l

Direct contact

Telefoonnummers

St Jansdal Harderwijk

0341 - 463911

St Jansdal Lelystad

0341 - 463590

Poli-Apotheek St Jansdal

0341 - 435858

Helpdesk MijnStjansdal (8.30 - 12 u)

0341 - 463700

Medische hulp buiten kantoortijden

Bij levensbedreigende spoed

112

Harderwijk: Medicamus Spoedpost  

0900 - 341 0 341

Website: Medicamus Spoedpost

 

Lelystad: huisartsenpost Medrie  

0900 - 333 6 333

Website: Huisartenpost Lelystad

 

 

 

Voorbereiden_Op-Opname

Transurethrale resectie tumor

Inhoud van dit artikel
    Inhoud van dit artikel

      Deze folder geeft informatie over het weghalen van tumorweefsel uit de blaas. Ook geeft deze folder uitleg over de klachten die hierbij kunnen ontstaan.

       

      Wat is transurethrale resectie?

      Het weghalen van tumorweefsel uit de blaas wordt een TURT genoemd. Deze letters staan voor Trans Urethrale Resectie Tumor. Transurethraal betekent via de plasbuis. Resectie betekent weghalen. Tijdens deze operatie gaat de arts dus via de plasbuis naar binnen. Op die manier kan het tumorweefsel uit de blaas worden weggehaald. Tumor is een ander woord voor gezwel. Een gezwel kan goedaardig of kwaadaardig zijn. In de blaas zijn tumoren bijna altijd kwaadaardig.

       

      Blaastumoren worden onderverdeeld in:

      • Oppervlakkig groeiende tumoren. Deze tumoren groeien alleen in het blaasslijmvlies. Ze groeien niet in de spierlaag van de blaas.
      • ‘Invasief’ groeiende tumoren. Deze tumoren groeien wel door tot in de spierlaag. Invasief betekent dat de tumor doorgroeit in het omliggende weefsel.

       

      Een TURT is altijd de eerste behandeling bij beide soorten blaastumor. Het weefsel dat tijdens de operatie is weggenomen wordt onderzocht door een patholoog. Dit is een arts die gespecialiseerd is in weefselonderzoek. Dit onderzoek geeft duidelijkheid over of de tumor oppervlakkig is of invasief.
       

      Bij een oppervlakkige tumor is de behandeling na de TURT vaak klaar. Soms is het nodig om de blaas nog een periode te spoelen met medicijnen. Bij een invasieve tumor is altijd verdere behandeling nodig.

       

      Een blaastumor wordt vrijwel altijd weggehaald. Anders kan de tumor groter worden. Ook kan hij voor bloedingen zorgen of verder ingroeien in het weefsel.
       

      Voorbereiding transurethrale resectie

      Deze ingreep vindt plaats onder algehele narcose of een ruggenprik (spinaal). Er moet van tevoren een gesprek plaats vinden met de anesthesist (narcotiseur). U krijgt hiervoor een afspraak mee.
       

      Bloedverdunners
      Als u bloedverdunners gebruikt via de trombosedienst, dan moet u hier voor de operatie mee stoppen. Dit geldt voor de volgende medicijnen:

      Acenocoumarol
      Stop drie dagen voor de operatie

       

      Fenprocoumon (Marcoumar®)
      Stop zeven dagen voor de operatie

       

      Bel van tevoren met de trombosedienst om door te geven welke operatie u krijgt. Zij kunnen u vertellen of u tijdelijk een ander middel moet gebruiken. Dit gaat dan meestal om spuitjes met heparine.


      Voor de andere bloedverdunners geldt het volgende:

      • Slikt u acetylsalicylzuur of carbasalaat calcium (Ascal®) èn een andere bloedverdunner, stop dan 7 dagen voor de operatie met de andere bloedverdunner
      • Slikt u Rivaroxaban (Xarelto®), Dabigatran (Pradaxa®) òf Apixaban (Eliquis®) stop dan 1 dag voor de operatie met dit middel
      • Slikt u alleen alleen persantin òf plavix, bel dan met de polikliniek urologie De uroloog kan u dan vertellen of u uw medicijnen in mag blijven nemen

       

      Als u bent gestopt met acenocoumarol of fenprocoumon (marcoumar®) moet u voor de operatie bloed laten prikken. Zo kan de uroloog nakijken of uw bloed weer dik genoeg is. Dit is belangrijk. Anders verliest u teveel bloed bij de operatie. U heeft een aanvraagformulier nodig om bloed te kunnen prikken. Dit formulier heeft u meegekregen van de polikliniek urologie.

       

      De dag van de operatie gaat u eerst naar de bloedafname. Deze afdeling vind u  in de centrale hal van het St Jansdal. Naast de balie staat een apparaat waar u een nummer kunt trekken. Druk op de knop “cito” om een nummertje te trekken. U hoeft dan niet te lang te wachten.

      Alleen als u gestopt bent met acenocoumarol of fenprocoumon (marcoumar®) moet u bloed laten prikken. Als u bent gestopt met een andere bloedverdunner is dit niet nodig. 
       

      Drie dagen na de operatie mag u uw medicijnen weer innemen.
      Als u nog veel bloed in de urine heeft moet u ons eerst bellen. Bel dan met de polikliniek urologie; telefoonnummer 0341-463558.
       

      Transurethrale resectie met blauw licht

      In de meeste ziekenhuizen in Nederland wordt bij een TURT wit licht gebruikt. Sommige (kleine) afwijkingen zijn met wit licht moeilijk te zien. Daarom wordt steeds vaker blauw licht gebruikt. Deze techniek noemt men Photo Dynamische Diagnostiek (PDD). Al voor de ingreep wordt er een speciale spoeling ingebracht in de blaas. Dit spoelmiddel heet Hexvix (hexaminolevulaat). Dit middel zorgt ervoor dat blaastumoren bij blauw licht duidelijk zichtbaar zijn. Op deze manier worden ook kleine of beginnende tumoren zichtbaar. Hierdoor kan meer afwijkend weefsel worden weggehaald.
      De kans dat er na de ingreep opnieuw blaastumoren ontstaan blijft aanwezig. Maar die kans wordt op deze manier wel kleiner.
      Ongeveer een uur voor de ingreep zal de Hexvix als blaasspoeling ingebracht worden. Dit gebeurt via een katheter. Dit is een dun slangetje dat via de plasbuis in de blaas kan worden gebracht. Zodra de spoeling is ingebracht gaat deze katheter er weer uit.
       

      Hoe verloopt de ingreep?

      In de operatiekamer spreekt u eerst uw uroloog en de anesthesist. De anesthesist zorgt voor de verdoving. Dit kan in de vorm van een ruggenprik of narcose. Dit is vooraf met u besproken op de polikliniek anesthesie. In de operatiekamer ligt u tijdens de ingreep op de rug. U ligt met uw benen gebogen in beensteunen. Er wordt een dunne kijkbuis (cystoscoop) in de plasbuis gebracht. Via deze cystoscoop kan de uroloog in de blaas kijken en het tumorweefsel verwijderen. Via de cystoscoop wordt vloeistof ingebracht om de blaas te vullen en tussendoor schoon te spoelen. Het tumorweefsel wordt weggehaald met behulp van een stalen lisje. Door dit lisje loopt elektrische stroom. Laagje voor laagje wordt het tumorweefsel weg geschraapt. De arts gaat door tot in het gezonde weefsel. Er ontstaat zo een wond in de blaaswand. De weefselstukjes die zijn weggeschraapt worden opgevangen.
      Als al het tumorweefsel is weggehaald wordt er een katheter ingebracht in de blaas. De urine kan na de operatie nog bloederig zijn. Soms is het nodig om de blaas extra te spoelen. Bijvoorbeeld als er veel bloedstolsels in de urine zitten. De katheter kan hierdoor anders verstopt raken. Ook helpt het om de bloeding te stoppen.
       

      Eenmalige blaasspoeling

      Blaastumoren zijn in principe altijd kwaadaardig. Wel zijn ze vaak oppervlakkig. Dit betekent dat ze vaak alleen groeien in het blaasslijmvlies. Niet in de onderliggende blaasspier. Vaak is de TURT dan ook genoeg om de tumor te behandelen.
      Wel hebben deze oppervlakkige blaastumoren de gewoonte om terug te groeien. Bij meer dan de helft van de patiënten ontstaan binnen vijf jaar nieuwe tumoren in de blaas. Soms worden ze langzaam kwaadaardiger en groeien ze verder in in de blaaswand.

      Daarom moet niet alleen het tumorweefsel worden weggehaald. Het is net zo belangrijk om te zorgen dat er geen nieuw tumorweefsel ontstaat. Door de blaas te spoelen met medicijnen is de kans hierop kleiner.
      Soms kan er een reden zijn om de chemo blaasspoeling niet te geven. Bijvoorbeeld wanneer er veel bloed in de urine zit of de blaaswand erg dun is. 
       

      Het medicijn

      Er zijn verschillende soorten blaasspoelingen beschikbaar. Na de transurethrale resectie wordt in principe gespoeld met het middel Mitomycine. Dit middel valt onder de chemotherapie. Dit middel werkt alleen in op de blaas. Het geeft daardoor geen bijwerkingen in de rest van het lichaam.
       

      Het toedienen van de spoeling

      Deze spoeling wordt door een afdelingsverpleegkundige ingebracht. Dit gaat via de katheter die na de operatie is achtergelaten in de blaas. Dit gebeurt in een speciaal hiervoor ingerichte kamer op de afdeling. Eerst wordt de katheterzak losgekoppeld van de katheter. Daarna wordt de chemospoeling met een grote spuit langzaam ingebracht via de katheter. De katheter wordt vervolgens dicht gezet.
       

      Het inwerken van de spoeling

      Om de blaasspoeling zo goed mogelijk te laten inwerken, wordt de katheter een uur lang afgeklemd. Daarna wordt de klem van de katheter verwijderd en loopt de spoelvloeistof in de katheterzak.
      De verpleegkundige koppelt de zak met de spoeling  van de katheter af en sluit een schone zak aan.
       

      Uit voorzorg

      Er kunnen nog resten van de blaasspoeling in uw blaas zitten. Deze verlaten uw lichaam met uw urine. De verpleegkundige draagt handschoenen bij het verwisselen van de zak of het verwijderen van de katheter. Dit zodat zij niet in contact komt met het spoelmiddel.

      Als u hulp nodig heeft bij het wassen van het onderlichaam zal de verpleegkundige ook hierbij handschoenen dragen de dag na de operatie.

      Probeer te voorkomen dat er spoelmiddel op de huid komt. Gebeurt dit wel; spoel de huid dan af met veel water.

       

      Na 48 uur heeft de spoeling uw lichaam helemaal verlaten. Binnen die 48 uur gelden er ook voor thuis een aantal maatregelen. Deze zijn ter bescherming van uw, eventuele, gezinsleden of huisgenoten.

       

      Mannen kunnen nadat de katheter is verwijderd het best zittend plassen. Zo voorkomt u dat u vloeistof op uw huid krijgt. Spoel het toilet twee keer door met de deksel dicht. Als er urine naast het toilet komt, maak dit dan goed schoon. Hiervoor kunt u allesreiniger gebruiken of wat bleekwater.
      Uw kleren en ondergoed kunnen gewoon in de was, ook wanneer hier vloeistof op is gekomen. Andere maatregelen zijn niet nodig.

       

      Hoe verder na de ingreep?

      De dag na de ingreep gaat in principe de katheter eruit. Hiervoor moet de urine wel helder genoeg zijn en u moet de spoeling gehad hebben. Als u hierna weer goed zelf kunt plassen mag u naar huis.

      Het is belangrijk om goed te drinken. Probeer zo’n twee liter vocht per dag te drinken. Dit helpt bloedstolsels in de urine voorkomen.

      Doe het de eerste tijd na de operatie rustig aan. Hierbij geldt niet sporten, niet zwaar tillen en geen zwaar lichamelijk werk. Zwaar huishoudelijk werk valt hier ook onder. Probeer niet hard te persen bij het krijgen van ontlasting. Als de ontlasting hard is kunt u medicijnen krijgen om de ontlasting wat soepeler te maken.
       

      Optredende klachten na de ingreep

      Na een transurethrale resectie tumor (TURT) kunt u klachten hebben bij het plassen. De aandrang om te plassen is vaak sterker. Ook moet u in het begin waarschijnlijk vaker naar het toilet. Veel mensen hebben een wat schrijnend, pijnlijk gevoel in de plasbuis. Deze klachten worden in de weken na de operatie vanzelf minder. 
      De urine kan soms nog bloederig zijn. Dit kan in principe geen kwaad. Dit kan tot een week of zes na de operatie duren.

       

      Neemt u contact op met de behandelend arts:

      • als u duidelijk bloedstolsels plast
      • als de urine heel erg bloederig blijft
      • bij ernstig brandende pijn bij het plassen die niet minder wordt
      • bij koorts boven de 38,5° C
      • wanneer u niet meer kunt plassen

       

      Tijdens kantoortijden neemt u contact op met de polikliniek urologie. Telefoonnummer 0341-463558.

       

      Buiten kantoortijden belt u:

      • tot twee weken na de operatie met de Spoed Eisende Hulp. Telefoonnummer 0341-463911
      • daarna met de Huis Artsen Post. Telefoonnummer: 0900-3410341.

       

      Bijwerkingen van de blaasspoeling

      De meeste mensen krijgen geen klachten door de blaasspoeling. De klachten die kunnen optreden door de blaasspoeling kunnen erg lijken op de klachten die horen bij de ingreep. Klachten die langer dan 48 uur blijven zijn het gevolg van de ingreep. Niet van de blaasspoeling. Neemt u dan contact op met de polikliniek Urologie.
      Huidirritatie en jeuk kunnen wel komen door de spoeling. Neem contact op met de polikliniek urologie als u hier last van heeft.
       

      Risico’s en complicaties bij de ingreep

      Tijdens een transurethrale resectie tumor (TURT) kan er een gaatje in de blaas ontstaan (perforatie). Dit is zeer zeldzaam. De blaas wordt tijdens de operatie gespoeld met vloeistof. Als er een gaatje in de blaas is ontstaan komt deze vloeistof buiten de blaas. De operatie wordt dan gestopt. Zo komt er niet nog meer vloeistof buiten de blaas terecht. Zo’n gaatje in de blaas sluit meestal vanzelf.
       

      Na de operatie kan er een bloeding ontstaan in de blaas. Er komt dan bloed mee met de urine. Hier kunnen ook bloedstolsels (samengeklonterd bloed) bij zitten. Om deze bloeding te stoppen wordt de blaas gespoeld. In sommige gevallen moet dit onder narcose gedaan worden.
      U kunt na de operatie een urineweginfectie (blaasontsteking) krijgen. Bij mannen ontstaat soms een ontsteking van de bijbal. Deze klachten kunnen tot een paar weken na de operatie ontstaan. Meestal kan deze goed worden behandeld met antibiotica.
      Bij mannen kan een vernauwing van de plasbuis ontstaan. Hierdoor wordt het plassen moeilijker. Deze klachten ontstaan pas na een langere tijd. Soms is een operatie nodig om de plasbuis weer goed open te krijgen.
       

      Controle

      Ongeveer zeven tot tien dagen na de operatie komt u op controle bij uw uroloog. Deze zal met u de uitslag van het weefselonderzoek bespreken. Het hangt van deze uitslag af of verder onderzoek en behandeling nodig is. Dit zal de uroloog tijdens het controlebezoek met u bespreken.
      Soms is het nodig om te starten met een serie blaasspoelingen. Het aantal spoelingen hangt af van de uitslag van het weefselonderzoek. Als de blaastumoren regelmatig terugkomen kan dit ook een reden zijn om met de blaasspoelingen te starten.
       

      Als blaasspoelingen nodig zijn zult u minimaal twaalf spoelingen krijgen. De eerste zes spoelingen zijn altijd een keer per week. Hoeveel spoelingen u daarna nog krijgt hangt af van het middel dat de uroloog u voorschrijft. Hoeveel tijd er tussen de rest van de spoelingen zit verschilt ook per middel. Voor meer informatie leest u de folder ‘Blaasspoelingen’.
       

      Het is helaas nooit zeker dat na de blaasspoelingen de blaastumoren weg blijven.

      In het eerste jaar na de verwijdering van de blaastumor zal de uroloog regelmatig in uw blaas kijken. Dit gebeurt met behulp van een cystoscopie op de polikliniek urologie. Op deze manier kan de uroloog controleren of nieuwe tumoren wegblijven. Zo nodig wordt uw urine onderzocht op een ontsteking. De urine kan ook worden nagekeken op de aanwezigheid van tumorcellen.

       

      Soms is extra onderzoek nodig. Bijvoorbeeld door middel van een röntgenfoto. 

      Als er na een jaar geen nieuwe blaastumoren zijn gevonden neemt het grootste risico af. De kans dat er opnieuw blaastumoren ontstaan is dan kleiner. Toch heeft u in de eerste vijf jaar nog altijd een verhoogde kans op nieuwe blaastumoren. Al deze tijd zijn de controles dus nog nodig. Als de tumoren wegblijven zal er gaandeweg wel meer tijd tussen de controles zitten.

      Pas als er vijf jaar lang geen nieuwe blaastumoren zijn ontstaan heeft u geen verhoogd risico meer. Controle is dan meestal niet meer nodig.
       
       

      Tot slot

      Deze folder bevat algemene informatie. Het is bedoeld als extra informatie naast het gesprek met uw uroloog. Als u na het lezen van deze folder nog vragen heeft kunt u ons bellen. Bel dan met de polikliniek urologie, telefoon 0341-463558. Of u kunt contact opnemen met de Coördinerend oncologie verpleegkundige via telefoonnummer 0341-463966.

      Voor meer informatie op het gebied van urologie kunt u terecht op onze website: www.urologie.nl

       

       

       

       

       

       

       

       

       

      De informatie op deze website is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Desondanks kunnen geen rechten aan de vermelde informatie ontleend worden. Meer informatie https://www.stjansdal.nl/disclaimer