Klik op de afbeelding om deze folder te bekijken met beeld en geluid (Indiveo).
Inleiding
U krijgt een urodynamisch onderzoek. Dit onderzoek is voor mensen die problemen hebben met plassen. Bijvoorbeeld moeilijk kunnen plassen of urineverlies. U leest meer informatie over hoe u zich kunt voorbereiden en wat er tijdens het onderzoek gebeurt.
Voorbereiding
Blaasontsteking
Heeft u op de dag van het onderzoek blaasontsteking of klachten die daarop lijken? Gebruikt u antibiotica? Neem dan contact op met de polikliniek. Het onderzoek kan dan niet doorgaan en de afspraak wordt verzet.
Menstruatie
Als u menstrueert, neem dan contact op met de polikliniek. Het onderzoek kan dan niet doorgaan en de afspraak wordt verzet.
Mictielijst
Houd 24 uur bij hoeveel u plast, hoeveel u drinkt en hoe vaak u urine verliest. Gebruik hiervoor de mictielijst onderaan deze folder.
Gebruikt u incontinentiemateriaal? Houd dan 24 uur een Pad-test lijst bij voor urineverlies en incontinentiemateriaal.Vraag deze lijst aan de assistente op de poli.
Dag van het onderzoek
- Gebruikt u één van de volgende medicijnen: Betmiga (Mirabegron), Oxybutinine (Dridase,
Kentera), Solifenacine (Vesicare), Tolterodine (Detrusitol), Darifenacine (Emselex), Fesoterodine (Toviaz), Flavoxaat (Urispas)?
Neem deze medicijnen niet in op de ochtend van het onderzoek. Behalve als de arts iets anders met u heeft afgesproken.
- Neem op de ochtend van het onderzoek geen plastabletten. Na het onderzoek mag u deze weer innemen.
-
Doet u aan zelfkatheterisatie of heeft u een blaaskatheter/buikkatheter? Neem dan uw eigen nieuwe katheter mee voor na het onderzoek.
-
Heeft u een stoma? Neem dan een schoon opvangzakje mee.
Drinken voor het onderzoek
U moet met een volle blaas naar het onderzoek komen. Dit is nodig voor het onderzoek.
- Plas 's ochtends eerst uit op het toilet.
- Drink vanaf 2 uur voor het onderzoek in ieder geval 4 glazen drinken. Het maakt niet uit wat u drinkt.
- Moet u plassen? U mag niet naar het toilet.
Het is handig om dit een paar dagen van tevoren al eens te proberen.
LET OP: heeft u een blaaskatheter? Dan is deze voorbereiding niet nodig.
Uroflowmetrie vóór het onderzoek
Voor het urodynamisch onderzoek krijgt u eerst een ander onderzoek. Dit heet uroflowmetrie. Bij dit onderzoek meten we hoeveel u plast en hoe snel dit gaat. Hiervoor is een volle blaas nodig.
Het onderzoek
Urodynamisch onderzoek
Tekst video:
Een urodynamisch onderzoek is een onderzoek naar de werking van de blaas en de plasbuis. Tijdens het onderzoek wordt er onderzocht hoe het ophouden van plas, en het uitplassen gaat. Het doel is om achter de oorzaak te komen van plasklachten. Zoals moeilijk kunnen plassen of ongewild urineverlies. Wanneer het onderzoek begint neemt u plaats op een speciale onderzoeksstoel.
De zorgverlener maakt het gebied rondom de plasbuis schoon. Daarna worden er twee slangetjes ingebracht. Eén slangetje in de plasbuis om de blaasdruk te meten en één slangetje in de endeldarm om de buikdruk te meten. Het inbrengen van deze slangetjes kan vervelend zijn. Daarnaast krijgt u elektroden op uw bovenbeen en billen om de spanning van de bekkenbodemspieren te kunnen meten. Daarna starten de metingen. Uw blaas wordt gevuld met steriel water. De computer meet de druk in de blaas en buik.
Tijdens het vullen moet u een aantal keer aangeven wat u voelt in uw blaas. U geeft aan of u aandrang voelt, of u normaal gesproken zou gaan plassen of dat u erg nodig moet plassen. Daarna kunt u op een toilet uitplassen en is het onderzoek klaar.
Bij mannen:
- 1 slangetje gaat in de plasbuis om de druk in de blaas te meten.
- 1 slangetje gaat in de endeldarm om de druk in de buik te meten.
Bij vrouwen:
- 1 slangetje gaat in de plasbuis om de druk in de blaas te meten.
- 1 slangetje gaat in de vagina om de druk in de buik te meten.
Aanvullend onderzoek bij vrouwen
Bij vrouwen is soms extra onderzoek nodig. Dit is bij klachten van stressincontinentie of gemengde incontinentie.
Het onderzoek duurt drie kwartier tot één uur.
Na het onderzoek
De uitslag van het onderzoek
De arts bespreekt de uitslag met u tijdens een afspraak op de polikliniek.
Na het onderzoek
De plasbuis kan geïrriteerd zijn door de slangetjes. U kunt pijn of een branderig gevoel hebben bij het plassen. U kunt ook vaker aandrang voelen om te plassen. Soms zit er een beetje bloed in de urine of komt er wat bloed uit de plasbuis.
Dit is normaal. U hoeft zich geen zorgen te maken. De klachten gaan meestal binnen een paar dagen vanzelf over. Drink op de dag van het onderzoek extra om de klachten sneller te laten verdwijnen.
Neem contact op met uw arts als
- uw klachten langer dan vier dagen duren;
- u koorts krijgt boven de 38,5 graden;
- de pijn erger wordt;
- Als u veel moeilijker kunt plassen.
Bellen met het ziekenhuis
- U kunt bellen met de poli urologie: 0341 463558
(maandag t/m vrijdag van 8.30 tot 12.00 uur en van 13.30 tot 16.30 uur)
- In de avond, nacht of in het weekend: neem contact op met de huisartsenpost
Tot slot
Deze folder geeft extra informatie naast het gesprek met uw arts. Heeft u nog vragen?
Bel dan met de polikliniek urologie of gynaecologie. Meer informatie vindt u op:
Mictielijst
Houd 24 uur bij hoeveel u per keer drinkt en plast. Gebruik hiervoor onderstaande invullijst.
| Datum: |
| Naam: |
| Geboortedatum: |
| Plassen (ml) | Drinken (ml) |
Ongewild Urineverlies (ml) |
Klachten Pijn? Drang? |
| Tijd | Hoeveel? | Tijd | Hoeveel? | Tijd | Hoeveel? | Tijd | Klacht |
| Totaal | Totaal | Totaal |
Invullen drinken:
Glas drinken: 150 milliliter
Kopje drinken: 125 milliliter
Mok/soepkom: 200 milliliter
Fruit: 75 milliliter
Toetje: 150 milliliter
Invullen:
1. Ongewild urineverlies
2. Geringe hoeveelheid
3. Vaak kleding verwisselen
Wilt u de informatie ook bekijken in een animatiefilmpje? Klik dan hier.