovenstaande operaties plaatselijke verdoving gebruikt. Hierbij wordt met een spuit een verdovingsmiddel ingespoten in het operatiegebied. De operatie vindt plaats  op de poliklinische operatiekamer.
      U kunt zich op de tijd van uw afspraak melden op het dagcentrum van de poliklinische operatiekamers (routenummer 0.66). Na de ingreep mag u gelijk weer naar huis.
      Graag het schaamhaar met een tondeuse korter maken (ongeveer een halve tot een hele centimeter). Dit doet u de dag voor de operatie.  
       

      Bloedverdunners

      Als u bloedverdunners gebruikt via de trombosedienst, dan moet u hiermee voor de operatie stoppen. Dit geldt voor de volgende medicijnen:

      Acenocoumarol

      Stop drie dagen voor de operatie
       

      Fenprocoumon (Marcoumar®)
      Stop zeven dagen voor de operatie


      Bel van tevoren met de trombosedienst om door te geven welke operatie u krijgt. Zij kunnen u vertellen of u tijdelijk een ander middel moet gebruiken. Dit gaat dan meestal om spuitjes met heparine.

       

      Voor de andere bloedverdunners geldt het volgende:

      • Slikt u acetylsalicylzuur of carbasalaat calcium (Ascal®) èn een andere bloedverdunner, stop dan zeven dagen voor de operatie met de andere bloedverdunner.
      • Slikt u Rivaroxaban (Xarelto®), Dabigatran (Pradaxa®) òf Apixaban (Eliquis®) stop dan een dag voor de operatie met dit middel.
      • Slikt u alleen alleen persantin òf plavix, bel dan met de polikliniek urologie. Uw uroloog kan u dan vertellen of u uw medicijnen in mag blijven nemen.

      Als u bent gestopt met acenocoumarol of fenprocoumon (Marcoumar®) moet u voor de operatie bloed laten prikken. Zo kan de uroloog nakijken of uw bloed weer dik genoeg is. Dit is belangrijk. Anders verliest u teveel bloed bij de operatie. U heeft een aanvraagformulier nodig om bloed te kunnen prikken. Dit formulier heeft u meegekregen van de polikliniek urologie.

       

      De dag van de operatie gaat u eerst naar de bloedafname. Deze afdeling vind u  in de centrale hal van het St Jansdal. Naast de balie staat een apparaat waar u een nummer kunt trekken. Druk op de knop “cito” om een nummertje te trekken. U hoeft dan niet te lang te wachten.


      Alleen als u gestopt bent met acenocoumarol of fenprocoumon (Marcoumar®) moet u bloed laten prikken. Als u bent gestopt met een andere bloedverdunner is dit niet nodig. 
       

      Na de operatie

      De dag na de operatie mag u uw medicijnen weer innemen. Als u nog veel bloed verliest moet u ons eerst bellen. Bel dan met de polikliniek urologie.

       

      Ook mag u de dag na de operatie weer douchen. Zwemmen of in bad gaan mag weer na een week. Draag strak ondergoed! Verband is niet nodig. Als de wond nog wat nat is, kunt u er een zakdoekje, gaasje of washandje op doen.

       

      Na de operatie kan het plassen pijn doen. Dit komt doordat er urine bij de wond kan komen. Het helpt om de wond met water te spoelen na het plassen. Het is belangrijk om de wond daarna goed af te drogen. Doe dit wel voorzichtig.

       

      Als pijnstiller kan Paracetamol worden gebruikt. U mag 500-1000 mg per keer, maximaal vier  keer per dag.

      De hechtingen die gebruikt worden, lossen vanzelf op. Dit duurt meestal ongeveer twee weken. De hechtingen hoeven er dus niet uitgehaald te worden.

       

      Vrijen mag zes weken na de ingreep weer.

       

      Wondzorg na een besnijdenis

      Na 24 uur mag het verband eraf. Doe dit voorzichtig. Als het verband zit vastgeplakt, maak dan het verband eerst goed nat. Daarna is het makkelijker los te trekken.
       

      Wondzorg na een voorhuidplastiek

      Het is belangrijk dat de voorhuid goed over de eikel blijft zitten. Zo wordt voorkomen  dat de huid niet te dik wordt van het vocht. Schuif één keer per dag tijdens het douchen de voorhuid naar achteren. Smeer vervolgens de eikel en de voorhuid in met duratears. U heeft van het ziekenhuis een tube meegekregen.  Ga door met insmeren totdat de tube leeg is. Het is belangrijk dat de voorhuid na het insmeren weer goed wordt teruggeschoven over de eikel!
       

      Klachten

      Na een besnijdenis zit er meestal geen huid meer over de eikel. Dit kan vooral de eerste dagen pijn doen.

       

      Voor de operatie zit de voorhuid vaak wat aan de eikel vastgegroeid. Dit wordt tijdens de operatie losgemaakt. Hierdoor kan de eikel  na de operatie dik en rood worden.  Een dunne vette zalf kan zorgen dat de huid van de eikel niet te droog wordt. De zalf helpt ook tegen de pijn. Na ruim een week ontstaat  beetje bij beetje een nieuwe huidlaag. Als deze nieuwe huidlaag er eenmaal is, zal de eikel geen pijn meer doen.

      Het is normaal dat de wond in het begin rood en dik wordt. Ook kan er nog wat bloed of wondvocht uit de wond komen. Bel ons bij de volgende klachten:

      • Als u koorts krijgt boven de 38,5°C
      • de wond ernstig bloedt
      • het rondom de wond erg dik en rood wordt
         

      Controle

      Als het nodig is, wordt er een afspraak gemaakt voor controle bij de uroloog. Dit is meestal zes tot acht weken na de operatie.
      Na een voorhuidplastiek wordt er geen afspraak bij de uroloog gemaakt. Meestal geneest de wond zo goed dat een afspraak niet nodig is. Als u twijfelt, kunt u ons altijd bellen. Wij maken dan indien nodig een afspraak bij de uroloog. Bel in geval van twijfel  met de polikliniek urologie.
       

      Tot slot

      Deze folder bevat algemene informatie. Het is bedoeld als extra informatie naast het gesprek met uw uroloog. Als u na het lezen van deze folder nog vragen heeft, kunt u ons altijd bellen.
       

      Contact tijdens kantooruren
      Polikliniek urologie
      Van 08.30 tot 12.30 uur en van 13.00 tot 16.30 uur (vrijdag tot 16.00 uur).
      Tel (0341) 463558
       

      Contact buiten kantooruren
      De Huisartsenpost (HAP)
       Tel  0900  341 0 341
      Graag eerst bellen!

       

      Voor meer informatie op het gebied van urologie kunt u terecht op onze website: www.urologie.nl

       

       

       

       

       

       

       

       

       


       

      De informatie op deze website is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Desondanks kunnen geen rechten aan de vermelde informatie ontleend worden. Meer informatie https://www.stjansdal.nl/disclaimer