l

Direct contact

Telefoonnummers

St Jansdal Harderwijk

0341 - 463911

St Jansdal Lelystad

0341 - 463590

Poli-Apotheek St Jansdal

0341 - 435858

Helpdesk MijnStjansdal (8.30 - 12 u)

0341 - 463700

Medische hulp buiten kantoortijden

Bij levensbedreigende spoed

112

Harderwijk: Medicamus Spoedpost  

0900 - 341 0 341

Website: Medicamus Spoedpost

 

Lelystad: huisartsenpost Medrie  

0900 - 333 6 333

Website: Huisartenpost Lelystad

 

 

 

Voorbereiden_Op-Opname

Suprapubisch katheter

Inhoud van dit artikel
    Inhoud van dit artikel

      De dokter heeft met u afgesproken dat u een suprapubische blaaskatheter krijgt. Dit is een dun slangetje dat door de buik heen naar de blaas gaat. Via dit slangetje kan de blaas geleegd worden. Er kunnen verschillende redenen zijn om een katheter te plaatsen:

      • Het lukt u niet meer om te plassen (dit noemen we retentie)
      • U kunt nog wel plassen, maar niet genoeg. Er blijft na het plassen teveel urine in de blaas achter (dit noemen we residu)
      • Als u incontinent bent. Dit wil zeggen dat u urine verliest, ook als het niet uw bedoeling is om te plassen.

      De termen retentie en residu worden in de praktijk vaak door elkaar gebruikt.
      Wat is een katheter?


      Een katheter is een hol, buigzaam slangetje waarmee de blaas geleegd kan worden. Aan het uiteinde van de katheter zit een ballonnetje. Als de katheter in de blaas is ingebracht wordt het ballonnetje opgeblazen. Hiervoor wordt speciaal water gebruikt. Dit ballonnetje zorgt ervoor dat de katheter op zijn plek blijft zitten. Als de blaas zich vult kan de urine via de katheter weg uit de blaas.

       

      Wat is een suprapubische katheter?

      Een suprapubische katheter gaat door de buik naar de blaas. De uroloog prikt net boven het schaambeen (een paar centimeter onder de navel) een gaatje in de buik. Zo ontstaat er een tunneltje van de buik naar de blaas. De katheter kan door dit tunneltje heen worden ingebracht. Dit gebeurt tijdens een korte opname in het ziekenhuis.

       

      Waarom een suprapubische katheter?

      Er kunnen verschillende redenen zijn waarom een suprapubische katheter beter of prettiger voor u is dan een katheter door de plasbuis. Voordelen van deze katheter kunnen zijn:

      • De katheter door de buik voelt minder vervelend dan die door de plasbuis.
      • Er ontstaat minder snel een ontsteking.
      • Het wisselen van de suprapubische katheter voelt vaak minder vervelend.
      • De suprapubische katheter zit minder in de weg bij het vrijen.

       

      Retentie bepaling

      De suprapubische katheter heeft nog een voordeel. Wanneer er op de katheter een katheterventiel wordt aangesloten is het mogelijk om te “oefenen” met plassen. Een katheterventiel is een soort kraantje dat dicht en open kan worden gezet. Als het kraantje

      dicht staat kan de blaas zich vullen met urine. Door het kraantje open te zetten kan de blaas geleegd worden.

       

      Met de suprapubische katheter met katheterventiel kunt u dus eerst proberen via de gewone weg te plassen. Meteen daarna leegt u de blaas verder met behulp van het kraantje. De urine die achter is gebleven na het plassen noemen we residu. Door af en toe een dag bij te houden hoeveel u zelf plast en hoeveel urine er achter bleef kan gekeken worden of het plassen weer beter gaat. U kunt dit bijhouden op een apart formulier dat wij een residulijst noemen. Deze lijst neemt u dan ingevuld mee naar uw afspraak bij de uroloog. 
       

      Voorbereiding

      Deze operatie vindt plaats in de poliklinische operatiekamer. U hoeft hiervoor niet nuchter te zijn. U mag dus gewoon eten en drinken van tevoren.

      Een half uur voor de operatie meldt u zich op afdeling B oost (routenummer 0.80). Op deze afdeling zal eerst een kort opname gesprek plaatsvinden. Hier vandaan wordt u naar de poliklinische operatiekamer gebracht voor de operatie. Als de ingreep klaar is gaat u terug naar de afdeling dagopname. Wanneer u zich goed voelt en de katheter goed werkt mag u weer naar huis. U bent dus een paar uur in het ziekenhuis die dag.  Het is verstandig om niet zelf naar huis te rijden.
       

      Antibiotica
      U heeft een recept voor antibiotica meegekregen van de polikliniek urologie. Dit om een blaasontsteking na de operatie te voorkomen. Normaal wordt ciprofloxacine 500 mg voorgeschreven.

      Neemt u op de dag van de SPC plaatsing 's ochtends een tablet en 's avonds een tablet in.

       

      Als u allergisch bent voor ciprofloxacine zal de uroloog u een ander middel voorschrijven.
       

      Bloedverdunners
      Als u bloedverdunners gebruikt via de trombosedienst, dan moet u hier voor de operatie mee stoppen. Dit geldt voor de volgende medicijnen:

       

      Acenocoumarol
      Stop drie dagen voor de operatie

       

      Fenprocoumon (Marcoumar®)
      Stop zeven dagen voor de operatie

       

      Bel van tevoren met de trombosedienst om door te geven welke operatie u krijgt. Zij kunnen u vertellen of u tijdelijk een ander middel moet gebruiken. Dit gaat dan meestal om spuitjes met heparine.

       

      Voor de andere bloedverdunners geldt het volgende:

      • Slikt u acetylsalicylzuur of carbasalaat calcium (Ascal®) èn een andere bloedverdunner, stop dan zeven dagen voor de operatie met de andere bloedverdunner.
      • Slikt u Rivaroxaban (Xarelto®), Dabigatran (Pradaxa®) òf Apixaban (Eliquis®) stop dan een dag voor de operatie met dit middel.
      • Slikt u alleen alleen persantin òf plavix, bel dan met de polikliniek urologieUw uroloog kan u dan vertellen of u uw medicijnen in mag blijven nemen.

       

      Als u bent gestopt met acenocoumarol of fenprocoumon (Marcoumar®) moet u voor de operatie bloed laten prikken. Zo kan de uroloog nakijken of uw bloed weer dik genoeg is. Dit is belangrijk, want anders verliest u teveel bloed bij de operatie. U heeft een aanvraagformulier nodig om bloed te kunnen prikken. Dit formulier heeft u meegekregen van de polikliniek urologie.

       

      Anderhalf uur voor de operatie gaat u  naar de bloedafname. Deze afdeling vind u  in de centrale hal van het St Jansdal. Naast de balie staat een apparaat waar u een nummer kunt trekken. Druk op de knop “cito” om een nummertje te trekken. U hoeft dan niet te lang te wachten.

       

      Alleen als u gestopt bent met acenocoumarol of fenprocoumon (Marcoumar®) moet u bloed laten prikken. Als u bent gestopt met een andere bloedverdunner is dit niet nodig.

       

      De dag na de ingreep mag u uw medicijnen weer innemen. Als u nog veel bloed verliest moet u ons eerst bellen. Bel dan met de polikliniek urologie. In het weekend kunt u hiervoor bellen met de spoed eisende hulp. Telefoonnummer: 0341-463911.

       

      De ingreep

      Bij de operatie wordt een plaatselijke verdoving gebruikt. Hierbij wordt het verdovingsmiddel ingespoten in het operatiegebied. Als u nog geen katheter heeft via de plasbuis zal er waarschijnlijk een worden ingebracht. Via deze katheter wordt de blaas gevuld met steriel water. De buik wordt gedesinfecteerd (meestal met jodium) en verdoofd door de verdovingsvloeistof in te spuiten. Daarna maakt de arts op de plek van de verdoofde huid een klein sneetje (incisie). Hierna wordt er  met een dikkere naald in de blaas geprikt. Dit kan gevoelig zijn. Om deze naald heen zit een holle buis. De naald wordt er weer uitgehaald en de holle buis blijft zitten. Hier doorheen wordt de katheter ingebracht in de blaas.
      Het ballontje van de katheter wordt gevuld met steriel water. Dit zodat de katheter goed op zijn plek blijft zitten. Hierna kan de holle buis worden verwijderd. Als de suprapubische katheter op zijn plek zit gaat de katheter in de plasbuis eruit. Het wondje bij de suprapubische katheter wordt bedekt met een steriel gaas. De ingreep duurt ongeveer 15 minuten.

       

      Na de ingreep wordt er een urineopvangzak aangesloten op de katheter. De eerste 24 uur moet de katheter aangesloten zijn op een opvangzak. Op deze manier loopt alle urine meteen uit de blaas de opvangzak in. De blaas blijft op deze manier leeg. Voor overdag krijgt u een beenzak aangesloten. Voor in de nacht krijgt u een speciale nachtzak mee. Na de eerste 24 uur mag de opvangzak worden vervangen door een katheterventiel. Dit is een soort kraantje dat open gezet kan worden om de blaas te legen. Wanneer het kraantje dicht staat vult de blaas zich met urine. Meer uitleg over de urineopvangzakken en het katheterventiel vindt u verderop in deze folder.
       

      Complicaties van de ingreep

      Enige complicaties van de ingreep kunnen zijn:

      • Bloedverlies uit de blaas door het aanprikken. Soms is het nodig om de blaas dan goed te spoelen.
      • Schade aan de weefsels in de buurt zoals een bloedvat of een stuk darm. Het risico wordt kleiner als de blaas goed gevuld kan worden voor het aanprikken. Bij twijfel kan de arts met behulp van een echoapparaat de blaas opzoeken. Zo kan de uroloog zien op welke plek er aangeprikt moet worden.

       

      Al deze complicaties komen maar weinig voor.

       

      Thuiszorg

      Veel patiënten hebben geen hulp nodig bij het verzorgen van de suprapubische katheter. Sommige patiënten kunnen hier wel hulp bij gebruiken. Hiervoor kan thuiszorg geregeld worden.  Dit kan ook als u op dit moment nog geen thuiszorg of wijkverpleging heeft.


      Laat het ons weten als u na de plaatsing van de suprapubische katheter thuiszorg nodig denkt te hebben. Dit willen we al weten voordat u voor de ingreep komt. Dan kunnen we de transferverpleegkundige er vast bij halen. Dit is een gespecialiseerde verpleegkundige die samen met u kan kijken welke zorg u nodig heeft thuis. Zij zal u al voor de ingreep bellen. Zo kan ze de zorg vast voor u gaan regelen. Op die manier weet u zeker dat er hulp geregeld is als u na de ingreep naar huis gaat.


      Misschien is dit op de polikliniek urologie al met u besproken en geregeld. Als dit niet zo is en u wilt wel hulp bij de verzorging bel ons dan. U belt de polikliniek urologie via telefoonnummer 0341-463558. Wij zijn bereikbaar op maandag t/m donderdag van 8.30 uur tot 16:30 uur en op vrijdag van 8:30 uur tot 16:00 uur.  
       

      Voorkomen van infecties

      Een katheter levert meestal weinig problemen op zolang u geen infecties (ontstekingen) krijgt. De volgende eenvoudige regels helpen u om infecties te voorkomen:

      • De opening rond de katheter noemen we de insteek. Was de huid rond de insteek dagelijks met water. Tijdens het douchen is het goed om de douchestraal even goed op de buik te richten. Gebruik zo nodig een washand om aangekoekte viezigheid weg te poetsen. Ook van de katheterslang.
      • Droog u hierna goed af.
      • Gebruik nooit talkpoeder of crème.
      • Was de handen vóór en na het loskoppelen of vervangen van een opvangzak.
      • Baden en zwemmen kan, maar gebruik niet teveel badolie of badschuim.
      • Het steekgaatje rond de katheter is vaak rood en soms wat dik. Er kan soms wondvocht of pus uit het gaatje komen. Dit is normaal en is geen ontsteking.
      • Soms wordt de roodheid erger of komt er meer pus uit het gaatje dan anders. Doe dan 1 keer per dag een beetje betadinezalf om het gaatje. Vaak is dit maar een paar dagen nodig. Als de roodheid en pus weer minder zijn kunt u weer overgaan op het schoonmaken met alleen water.
      • Als er urine, wondvocht of pus uit het steekgaatje komt kunt u een gaasje over het gaatje doen.
      • Let erop dat de katheter niet trekt. U kunt de katheter met een speciale pleister vastplakken op de buik of op het been. Hiervoor kunt u ook een buik- of beenband gebruiken. Deze band krijgt u van ons mee nadat de buikkatheter is geplaatst. Zorg er ook voor dat de katheter nergens dubbel gevouwen of in een knik zit. Draag loszittende kleding. Bij te strakke kleding kan de urine niet goed door de slang lopen.

       

      Wat is een katheterventiel?

      Een katheterventiel is een soort kraantje dat kan worden aangesloten op uw katheter. Dit kraantje wordt vaak een flip-flow genoemd.
      Er zijn verschillende soorten katheterventielen te krijgen. De continentie verpleegkundige kan samen met u kijken wel type katheterventiel voor u het handigst is in gebruik.

       

      Doel en voordelen katheterventiel

      Het gebruik van een katheterventiel heeft de volgende doelen en voordelen:

      • De blaas vult zich met urine tot op het moment dat u het kraantje open zet. Zo blijft uw blaas eraan gewend om urine te verzamelen en vast te houden.
      • Als u tijdelijk een katheter heeft, kunt u op deze manier uw blaas blijven trainen. De blaas kan weer leren een signaal af te geven als de blaas vol is.
      • Met het openen van het kraantje loopt er een grotere hoeveelheid urine door de katheterslang. Op deze manier wordt het slangetje doorgespoeld. Zo heeft u minder kans op een urineweg infectie (blaasontsteking). Ook raakt het katheterslangetje zo minder snel verstopt.
      • Met een katheterventiel hoeft u overdag geen zak te gebruiken om de urine op te vangen. Dit zit prettiger dan een zak op het been. Ook valt het minder op onder uw kleding.

       

      Een katheterventiel voor iedereen?

      De meeste mensen met een katheter kunnen gebruik maken van een katheterventiel. Belangrijk is wel dat de blaas er tegen kan om gevuld te worden met urine. Bij sommige mensen reageert de blaas te heftig als hij vol loopt. Zij gebruiken daarom liever een urine opvangzak. Ook zijn er mensen die niet zonder hulp de blaas kunnen legen via het ventiel. Bijvoorbeeld omdat ze slecht ter been zijn. Voor deze mensen is een opvangzak vaak makkelijker in gebruik.
      Als u geen katheterventiel heeft maar er een wilt proberen is het goed om het hier over te hebben. Bespreek dit dan met uw huisarts, uroloog of (continentie) verpleegkundige.
       

      Wanneer de blaas legen?

      Om te zorgen dat de blaas niet te vol wordt is het belangrijk dat u de blaas op tijd leegt. Volg hierbij de volgende regels:

      • Leeg de blaas om de 3 à 4 uur, door het kraantje open te zetten boven het toilet.
      • Heeft u het gevoel te moeten plassen, dan mag u de blaas ook eerder legen.

       

      Hierbij moet u wel het volgende weten. Sommige mensen met een katheter hebben last van blaaskrampen. Zo noemen we het als de blaasspieren samenknijpen als reactie op de katheter. Dit kan voelen alsof u moet plassen. Dit gevoel kan er al zijn als u de blaas net geleegd heeft via het kraantje. Als u denkt dat u last heeft van blaaskrampen, leeg de blaas dan niet te snel. Probeer als u het gevoel heeft dat u moet plassen om even te wachten.
      De kans bestaat anders dat de blaas te klein wordt. Bij een heel klein beetje urine kan de blaas al gaan denken dat hij vol zit. U zou dan steeds vaker de blaas moeten gaan legen. Als u denkt dat u misschien last heeft van blaaskrampen, bel ons dan gerust. Medicijnen kunnen helpen tegen de krampen.

       

      Als u veel drinkt of als u veel koffie, thee of alcohol gebruikt, is de blaas sneller vol. U zult de blaas dan vaker moeten legen.
      Tijdens het persen voor ontlasting kan er soms urine langs de katheter lekken. Als u dit vervelend vindt zou u eerst de blaas kunnen legen via het katheterventiel.
      In principe is het de bedoeling dat u voor de nacht een urine opvangzak aansluit. Verderop in deze folder staat omschreven hoe dat moet. Sommige mensen mogen in overleg met hun arts of continentie verpleegkundige ook in de nacht het katheterventiel gebruiken.  In dit geval hoeft er geen nachtzak gebruikt te worden.

       

      Belangrijk

      Zorg dat er nooit meer dan 500 ml urine in de blaas zit!!

       

      Vastmaken van het katheterventiel

      Het katheterventiel kan samen met de katheter in het ondergoed worden verborgen. U kunt het ventiel ook vastmaken aan het bovenbeen of de buik. Hiervoor zijn speciale pleisters en banden beschikbaar. Vanuit het ziekenhuis krijgt u na de plaatsing van de buikkatheter een buikband mee. Geef het bij ons aan als deze band niet bevalt. We kunnen dan samen met u zoeken naar een andere oplossing. Het katheterventiel hoeft bij het dragen niet lager te liggen dan de blaas. Dit is alleen nodig bij het legen van de blaas.
       

      Wisselen van het katheterventiel

      Het katheterventiel moet één keer per 6 weken gewisseld worden. Dit valt meestal samen met het moment waarop de katheter gewisseld moet worden. Als het katheterventiel niet goed meer werkt kunt u het eerder wisselen. Bijvoorbeeld als u het idee heeft dat het ventiel verstopt zit of als het open en dicht zetten van het ventiel moeilijker gaat.

      Hieronder leest u hoe u het ventiel moet wisselen. Bel met de polikliniek urologie als u hier vragen over heeft. Ook kunt u ons bellen als u hulp nodig heeft bij het wisselen van het ventiel. 

       

      • Was uw handen met water en zeep voor u het katheterventiel opent. Droog ze goed af.
      • Leeg de blaas.
      • Als de blaas leeg is kunt u het ventiel vervangen voor een nieuwe. Vergeet niet te controleren of het ventiel dicht staat.

       

      Urine opvangzak

      Het is mogelijk om aan het katheterventiel een opvangzak vast te maken. Overdag kunt u een zak gebruiken die aan het been vastgemaakt kan worden. Deze zakken worden daarom beenzakken genoemd. Deze beenzak kan onder de kleding gedragen worden.
      Voor ’s nachts zijn er speciale nachtzakken te krijgen. Deze zakken zijn groter waardoor u ’s nachts niet uit bed hoeft om de zak te legen. De beenzakken en nachtzakken kunnen op dezelfde manier op de katheter worden aangesloten.
      Onderaan het katheterventiel zit een verbindingsstuk. Hiermee kan de opvangzak aan de katheter gekoppeld worden.
      Duw het “tuutje”(connector) van de opvangzak in het verbindingsstuk van het ventiel. Zet het ventiel open.
      Als u van zak wisselt moet eerst het ventiel dicht worden gezet. Zo lekt er geen urine tijdens het wisselen van de zakken. Ook wordt het op deze manier moeilijker voor bacteriën om de blaas binnen te dringen.
      Nadat u de urine opvangzak heeft los gemaakt kunt u deze legen in het toilet. Spoel de zak daarna door met kraanwater. Dit doet u door via het “tuutje” wat water in de zak te laten lopen. Schud het water een aantal keer heen en weer zodat de hele zak is omgespoeld. Laat de zak daarna weer leeg lopen. Daarna kunt u de zak bewaren tot het moment dat u deze weer nodig heeft.

       

      Zowel de dag- als de nachtzakken kunt u maximaal één week gebruiken. Vervang de zak eerder als hij begint te stinken of als hij er vies uitziet (ook na het omspoelen). Als de opvangzak geen afvoer heeft (en dus niet geleegd kan worden), gebruikt u elke dag een nieuwe. De oude zak kunt u weggooien bij het huisvuil.

       

      Tip
      Schrijf met een pen de datum op de katheterzak als u een nieuwe zak in gebruik neemt.

       

      Hoe draag ik een beenzak?

      De beenzak wordt aan het been vast gemaakt met behulp van beenbandjes. Ook zijn er speciale kousen te krijgen waar u de zak in kunt doen. U kunt de opvangzak op uw onderbeen of op uw bovenbeen dragen. U kiest zelf wat voor u het prettigst zit.


      Er zijn verschillende soorten beenzakken te krijgen. Zo bestaan er verschillende maten beenzakken. Maar ook het kraantje onder aan de zak of de vorm van de zak kan verschillen. De continentieverpleegkundige kan samen met u kijken welke beenzak voor u het meest geschikt is.

       

      Aan de urine opvangzak zit een slangetje waarmee u de urinezak op de katheter aansluit. Bij de meeste beenzakken kunt u dit slangetje op maat knippen, tot de lengte die voor u prettig is. Er bestaan ook op maat gemaakte zakken waarbij dit niet nodig is.
       

      Het legen van de beenzak

      Als de beenzak voller begint te raken wordt hij zwaarder en voelt u de bandjes trekken. Wacht niet met het legen van de beenzak tot deze helemaal vol is. De beenzak kunt u legen in het toilet of in een opvangkan door het kraantje onder aan de zak te openen. Hierdoor loopt de zak leeg. Vergeet het kraantje niet dicht te doen nadat u de beenzak heeft geleegd.
       

      Gebruik van een nachtzak

      De meeste mensen gebruiken voor de nacht een nachtzak. In de beenzak past niet zoveel urine, dus die zit ’s nachts al snel vol. Als u overdag een katheterventiel gebruikt zou de blaas ’s nachts te vol kunnen worden. De blaas wordt dan te ver opgerekt en dat is niet goed voor de blaas. De nachtzak kunt u aan de beenzak vastmaken of rechtstreeks aan het katheterventiel. Dit doet u voordat u naar bed gaat.

       

      Sommige patiënten hebben met hun arts of verpleegkundige afgesproken dat ze het katheterventiel ook in de nacht gebruiken. Dan hoeft er dus geen nachtzak gebruikt te worden.

       

      De nachtzak aansluiten op het katheterventiel:

      • zet het kraantje dicht
      • als u een beenzak gebruikt, haal die er dan af
      • duw het “tuutje” van de nachtzak in het koppelstuk van het ventiel
      • zet het ventiel weer open
      • let erop dat het kraantje van de nachtzak dicht staat

       

      De nachtzak aansluiten op de beenzak:

      • maakt de beenbandjes wat losser
      • duw het “tuutje” van de nachtzak in het uiteinde van de beenzak
      • Zet de beenzak open
      • Let erop dat het kraantje van de nachtzak dicht staat

       

      De nachtzak mag niet op de grond liggen. Gebruik een bedhanger of een vloerstandaard om de nachtzak op te hangen. Denk erom dat urine niet omhoog kan stromen. De opvangzak moet dus steeds lager hangen dan uw blaas.
       

      Verwisselen van de katheter

      Iedere 6 tot 12 weken moet de katheter vervangen worden door een nieuwe, schone katheter. Hoe lang de katheter mag blijven zitten hangt af van het type katheter. De standaard katheter die u in het ziekenhuis heeft gekregen is een Biocath katheter van de firma Bard.
      Deze katheter mag in principe twaalf weken blijven zitten. Het wisselen van de katheter kan gewoon via het insteek gaatje. U hoeft hiervoor dus niet opnieuw te worden opgenomen. Meestal wordt de katheter de eerste keer op de polikliniek urologie vervangen. We doen dit de eerste keer na 6 weken. Als er geen problemen zijn kan dit worden uitgebreid naar 12 weken. We adviseren om dit op te bouwen in stappen van 2 weken. Dus de eerste wissel na 6 weken, dan na 8, dan na 10 en dan na 12 weken. Alleen de eerste wissel vindt in het ziekenhuis plaats. Daarna moet de katheter door de huisarts of de wijkverpleging gewisseld worden.

       

      Wij zullen u vanuit de polikliniek aanmelden bij een medische groothandel. Wij plaatsen daar een eerste bestelling voor de spullen die nodig zijn bij het wisselen van de katheter. Zij zullen de spullen bij u aan huis bezorgen. Na deze eerste bestelling kunt u voortaan rechtstreeks contact opnemen met de groothandel. Bij de eerste levering ontvangt u hun contactgegevens. Bij de eerste bestelling maken wij een machtiging aan voor de verzekering. Dit betekent dat de groothandel de materialen mag blijven leveren. Een recept van de uroloog of huisarts is dan niet meer nodig. U kunt hen dan zelf bellen wanneer er nieuwe spullen nodig zijn. Zij kunnen dan in hun systeem zien welke materialen u gebruikt.
      Als het moeilijk voor u is om naar het ziekenhuis te komen, bel dan met de polikliniek urologie. Misschien kan het wisselen dan ook de eerste keer thuis of bij de huisarts gebeuren.

       

      Soms ontstaat er wat wild vlees bij het insteek gaatje. Dit ziet er uit als een roze/rood bolletje. Dit wild vlees kan in de weg gaan zitten bij het wisselen van de katheter. Door een beetje zilvernitraat op dit plekje aan te brengen gaat het weer weg. Zo blijft het insteek gaatje goed open. Let er wel op dat u alleen het bolletje met wild vlees insmeert. Zilvernitraat mag niet op de gezonde huid komen. Zilvernitraat haalt u bij de apotheek. Hiervoor heeft u een recept nodig. Dit recept regelt u via uw huisarts of de polikliniek urologie.  
       

      Spoelen van de blaas

      Bij een katheter ontstaan vaak slijmvlokjes of gruis in de blaas. Deze kunnen de slang van de katheter verstoppen. Om dit te voorkomen zijn twee dingen belangrijk:
      Zorg dat u genoeg drinkt. Probeer per dag 1 ½ tot 2 liter (of meer) te drinken.
      Als drinken niet genoeg helpt kan de katheter worden gespoeld. Hiervoor moet een opdracht zijn van de uroloog. Met speciale zakjes met vloeistof wordt het slangetje van de katheter doorgespoeld. Met welke vloeistof en hoe vaak hangt af van de klachten. Het spoelen kan thuis gedaan worden. U kunt dit of zelf doen, of door de wijkverpleegkundige laten doen.
       

      Beweging

      U mag met een katheter sporten. Ook zwemmen mag en kan gewoon. Als u tijdens het sporten last heeft van de katheter kunt u dit bespreken met uw uroloog. Er kan dan gezocht worden naar andere oplossingen.
       

      Vrijen met een suprapubische katheter

      Met een suprapubische katheter is vrijen geen probleem. De katheter kan eventueel op de buik vastgeplakt worden. Als u bij het vrijen last heeft van de katheter, bespreek dit dan met uw uroloog of verpleegkundige. 
       

      Problemen

      Bij het gebruik van een katheter kunnen er verschillende problemen ontstaan:

       

      Lekkage van de katheter
      Af en toe kan er urine lekken. Dit kan via de plasbuis of langs de katheter door het steekgaatje. Dit komt meestal door blaaskrampen of een verstopte of afgeknikte katheter. Controleer of er geen knik in de katheter zit en of deze niet verstopt zit. 

      Zorg ervoor dat de slang tussen de katheter en de opvangzak goed zit. Let erop dat de opvangzak lager hangt dan uw blaas.

      Als u last blijft houden van lekkage belt u met uw huisarts of de polikliniek urologie. Ook als u alsmaar het gevoel houdt te moeten plassen, terwijl de blaas leeg is. U heeft dan waarschijnlijk last van blaaskrampen. Medicijnen kunnen helpen tegen deze blaaskrampen.
       

      Verstopping van de katheter
      Soms raakt de katheter verstopt. De urine kan dan niet meer weg uit de blaas. De blaas kan hierdoor te ver opgerekt worden. Dit is niet goed voor de werking van de blaas.
      Neem dus contact op met uw huisarts, wijkverpleegkundige of de polikliniek urologie als u denkt dat de katheter verstopt zit. Er kan dan geprobeerd worden om de slang weer goed open te krijgen. Dit door de katheter door te spoelen met steriel water. Als dit niet helpt moet er een nieuwe katheter worden ingebracht. 

       

      Uitvallen van de katheter
      Wanneer de katheter is uitgevallen, moet er zo snel mogelijk een nieuwe katheter worden ingebracht. Het insteek gaatje groeit namelijk heel snel weer dicht. Bel dus direct met het ziekenhuis als u merkt dat de katheter eruit ligt. Overdag belt u met de polikliniek urologie (0341-463558). ’s Avonds, ’s nachts en in het weekend belt u met de spoedeisende hulp (0341-463911). Het is belangrijk dat u daarna zo snel mogelijk naar het ziekenhuis komt. 

       

      Behandelen van urineweginfecties
      Met een katheter heeft u altijd bacteriën in de urine. Dit wil niet zeggen dat u hier ook ziek van bent of wordt. Hier hoeft dus vaak niets aan gedaan te worden. Als de urine stinkt, heel donker is of vol zit met vlokjes hoeft u hier geen antibiotica voor te gebruiken. Wel is het belangrijk om extra veel te drinken bij deze klachten.
      Koorts, flinke buikpijn (blaaspijn), veel bloed in de urine of (bij oudere mensen) verwardheid kunnen wel tekenen zijn van een urineweginfectie die behandeld moet worden. Neem bij deze klachten dus contact op met de polikliniek urologie. Er moet dan urine worden ingeleverd in het ziekenhuis of op één van de prikposten van het St Jansdal. Hiervoor heeft u potjes en aanvraagformulieren nodig. Deze krijgt u via de polikliniek urologie. Afhankelijk van de uitslag van het urineonderzoek zal de uroloog antibiotica voorschrijven.
       

      Wanneer hulp inroepen?

      Neem in de volgende gevallen contact op met een dokter:

      • Als de katheter eruit ligt. Dit is een spoedgeval, aangezien er binnen maximaal 1½ uur een nieuwe katheter ingebracht moet worden.
      • Als u zich ziek voelt, pijn, koorts en buikpijn heeft.
      • Als de katheter verstopt zit.
      • Als u na het plaatsen van de katheter blijft  bloeden. Na het wisselen van de katheter is een beetje bloedverlies normaal. Dit kan bloed via het insteek gaatje of bloed bij de urine zijn.
      • Als u vaak bloed bij de urine heeft en het niet minder wordt met drinken.

       

      De polikliniek urologie is op maandag tot en met donderdag bereikbaar van 8:30 tot 12:30 uur en van 13:00 tot 16: 30 uur (vrijdag tot 16:00 uur). Telefoonnummer 0341-463558
      Buiten deze tijden belt u met de huisartsenpost via telefoonnummer 0900-3410341.

       

      Tot slot

      Deze folder bevat algemene informatie. Het is bedoeld als extra informatie naast het gesprek met uw uroloog. Als u na het lezen van deze folder nog vragen heeft kunt u ons bellen. Bel dan met de polikliniek urologie.

      Voor meer informatie op het gebied van urologie kunt u terecht op onze website: www.urologie.nl

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

      De informatie op deze website is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Desondanks kunnen geen rechten aan de vermelde informatie ontleend worden. Meer informatie https://www.stjansdal.nl/disclaimer