Deze folder gaat over palliatieve sedatie. Dit is voor mensen die nog maar kort te leven hebben en hun naasten.We vertellen vooral over palliatieve sedatie in het ziekenhuis. Het kan ook thuis, in een hospice of in een verpleeghuis.
Wat is palliatieve sedatie?
Als iemand bijna gaat sterven, kunnen er klachten komen. Voorbeelden zijn pijn, benauwdheid, onrust, angst, verwardheid of misselijkheid. We proberen deze klachten zo goed mogelijk te behandelen. Soms helpen gewone medicijnen niet meer. De arts kan dan een extra medicijn geven. U wordt slaperig en voelt de klachten niet meer. Dit heet palliatieve sedatie.
Palliatieve sedatie zorgt er niet voor dat u eerder overlijdt. Het beëindigt het leven niet. U overlijdt aan uw ziekte, niet door de sedatie. Het is dus iets heel anders dan euthanasie.
Het doel van palliatieve sedatie is dat u geen last meer heeft van uw klachten.
Soorten palliatieve sedatie
Er zijn drie soorten palliatieve sedatie:
- Continue sedatie (niet onderbroken)
U krijgt steeds medicijnen totdat u overlijdt. Door de medicijnen voelt u uw klachten niet of minder. Deze vorm mag alleen als u nog maar kort te leven heeft (minder dan twee weken).
- Onderbroken sedatie (intermitterend)
U krijgt de medicijnen alleen 's nachts. Of een deel van de dag. U slaapt dan diep tijdens die periode. Op andere momenten bent u wakker en kunt u nog praten met anderen.
- Acute sedatie
Dit gebeurt als iemand plotseling heel snel achteruitgaat. De patiënt zal waarschijnlijk binnen minuten of een paar uur overlijden. De arts geeft dan snel de medicijnen om erge klachten te verminderen. Bijvoorbeeld pijn, benauwdheid, sterke verwarring of angst.
In deze folder gaat het vooral over continue palliatieve sedatie.
Wanneer krijgt u continue palliatieve sedatie?
De arts mag dit alleen geven als aan deze voorwaarden wordt voldaan:
- U heeft nog maar kort te leven (minder dan twee weken).
- U heeft erge klachten.
- Andere behandelingen helpen niet meer tegen deze klachten.
- U of een naaste geeft toestemming. (In een acute situatie kan dat soms niet.)
Wie beslist of u palliatieve sedatie krijgt?
Palliatieve sedatie is een medische behandeling. De arts moet regels volgen. Het is een belangrijke beslissing. Daarom heeft u eerst een gesprek met de arts. Soms is iemand van het palliatief adviesteam erbij. Uw naasten mogen ook bij het gesprek zijn. Het is belangrijk dat uw iedereen weet wat u wilt. Zo kunnen ze doen wat u wilt. Als uw situatie snel slechter wordt, weet de arts wat u wilt en kan dan snel handelen. Het is ook goed als u geen palliatieve sedatie wilt. Heeft u een wilsverklaring waarin staat dat u dit niet wilt? Vertel dit dan aan de arts. De arts zal zich dan aan uw wens houden.
Als u door de palliatieve sedatie diep in slaap raakt, kunt u niet meer praten of belangrijke zaken bespreken. Bespreek daarom voor de sedatie alles wat belangrijk is met uw naasten.
Begrijpt u iets niet goed? Bent u ergens bang voor? Praat erover met uw arts en/of verpleegkundige. Zij geven u uitleg en helpen u bij het maken van een keuze.
Hoe werkt palliatieve sedatie?
U krijgt de medicijnen via een naaldje. De arts kiest het beste medicijn voor u. De medicijnen zorgen dat u rustiger wordt. U voelt de klachten minder of helemaal niet meer. Soms wordt u even wakker, of maakt u geluid of beweegt u. Dat is normaal. Hoe het met u gaat, bepaalt hoe diep de sedatie is.
De arts en verpleegkundige zorgen dat het goed met u gaat. Ze kunnen ook extra medicijnen geven als dat nodig is. De verpleegkundige verzorgt u en helpt bij de mondverzorging. Ook houdt de verpleegkundige uw mond vochtig, zodat u geen droge mond krijgt.
Uw lichaam maakt nog urine tijdens palliatieve sedatie. Dit kan vervelend zijn. Daarom krijgt u een slangetje in de blaas. Dit gebeurt altijd in overleg met u of uw naasten. Het slangetje heet een katheter. De urine loopt dan in een zakje.
Is pijnstilling hetzelfde als palliatieve sedatie?
Veel mensen denken van wel, maar dat is niet zo. Palliatieve sedatie zorgt dat u klachten minder of niet voelt. Pijnstillers, zoals morfine, doen dit niet. Mensen die palliatieve sedatie krijgen, kunnen vaak wel gewone pijnstillers blijven gebruiken.
Medicijnen tegen klachten zoals misselijkheid of benauwdheid gaan meesetal gewoon door. Het doel is dat we uw klachten zo goed mogelijk blijven behandelen tijdens de sedatie.
Extra vocht en voeding
In de laatste levensfase eet en drinkt u vaak weinig of niets meer. Dit is normaal. Het lichaam voelt dan geen honger of dorst meer. Het heeft het geen zin om extra vocht of voeding te geven. Bijvoorbeeld via een infuus of slangetje in de maag. U overlijdt hier niet sneller door. Extra vocht of voeding kan juist klachten geven.
Verschil met euthanasie
Palliatieve sedatie en euthanasie zijn verschillend. Bij euthanasie beëindigt de arts het leven. U leeft daardoor korter. Bij palliatieve sedatie is dat niet zo. De medicijnen zorgen dat u rustig bent en klachten niet/minder voelt. U leeft er niet korter door. Mensen die palliatieve sedatie krijgen, overlijden meestal binnen een paar dagen. Soms twee weken, maar dat gebeurt weinig.
Geestelijke verzorging
Het sterven, de klachten en het afscheid nemen van uw naasten kunnen verdriet, angst of vragen geven. In ons ziekenhuis kunt u een geestelijk verzorger spreken. Die kan u en uw naasten ondersteunen. De verpleegkundige kan dit voor u regelen.
Vragen
Heeft u nog vragen? Blijf er niet mee rondlopen. Stel ze aan uw arts of verpleegkundige.
Bron
Een deel van de tekst is overgenomen van de websites https://overpalliatievezorg.nl en https://palliaweb.nl en van de folder Palliatieve sedatie van stichting palliatieve zorg Nederland.