l

Direct contact

Telefoonnummers

St Jansdal receptie (alle locaties)

0341 - 463911

Afsprakenbureau 

0341 - 463890

Poli-Apotheek St Jansdal

0341 - 435858

Helpdesk MijnStjansdal (8:30 - 16:30 uur)

0341 - 463700

Vragen over?


Heeft u een klachtKlik dan hier.

Of compliment? Klik dan hier.


Bent u van de PERS en heeft u een vraag? Klik dan hier.

Medische hulp buiten kantoortijden

Spoedpost Harderwijk  

 

085 - 773 73 71

 

 

www.spoedpostharderwijk.nl

Huisartsenpost Lelystad  

 

0900 - 333 6 333

 

 

www.medrie.nl

Bij levensbedreigende spoed:

 

112

VlagB
Folders

Transurethrale resectie tumor

Versienr: 4
Inhoud van dit artikel
    Inhoud van dit artikel

      Deze folder geeft informatie over het weghalen van tumorweefsel uit de blaas. 

       

      Wat is transurethrale resectie? 

      Het weghalen van tumorweefsel uit de blaas wordt een TURT genoemd. Deze letters staan voor Trans Urethrale Resectie Tumor. Transurethraal betekent via de plasbuis. Resectie betekent weghalen. Tijdens deze operatie gaat de uroloog via de plasbuis naar binnen met een kijkbuisje met een camera en instrumenten om het tumorweefsel te verwijderen. Tumor is een ander woord voor gezwel. Een tumor kan goedaardig of kwaadaardig zijn. In de blaas zijn tumoren bijna altijd kwaadaardig. 

       

      Een TURT is altijd de eerste behandeling bij een blaastumor. Het weefsel dat tijdens de operatie is weggenomen wordt onderzocht door een patholoog. Dit is een arts die gespecialiseerd is in weefselonderzoek. De uitslag van de patholoog zal na ongeveer een week bekend zijn. U krijgt een poliklinische afspraak bij de uroloog om deze uitslag te bespreken. 

       

      Het is belangrijk dat de blaastumor weggehaald wordt, omdat de tumor anders verder kan groeien. Een tumor kan zorgen voor bloedingen. Daarnaast kan de tumor in de omliggende weefsels groeien.

       

      Voorbereiding transurethrale resectie 

      Anesthesie 

      Deze ingreep vindt plaats op de operatiekamer onder algehele narcose of met een ruggenprik (spinaal). Er zal van tevoren een gesprek plaatsvinden met de anesthesist (narcotiseur). 

       

      Bloedverdunners
      Wanneer u bloedverdunners gebruikt, moet u hier mogelijk mee stoppen. Uw uroloog zal aangeven of en wanneer u de bloedverdunners moet stoppen. 

       

      Als u bloedverdunners via de trombosedienst krijgt, is het belangrijk dat u de trombosedienst informeert over de geplande operatie. 

       

      Als u bent gestopt met Acenocoumarol of Fenprocoumon (Marcoumar®) zal u voor de operatie bloed moeten laten prikken. Zo kan de uroloog nakijken of uw bloed weer dik genoeg is om veilig te kunnen opereren. Anderhalf uur voor de opname moet u bloed laten prikken. U hoeft hier geen afspraak voor te maken. Het labformulier dat u meegekregen hebt, kan u scannen bij de aanmeldzuil in de centrale hal van het ziekenhuis. Hierna kan u plaatsnemen in de wachtruimte van het lab. U wordt met voorrang geholpen.

      Als u om 7 uur opgenomen wordt, zal u op de verpleegafdeling geprikt worden, omdat het laboratorium dan nog niet open is. Het is goed om dit te melden bij de verpleegkundige als u opgenomen wordt. Als u bent gestopt met een andere bloedverdunner is bloedprikken niet nodig. 

       

      Hexvix-spoeling
      Sommige afwijkingen in de blaas zijn moeilijk zichtbaar. Bij moeilijk zichtbare afwijkingen kan daarom blauw licht gebruikt worden. Deze techniek noemt men Photo Dynamische Diagnostiek (PDD). Hierbij wordt er via een katheter ongeveer een uur voor de operatie een speciale spoeling in de blaas gebracht. Dit spoelmiddel heet Hexvix (hexaminolevulaat) en zorgt ervoor dat blaastumoren bij blauw licht duidelijker zichtbaar zijn. Zodra de spoeling is ingebracht gaat de katheter er weer uit.

       

      Hoe verloopt de ingreep? 

      Op de operatiekamer spreekt u eerst de uroloog en de anesthesist. De anesthesist zorgt voor de verdoving. Dit is vooraf met u besproken op de polikliniek anesthesie. 

       

      In de operatiekamer ligt u tijdens de ingreep op de rug. U ligt met uw benen gebogen in beensteunen. Er wordt een dunne kijkbuis (cystoscoop) in de plasbuis gebracht. Via deze cystoscoop kan de uroloog in de blaas kijken en het tumorweefsel verwijderen. Via de cystoscoop wordt vloeistof ingebracht om de blaas te vullen en tussendoor schoon te spoelen. Het tumorweefsel wordt weggehaald met behulp van een stalen lisje. Door dit lisje loopt elektrische stroom. Laagje voor laagje wordt het tumorweefsel weggeschraapt. De uroloog gaat door tot in het gezonde weefsel. Er ontstaat zo een wond in de blaaswand. De weefselstukjes die zijn weggeschraapt worden opgevangen.

      Als het tumorweefsel is weggehaald, wordt er een katheter ingebracht in de blaas. Dit is een slangetje van de blaas naar buiten toe, waardoor de urine afgevoerd wordt. De urine kan na de operatie nog bloederig zijn. Soms is het nodig om de blaas extra te spoelen, bijvoorbeeld als er veel bloedstolsels in de urine zitten.

       

      Risico’s en complicaties bij de ingreep 

      Na de operatie kan er een bloeding ontstaan in de blaas. Er komt dan bloed mee met de urine. Hier kunnen ook bloedstolsels (samengeklonterd bloed) bij zitten. Om deze bloeding te stoppen wordt de blaas gespoeld. Bloedstolsels worden door de afdelingsverpleegkundige uit uw blaas gespoeld. Als het bloeden niet stopt, worden de stolsels op de operatiekamer verwijderd en wordt het weefsel dat bloedt, dichtgebrand. 

       

      U kunt na de operatie een urineweginfectie (blaasontsteking) krijgen. Bij mannen ontstaat soms een ontsteking van de bijbal. Deze klachten kunnen tot een paar weken na de operatie ontstaan. Meestal kunnen deze klachten goed worden behandeld met antibiotica.  

       

      Tijdens de operatie kan er een gaatje in de blaas ontstaan (perforatie). Dit is zeer zeldzaam. Zo’n gaatje in de blaas sluit meestal vanzelf. Soms is het nodig om de katheter iets langer in te laten zodat het goed kan genezen.

       

      Eenmalige blaasspoeling 

      Bij meer dan de helft van de patiënten ontstaan binnen vijf jaar nieuwe tumoren in de blaas. Om de kans op terugkeer van een blaastumor kleiner te maken wordt na de operatie een eenmalige blaasspoeling gegeven met chemotherapie. De spoeling wordt de avond van de operatie of de ochtend na de operatie gegeven. Soms kan er een reden zijn om de blaasspoeling niet te geven, bijvoorbeeld wanneer er veel bloed in de urine zit of als de blaaswand erg dun is. Het is dan niet veilig om de spoeling te geven en de spoeling heeft dan geen toegevoegde waarde. 

       

      Het medicijn
      De eenmalige blaasspoeling bestaat uit het middel Mitomycine C. Dit is een soort chemotherapie. Omdat de spoeling in de blaas wordt gegeven, werkt het ook alleen in de blaas. Het geeft geen bijwerkingen in de rest van uw lichaam. De spoeling wordt door een afdelingsverpleegkundige ingebracht. Dit gaat via de katheter die na de operatie is achtergelaten in de blaas. 

       

      Het inwerken van de spoeling
      Om de blaasspoeling zo goed mogelijk te laten inwerken, wordt de katheter een uur lang afgeklemd. Daarna wordt de klem van de katheter verwijderd en loopt de spoelvloeistof in de katheterzak. De verpleegkundige koppelt de zak met de spoeling van de katheter af en sluit een schone zak aan. 

       

      Na de spoeling
      Na de spoeling kunnen er nog resten van de chemospoeling in uw blaas zitten. Deze verlaten uw lichaam met uw urine. 

       

      Er is een aantal voorzorgsmaatregelen voor de eerste 48 uur na de spoeling: 

      • Het advies is om zittend te plassen in verband met kans op spatten.  
      • Sluit na het plassen de deksel van het toilet en spoel het toilet twee keer door.  
      • Als er urine naast het toilet is gekomen moet dit goed worden schoongemaakt. Dit kan met allesreiniger of bleekwater. 
      • Uw kleren en ondergoed hoeven niet apart gewassen te worden. 
      • Als er vloeistof op de huid komt, kunt u de huid schoonspoelen met veel water. 

       

      Bijwerkingen van de spoeling 

      De meeste mensen krijgen geen klachten door de blaasspoeling. De klachten die kunnen optreden door de blaasspoeling kunnen erg lijken op de klachten die horen bij de ingreep, namelijk veel aandrang om te plassen en irritatie bij het plassen. 

      Huidirritatie en jeuk kunnen wel komen door de spoeling. Neem contact op met de polikliniek urologie als u hier last van heeft. 

       

      Hoe verder na de ingreep? 

      De dag na de ingreep gaat de katheter eruit. Hiervoor moet de urine wel helder genoeg zijn. De verpleegkundige zal een aantal keer controleren of uw blaas voldoende leeg is na het plassen. Hiervoor wordt gebruikt gemaakt van een soort echoapparaat. Als het plassen goed gaat, mag u naar huis. 

      Het is belangrijk om goed te drinken. Probeer zo’n twee liter vocht per dag te drinken. Dit helpt bloedstolsels in de urine te voorkomen en zorgt ervoor dat de urine minder schrijnt in uw plasbuis als u moet plassen. De wond in de blaas kan beter genezen. 

       

      Doe het de eerste vier weken na de operatie rustig aan. Hierbij geldt: niet sporten, geen geslachtsgemeenschap, niet zwaar tillen en geen zwaar lichamelijk werk. Zwaar huishoudelijk werk valt hier ook onder. Probeer niet hard te persen bij het krijgen van ontlasting. Als de ontlasting hard is, kunt u medicijnen krijgen om de ontlasting wat soepeler te maken. 

       

      Mogelijke klachten na de ingreep 

      Na een transurethrale resectie tumor (TURT) kunt u klachten hebben bij het plassen. De aandrang om te plassen is vaak sterker. Ook moet u in het begin waarschijnlijk vaker naar het toilet. Veel mensen hebben een wat schrijnend, pijnlijk gevoel in de plasbuis. Deze klachten worden in de weken na de operatie vanzelf minder. De urine kan nog bloederig zijn. Dit kan geen kwaad. Tot zes weken na de operatie kan bloedverlies optreden.  

       

      Neem contact op met het ziekenhuis: 

      • als u duidelijk bloedstolsels plast; 
      • als de urine heel erg bloederig blijft; 
      • bij ernstig brandende pijn bij het plassen die niet minder wordt; 
      • bij koorts boven de 38,5°C; 
      • wanneer u niet meer kunt plassen. 

       

      Tijdens kantoortijden neemt u contact op met de polikliniek urologie, tel. (0341) 46 35 58. 

      Buiten kantoortijden belt u tot vijf dagen na de operatie met verpleegafdeling urologie, tel. (0341) 46 35 72, daarna met de huisartsenpost (HAP).

       

      Controle op de polikliniek 

      Ongeveer zeven tot tien dagen na de operatie komt u op controle bij uw uroloog. De uitslag van het weefselonderzoek zal met u besproken worden. Nu is duidelijk om wat voor weefsel het gaat, hoe diep het weefsel in de blaaswand groeit en hoe agressief het weefsel is. Afhankelijk van de uitslag volgt er een plan voor controles, aanvullend onderzoek of een vervolgbehandeling. 

       

      In het eerste jaar na de verwijdering van de blaastumor zal de uroloog regelmatig in uw blaas kijken. Dit gebeurt door middel van een cystoscopie op de polikliniek urologie. Op deze manier kan de uroloog controleren of nieuwe tumoren wegblijven. Soms wordt de urine onderzocht op de aanwezigheid van tumorcellen. 

       

      Als er na een jaar geen nieuwe blaastumoren zijn gevonden neemt het grootste risico af. De kans dat er opnieuw blaastumoren ontstaan is dan kleiner. Toch heeft u in de eerste vijf jaar nog altijd een verhoogde kans op nieuwe blaastumoren. Al deze tijd zijn de controles dus nog nodig. Als de tumoren wegblijven, zal er gaandeweg wel meer tijd tussen de controles zitten. 

      Pas als er vijf jaar lang geen nieuwe blaastumoren zijn ontstaan heeft u geen verhoogd risico meer. Controle is dan meestal niet meer nodig. 

       

      Tot slot 

      Deze folder bevat algemene informatie. Het is bedoeld als extra informatie naast het gesprek met uw uroloog en/of oncologieverpleegkundige. Als u na het lezen van deze folder nog vragen heeft, kunt u contact opnemen met de coördinerend oncologie verpleegkundige, tel. (0341) 46 39 66. 

       

      Voor meer informatie op het gebied van urologie kunt u terecht op www.stjansdal.nl/urologie.

      Meer informatie? Kijk op https://www.stjansdal.nl
      De informatie op deze website is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Desondanks kunnen geen rechten aan de vermelde informatie ontleend worden. Meer informatie https://www.stjansdal.nl/disclaimer
      Geprint op 22-4-2024