Verlies van uw baby

Verlies van uw baby

Het verlies van een baby tijdens de zwangerschap of rond de bevalling

Geboorte en overlijden; het begin en het einde van het leven. Dit zijn gebeurtenissen die ingrijpende veranderingen met zich meebrengen in een mensenleven. Als een baby voor de geboorte, tijdens de bevalling of kort daarna overlijdt, vallen deze gebeurtenissen samen. In dit boekje willen wij je enkele handvatten geven voor de periode rondom de geboorte van je baby. In de tijd dat je hoofd er niet naar staat moet je een aantal beslissingen nemen die van invloed zijn op de tijd die volgt. Voor het verwerken van het verlies is het belangrijk dat je deze dingen doet op jouw manier. Wij realiseren ons dat wij niet altijd volledig zijn. Mis je dingen, dan kun je jouw vragen altijd stellen aan jouw behandelend gynaecoloog, verloskundige of verpleegkundige.

Rouw en gevoelens die dit oproept

Iedereen maakt verliezen mee in het leven. De literatuur beschrijft een aantal fases waar veel mensen doorheen gaan. De volgorde is niet altijd zoals hieronder beschreven, vaak vallen mensen later nog weer terug in een eerdere fase.

Ongeloof, ontkenning, verdoving

De eerste reactie op het verlies van een baby is vaak: “Dat kan niet waar zijn!”, “Dat overkomt ons toch niet?”. Ouders kunnen en willen zich niet realiseren dat hun baby niet meer leeft. Dit gevoel van ongeloof en ontkenning gaat soms samen met een gevoel van grote leegte. Meestal duurt deze fase kort, maar het kan ook enkele dagen of weken blijven bestaan.

Zoeken naar een schuldige; woede en protest

Ouders zoeken vaak een schuldige voor de dood van hun baby. Dat kan iedereen zijn: de arts, de verloskundige, hun partner, de werkgever, maar ook de baby zelf. Of zij voelen zichzelf tekortschieten. Boosheid richt zich soms ook op een hogere macht (God, het noodlot). De waarom-vraag staat dan op de voorgrond. Het is belangrijk om hierover te praten met vrienden, familie en hulpverleners; dat lucht vaak op.

Hevig verdriet

Hevig verdriet, gevoelens van wanhoop en leegte, het beeld van de baby op het moment van overlijden. Dit alles is bijna altijd een groot onderdeel van het rouwproces. De toekomstverwachting is anders. Deze emoties horen allemaal bij het rouwen. Lichamelijke of psychische klachten komen voor. Verdriet steekt vaak ook later weer de kop op; zoals bij de uitgerekende geboortedatum, op de overlijdensdatum van de baby of bij de geboorte van een baby in je nabije omgeving.

Het slechte nieuws

De mededeling
Soms komt het slechte nieuws onverwachts, bijvoorbeeld tijdens een gewone controle. Soms is er een periode van minder leven geweest of had je het gevoel dat er iets niet in orde was. Echoscopisch onderzoek laat dan zien dat het hartje inderdaad niet meer klopt.

Hoe verder
In een gesprek met de gynaecoloog krijg je zoveel mogelijk informatie over de gang van zaken rondom de bevalling. Vaak onderzoeken we jouw bloed alvast om te kijken of daarin een reden te vinden is voor de doodsoorzaak. Jouw eerste reactie na het slechte nieuws is misschien “Ik wil zo snel mogelijk bevallen, het liefst met een keizersnede”. Een ‘gewone bevalling’ lijkt iets onoverkomelijks. Medisch gezien is een keizersnede in dit geval een onnodige operatie en dus niet verantwoord. Ook is er literatuur die beschrijft dat een bevalling via de natuurlijke weg belangrijk is voor het rouwproces. Bij de keizersnede heb je geen actieve rol. De eerste tijd na het slechte nieuws beleven veel vrouwen als onwerkelijk. Je ziet er zwanger uit, soms lijkt de baby nog te bewegen. Je kunt je door jouw lichaam in de steek gelaten voelen, omdat je niet merkte dat er iets mis was. Voordat je gaat bevallen, krijg je vaak het advies om naar huis te gaan. In jouw eigen omgeving kun je alles overdenken wat je hoorde. Je kunt beslissen wie je alvast wilt informeren: ouders, eventuele andere kinderen, familie, vrienden of bekenden. Bij hen kun je aangeven welke hulp en steun je op prijs stelt. Meestal zijn er ook een aantal praktische zaken te regelen met bijvoorbeeld je werkgever of het regelen van opvang voor andere kinderen. Het is verstandig ook je huisarts in te (laten) lichten in de tijd voor de bevalling.

Bevalling en afscheid

Als de bevalling uit zichzelf begint, kom je naar het ziekenhuis. Je bevalt op een kraamsuite in het Moeder&Kind Centrum. Dit is een kamer met een eigen douche en toilet. Je partner is hier ook dag en nacht welkom. Als je niet spontaan bevalt, is er een mogelijkheid om de bevalling in gang te zetten. Dit is de zogenaamde inleiding. De weeën worden opgewekt, meestal met medicijnen (Misoprostol®). Dit zijn tabletjes die je zelf of de klinisch verloskundige inbrengt diep in de vagina. Meestal begint de bevalling dan binnen twee dagen.

Wij bespreken met jou welke pijnstillende middelen je kunt krijgen. Je geeft zelf aan wanneer je aan pijnstilling toe bent. Er zijn verschillende middelen om te pijn te verlichten.

  • Een ruggenprik (epidurale anesthesie) verdooft het onderste gedeelte van je lichaam, je maakt de bevalling bewust mee.

  • Remifentanil®  dien je zelf toe via een infuuspomp. Hiervan is het nadeel dat je er wat suf en slaperig van bent.

Soms blijft na de bevalling de placenta (moederkoek) in de baarmoeder vastzitten. De gynaecoloog maakt dan de placenta los tijdens een (korte) narcose op de operatiekamer.

De rol van de partner

Jouw partner zal bij de bevalling aanwezig zijn. Wanneer je alleenstaand bent, kun je iemand uit jouw omgeving meevragen. Partners voelen zich soms onzeker en machteloos. Naast het verdriet moeten zij ook toezien hoe jij pijn lijdt.

Het contact met je kindje

Kennismaken en afscheid nemen vallen samen bij het overlijden van een baby rond de geboorte. Je hebt maar weinig tijd om beelden en herinneringen vast te leggen. Misschien was je niet bij het overlijden omdat je onder narcose was toen jouw baby overleed. Het zien en vasthouden van jouw overleden baby geeft je een beeld van jouw kindje. Je mag je baby zo vaak en zo veel mogelijk vasthouden. Ook wanneer er sprake is van zichtbare aangeboren afwijkingen raden wij je aan je baby te zien, vast te houden of aan te raken. Je kunt je een heel andere voorstelling maken dan dat de werkelijkheid is. Je kunt dit maar kort doen en overdoen is niet mogelijk. Daarom is het belangrijk om je van te voren goed voor te bereiden, zodat alles verloopt zoals je het wilt. Aarzel niet om jouw eventuele andere kinderen, familie of vrienden hierbij aanwezig te laten zijn als je daar behoefte aan hebt. Je bepaalt zelf hoe lang dit contact duurt en hoe je dit wilt doen. Een andere mogelijkheid is de baby zelf te wassen, of daarbij aanwezig te zijn als de verpleegkundige dat doet. Ook kun je zelf zorgen voor kleertjes of een omslagdoek, quilt, lievelingssjaal of iets wat je met zorg hebt uitgezocht tijdens de zwangerschap. Wanneer je jouw kindje echt niet (meer) wilt zien, respecteren wij dat natuurlijk.

Herinneringen

Foto’s
Misschien vindt je het maken van foto’s van jouw overleden baby een raar of eng idee. Toch is onze ervaring dat het later goed is om foto’s te hebben. Foto’s zijn tastbare herinneringen. Het beeld wat je voor ogen hebt rond het overlijden vervaagt na verloop van tijd. De verpleegkundige wil je graag helpen bij het maken van foto’s. Dit kan met jouw eigen toestel of eventueel het toestel van het ziekenhuis. We kunnen met ons toestel foto’s maken en die in jouw elektronisch dossier bewaren, als je ze nu niet wilt zien. Je kunt de foto’s ook op een usb stick meekrijgen en ze thuis op een later tijdstip bekijken. Je kunt ook gratis foto’s laten maken door een professionele fotograaf om herinneringen vast te leggen. Dit doet “Make a Memory”. Hier krijg je aparte informatie over.

Andere tastbare herinneringen
In ons ziekenhuis schrijven wij de naam van jouw kindje ook op een naamkaartje en knippen wij zo mogelijk een haarlokje af. Ook kunnen er vaak hand- en/of voet afdrukjes gemaakt worden met behulp van gips en inkt. Bij de gipsafdrukjes drukken we de handjes en voetjes in foamrubber zodat er een afdruk ontstaat. De gipsverbandmeester giet deze afdruk daarna vol met gips. Het duurt enkele weken voordat ze klaar zijn. Bij de afdrukjes van inkt, inkten we de handjes en voetjes en maken daarmee een afdruk op een kaartje. Er is een herinneringsboekje beschikbaar in het ziekenhuis. Hier kun je alle tastbare herinneringen, foto’s en kaartjes in bewaren.

Een naam
Wij adviseren je sterk om jouw baby een naam te geven. Zo voorkom je dat je achteraf over ‘het’ of over ‘de baby’ moet praten. Sommige ouders geven de naam die zij al gekozen hadden, anderen geven de overleden baby een symbolische naam. Voor jouw directe omgeving maak je het met een naam heel persoonlijk om wie je rouwt.

Na het overlijden

Onderzoek naar de doodsoorzaak

Je kunt voor de keuze komen te staan om een onderzoek (obductie) te laten doen. Dit is een te groot onderwerp voor deze folder, je vindt dit in de folder Obductie.
Chromosoomonderzoek geeft soms ook informatie over de oorzaak van het overlijden. Chromosomen zijn de dragers van erfelijke informatie, ze bevinden zich in de celkern. Bij een levende baby nemen wij chromosomen uit het vruchtwater. Bij een levenloze baby is chromosoomonderzoek uit vruchtwater soms moeilijk en onderzoeken we eventueel een stukje weefsel. Dit kan bijvoorbeeld uit de oorschelp, van een teentje of een stukje weefsel van het bovenbeentje. Dit gebeurt alleen als je daar toestemming voor geeft en als de gynaecoloog dit zinvol vindt. Je moet er rekening mee houden dat weefselonderzoek bij een levenloos kindje niet altijd lukt.
De uitslag van obductieonderzoek of chromosomenonderzoek kan je helpen bij het verwerkingsproces. Soms zeggen uitkomsten iets over de kans op herhaling in een volgende zwangerschap. Als je bezwaar hebt tegen deze onderzoeken respecteert iedereen dat. Bij een doodgeboorte vindt men vaak geen duidelijke oorzaak voor de sterfte. Aan de ene kant geeft dit soms opluchting omdat het kindje gezond was, al blijft dan de pijnlijke werkelijkheid van de dood van een gezond kind. Er kan ook sprake zijn van een medische complicatie die niet te voorzien of voorkomen was. Het is goed om hier uitgebreid met uw behandelend gynaecoloog over te spreken.

Je baby mee naar huis

Je mag jouw baby mee naar huis nemen (met je eigen auto), tot de dag van de begrafenis of crematie. Je krijgt een verklaring van overlijden uit het ziekenhuis mee. De baby kun je in je armen houden of in een reiswiegje, mandje of kistje vervoeren. Thuis ervaren mensen uit jouw omgeving zo dat deze baby, ook al is het levenloos, echt deel uitmaakt van jouw gezin. Als je je baby niet mee naar huis neemt, kan het in het mortuarium van het ziekenhuis blijven tot aan de begrafenis of crematie. Hier zijn wel kosten aan verbonden. De uitvaartverzorger heeft meestal ook een rouwkamer waar je de baby kunt opbaren.

Begrafenis of crematie

Er zijn twee mogelijkheden: een begrafenis of crematie. De meeste ouders kiezen voor begraven of cremeren in eigen omgeving. Je bent hier vrij in om een vorm te kiezen die bij jou past.

Het afscheid

Vanaf 24 weken zwangerschap ben je verplicht om te kiezen voor een begrafenis of een crematie. Dit staat zo in de wet. De uitvaartverzorger regelt dit voor je, of je neemt zelf contact op met de beheerder van een begraafplaats of crematorium. De kosten zijn in dat geval lager, maar er is veel te regelen. Jouw baby hoeft niet in een kistje te worden begraven, het mag ook in een rieten mandje, mooie doos of iets wat je zelf hebt gemaakt. Er is veel om je gedachten over te laten gaan: wil je samen zijn of ook anderen uitnodigen? Wil je een plechtigheid met muziek, toespraken, gedichten lezen en andere rituelen? Of wil je het zo eenvoudig mogelijk houden? Zijn er andere kinderen in het gezin en hoe wil je hen bij het afscheid betrekken?
Ben je gelovig en wil je een kerkelijk afscheid? Voor steun en adviezen kun je een dominee, pastoor, imam, humanistische raadsman of andere geestelijke verzorger inschakelen.

Het overlijden van één kind van een tweeling (of meerling)

Ben je in verwachting van een meerling en overlijdt één van de kinderen, dan is dit dubbel verwarrend en verdrietig. Rouwgevoelens zijn niet minder dan bij het verlies van een eenling. Misschien voel je jezelf schuldig tegenover de overleden baby als je gelukkig bent met de levende baby. Of andersom; heb je een gevoel van schuld tegenover het levende kindje als je verdriet hebt over het overleden kind. Het verwerken van deze emoties kost tijd.
Veel aandacht zal op de levende baby gericht zijn, ook van familie en vrienden.
Als je in deze situatie besluit tot een crematie en je strooit de as uit op een plek waar je terug kunt komen, kun je later met jouw andere kind(eren) naar deze plek. Dit kan helpen bij de verwerking. Bij een begrafenis heb je vanzelf zo’n plekje. Probeer als het mogelijk is ook foto’s van de kinderen samen te maken.

Kosten

De kosten voor een crematie of begrafenis variëren sterk. Dit is afhankelijk van de keuzes die je maakt. Als je zelf alles regelt, kan het bedrag lager zijn dan wanneer je een uitvaartverzorger inschakelt. In sommige begrafenisverzekeringen met een gezinspolis zijn ook begrafenis- of crematiekosten voor een levenloos geboren baby (gedeeltelijk) meeverzekerd. Jouw verzekeringsmaatschappij kan je verder informeren.

Geboorte-/overlijdenskaartje en/of advertentie

Mensen “rekenen” op een geboortekaartje. Als dat niet komt kan dat pijnlijke vragen oproepen. Je kunt laten weten dat jouw baby levenloos geboren is door middel van een kaartje of een overlijdensadvertentie. Je kunt bijvoorbeeld kaartjes laten maken met een afdruk van het handje of voetje erop of met een tekening van andere kinderen. Door een advertentie te plaatsen kan het ook gebeuren dat je reacties krijgt van mensen die hetzelfde hebben meegemaakt.

Wettelijke bepalingen

Elke levenloos geboren baby na een zwangerschapsduur van 24 weken moet worden aangegeven. Dit moet bij de Burgerlijke Stand van de gemeente waar de bevalling heeft plaatsgevonden. De Wet op de Lijkbezorging van 1991 bepaalt dat er dan een ‘akte van een levenloos geboren kind’ wordt opgemaakt. Het ziekenhuis geeft een verklaring af waaruit blijkt dat jouw baby levenloos geboren is. Je partner of iemand anders die aanwezig was bij de bevalling kan aangifte doen; ook kan de uitvaartverzorger dit voor je doen. Als de baby na de bevalling nog leefde en daarna is overleden, wordt bij de aangifte zowel een geboorte- als een overlijdensakte opgemaakt. Voor kinderen die na 24 weken geboren zijn, geeft de Burgerlijke Stand schriftelijk een ‘toestemming tot begraven of verbranding’. Als je niet getrouwd bent, kan jouw baby alleen de naam van de vader krijgen als deze de baby al tijdens de zwangerschap en voor het overlijden wettelijk heeft erkend.

Na de bevalling

Het kraambed

Meestal ga je snel na de bevalling weer naar huis toe, maar soms moet je blijven in verband met teveel bloedverlies, een te hoge bloeddruk of een keizersnede. De verpleegkundigen die je verzorgen hebben ervaring met het begeleiden van ouders in deze situatie. Ook is het mogelijk over jouw emoties te praten met een psychosociale hulpverlener (psycholoog of geestelijke verzorger) of met de verloskundige die je tijdens de zwangerschap controleerde.

De verzorging in het kraambed

Je hebt recht op kraamzorg, ook al is er geen baby om voor te zorgen. Als je al kraamzorg had geregeld zijn er meestal geen problemen te verwachten. Zo niet, dan kan het ziekenhuis of de verloskundige contact met een kraamcentrum opnemen. Als je nog andere kinderen thuis hebt, kan de kraamverzorgende veel praktisch werk voor jou doen. Als je alleen of samen met jouw partner bent kan zij ook steun en hulp bieden. Zo mogelijk kiest het kraamcentrum iemand uit met ervaring met het verlies van een ongeboren of pasgeboren baby. Sommige ouderparen willen de eerste dagen liever samen zijn en geen vreemden om zich heen hebben. Als een verloskundige jouw zwangerschap controleerde, bezoekt zij je ook in het kraambed. Vaak komt ook jouw eigen huisarts langs.

Klachten in het kraambed

Je lichaam heeft na deze bevalling dezelfde ‘ongemakken’ als na elke andere bevalling: naweeën, vloeien en misschien ook pijn van hechtingen. Jouw zorgverlener zal proberen je op allerlei manieren te helpen.. Borststuwing is ook een normale reactie van jouw lichaam na de bevalling. Zonder baby om te voeden is dit een pijnlijke ervaring. Je kunt hiertegen een nauwsluitende beha dragen. De melkproductie vermindert dan na enkele dagen en houdt daarna op. Er zijn ook medicijnen om de melkproductie te voorkomen of te stoppen, maar die kunnen ook vervelende bijwerkingen vertonen. Jouw verloskundige of gynaecoloog kan je hier meer over vertellen.

Weer naar huis

Meestal kun je snel na de bevalling weer naar huis, om in jouw eigen omgeving je verdriet te beleven. Het ziekenhuis kan ook een veilige omgeving voor je zijn, met mensen die weten wat er gebeurd is en die meeleven met het verlies en verdriet. Soms is een leeg huis een beangstigend vooruitzicht. Als mensen uit jouw omgeving weinig of geen contact hebben gehad met het kindje begrijpen zij soms jouw hevige verdriet niet. Blijf naar jouw omgeving uitspreken hoe je je voelt.
Thuiskomen betekent ook een confrontatie met de babykamer en alle babyspullen, het huis dat al op de komst van jouw kindje was voorbereid. Het is goed om dit pas op te ruimen als je merkt dat je er aan toe bent en het niet door iemand anders te laten doen. Familieleden, vrienden en kennissen vinden het soms moeilijk een gesprek te beginnen over het verlies en soms mijden zij je zelfs. Praat er daarom zelf gewoon over, breng het zelf ter sprake. Vaak blijkt dan ook dat anderen daar behoefte aan hebben, maar er zelf niet over durven te beginnen. De weken en maanden, misschien wel jaren daarna denken veel vrouwen en hun partners aan hun baby en alles wat er is gebeurd.
Sommige vragen en onzekerheden kunnen steeds weer terugkomen. Aarzel daarom niet om, ook na maanden, weer contact op te nemen met de hulpverleners binnen of buiten het ziekenhuis die bij het slechte nieuws en de bevalling betrokken zijn geweest. Probeer naar je gevoel te luisteren. Laat verdriet toe als dat in alle hevigheid op je afkomt, maar geniet ook van de rustige momenten. Ook schrijven kan helpen om orde te brengen in gedachten en gevoelens. Steeds wisselende en heftige emoties zoals verdriet, opluchting, schuldgevoel, boosheid en ook gelukkige momenten wisselen elkaar af. Verlies van je baby is verlies van een deel van jezelf. Veelal wisselen de fases zoals in het begin van dit boekje beschreven elkaar nog lange tijd af. Schuldgevoelens kunnen je lange tijd achtervolgen, je kunt jezelf of anderen de schuld geven. Bespreek dit met je hulpverlener. Dat voorkomt dat je jouw verdere leven blijft zitten met vragen, onzekerheden en boosheid. Als je een gesprek niet meteen aandurft of aankunt, kun je ook een brief schrijven om jouw gevoelens en vragen alvast duidelijk te maken. Het is dan makkelijker om er later in een gesprek op door te gaan.

Nazorg en ondersteuning

Lichamelijke en psychische klachten

Lichamelijke en psychische klachten zijn normale uitingen van hevig verdriet: eetproblemen, hoofdpijn of buikpijn, voortdurende vermoeidheid, somberheid en huilbuien. Als je langdurig slecht slaapt, kun je de huisarts om een slaapmiddel vragen. Deze medicijnen zijn tijdelijk en kunnen helpen om een einde te maken aan de slapeloze nachten. Als je uitgerust bent kun je meestal de psychische druk beter aan. Toch hoort het bij de verwerking om huilbuien te hebben en ‘s nachts vaak en akelig te dromen over de zwangerschap, de bevalling of jullie kindje.

Samen rouwen

Vaak gaat na het overlijden van een baby de meeste belangstelling uit naar de moeder. De partner doet meestal de eerste periode het praktische en huishoudelijke werk. Daardoor komt het verdriet vaak wat in de zijlijn. Partners lijden meestal net zo onder het verlies als hun vrouw, maar op een andere manier. Mannen en vrouwen verwerken verlies in verschillend tempo en op verschillende manieren. Elk mens reageert op zijn eigen manier. Wees hierover open tegen elkaar. Onbegrip en zich afsluiten voor elkaar of juist elkaar willen beschermen kan tot onnodige verwijdering leiden.

Weer aan het werk

Ga zorgvuldig om met de beslissing weer aan het werk te gaan als je een baan hebt. Het is niet ongewoon om het normale zwangerschaps- en bevallingsverlof van zestien weken op te nemen. Meestal is dit goed te bespreken met jouw bedrijfsarts of werkgever. Schakel bij problemen je huisarts of een hulpverlener van het ziekenhuis in. Je kunt overwegen om de eerste periode weer op therapeutische basis te beginnen: je bepaalt dan, in overleg met de bedrijfsarts, wanneer en hoeveel uur je werkt, afhankelijk van hoe je je lichamelijk en geestelijk voelt.
Voor mannen geldt dat het ook voor hen belangrijk is tijd te nemen voor hun verdriet. Voor hen kan werk hervatting dan ook problemen geven als door hun werkgever verwacht dat zij snel weer beginnen. Ook zij kunnen het beste contact opnemen met de bedrijfsarts. Verdriet verwerken kost nu meestal meer tijd dan de buitenwereld denkt.

Seksuele relatie met je partner

Het seksuele contact met je partner is niet automatisch hetzelfde als voor de zwangerschap. Voor veel vrouwen duurt het even voordat zij weer echt zin hebben in gemeenschap. Voor die tijd hebben zij vooral behoefte aan veel begrip en warme belangstelling van hun partner. Als je weer toe bent aan gemeenschap kun je het advies om gebruik te maken van voorbehoedmiddelen als zeer tegenstrijdig ervaren. Soms is het goed eerst te wachten op de uitslagen van onderzoeken voordat je weer onbeschermd seksueel contact hebt.

Andere kinderen in je gezin

Kinderen merken dat hun ouders verdriet hebben. Hen buiten het verlies houden kan onzekerheid en schuldgevoel veroorzaken. Meestal hebben broertjes en zusjes meegeleefd met de zwangerschap en uitgekeken naar de nieuwe baby. Over de dood van hun broertje of zusje vertellen, hen bij het afscheid betrekken of voorlezen uit kinderboeken over de dood en werken in een herinneringsboekje kan hen hierbij helpen. Kinderen brengen het onderwerp vaak spontaan ter sprake, dit kan de ouders steunen maar ook onverwachts confronteren.

Familie, vrienden en kennissen

Reacties uit de omgeving zijn vaak erg verschillend; lieve en troostende woorden van mensen van wie je dit het minst verwacht en omgekeerd. Zoek contact met mensen die jouw nabij zijn en die je vertrouwt. Bij hen kun je steeds opnieuw je verhaal kwijt. Mensen die jouw kindje niet gekend hebben, vinden het vaak moeilijk je hevige verdriet te begrijpen. Je kunt je hierdoor eenzaam voelen. Veel mensen vinden het fijn om praktische hulp te geven door iets te doen voor je.

Lotgenoten

Niet zelden hoor je als ouders van een overleden baby over andere gezinnen die iets dergelijks hebben meegemaakt. Deze lotgenoten kunnen een grote steun zijn. Zij begrijpen vaak beter - dan wie dan ook - wat je doormaakt. Misschien wil je je nu of op een later tijdstip opgeven voor een gespreksgroep van ouders die een kind verloren. Meer informatie vindt je in de adressenlijst achterin deze folder. Jouw huisarts, verloskundige of een andere hulpverlener kan je ook met lotgenoten in contact brengen.

Nagesprek/ nacontrole in het ziekenhuis

Ongeveer vier tot zes weken na het overlijden van jouw kindje vindt er een gesprek plaats. Dit gesprek is met de gynaecoloog en eventueel de kinderarts. Deze controle is voor veel ouders van een overleden baby een belangrijk moment. Het kan spannend zijn om weer over alle feiten en emoties te spreken. Sommigen vinden het fijn om weer naar de vertrouwde plek terug te keren, voor andere is het juist emotioneel. In dit gesprek krijg je de gelegenheid om alle vragen die jouw bezighouden te stellen. De gynaecoloog neemt de gebeurtenissen nog eens met je door en bespreekt de uitslagen van de onderzoeken. Helaas komt er vaak geen oorzaak uit alle onderzoeken die gedaan zijn.

Heb je vragen over de zwangerschap of de bevalling, over jouw klachten of over de toekomst, schrijf deze dan allemaal op. Merk je langere tijd na de controle dat je toch nog met vragen bent blijven zitten, aarzel dan niet om opnieuw een afspraak te maken met de gynaecoloog of verloskundige. De gynaecoloog of verloskundige bespreekt ook, als je daaraan toe bent, de verwachtingen voor een volgende zwangerschap. Is er een risico op herhaling van het gebeurde? Is er nog een aanvullend onderzoek nodig? Kan de verloskundige de volgende zwangerschap begeleiden of is controle door de gynaecoloog gewenst?

Een volgende zwangerschap

De tijd die je voor de verwerking nodig hebt, is voor elk ouderpaar verschillend. Je kunt dit het beste samen beoordelen. Lichamelijk gezien is er meestal weinig bezwaar tegen een volgende zwangerschap, ook niet op korte termijn. Sommige mensen vinden het moeilijk als de volgende uitgerekende datum samenvalt met de sterfdag van de overleden baby. Een volgende zwangerschap is voor elk ouderpaar een spannende periode. Er is geen sprake meer van ‘een roze wolk’. Veel ouders ervaren tijdens een volgende zwangerschap, of alleen al bij de gedachte eraan, schuldgevoelens ten opzichte van de overleden baby. Dit is begrijpelijk, je wilt immers niet de indruk wekken dat je het kindje vergeten bent. Praat over deze gevoelens of zet ze op papier. Je kunt het ook in een brief verwoorden aan uw overleden baby.

Tot slot

Het verlies van een ongeboren baby is een ingrijpende gebeurtenis. We hopen dat deze folder jou een handreiking heeft gegeven in de wirwar van beslissingen die je moet nemen.

Adressen en informatie

Adressen

  • Landelijke Zelfhulporganisatie Ouders van een overleden kind
    Vereniging van ouders die een kind verloren. Naast informatie wordt hulp gegeven door lotgenoten, zowel individueel als in groepsverband.
    Postbus 418, 1400 AK Bussum
    www.oudersoverledenkind.nl
    T 0900 - 202 27 23 (0,05 ct per minuut) alle werkdagen van 10.00 – 14.00, woe avond 19.00-22.00

  • Stichting ‘Achter de regenboog’
    Biedt hulp bij verliesverwerking met kinderen en jongeren
    www.achterderegenboog.nl
    T 0900 - 233 41 41, ma, di, do, vr van 09.00-11.00

  • Stichting ‘In de wolken’
    Brochures over en voor rouwende kinderen, jeugdliteratuurlijst en herinneringsboeken
    Spoorlaan 9c, 5591 HT Heeze
    www.in-de-wolken.nl
    T 040 - 226 04 50

Boeken over rouw

Er staan veel boektitels over rouw rond babysterfte genoemd op www.rouw.nl

Voor volwassenen

  • “Geen blote voetjes in het gras” een boek met verhalen van ouders, ISBN 9789076249704

  • “Geen hartslag meer”: een boek geschreven door een vader:  Marcel Paul van Kooten, ISBN 9789089547552 

Boeken over rouw voor kinderen
Voor peuters:

  • Lieve oma Pluis, ISBN 9056471716

Voor kleuters:

  • Derk Das altijd bij ons, ISBN 9060695526

Voor kinderen van 6 tot 9 jaar:

  • Mijn zusje is een engel, ISBN 9021482932

Vragen

Heb je na het lezen van deze folder nog vragen, neem dan contact op met de polikliniek Obstetrie en gynaecologie, (0341) 46 35 53 of met het Moeder&Kind Centrum, (0341) 46 39 38.