l

Direct contact

Telefoonnummers

St Jansdal receptie (alle locaties)

0341 - 463911

Afsprakenbureau 

0341 - 463890

Poli-Apotheek St Jansdal

0341 - 435858

Helpdesk MijnStjansdal (8:30 - 16:30 uur)

0341 - 463700

Vragen over?


Heeft u een klachtKlik dan hier.

Of compliment? Klik dan hier.


Bent u van de PERS en heeft u een vraag? Klik dan hier.

Medische hulp buiten kantoortijden

Spoedpost Harderwijk  

 

085 - 773 73 71

 

 

www.spoedpostharderwijk.nl

Huisartsenpost Lelystad  

 

0900 - 333 6 333

 

 

www.medrie.nl

Bij levensbedreigende spoed:

 

112

VlagB
Folders

Revalidatie na een buigpeesoperatie

Versienr: 1
Inhoud van dit artikel
    Inhoud van dit artikel

      Wat zijn buigpezen?

      De spieren die de vingers buigen, bevinden zich in de onderarm en worden buigspieren genoemd. De buigspieren zijn in staat de vingers te buigen door middel van smalle pezen waarmee de spier verbonden is met het bot van de vingers; zie afbeelding 1.

       

      De buigpezen ontspringen ongeveer halverwege de onderarm uit de buigspieren. De duim heeft één lange buigspier, de vingers hebben elk twee lange buigspieren.


      We spreken bij een vinger van een oppervlakkige en van een diepe buigpees, omdat de oppervlakkige pees over de diepe pees loopt; zie afbeelding 2.

       

      De oppervlakkige pees zit vast aan de handpalmzijde van het middelste vingerkootje en buigt het basisgewricht en het middengewricht van de vinger. De diepe pees zit vast aan het eindkootje van de vinger en buigt alle drie de gewrichten van de vinger. Beide pezen worden in de vinger omgeven door een buigpeeskoker. Om de vinger goed te kunnen buigen, is het belangrijk dat beide pezen ten opzichte van elkaar gemakkelijk bewegen, maar ook dat zij soepel door de buigpeeskoker glijden. Na een verwonding is de soepelheid van bewegen en glijden aangetast.

       

      Buigpeesletsel

      Een diepe verwonding of snee in de handpalm of de palmzijde van pols of vingers kan de buigspieren/ pezen en de nabijgelegen zenuwen en bloedvaten beschadigen.
      Wanneer de pees doorgesneden wordt, schieten de twee uiteinden als elastiek bij elkaar vandaan. Omdat veel (snij-)verwondingen ontstaan terwijl de vingers gebogen zijn (bijvoorbeeld bij het grijpen van een scherp voorwerp), komen de losse peesuiteinden nog verder bij elkaar vandaan te liggen wanneer de vingers weer gestrekt worden. Wanneer de beide buigpezen van de vinger doorsneden zijn, kan de vinger niet meer zelfstandig buigen; zie afbeelding 3.

       

      Genezingsproces van de pees

      Als er sprake is van een buigpeesletsel, moet dit operatief worden hersteld. Onder regionale verdoving (waarbij alleen de arm wordt verdoofd) of algehele verdoving (narcose) wordt het peesletsel hersteld. Hierbij zoekt de plastische chirurg de peesuiteinden op en deze worden aan elkaar vastgehecht. Pezen bestaan uit levende cellen en bindweefsel. Wanneer de doorgesneden uiteinden van de pees weer bij elkaar gebracht zijn, begint het genezingsproces vanuit de pees zelf, maar ook vanuit het omliggende weefsel. Dit proces veroorzaakt in meer of mindere mate littekenweefsel in het wondgebied. Juist de vorming van dit littekenweefsel kan veel problemen veroorzaken. Er kunnen verklevingen tussen de oppervlakkige en de diepe buigpees ontstaan of tussen de buigpezen en de koker daaromheen. Als er te veel littekenweefsel ontstaat, kunnen de pezen ten opzichte van elkaar en/of binnen de buigpeeskoker niet meer voldoende glijden. Daardoor kan de vinger niet meer volledig gebogen of gestrekt worden. Om deze problemen te voorkomen moet u zelf zeer actief zijn in de revalidatieperiode na de operatie.

      Revalidatie

      De tijd die nodig is om de pees weer volledig te belasten, duurt ongeveer drie maanden. Deze drie maanden worden verdeeld in vier periodes:
      1e periode:  0 tot 4 weken na de operatie
      2e periode:  4 tot 6 weken na de operatie
      3e periode:  6 tot 8 weken na de operatie
      4e periode:  8 tot 12 weken na de operatie
      Gedurende de hele revalidatieperiode wordt u begeleid en geïnstrueerd door een handtherapeut, die zeer intensief bij uw nabehandeling betrokken is. Een handtherapeut is een fysiotherapeut of ergotherapeut die deskundig is op het gebied van hand- en onderarmletsels.
      Het is daarom van belang dat u de therapie start in ons ziekenhuis.


      Eerste periode

      Na de operatie brengt de handtherapeut om uw hand een speciale spalk aan; zie afbeelding 4. Hiermee moet u na ongeveer 2 tot 7 dagen gaan oefenen. Dit is heel belangrijk om het ontstaan van verklevingen zo veel mogelijk te voorkomen. Door het elastiekje dat aan de nagel vastzit, wordt de vinger vanzelf gebogen. In deze eerste periode mag u de vinger nog niet zelf actief buigen, omdat de gehechte pees dan kan losscheuren. In de spalk moet u wel zelf de vinger strekken. Omdat de buigpezen zich bij het strekken juist ontspannen, wordt er dan geen kracht op uitgeoefend. In deze eerste periode moet u laatste twee kootjes van de vinger vaak volledig strekken Het oefenschema krijgt u van de handtherapeut. Het is vooral belangrijk dat het tweede vingerkootje zo snel mogelijk echt helemaal gestrekt kan worden. Lukt dit niet, dan dreigen er verklevingen te ontstaan waardoor de vinger later niet meer volledig gestrekt kan worden. In de praktijk blijkt dat deze complicatie dan moeilijk te corrigeren is.
       

      Tweede periode
      Over het algemeen verwijdert de handtherapeut na vier weken de spalk. Nu kunt u zelf de vinger actief gaan buigen, maar absoluut zonder weerstand. De gehechte pees is alleen nog niet echt ‘trekvast’: u mag daarom nog geen krachtige buigbewegingen oefenen! In deze tweede periode moet u ook weer intensief oefenen op advies van de handtherapeut. Om het litteken soepel te krijgen begint u nu ook met littekenmassage.
       

      Derde periode
      In deze periode kunt u de buigoefeningen uitbreiden. Elk vingerkootje moet steeds afzonderlijk geoefend worden. U moet daarbij proberen om een volledige vuist te maken. Daarnaast kunt u langzaam weer beginnen met het uitvoeren van de normale dagelijkse activiteiten.
       

      Vierde periode
      In deze laatste periode van de revalidatie gaat het erom het krachtverlies in de vinger weer volledig te herstellen. U kunt nu oefeningen doen met een bal of een putty (soort kneedpasta). Verder kunt u uw dagelijkse activiteiten uitbreiden en is het ook mogelijk om zwaarder werk te hervatten.
       

      Resultaten

      In de meeste gevallen zijn de resultaten goed, maar in een aantal gevallen zal de oude bewegingsfunctie niet volledig terugkomen na de operatie en de revalidatieperiode.
      Soms kan het zijn dat de maximale strek- of buigfunctie beperkt blijft; dit kan eventueel worden verbeterd door spalken. Als dit geen verbetering geeft, dan kan door een operatie worden geprobeerd de verklevingen van de pees met de omgeving los te snijden. In enkele gevallen is een ‘reconstructieoperatie’ van de pees noodzakelijk.

      Meer informatie?

      Hebt u na het lezen van deze brochure nog vragen of wilt u meer informatie, dan zal de plastisch chirurg u tijdens zijn spreekuur graag te woord staan. Het kan handig zijn uw vragen van tevoren op papier te zetten. Ook kunt u contact opnemen met de polikliniek Chirurgie, telefoon (0341) 463777, of een bezoek brengen aan onze website www.plastisch-chirurgie.nl.

       

      De informatie op deze website is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Desondanks kunnen geen rechten aan de vermelde informatie ontleend worden. Meer informatie https://www.stjansdal.nl/disclaimer
      Geprint op 1-3-2024