l

Direct contact

Telefoonnummers

St Jansdal Harderwijk

0341 - 463911

St Jansdal Lelystad

0341 - 463590

Poli-Apotheek St Jansdal

0341 - 435858

Vragen over MijnStjansdal.nl (8.30 - 12 u)

0341 - 463700 

 

Medische hulp buiten kantoortijden

Bij levensbedreigende spoed

112

Medicamus Spoedpost (Harderwijk) 

0900 - 3410341

Website Medicamus Spoedpost Harderwijk 

Voorbereiden_Op-Opname

Ontslag uit het Moeder&Kind Centrum

Inhoud van dit artikel
    Inhoud van dit artikel

      U mag bijna met ontslag. De verpleegkundige neemt eerst nog een aantal belangrijke dingen met u door:
       

      Wat regelt u zelf voordat u met ontslag gaat?

      • U belt de kraamzorg op het moment dat u weet wanneer u naar huis mag. Zij vragen u naar de gegevens van moeder en kind.
      • U heeft een maxicosi nodig voor het vervoer van uw baby. Deze maxicosi moet veilig zijn: er staat een keurmerk op de achterkant.
      • U moet uw baby binnen drie werkdagen inschrijven bij de Burgerlijke Stand van de gemeente waar u bevallen bent. Hiervoor neemt u een identiteitsbewijs mee. Als u getrouwd bent, kunt u de baby in uw trouwboekje laten bijschrijven. Als u niet getrouwd bent, neemt u het bewijs van erkenning mee. U geeft de naam/namen van uw baby door, de geboortedatum en het tijdstip. Het is ook mogelijk om uw baby aan te geven in ons ziekenhuis bij het geboorteloket in de centrale hal. Dit is op maandag en donderdag mogelijk tussen 09.30 uur en 10.30 uur. Op het gemeentehuis kunt u bij de Dienst Burgerzaken van de Gemeente Harderwijk terecht op werkdagen tussen 09.00 uur  en 12.30 uur en op donderdag tussen 09.00 uur en 22.00 uur.

       

      Wat krijgt u van ons mee?

      • De bezoeksamenvatting van u en van uw baby. Hierin staan gegevens van u en uw opname in, die wij in uw dossier bewaren.
      • In dit boekje staan een aantal belangrijke dingen. Bijvoorbeeld: achterin het boekje staat: uw baby is op dit moment niet verzekerd tegen ziektekosten. Het is dus belangrijk om uw baby zo snel mogelijk in te schrijven bij uw zorgverzekeraar. U leest dit op pagina 16.
      • Als u voor nacontrole moet komen bij de gynaecoloog, krijgt u een afspraak mee. Als u in het weekend met ontslag gaat, krijgt u een kaartje mee waarop een telefoonnummer staat. Wij verzoeken u om na het weekend zelf een afspraak te maken.
      • Soms moet u thuis nog medicijnen gebruiken die tijdens uw opname werden voorgeschreven. Dan sturen wij een recept naar de ziekenhuisapotheek. Deze bevindt zich op de begane grond van het ziekenhuis, hier kunt u uw medicijnen afhalen voordat u naar huis gaat. Als u ‘s avonds of ‘s nachts met ontslag gaat, kunt u een recept meekrijgen voor uw eigen apotheek.

       

      Wat doen wij voor u bij het ontslag?

      • Wij bellen uw eigen verloskundige* en geven gegevens van de bevalling en van de baby door. De verloskundige komt de volgende dag langs voor een huisbezoek. U kunt in de kraamtijd bij haar terecht voor vragen en problemen van u en uw baby.
      • Alle gegevens die van belang zijn voor uw huisarts, verloskundige of andere zorgverleners sturen wij aan het einde van de dag digitaal naar de betreffende personen.
      • Wij vragen u persoonlijk hoe u de opname bij ons heeft ervaren. Als er iets is, horen wij dat graag meteen van u. Ook vragen wij u op www.stjansdal.nl/vragenlijst uw mening te geven. Deze enquête is voor ons erg belangrijk! Van uw ervaring kunnen wij leren en indien nodig onze zorg verbeteren. U kunt van ons een iPad lenen om deze vragenlijst nu alvast in te vullen.

      * of de huisarts, als die de controle uitvoert tijdens uw kraamtijd In deze folder wordt verder van verloskundige gesproken
       

      Voor u persoonlijk is het volgende belangrijk:?

      •  

       

      • ?

       

      Adviezen voor de kraamvrouw


      Hygiëne
      In het kraambed is handhygiëne erg belangrijk. Was regelmatig uw handen! In ieder geval in de volgende situaties: na toiletbezoek, na het eten, voor en na de verzorging van uw baby. Vóór de borstvoeding of het klaarmaken van flesvoeding.
       

      De baarmoeder
      Na de bevalling is er aan de binnenkant van de baarmoeder een wond, daar waar de placenta (moederkoek) heeft vastgezeten. Het bloedverlies komt daar vandaan. De eerste paar dagen is het bloedverlies helder rood en meer dan bij een gewone menstruatie.  Daarna wordt het bloedverlies minder en donkerrood of bruin van kleur. Uiteindelijk wordt het een afscheiding die geel van kleur of doorzichtig is. Als u wat meer in beweging komt, kan het nog wel weer een paar dagen wat meer en helderrood worden. Na vier tot zes weken is het vloeien over. Als het bloed sterk gaat ruiken, is het goed om de verloskundige in te lichten, de oorzaak kan een ontsteking zijn.
       

      Naweeën en stolsels
      De baarmoeder is een spier, die regelmatig sterk samentrekt om de wond te dichten. Deze samentrekkingen noemen we naweeën. U mag als u er veel last van heeft, om de zes uur een paracetamol innemen. Bij het geven van borstvoeding komt er ook een hormoon vrij dat voor samentrekking zorgt. Meestal zijn pijnlijke naweeën binnen twee dagen over. Als het bloed even in de baarmoeder blijft, omdat die even niet goed samentrekt, kan het zijn dat het gaat stollen. Stolsels kunnen wel zo groot zijn als een vuist. Als dit vaker voorkomt, adviseren wij dit door te geven aan uw verloskundige.
       

      Plassen
      Net onder de baarmoeder in de buikholte bevindt zich de blaas. Het is goed om vaak te gaan plassen, in ieder geval elke drie uur, om de blaas leeg te houden. Een volle blaas houdt het samentrekken van de baarmoeder tegen, waardoor u meer gaat vloeien uit de wond aan de binnenkant van de baarmoeder. Na of tijdens het plassen spoelt u met water en verwisselt u het verband. Hygiëne is belangrijk om infecties te voorkomen. Als het plassen erg zeer doet kunt u ook onder de douche plassen, de waterstraal van de douche verlicht het branderige gevoel.
       

      Pijnstilling
      Pijn komt vaak voor na een bevalling. Dit kan allerlei oorzaken hebben, zoals hechtingen, naweeën, stuwing, tepelkloven of spierpijn. Als pijnstilling mag u paracetamol gebruiken, maximaal zes tot acht tabletten van 500 mg per 24 uur. Dit mag ook als u borstvoeding geeft.

       

      Perineum en hechtingen
      Na de bevalling is het perineum (het gebied tussen de plasbuis en de anus) vaak gezwollen en pijnlijk. Als u er voorzichtig en recht op gaat zitten, geneest het meestal het beste. Zo voorkomt u ook pijn in uw rug van een verkeerde houding. Een ijskompres kan verlichting geven. Hechtingen lossen vanzelf op. Als u er veel last van heeft, kunnen uitwendige hechtingen na vijf tot zeven dagen worden verwijderd door de verloskundige.
       

      Ontlasting na de bevalling
      Het duurt vaak een aantal dagen voordat u ontlasting krijgt in het kraambed. Eet daarom vezelrijk (groente, fruit en volkorenproducten) en drink voldoende.
       

      Stuwing bij borstvoeding
      In de dagen na de bevalling zullen de borsten voller en steviger worden. De bloedvoorziening neemt toe en daarna ook de melkproductie. Hierdoor kan uw temperatuur wat stijgen en de borsten kunnen gespannen en warm aanvoelen. Dit is een milde stuwing, meestal komt dit voor als de melkproductie op gang komt. Het is belangrijk, zeker in deze fase, dat uw baby goed en regelmatig aangelegd wordt. Mocht de temperatuursverhoging boven de 38 graden Celsius uitkomen, dan spreken wij van koorts en adviseren wij contact op te nemen met uw verloskundige.
       

      Stuwing bij flesvoeding
      Wanneer u flesvoeding geeft, is het aan te raden uw borsten zo min mogelijk te stimuleren en extra warmte te vermijden. Draag in het kraambed een strakke BH. Wanneer er hevige stuwing is, overleg dan met uw kraamverzorgende of verloskundige wat u het beste kunt doen.
       

      Kraamtranen
      Een bevalling is een emotionele en aangrijpende gebeurtenis. Een paar dagen na de bevalling bent u soms ineens erg moe en de pijnklachten lijken op zo’n dag veel erger. Bovendien spelen de hormonen ook een grote rol. Een huildag hoort bij de kraamtijd en is heel normaal. Geef er gerust aan toe.
       

      Adviezen voor de baby


      Temperatuur
      Een baby die net geboren is, moet zich aanpassen aan de temperatuur buiten de baarmoeder.  Koude handjes, voetjes en neus van uw baby zeggen niets over de temperatuur. De temperatuur van de baby moet tussen de 36,5°C en 37,5°C liggen. Als de temperatuur lager is dan 36,5°C, zorgt u voor warmte. Dit kan door voeding te geven, een kruik in de wieg te leggen, een mutsje op te doen of eventueel een extra deken te geven. Neem bij een temperatuur onder de 36,0°C contact op met uw verloskundige. Neem in elk geval een uur nadien nog een keer de temperatuur van de baby op.
      Dit geldt ook na de volgende maatregelen:
      Als de temperatuur hoger is dan 37,5°C, zorgt u voor verkoeling, Dit kan door de kruik uit de wieg te nemen, voeding te geven, uw baby minder warm aan te kleden of een dekentje weg te halen. Neem bij een temperatuur boven de 38,0°C contact op met uw verloskundige.
       

      Poepen en plassen
      Een baby moet binnen 24 uur gepoept en geplast hebben. De eerste ontlasting wordt meconium genoemd, deze is zwart en teerachtig. De billetjes zijn vaak moeilijk schoon te maken. De ontlasting wordt steeds lichter van kleur tot het lichtbruin is (of geel is bij borstvoeding). Een baby moet ook binnen 24 uur geplast hebben. Gedurende de eerste dagen heeft de baby, afhankelijk van de hoeveelheid voeding, twee of drie natte luiers. Na een week is bijna iedere luier nat. Soms ziet u de eerste twee dagen een oranje/rood vlekje in de luier. Dit noemen we uraat en het komt vaak voor als uw baby nog niet veel drinkt. Meisjes kunnen na de geboorte soms wat slijm of bloed verliezen. Dit wordt schijnmenstruatie genoemd en komt door hormonen. Dit is niet ernstig en gaat vanzelf weer over.
       

      Borstvoeding
      U kunt uw baby aanleggen bij zoekbewegingen, smakken of huilen. Laat maximaal vier uur tussen de voedingen zitten. Probeer overdag om de twee à drie uur aan te leggen, dit stimuleert het aanmaken van de borstvoeding. Het kan ongeveer drie dagen duren (soms langer) voordat de voeding goed op gang is gekomen. U kunt gebruik maken van de kennis van onze lactatiekundigen. Dit zijn verpleegkundigen die een extra opleiding gehad hebben om u te kunnen helpen bij problemen rondom de borstvoeding. Zij hebben een spreekuur op maandag en donderdag. U kunt hen per mail bereiken: lactatiekundigen@stjansdal.nl of eventueel per telefoon (0341) 463409.
       

      Flesvoeding
      Als u flesvoeding geeft, krijgt uw baby in principe zeven à acht voedingen per dag. Geef uw baby de eerste dag 10-15 ml voeding per keer. Geef elke dag 10 ml meer per voeding, tot 100 cc per keer. Kook flessen en spenen voor het eerste gebruik tien minuten uit in kokend water en daarna een keer per dag drie minuten. Alle soorten flesvoeding die u in Nederland kunt kopen zijn goedgekeurd. De samenstelling van flesvoeding is vastgelegd in de Warenwet.
       

      Spugen
      De eerste 24 tot 48 uur zijn baby’s soms wat misselijk en kunnen ze spugen. Ook kan bellen blazen een teken zijn van misselijkheid. Sommige baby’s spugen vruchtwater met wat rood-bruin bloed of slijm. Dit is normaal.
       

      Huilen
      Baby’s huilen regelmatig. Huilen kan onder andere een teken zijn van honger, een vieze luier, kramp, zuigbehoefte of een boertje dat dwars zit.
      Uw baby moet wennen aan de wereld buiten de baarmoeder. Een baby wordt vaak rustig als hij bij u of uw partner ligt.
       

      Geel zien
      Baby’s gaan vaak na een dag of drie geel zien. Dit komt omdat de lever zich moet aanpassen aan de situatie buiten de baarmoeder. De stof die zorgt dat uw baby geel ziet heet bilirubine, dit gaat via de ontlasting het lichaam uit. Zonlicht zorgt voor extra afbraak van bilirubine. Als uw baby geel is en erg sloom wordt, niet meer wil drinken en slecht wakker te maken is, moet neem dan contact op met uw verloskundige.
       

      Navelstompje
      Na de bevalling krijgt uw baby een klemmetje op het stompje als de navelstreng doorgeknipt wordt. Het navelstompje droogt helemaal in en valt er af. Dit is meestal tussen de vijfde en tiende dag. De kraamverzorgende zal het navelstompje verzorgen en controleren.
       

      Hielprik / gehoortest
      Op de vierde of vijfde dag na de bevalling krijgt uw baby de hielprik. Hierbij neemt een verpleegkundige een beetje bloed uit het hieltje af. Dit wordt onderzocht op een aantal aangeboren afwijkingen: ziekten die te behandelen zijn met een dieet of medicijnen. Als de uitslag goed is, hoort u niets. Bij afwijkende uitslagen krijgt u binnen drie maanden bericht. Gelijktijdig met de hielprik neemt men meestal ook meteen een gehoortest af.
       

      Huiduitslag
      De eerste week krijgt uw baby soms wat uitslag of pukkeltjes. De huid moet nog wennen aan de nieuwe omgeving. De uitslag betekent niet meteen dat uw baby ergens allergisch voor is. Het is wel aan te raden om op te letten met geparfumeerde wasmiddelen en verzorgingsmiddelen voor de huid.
       

      Gewicht verliezen
      Het is normaal dat een kindje in de eerste week wat afvalt. Dit mag niet meer zijn dan 10% van het geboortegewicht. Het komt vooral doordat een baby meer vocht verliest dan dat het met de voeding binnen krijgt. Op de tiende dag hebben de meeste kinderen hun geboortegewicht weer bereikt.
       

      Vitamine K en D
      Een baby die borstvoeding krijgt, heeft extra vitamine K nodig. Vitamine K is belangrijk voor de bloedstolling. Alle baby’s krijgen na de geboorte drie druppels vitamine K, genoeg voor de eerste week. Vanaf de achtste dag geeft u uw baby iedere dag vitamine K en vitamine D. De aanbevolen hoeveelheid staat op de verpakking.
       

      Overige belangrijke informatie


      Zorgverzekering
      Om uw baby tegen ziektekosten te verzekeren, moet u de geboorte doorgeven aan de zorgverzekeraar. Hiervoor geeft u het BSN-nummer van uw baby door, dit nummer krijgt u als u aangifte doet bij de gemeente Harderwijk. Het ziekenhuis regelt vervolgens, dat de onkosten van de ziekenhuisopname direct bij de zorgverzekering terecht komen.
       

      Consultatiebureau
      U doet aangifte van de geboorte bij de Burgerlijke Stand van de gemeente Harderwijk. Zij geven de geboorte van uw baby automatisch door aan het consultatiebureau bij u in de buurt. In de eerste week na de geboorte komt de wijkverpleegkundige langs voor het hielprikje, de gehoortest en een intakegesprek. U krijgt dan ook een afspraak om naar het consultatiebureau te komen.

       

      Wij wensen u een goede kraamtijd toe!

      De medewerkers van het
      Moeder&Kind Centrum,
      Ziekenhuis St Jansdal

      De informatie op deze website is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Desondanks kunnen geen rechten aan de vermelde informatie ontleend worden. Meer informatie https://www.stjansdal.nl/disclaimer