Uw medicijnen gebruiken
Voor het onderzoek mag u uw gebruikelijke medicatie innemen zoals u gewend bent. Ook eventuele medicatie voor diabetes (suikerziekte) in tabletvorm, zoals bv. metformine kunt u gewoon innemen. Neemt u iets te eten mee voor na het onderzoek.
De volgende instructies over insulinegebruik zijn belangrijk om op te volgen voor een optimaal onderzoeksresultaat. De bloedsuikers mogen niet te hoog of te laag zijn omdat de 18F-FDG dan niet op de goede wijze wordt opgenomen door het lichaam.
Gebruikt u insuline, volg dan, afhankelijk van uw gebruikelijke injectie schema, het hieronder genoemde schema.
Bij éénmaal daags langwerkende insuline of een combinatie van 1 dd-insuline en GLP1-analoog
Geen insuline injectie in de ochtend voor het onderzoek.
Bij de eerste maaltijd na het onderzoek injecteert u 50% van de gebruikelijke ontbijtdosering. Injecteert u normaal in de avond, dan kunt u de gebruikelijke dosis op het gebruikelijke tijdstip gebruiken.
Tweemaal daags insuline (mix insuline)
Geen insuline injectie in de ochtend voor het onderzoek.
Bij de eerste maaltijd (lunch) na het onderzoek injecteert u een derde (33%) van de gebruikelijke ontbijtdosering. Bij het avondeten injecteert u de gebruikelijke dosering.
Viermaal daags insuline (kortwerkende i.c.m. éénmaal daags langwerkende insuline)
Bij langwerkende insuline in de ochtend injecteert u een halve dosis. In de avond na de scan kunt u de gebruikelijke dosering hervatten.
Bij kortwerkende insuline stelt u de injectie uit tot na het onderzoek. Na het onderzoek hervat u de gebruikelijke dosering bij de maaltijden.
Insulinepomp
Let op! Bij een glucosewaarde van meer dan 11 mmol/l kan het onderzoek helaas niet doorgaan. Uw arts zal eerst uw suikerwaarde naar beneden moeten brengen.
Bij twijfel of vragen, graag direct contact opnemen met de afdeling radiologie.