l

Direct contact

Telefoonnummers

Algemeen (receptie)

0341 - 463911

Afsprakenbureau, incl Dronten en Nijkerk 

0341 - 463890

Informatielijn inwoners Flevoland

0341- 463590

Poli-Apotheek St Jansdal

0341 - 435858

Vragen over MijnStjansdal.nl (8.30 - 12 u)

0341 - 463700 

 

Medische hulp buiten kantoortijden

Bij levensbedreigende spoed

112

Medicamus Spoedpost (Harderwijk) 

0900 - 3410341

Website Medicamus Spoedpost Harderwijk 

Voorbereiden_Op-Opname

Prolaps Rectum en anus

Inhoud van dit artikel
    Inhoud van dit artikel

      Anale prolaps / Rectumprolaps

      Er is sprake van een prolaps als weefsel, dat zich normaal binnen in het lichaam bevindt, door een bestaande opening naar buiten uitstulpt. Bij ‘anale prolaps’ betekent dit dat een gedeelte van de endeldarm door de anus naar buiten is uitgezakt.

      We maken onderscheid in twee typen ‘anale prolaps’.

       

      Slijmvliesprolaps

      Hierbij is alleen het slijmvlies van de endeldarm uitgezakt. Dit slijmvlies komt tijdens persen door de anus naar buiten, soms samen met aambeien. Slijmvliesprolaps is meestal het gevolg van een verzwakking van het verbindingsweefsel tussen darmwand en de bekledende slijmvlieslaag. De slijmvliesprolaps heeft een dunne wand en is roze van kleur. Als er harde ontlasting langs schuurt, kan er gemakkelijk een beschadiging optreden waardoor het slijmvlies gaat bloeden. Door een slijmvliesprolaps kan verstopping (obstipatie) ontstaan. Persen om toch ontlasting te krijgen maakt het vaak alleen maar erger. Het gaat vaak samen met aambeien.
       

      Prolaps endeldarmwand (rectumprolaps)

      In dit geval komt de hele wand van de endeldarm (rectum) door de anus naar buiten. Dus zowel het slijmvlies als de spierlaag. Soms kan ook de anus mee verzakken. In dit geval spreken we van een anorectale prolaps. De uitpuilende darm is donkerrood van kleur en heeft een dikke wand. Dit wordt als een duidelijke zwelling ervaren. De prolaps kan de anus dichtduwen, waardoor de ontlasting er niet uit kan. Dit leidt tot verstopping (obstipatie). Persen om toch ontlasting te krijgen kan de prolaps versterken. Andere klachten die op kunnen treden zijn; verlies van slijm en bloed en het weglekken van dunne ontlasting.

       

      Op den duur kunnen patiënten incontinent voor ontlasting worden, waardoor het moeilijk of zelfs onmogelijk is om de ontlasting op te houden. Dit komt waarschijnlijk omdat de prolaps zenuwcellen in de endeldarm en de anus heeft beschadigd en door schade aan de sluitspier.
      Rectumprolaps komt vooral voor op oudere leeftijd en bij kinderen tot circa 5 jaar. Het kan zowel bij mannen als bij vrouwen voorkomen, maar in het merendeel van de gevallen (85%) bij vrouwen. Er zijn verschillende oorzaken voor het ontstaan van een rectumprolaps. Soms is er sprake van slappe bekkenbodemspieren en anale kringspieren, waardoor de endeldarm niet goed wordt ondersteund en kan uitzakken. In andere gevallen wordt de rectumprolaps veroorzaakt door:

      • langdurig persen bij verstopping (obstipatie) of bevalling;
      • door tumoren of poliepen in de endeldarm.

      Verwijdering van de baarmoeder kan eveneens tot een rectumprolaps leiden.

       

      Onderzoek

      Om vast te kunnen stellen of er sprake is van een slijmvlies-prolaps of een rectumprolaps is grondig onderzoek noodzakelijk. In eerste instantie zal de arts rectaal onderzoek doen, waarbij u gevraagd wordt te persen. Door verschil in dikte en kleur van de wand van de prolaps kan de arts onderscheid maken tussen een slijmvlies- of een rectumprolaps. Soms is een rectumprolaps niet helemaal duidelijk, waardoor aanvullend onderzoek in de vorm van een ‘defecografie’ noodzakelijk is. Bij dit onderzoek, waarbij er contrastmateriaal in de endeldarm (en vagina) is ingebracht, worden röntgenopnames gemaakt tijdens de stoelgang. Als er sprake is van een rectumprolaps, moet nader onder-zoek gedaan worden naar de spanning en activiteit van de sluitspier, de bekkenbodemspier en naar de zenuwvoorziening van het rectumgebied. Gegevens van deze onderzoeken, die voor het St Jansdal in Utrecht worden uitgevoerd, bepalen de kans van slagen van een eventuele operatie. Om de ontlasting goed op te kunnen houden (continentie), moet de spieractiviteit voldoende zijn en de zenuwvoorziening niet zijn beschadigd.

      In enkele gevallen lijkt er sprake te zijn van een rectumprolaps, maar is het in werkelijkheid een poliep of uitgezakte tumor. Dit komt aan het licht bij een darmonoderzoek.

       

      Behandeling

      Slijmvliesprolaps

      Bij een slijmvliesprolaps bestaat de behandeling in eerste instantie uit maatregelen met betrekking tot de voeding en het toiletgedrag. Adviezen die hierbij van belang zijn; vezelverrijkte voeding, veel drinken, luisteren naar het ‘aandranggevoel’, juiste toilethouding en niet persen.
      Om verergering te voorkomen kan de slijmvliesprolaps behandeld worden door ‘rubberbandligatie’ (Barronligatuur), de zogenaamde elastiekjes methode. Hierbij worden er één of meer rubberen ringetjes om het uitgezakte slijmvlies geplaatst, waardoor het weefsel wordt afgeklemd. Hierdoor wordt het overtollig slijmvlies als het ware strakker gemaakt. Het weefsel in de ringetjes sterft vervolgens binnen 2 tot 10 dagen af. De ringetjes en het afgestorven weefsel verlaten met de ontlasting het lichaam.
       

      Rectumprolaps

      Bij een rectumprolaps wordt - als het onderzoek daar aanleiding toe geeft (zie onder ‘Onderzoek’) – meestal een rectopexie uitgevoerd. Tijdens deze operatie trekt de chirurg de hele endeldarm omhoog en maakt deze vervolgens vast aan het heiligbeen (vlak boven het stuitje) met een matje van kunststof. Voorafgaand aan de operatie bespreekt de chirurg met de patiënt hoe groot de kans is dat er na de operatie incontinentie voor ontlasting optreedt. Verstopping is na een rectopexie vaak een groot probleem. Behalve de rectopexie zijn er andere operatietechnieken om de rectumprolaps te behandelen. Afhankelijk van o.a. de leeftijd en lichamelijk conditie van de patiënt, de ernst van de prolaps en de activiteit van de anale sluitspier kan de chirurg besluiten tot een andere operatietechniek. Om de sluitspieren en de spieren van de bekkenbodem te verstevigen worden speciale oefeningen voorgeschreven. De fysiotherapeut begeleidt de patiënt hierbij, zowel voor als na de operatie. De oefeningen zijn nodig om incontinentie van ontlasting te voorkomen.

       

      Een prolaps gaat vaak gepaard met verstopping. Om te voorkomen dat dit ook na de ingreep een blijvend probleem wordt, zijn de volgende leefregels van belang:

      • gebruik een vezelrijke voeding zoals volkerenproducten, groente en fruit;
      • drink minstens 2 liter per dag;
      • neem voldoende lichaamsbeweging;
      • ga naar het toilet wanneer u aandrang voelt.

      Zie voor meer informatie onze brochure ‘Verstopping’ en de tekst ‘Vezelrijke voeding’.

       

      Op verschillende plaatsen in ons land zijn speciale centra die gericht zijn op bekkenbodem- en incontinentieklachten. Informeer hiernaar bij uw behandelend arts.

       

      Vragen

      Mocht u na het lezen van deze folder/ dit boekje nog vragen hebben, dan kunt u die voorleggen aan de assistentes van de polikliniek voor chirurgie, telefoon (0341) 463777, van 08.30-12.00 uur en van 13.30-16.30 uur.

       

       


       

      De informatie op deze website is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Desondanks kunnen geen rechten aan de vermelde informatie ontleend worden. Meer informatie https://www.stjansdal.nl/disclaimer