l

Direct contact

Telefoonnummers

St Jansdal Harderwijk

0341 - 463911

St Jansdal Lelystad

0341 - 463590

Poli-Apotheek St Jansdal

0341 - 435858

Helpdesk MijnStjansdal (8.30 - 12 u)

0341 - 463700

Medische hulp buiten kantoortijden

Bij levensbedreigende spoed

112

Harderwijk: Medicamus Spoedpost  

0900 - 341 0 341

Website: Medicamus Spoedpost

 

Lelystad: huisartsenpost Medrie  

0900 - 333 6 333

Website: Huisartenpost Lelystad

 

 

 

Voorbereiden_Op-Opname

Verlies van uw baby

Inhoud van dit artikel
    Inhoud van dit artikel

      Het verlies van een baby tijdens de zwangerschap of rond de bevalling

      Geboorte en dood, het begin en het einde van het leven. Dit zijn gebeurtenissen die ingrijpende veranderingen met zich meebrengen in een mensenleven. Als een baby voor de geboorte, tijdens de bevalling of kort daarna overlijdt, vallen deze gebeurtenissen samen. In dit boekje willen wij u enkele handvaten geven voor de periode rondom de geboorte van uw baby. In de tijd dat uw hoofd er niet naar staat moet u een aantal beslissingen nemen die van invloed zijn op de tijd die volgt. Voor het verwerken van het verlies is het belangrijk dat u deze dingen doet op uw manier. Wij realiseren ons dat wij niet volledig zijn. Mist u dingen, dan kunt u uw vragen altijd stellen aan uw behandelend gynaecoloog, verloskundige of verpleegkundige.

       

      Rouw en gevoelens die dit oproept

      Iedereen maakt verliezen mee in het leven. De literatuur beschrijft een aantal fases waar veel mensen doorheen gaan. De volgorde is niet altijd zoals hieronder beschreven, vaak vallen mensen later nog weer terug in een eerdere fase.
       

      Ongeloof, ontkenning, verdoving
      De eerste reactie op het verlies van een baby is vaak: “Dat kan niet waar zijn!”, “Dat overkomt ons toch niet?”. Ouders kunnen en willen zich niet realiseren dat deze baby niet meer leeft. Dit gevoel van ongeloof en ontkenning gaat soms samen met een gevoel van grote leegte. Meestal duurt deze fase kort, maar het kan ook enkele dagen of weken blijven bestaan.
       

      Zoeken naar een schuldige; woede en protest
      Ouders zoeken vaak een schuldige voor de dood van hun baby. Dat kan iedereen zijn: de arts, de verloskundige, hun partner, de werkgever, maar ook de baby. Of zij voelen zichzelf tekortschieten. Boosheid richt zich soms ook op een hogere macht (God, het noodlot). De waarom vraag staat dan op de voorgrond. Het is belangrijk om hierover te praten met vrienden, familie en hulpverleners; dat lucht vaak op.

       

      Hevig verdriet
      Hevig verdriet, gevoelens van wanhoop en leegte, het beeld van de baby op het moment van overlijden. Dit alles is bijna altijd een groot onderdeel van het rouwproces. De toekomstverwachting is anders. Deze emoties horen helemaal bij het rouwen. Zelfs lichamelijke of psychische klachten komen voor. Verdriet steekt vaak ook later weer de kop op, zoals bij de uitgerekende geboortedatum, bij de ‘verjaardagen’ van het overlijden, of bij de geboorte van een baby in uw nabije omgeving.
       

      Het slechte nieuws

      De mededeling
      Soms komt het slechte nieuws onverwachts, bijvoorbeeld tijdens een gewone controle. Soms is er een periode van minder leven geweest of had u het gevoel dat er iets niet in orde was. Echoscopisch onderzoek laat dan zien dat het hartje inderdaad niet meer klopt.
       

      Hoe verder
      In een gesprek met de gynaecoloog krijgt u zoveel mogelijk informatie over de gang van zaken rondom de bevalling. Vaak onderzoeken we uw bloed alvast, om te kijken of daarin een reden te vinden is voor de doodsoorzaak. Als er geen medische reden bestaat voor een spoedige bevalling, mag u wachten tot de bevalling spontaan op gang komt. Uw eerste reactie na het slechte nieuws is misschien “Ik wil zo snel mogelijk bevallen, het liefst met een keizersnede”. Een ‘gewone bevalling’ lijkt iets onoverkomelijks. Medisch gezien is een keizersnede een onnodige operatie en dan dus niet verantwoord. Ook is er literatuur die beschrijft dat een bevalling via de natuurlijke weg belangrijk is voor het rouwproces. Bij de keizersnede heeft u geen actieve rol. De eerste tijd na het slechte nieuws beleven veel vrouwen als onwerkelijk. Het lichaam ziet er “zwanger” uit, soms lijkt de baby nog te bewegen. U kunt u door uw lichaam in de steek gelaten voelen, omdat u niet merkte dat er iets mis was. Voordat u gaat bevallen, krijgt u vaak het advies om naar huis te gaan. In uw eigen omgeving kunt u alles overdenken wat u hoorde. U kunt beslissen wie u alvast wilt informeren: ouders, eventuele andere kinderen, familie, vrienden of bekenden. Bij hen kunt u aangeven welke hulp en steun u op prijs stelt. Meestal zijn er ook een aantal praktische zaken te regelen met de werkgever of het regelen van opvang voor anderen kinderen. Het is verstandig ook de huisarts in te (laten) lichten in de tijd voor de bevalling.

       

      De bevalling

      Als de bevalling uit zichzelf begint, komt u naar het ziekenhuis. U bevalt op een kraamsuite in het Moeder&Kind Centrum. Dit is een kamer met eigen douche en toilet. Uw partner is hier ook dag en nacht welkom. Als u niet spontaan bevalt, is er een mogelijkheid om de bevalling in gang te zetten. Dit is de zogenaamde inleiding. De weeën worden opgewekt, meestal met medicijnen (Misoprostol®). Dit zijn tabletjes die uzelf of de klinisch verloskundige inbrengt diep in de vagina. Meestal begint de bevalling dan binnen twee dagen.

      Wij bespreken met u welke pijnstillende middelen u kunt krijgen. U geeft zelf aan wanneer u aan pijnstilling toe bent. Er zijn verschillende middelen om te pijn te verlichten.

      • Er is een injectie met Pethidine mogelijk: hiervan zult u wat suf of slaperig zijn.
      • Een ruggenprik (epidurale anesthesie) verdooft het onderste gedeelte van uw lichaam, u maakt de bevalling bewust mee.
      • Het nieuwste middel is nog niet geregistreerd als pijnstillend middel voor een bevalling. Dit heet Remifentanil®, en u dient dit zelf toe via een infuuspomp. Hiervan is het nadeel dat u er wat suf en slaperig van bent, maar minder dan van Pethidine.

       

      Soms blijft na de bevalling de placenta (moederkoek) in de baarmoeder vastzitten. De gynaecoloog maakt dan de placenta los tijdens een (korte) narcose op de operatiekamer.
       

      De rol van de partner
      Uw partner maakt ook de bevalling mee. Bent u alleenstaand, dan kunt u familie of een vriend meenemen. Partners voelen zich soms overbodig, onzeker en machteloos. Naast het verdriet moeten zij ook toezien hoe u pijn lijdt. Als zij hun emoties tonen en delen kunt u het samen verwerken.
       

      Het contact met uw kindje
      Kennismaken en afscheid nemen vallen samen bij het overlijden van een baby rond de geboorte. U hebt maar weinig tijd om beelden en herinneringen vast te leggen. Misschien was u niet bij het overlijden omdat u onder narcose was toen uw baby overleed. Het zien en vasthouden van uw overleden baby geeft u een beeld van uw kindje. U mag uw baby zo vaak en zo veel mogelijk vasthouden. Ook wanneer er sprake is van zichtbare aangeboren afwijkingen raden wij u aan uw baby te zien, vast te houden of aan te raken. U kunt zich een heel andere voorstelling maken dan dat de werkelijkheid is. U kunt dit maar kort doen en overdoen is niet mogelijk. Daarom is het belangrijk om u van te voren goed voor te bereiden, zodat alles verloopt zoals u het wilt.Aarzel niet om uw eventuele andere kinderen, familie of vrienden hierbij aanwezig te laten zijn als u daar behoefte aan heeft. Een andere mogelijkheid is de baby zelf te wassen, of daarbij aanwezig zijn als de verpleegkundige dat doet. Ook kunt u zelf zorgen voor kleertjes of een omslagdoek, quilt, lievelingssjaal of iets wat u met zorg heeft uitgezocht tijdens de zwangerschap. U bepaalt zelf hoe lang dit contact duurt en hoe u dit wilt doen.Wanneer u uw kindje echt niet (meer) wilt zien, respecteren wij dat natuurlijk.
       

      Herinneringen

      Foto’s
      Misschien vindt u het maken van foto’s van uw overleden baby een raar of eng idee. Toch is onze ervaring dat het later goed is om foto’s te hebben. Foto’s zijn tastbare herinneringen. Het beeld wat u voor ogen heeft rond het overlijden vervaagt na verloop van tijd. De verpleegkundige wil u graag helpen bij het maken van foto’s. Dit kan met u eigen toestel of het toestel van het ziekenhuis. We kunnen met ons toestel foto’s maken en die in uw elektronisch dossier bewaren, als u ze nu niet wilt zien. U kunt de foto’s ook op een usb stick meekrijgen en ze thuis op een later tijdstip bekijken. U kunt ook foto’s laten maken door een professionele fotograaf om herinneringen vast te leggen. Dit doet “Make a Memory”. Hier krijgt u aparte informatie over.
       

      Andere tastbare herinneringen
      In ons ziekenhuis schrijven wij de naam van uw kindje ook op een naamkaartje en knippen wij zo mogelijk een haarlokje af. Ook kunnen er vaak hand- en/of voet afdrukjes gemaakt worden met behulp van gips en inkt. Bij de gipsafdrukjes drukken we de handjes en voetjes in foamrubber zodat er een afdruk ontstaat. De gipsverbandmeester giet deze afdruk daarna vol met gips. Het duurt enkele weken voordat ze klaar zijn. Bij de afdrukjes van inkt, inkten we de handjes en voetjes en maken daarmee een afdruk op een kaartje. Er is een herinneringsboekje beschikbaar in het ziekenhuis. Hier kunt u alle tastbare herinneringen, foto’s, kaartjes in bewaren.
       

      Een naam
      Wij adviseren u sterk om uw baby een naam te geven. Zo voorkomt u dat u achteraf over ‘het’ of over ‘de baby’ moet praten. Sommige ouders geven de naam die zij al gekozen hadden, anderen geven de overleden baby een symbolische naam. Voor uw directe omgeving maakt u het met een naam heel persoonlijk om wie u rouwt.

       

      Onderzoek naar de doodsoorzaak

      U kunt voor de keuze komen te staan om een onderzoek (obductie) te laten doen. Dit is een te groot onderwerp voor deze folder, u vindt dit in de folder Obductie.

      Chromosoomonderzoek geeft soms ook informatie over de oorzaak van het overlijden. Chromosomen zijn de dragers van erfelijke informatie, ze bevinden zich in de celkern. Bij een levende baby nemen wij chromosomen uit het vruchtwater. Bij een levenloze baby is chromosoomonderzoek uit vruchtwater soms moeilijk en onderzoeken we eventueel een stukje weefsel. Dit kan bijvoorbeeld uit de oorschelp, van een teentje of een stukje weefsel van het bovenbeentje. Dit gebeurt alleen als u daar toestemming voor geeft en als de gynaecoloog dit zinvol vindt. U moet er rekening mee houden dat weefselonderzoek bij een levenloos kindje niet altijd lukt. De uitslag van obductieonderzoek of chromosomenonderzoek kan u helpen bij het verwerkingsproces. Soms zeggen uitkomsten iets over de kans op herhaling in een volgende zwangerschap. Als u bezwaar hebt tegen deze onderzoeken respecteert iedereen dat. Bij een doodgeboorte vindt men vaak geen duidelijke oorzaak voor de sterfte. Aan de ene kant geeft dit soms opluchting omdat het kindje gezond was, al blijft de pijnlijke werkelijkheid van de dood van een gezond kind. Er kan ook sprake zijn van een medische complicatie die niet te voorzien of voorkomen was. Het is goed om hier uitgebreid met uw behandelend gynaecoloog over te spreken.
       

      Wat gebeurt er verder met uw baby

      Uw baby mee naar huis
      U mag uw baby mee naar huis nemen (met uw eigen auto), tot de dag van de begrafenis of crematie. U krijgt een verklaring van een levenloze geboorte of overlijden uit het ziekenhuis mee. De baby kunt u in uw armen houden of in een reiswiegje, mandje of kistje vervoeren. Thuis ervaren mensen uit uw omgeving zo dat deze baby, ook al is het levenloos, echt deel uitmaakt van uw gezin. Als u uw baby niet mee naar huis neemt, kan het in het mortuarium van het ziekenhuis blijven tot aan de begrafenis of crematie. Hier zijn wel kosten aan verbonden. De uitvaartverzorger heeft meestal ook een rouwkamer waar u de baby kunt opbaren.
       

      Begrafenis of crematie
      Er zijn twee mogelijkheden: een begrafenis of crematie. De meeste ouders kiezen voor begraven of cremeren in eigen omgeving. U bent hier vrij in om een vorm te kiezen die bij u past.
       

      Het afscheid
      Vanaf 24 weken zwangerschap bent u verplicht om te kiezen voor een begrafenis of een crematie. Dit staat zo in de wet. De uitvaartverzorger regelt dit voor u, of u neemt contact op met de beheerder van een begraafplaats of crematorium. De kosten zijn in dat geval lager, maar er is veel te regelen. Uw baby hoeft niet in een kistje te worden begraven, het mag ook in een rieten mandje, mooie doos of iets wat u zelf heeft gemaakt. Er is veel om uw gedachten over te laten gaan: wilt u samen alleen zijn of ook anderen uitnodigen, wilt u een plechtigheid met muziek, toespraken, gedichten lezen en andere rituelen of wilt u het zo eenvoudig mogelijk houden? Zijn er andere kinderen in het gezin en hoe wilt u hen bij het afscheid betrekken?

      Bent u gelovig en wilt u een kerkelijk afscheid? Voor steun en adviezen kunt u een dominee, pastoor, imam, humanistische raadsman of andere geestelijke verzorger inschakelen.
       

      Het overlijden van één kind van een tweeling (of meerling)
      Bent u in verwachting van een meerling en overlijdt één van de kinderen, dan is dit dubbel verwarrend en verdrietig. Rouwgevoelens zijn niet minder dan bij het verlies van een eenling. Misschien voelt u zich schuldig tegenover de overleden baby als u gelukkig bent met de levende baby, of andersom, heeft u een gevoel van schuld tegenover het levende kindje als u verdriet heeft over het overleden kind. Het verwerken van deze emoties kost tijd.

      Veel aandacht zal op de levende baby gericht zijn, ook van familie en vrienden.
      Als u in deze situatie besluit tot een crematie en u strooit de as uit op een plek waar u terug kunt komen, kunt u later met uw andere kind(eren) naar deze plek. Dit kan helpen bij de verwerking. Bij een begrafenis hebt u vanzelf zo’n plekje. Probeer als het mogelijk is ook foto’s van de kinderen samen te maken.
       

      Kosten
      De kosten voor een crematie of begrafenis variëren tussen 500 tot 1500 euro als u een uitvaartverzorger inschakelt. Als u zelf alles regelt, kan het bedrag lager zijn. In sommige begrafenisverzekeringen met een gezinspolis zijn ook begrafenis- of crematiekosten voor een levenloos geboren baby (gedeeltelijk) meeverzekerd. Uw verzekeringsmaatschappij kan u verder informeren.
       

      Geboorte-/overlijdenskaartje en/of advertentie
      Mensen “rekenen” op een geboortekaartje. Als dat niet komt kan dat pijnlijke vragen oproepen. U kunt laten weten dat uw baby levenloos geboren is door middel van een kaartje of een overlijdensadvertentie. U kunt bijvoorbeeld kaartjes laten maken met een afdruk van het handje of voetje erop of met een tekening van andere kinderen. Door een advertentie te plaatsen gebeurt het ook dat u reacties krijgt van mensen die hetzelfde hebben meegemaakt.

       

      Wettelijke bepalingen

      Elke levenloos geboren baby na een zwangerschapsduur van 24 weken moet worden aangegeven. Dit moet bij de Burgerlijke Stand van de gemeente waar de bevalling heeft plaatsgevonden. De Wet op de Lijkbezorging van 1991 bepaalt dat er dan een ‘akte van een levenloos geboren kind’ wordt opgemaakt. Het ziekenhuis geeft een verklaring af waaruit blijkt dat uw baby levenloos geboren is. De vader of iemand anders die aanwezig was bij de bevalling kan aangifte doen; ook kan de uitvaartverzorger dit voor u doen. Als de baby na de bevalling nog leefde en daarna is overleden, wordt bij de aangifte zowel een geboorte- als een overlijdensakte opgemaakt. Voor kinderen die na 24 weken geboren zijn, geeft de Burgerlijke Stand schriftelijk een ‘toestemming tot begraven of verbranding’. Als u niet getrouwd bent, kan uw baby alleen de naam van de vader krijgen als deze de baby al tijdens de zwangerschap en voor het overlijden wettelijk erkende.

       

       

      Het kraambed

      Op de afdeling
      Meestal gaat u snel na de bevalling weer naar huis toe, maar soms moet u blijven in verband met teveel bloedverlies, een te hoge bloeddruk of een keizersnede. De verpleegkundigen die u verzorgen hebben ervaring met het begeleiden van ouders in deze situatie. Ook is het mogelijk over uw emoties te praten met een psychosociale hulpverlener (psycholoog of geestelijke verzorger) of met de verloskundige die u tijdens de zwangerschap controleerde.
       

      De verzorging in het kraambed
      U heeft recht op kraamzorg, ook al is er geen baby om voor te zorgen. Als u al kraamzorg had geregeld zijn er meestal geen problemen te verwachten. Zo niet, dan kan het ziekenhuis of de verloskundige contact met een kraamcentrum opnemen. Als u nog andere kinderen thuis hebt, kan kraamzorg veel praktisch werk voor u doen. Als u alleen of met uw partner bent kan zij ook steun en hulp bieden. Zo mogelijk kiest het kraamcentrum iemand uit met ervaring met het verlies van een ongeboren of pasgeboren baby. Sommige ouderparen willen de eerste dagen liever samen zijn en geen vreemden om zich heen hebben. Als een verloskundige uw zwangerschap  controleerde, bezoekt zij u ook in het kraambed. Vaak komt uw eigen huisarts langs.
       

      Klachten in het kraambed
      Uw lichaam heeft na deze bevalling dezelfde ‘ongemakken’ als na elke andere bevalling: naweeën, vloeien en misschien ook pijn van hechtingen. Uw zorgverlener zal proberen u te helpen met allerlei middeltjes die verlichting geven. Borststuwing is ook een normale reactie van uw lichaam na de bevalling. Zonder baby om te voeden is dit een pijnlijke ervaring. U kunt hiertegen een nauwsluitende beha dragen. De melkproductie vermindert dan na enkele dagen en houdt daarna op. Er zijn ook medicijnen om de melkproductie te voorkomen of te stoppen, maar die kunnen ook vervelende bijwerkingen vertonen. Uw verloskundige of gynaecoloog kan u hier meer over vertellen.
       

      Weer naar huis

      Meestal kunt u snel na de bevalling weer naar huis, om in uw eigen omgeving uw verdriet te beleven. Het ziekenhuis kan ook een veilige omgeving voor u zijn, met mensen die weten wat er gebeurd is en die meeleven met het verlies en verdriet. Soms is een leeg huis een beangstigend vooruitzicht. Als mensen uit uw omgeving weinig of geen contact hebben gehad met het kindje begrijpen zij soms uw hevige verdriet niet. Blijf naar uw omgeving uitspreken hoe u zich voelt.

      Thuiskomen betekent ook een confrontatie met de babykamer en alle babyspullen, het huis dat al op de komst van uw kindje was voorbereid. Het is goed om dit pas op te ruimen als u merkt u dat u er aan toe bent en het niet door iemand anders te laten doen. Familieleden, vrienden en kennissen vinden het soms moeilijk een gesprek te beginnen over het verlies en soms mijden zij u zelfs. Praat er daarom zelf gewoon over, breng het zelf ter sprake. Vaak blijkt dan ook dat anderen daar behoefte aan hebben, maar er zelf niet over durven te beginnen. De weken en maanden, misschien wel jaren daarna denken veel vrouwen en hun partners aan hun baby en alles wat er is gebeurd. Sommige vragen en onzekerheden kunnen steeds weer terugkomen. Aarzel daarom niet om, ook na maanden, weer contact op te nemen met de hulpverleners binnen of buiten het ziekenhuis die bij het slechte nieuws en de bevalling betrokken zijn geweest. Probeer naar uw gevoel te luisteren. Laat verdriet toe als dat in alle hevigheid op u afkomt, maar geniet ook van de rustige momenten. Ook schrijven kan helpen om orde te brengen in gedachten en gevoelens. Steeds wisselende en heftige emoties zoals verdriet, opluchting, schuldgevoel, boosheid en ook gelukkige momenten wisselen elkaar af. Verlies van uw baby is verlies van een deel van uzelf. Veelal wisselen de fases zoals in het begin van dit boekje beschreven elkaar nog lange tijd af. Schuldgevoelens kunnen u lange tijd achtervolgen, u kunt uzelf of anderen de schuld geven. Bespreek dit met de hulpverlener. Dat voorkomt dat u onnodig uw verdere leven blijft zitten met vragen, onzekerheden en boosheid. Als u een gesprek niet meteen aandurft of aankunt, kunt u ook een brief schrijven om uw gevoelens en vragen alvast duidelijk te maken. Het is dan makkelijker om er later in een gesprek op door te gaan.
       

      Lichamelijke en psychische klachten
      Lichamelijke en psychische klachten zijn normale uitingen van hevig verdriet: eetproblemen, hoofdpijn of buikpijn, voortdurende vermoeidheid, somberheid en huilbuien. Als u langdurig slecht slaapt, kunt u de huisarts om een slaapmiddel vragen. Deze medicijnen zijn tijdelijk en kunnen helpen om een einde te maken aan de slapeloze nachten. Als u uitgerust bent kunt u meestal de psychische druk beter aan. Toch hoort het bij de verwerking om huilbuien te hebben en ‘s nachts vaak en akelig te dromen over de zwangerschap, de bevalling of jullie kindje.
       

      Samen rouwen
      Vaak gaat na het overlijden van een baby de meeste belangstelling uit naar de moeder. De partner doet meestal de eerste periode het praktische en huishoudelijke werk. Daardoor komt het verdriet vaak wat in de zijlijn. Partners lijden meestal net zo onder het verlies als hun vrouw, maar op een andere manier. Mannen en vrouwen verwerken verlies in verschillend tempo en op verschillende manieren. Elk mens reageert op zijn eigen manier. Wees hierover open tegen elkaar, onbegrip en zich afsluiten voor elkaar of juist elkaar willen beschermen kan tot onnodige verwijdering leiden.


      Weer aan het werk
      Ga zorgvuldig om met de beslissing weer aan het werk te gaan als u een baan hebt. Het is niet ongewoon om het normale zwangerschaps- en bevallingsverlof van zestien weken op te nemen. Meestal is dit goed te bespreken met uw bedrijfsarts of werkgever. Schakel bij problemen uw huisarts of een hulpverlener van het ziekenhuis in. U kunt overwegen om de eerste periode weer op therapeutische basis te beginnen: u bepaalt dan zelf wanneer en hoeveel uur u werkt, afhankelijk van hoe u zich lichamelijk en geestelijk voelt.

      Voor mannen geldt dat het ook voor hen belangrijk is tijd te nemen voor hun verdriet, maar werkgevers houden daar vaak weinig rekening mee. Voor hen kan werk hervatting dan ook problemen geven als men verwacht dat zij snel weer beginnen. Ook zij kunnen het beste contact opnemen met de bedrijfsarts. Verdriet verwerken kost nu meestal meer tijd dan de buitenwereld denkt.
       

      Seksuele relatie met uw partner
      Het seksuele contact met uw partner is niet automatisch hetzelfde als voor de zwangerschap. Voor veel vrouwen duurt het even voordat zij weer echt zin hebben in gemeenschap. Voor die tijd hebben zij vooral behoefte aan veel begrip en warme belangstelling van hun partner. Als u weer toe bent aan gemeenschap kunt u het advies om gebruik te maken van voorbehoedmiddelen als zeer tegenstrijdig ervaren.  Soms is het goed eerst te wachten op de uitslagen van onderzoeken voordat u weer onbeschermd seksueel contact hebt.
       

      Andere kinderen in uw gezin
      Kinderen merken dat hun ouders verdriet hebben. Hen buiten het verlies houden kan onzekerheid en schuldgevoel veroorzaken. Meestal hebben broertjes en zusjes meegeleefd met de zwangerschap en uitgekeken naar de nieuwe baby. Over de dood van hun broertje of zusje vertellen, hen bij het afscheid betrekken of voorlezen uit kinderboeken over de dood en werken in een herinneringsboekje kan hen hierbij helpen. Kinderen brengen het onderwerp vaak spontaan ter sprake, dit kan de ouders steunen maar ook onverwachts confronteren.
       

      Familie, vrienden en kennissen
      Reacties uit de omgeving zijn vaak erg verschillend, lieve en troostende woorden van mensen van wie u dit het minst verwacht en omgekeerd. Zoek contact met mensen die u nabij zijn en die u vertrouwt. Bij hen kunt u steeds opnieuw uw verhaal kwijt. Mensen die uw kindje niet gekend hebben, vinden het vaak moeilijk uw hevige verdriet te begrijpen. U kunt zich hierdoor eenzaam voelen. Veel mensen vinden het fijn om praktische hulp te geven door iets te doen voor u.

       

      Lotgenoten
      Niet zelden hoort u als ouders van een overleden baby over andere gezinnen die iets dergelijks hebben meegemaakt. Deze lotgenoten kunnen een grote steun zijn. zij begrijpen en voelen vaak beter dan wie dan ook aan wat u doormaakt. Misschien wilt u zich nu of op een later tijdstip opgeven voor een gespreksgroep van ouders die een kind verloren. Meer informatie vindt u in de adressenlijst achterin deze folder. Uw huisarts, verloskundige of een andere hulpverlener kan u ook met lotgenoten in contact brengen.
       

      Nagesprek/ nacontrole in het ziekenhuis
      Dit gesprek bij de gynaecoloog en eventueel de kinderarts vindt plaats vier tot zes  weken na het overlijden van uw kindje. Deze controle is voor veel ouders van een overleden baby een belangrijk moment. Het kan spannend zijn om weer over alle feiten en emoties te spreken. Sommigen vinden het fijn om weer naar de vertrouwde plek terug te keren, voor andere is het juist emotioneel. In dit gesprek krijgt u de gelegenheid om alle vragen die u bezighouden te stellen. De gynaecoloog neemt de gebeurtenissen nog eens met u door en bespreekt de uitslag van de onderzoeken. Helaas komt er vaak geen oorzaak uit alle onderzoeken die gedaan zijn.

      Heeft u vragen over de zwangerschap of de bevalling, over uw klachten of over de toekomst, schrijf deze dan allemaal op. Merkt u langere tijd na de controle dat u toch nog met vragen bent blijven zitten, aarzel dan niet om opnieuw een afspraak te maken met de gynaecoloog of verloskundige. De gynaecoloog of verloskundige bespreekt ook, als u daaraan toe bent, de verwachtingen voor een volgende zwangerschap. Is er een risico op herhaling van het gebeurde? Is nog een aanvullend onderzoek nodig? Kan de verloskundige de volgende zwangerschap begeleiden of is controle door de gynaecoloog gewenst?
       

      Een volgende zwangerschap
      De tijd die u voor de verwerking nodig heeft, is voor elk ouderpaar verschillend. U kunt dit het beste samen beoordelen. Puur lichamelijk is er meestal weinig bezwaar tegen een volgende zwangerschap, ook niet op korte termijn. Sommige mensen vinden het moeilijk als de volgende uitgerekende datum samenvalt met de sterfdag van de overleden baby. Een volgende zwangerschap is voor elk ouderpaar een spannende periode. Er is geen sprake meer van ‘een roze wolk’. Veel ouders ervaren tijdens een volgende zwangerschap, of alleen al bij de gedachte eraan, schuldgevoelens ten opzichte van de overleden baby. Dit is begrijpelijk, u wilt immers niet de indruk wekken dat u het kindje vergeten bent. Praat over deze gevoelens of zet ze op papier. U kunt het ook in een brief verwoorden aan uw overleden baby.
       

      Tot slot

      Het verlies van een ongeboren baby is een ingrijpende gebeurtenis. We hopen dat deze folder u een handreiking heeft gegeven in de wirwar van beslissingen die u moet nemen.
       

      Adressen

      Landelijke Zelfhulporganisatie Ouders van een overleden kind
      Vereniging van ouders die een kind verloren. Naast informatie wordt hulp gegeven door lotgenoten, zowel individueel als in groepsverband.
      Postbus 418, 1400 AK Bussum
      www.vook.nl
      T 0900-2022723 (0,05 ct per minuut)
      alle werkdagen van 10.00 – 14.00, woe avond 19.00-22.00
       

      Stichting ‘Achter de regenboog’
      Biedt hulp bij verliesverwerking met kinderen en jongeren
      www.achterderegenboog.nl
      T 0900-2334141
      ma, di, do, vr van 09.00-11.00

       

      Stichting ‘In de wolken’
      Brochures over en voor rouwende kinderen, jeugdliteratuurlijst en herinneringsboeken
      Spoorlaan 9c, 5591 HT Heeze
      www.in-de-wolken.nl
      T 040-2260450
       

      Voorlichtingsfolder
      Folder Obductie
       

      Boeken over rouw
      Er staan veel boektitels over rouw rond babysterfte genoemd op www.rouw.nl
       

      Voor volwassenen
      “Geen blote voetjes in het gras” een boek met verhalen van ouders, ISBN 9789076249704

       

      “Geen hartslag meer”: een boek geschreven door een vader:  Marcel Paul van Kooten, ISBN 9789089547552
       

      Boeken over rouw voor kinderen
      Voor peuters:
      Lieve oma Pluis, ISBN 9056471716


      Voor kleuters :
      Derk Das altijd bij ons, ISBN 9060695526

       

      Voor kinderen van 6 tot 9 jaar:
      Mijn zusje is een engel, ISBN 9021482932
       

      Vragen?

      Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, neemt u dan contact op met de polikliniek Obstetrie en gynaecologie, (0341) 463553 of met het Moeder&Kind Centrum, (0341) 463938.
       

       

       
      De informatie op deze website is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Desondanks kunnen geen rechten aan de vermelde informatie ontleend worden. Meer informatie https://www.stjansdal.nl/disclaimer