Informatie voor mensen die betrokken zijn bij een sterfbed in het ziekenhuis
Sterven hoort bij het leven. Iedereen sterft op zijn eigen manier. Maar veel dingen gaan vaak hetzelfde. Aan het einde van het leven verandert het lichaam. Soms verandert ook hoe iemand denkt of doet. Zo kunt u merken dat het sterven dichtbij komt. In deze folder leest u wat u kunt verwachten. Niet iedereen krijgt dezelfde veranderingen. De volgorde kan ook anders zijn.
Heeft u nog vragen? Stel ze aan de verpleegkundige of (huis)arts. Wij wensen u veel sterkte in deze periode.
Zorg in de stervensfase
Als iemand nog maar een paar dagen te leven heeft, noemen we dit de laatste dagen van het leven. Palliatieve zorg verandert dan in zorg in de stervensfase. Het ziekenhuisteam zorgt dat uw naaste zo min mogelijk pijn of of benauwdheid heeft. Ze helpen om rustig afscheid te nemen. Ook is er aandacht voor de wens van uw naaste en gevoelens, zoals angst of verdriet.
Het leven loslaten
Sterven betekent het leven loslaten. Ook moet iemand afscheid nemen van dierbaren en alles wat hij of zij liefheeft. Dat is voor niemand makkelijk.
Iedereen vindt steun op een andere manier. Iemand kan steun vinden in geloof of een levensfilosofie. Of in herinneringen ophalen of samen zijn met anderen. Rust en vertrouwen zijn belangrijk. Het helpt als de stervende voelt dat hij/zij kan gaan.
Zijn er dingen die moeilijk zijn voor de stervende? Kijk samen of u hiermee kunt helpen. Een geestelijk verzorger of iemand van het palliatief adviesteam kan steun geven.
Een levensfase vol contrasten en eigen tempo
Tijdens het sterven zijn er moeilijke of mooie momenten. Er kan verdriet, angst, machteloosheid of boosheid zijn. Maar ook dankbaarheid, liefde, humor of hoop.
Vaak is een familielid of goede vriend bij de stervende. Zo iemand geeft steun en nabijheid. Dat is niet makkelijk. Ook u kunt steun krijgen. Praten met familie of vrienden kan helpen. Ook de verpleegkundige, geestelijk verzorger of het palliatief team kan steun geven.
Ieder sterfbed is anders. Soms is de geest klaar, maar het lichaam nog niet. Soms is het andersom. Als het sterven dichtbij is, kan de stervende zich soms rustig voelen. De omgeving kan dat merken. Het lijkt alsof de stervende loslaat en zich overgeeft.
Waken - een kostbare tijd
Als iemand bijna sterft, kunt u besluiten te waken. Dat betekent dat familie en vrienden dag en nacht bij de stervende zijn. Dit kan samen of om de beurt. Waken kan een waardevolle tijd zijn. Familie en vrienden kunnen elkaar steun geven. Het is ook een tijd voor afscheid nemen of rituelen. Dat is voor iedereen anders, afhankelijk van cultuur of geloof. Een geestelijk verzorger kan u hierbij helpen.
Het bijstaan van een stervende kan mooi zijn, maar ook erg vermoeiend. Tijdens het waken lijkt de tijd soms stil te staan. Het overlijden kan lang duren. Wissel elkaar daarom regelmatig af. Neem genoeg rust. Zorg dat u zich zo prettig mogelijk voelt tijdens het waken.
Mogelijkheden in ons ziekenhuis:
- U kunt bij de stervende blijven slapen. Op een apart bed, of op een koppelbed naast het ziekenhuisbed.
- U kunt ook slapen in een gastenkamer.
- U kunt sfeer en rust maken voor uw naaste. Neem bijvoorbeeld foto's of een eigen bedsprei van thuis mee. Zet rustige muziek aan. Bid samen of lees iets voor.
- U kunt een LED-kaarsje aanzetten. Echte kaarsen zijn niet toegestaan.
Heeft u vragen over het waken? De verpleegkundige kan u er meer over vertellen.
Minder contact
Een stervende slaapt veel. Het lijkt als of hij of zij zich terugtrekt. Het is dan moeilijker contact te hebben. De stervende begrijpt misschien niet alles wat gezegd wordt. Wel blijft hij of zij gevoelig voor geluid en sfeer. Misschien hoort de stervende nog stemmen. Rust is daarom belangrijk.
- Laat niet te veel mensen tegelijk bij het bed zijn.
- Praat zacht, dat geeft rust. Harde stemmen of lawaai zijn niet fijn.
- Zachte muziek kan fijn zijn.
- Aanraken of de hand vasthouden kan rust geven. Dat verschilt per persoon en moment.
In de laatste tijd voor het sterven daalt het bewustzijn verder. De stervende slaapt dan meestal diep of komt in coma.
Eten en drinken
In de laatste weken hebben mensen vaak geen honger of dorst meer. Het is normaal dat iemand stopt met eten drinken. Hierdoor kan iemand snel afvallen. In de stervensfase hebben willen de meeste mensen weinig of niets eten of drinken.
In de stervensfase heeft iemand (bijna) geen dorst meer. De lippen en de mond zijn wel vaak droog. Het is fijn om ze af en toe nat te maken. De verpleegkundige kan laten zien hoe. Dit kan.
Het lichaam verandert in deze periode. De spieren in het gezicht ontspannen. De wangen vallen in, de neus wordt spits en de ogen liggen dieper.
Door weinig of geen drinken gaat iemand minder plassen. Stervende mensen kunnen vaak hun plas niet goed ophouden. Incontinentiemateriaal of een urinekatheter kan helpen.
De ademhaling
Tijdens de stervensfase verandert de ademhaling vaak. Voorbeelden:
- De ademhaling is stokkend en onregelmatig.
- Soms stopt de ademhaling even kort en komt dan met een diepe zucht weer terug.
- De tijd tussen de ademhalingen wordt langer. Soms wel een halve minuut.
Het kan lijken alsof u naaste benauwd is. Maar de stervende voelt dit meestal niet zo. Het gezicht ziet er vaak rustig en ontspannen uit. Bij ernstig ongemak kan de arts medicijnen geven.
Tijdens het sterven verdwijnen hoest- en slikprikkels. Daardoor kan slijm in de keel of luchtpijp blijven zitten. Dat kan een reutelend geluid geven bij het ademen.
Voor familie kan dit naar klinken. U kunt denken dat de stervende benauwd is of stikt. Maar de stervende heeft hier zelf geen last van.
De ademhaling wordt langzaam steeds minder diep. Hij wordt heel oppervlakkig. Aan het einde komt de laatste ademhaling. Dit is vaak een klein zuchtje na een lange stilte.
Kleur en temperatuur
In de stervensfase gaat het bloed vooral naar de hersenen. Daardoor krijgen de armen en benen minder bloed. Handen, voeten en de neus worden koud. Op de benen kunnen paarsblauwe vlekken komen.
Het gezicht wordt grauw van kleur. Na de laatste ademhaling wordt het gezicht heel bleek. Later komt er iets kleur terug. Daardoor lijkt iemand weer meer op zichzelf.
Onrust en verwardheid
In de stervensfase kan iemands gedrag veranderen. Dit komt doordat het bewustzijn minder wordt. De persoon kijkt anders uit zijn ogen. En kan onrustig of verward lijken. Dit heet een delier. Het lijkt alsof iemand dingen meemaakt of ziet. Wat dat is, weten we meestal niet. Dit gebeurt vaak in de laatste dagen, vooral in de laatste uren. Sommige mensen maken kleine bewegingen met de handen. Alsof ze iets willen pakken of ergens naartoe wijzen.
Hoe kunt u steun bieden?
- Blijf rustig bij de stervende zitten.
- Spreek hallucinaties of wanen niet tegen. Maar ga er ook niet in mee.
- Praat rustig. Als het kan, probeer over iets anders te praten om uw naaste af te leiden.
Heeft u vragen of zorgen? Blijf er niet mee rondlopen. Praat met de arts of verpleegkundige.
Bij erg veel ongemak kan de arts extra rustgevende medicijnen geven.
Na het overlijden
Neem na het overlijden rustig de tijd om afscheid te nemen. Doe dit op een manier die bij u past. U krijgt een folder met informatie rond en na het overlijden.
Een arts komt om te controleren en bevestigen dat iemand is overleden. Daarna kunt u de uitvaartverzorger bellen.
Wilt u helpen bij de laatste verzorging? Dat kan. De verpleegkundige helpt u daarbij.
De tekst in deze folder is voor een groot deel overgenomen van de websites https://overpalliatievezorg.nl/ en https://shop.pznl.nl/folder-de-stervensfase van stichting Palliatieve Zorg Nederland.