l

Direct contact

Telefoonnummers

St Jansdal Harderwijk

0341 - 463911

St Jansdal Lelystad

0341 - 463590

Poli-Apotheek St Jansdal

0341 - 435858

Helpdesk MijnStjansdal (8.30 - 12 u)

0341 - 463700

Medische hulp buiten kantoortijden

Bij levensbedreigende spoed

112

Harderwijk: Medicamus Spoedpost  

0900 - 341 0 341

Website: Medicamus Spoedpost

 

Lelystad: huisartsenpost Medrie  

0900 - 333 6 333

Website: Huisartenpost Lelystad

 

 

 

Voorbereiden_Op-Opname

Hoge bloeddruk in de zwangerschap

Inhoud van dit artikel
    Inhoud van dit artikel

      Inleiding

      Deze folder geeft informatie over hoge bloeddruk en zwangerschap. Van de vrouwen die voor het eerst zwanger zijn, krijgt zo’n tien tot vijftien procent een hoge bloeddruk (hypertensie). Bij een volgende zwangerschap komt dat minder vaak voor. Hypertensie is vaak een reden om u naar de gynaecoloog te verwijzen. In deze folder bespreken we welke controles meestal plaatsvinden bij lichte hypertensie, welke extra zorg mogelijk is in het geval van ernstiger hypertensie, en welke zeldzame complicaties kunnen optreden. De verloskundige, de huisarts of de gynaecoloog informeert en adviseert u verder.
       

      Het meten van de bloeddruk

      Doorgaans wordt bij iedere zwangerschapscontrole uw bloeddruk gemeten. U krijgt een band om uw bovenarm. Omdat deze wordt opgeblazen, ontstaat even een knellend gevoel. De band is via een slangetje verbonden met de bloeddrukmeter. Terwijl de lucht de band uitloopt, luistert de verloskundige of arts met de stethoscoop in de elleboogplooi; daar zijn kloppende tonen van de slagader hoorbaar. Op de bloeddrukmeter wordt bij de eerste hoorbare toon de bovendruk afgelezen en bij de laatste hoorbare toon de onderdruk. Bij automatische bloeddrukmeters is luisteren met de stethoscoop niet nodig. Deze apparaten vinden zelf de boven- en onderdruk. De bloeddruk kan wisselen; bij angst of inspanning kan zij stijgen. Bij sommige vrouwen stijgt de bloeddruk tijdens het spreekuur, soms ook door de bloeddrukmeting zelf. Het is normaal dat de waarden van de bloeddruk wisselen. Bij de ene meting kunnen andere waarden gevonden worden dan bij de andere. We schrijven de waarde op als “mm Hg”: hiermee omschrijven we de druk in de bloedvaten, die de bloeddrukband weergeeft.
       

      Wanneer is de bloeddruk te hoog?

      Bij zwangere vrouwen spreken we van een hoge bloeddruk als de bovendruk (de systolische bloeddruk) boven de 140 is. En/of een onderdruk (de diastolische bloeddruk) boven de 90. Dit geldt voor een bloeddruk die twee keer gemeten is bij een zwangere die verder is dan 20 weken zwanger. Ook had zij voorheen een goede bloeddruk.
      Vanaf een bovendruk van 140 en een onderdruk van 90 bestaat er een kans op complicaties. In deze situaties adviseren wij extra controle. Als er aanwijzingen zijn van mogelijke complicaties of als de bloeddruk hoger wordt, is er een reden voor overleg met de gynaecoloog.

       

      Wat zijn de gevaren van hoge bloeddruk?

      Bij een hoge bloeddruk kunnen gevaren (complicaties) voor moeder en kind ontstaan. Uw nieren en lever kunnen tijdelijk slechter gaan werken en er ontstaan soms afwijkingen in de bloedstolling. De bloedtoevoer naar de placenta (moederkoek) kan afnemen. Dit kan tot gevolg hebben dat het kind in groei achterblijft of dat de conditie van de baby achteruitgaat, waardoor een vroeggeboorte nodig is. De kans op deze complicaties is klein bij een lichte verhoging van de bloeddruk (zoals een onderdruk tot 90 mm Hg). Het is wel gevaarlijk als de bloeddruk hoger wordt (zoals bij een onderdruk van 110 mm Hg). Ook is van belang wanneer tijdens de zwangerschap de hoge bloeddruk optreedt. Tegen het einde van de zwangerschap is de kans op complicaties van een hogere bloeddruk meestal veel kleiner dan vroeg in de zwangerschap.
       

      Soorten en ernst hypertensie

      Een hoge bloeddruk die het gevolg is van de zwangerschap, heet zwangerschapshypertensie. Er is sprake van zwangerschapshypertensie als bij een vrouw die tevoren een normale bloeddruk had, in de tweede helft van de zwangerschap een hoge bloeddruk ontstaat. De oorzaak van zwangerschapshypertensie is onbekend. Waarschijnlijk spelen de aanleg en de ontwikkeling van de placenta in de eerste helft van de zwangerschap een rol.

      Een ernstiger vorm van zwangerschapshypertensie wordt preeclampsie genoemd. Vroeger sprak men van zwangerschapsvergiftiging. Hierbij is er ook eiwitverlies via de urine. Soms zijn er andere tekenen van tijdelijke orgaanbeschadiging. Een zeer ernstige vorm is eclampsie. Hierbij ontstaan stuipen (insulten of convulsies). Een speciale vorm van ernstige zwangerschapshypertensie is het HELLP-syndroom. Deze vormen van ernstige zwangerschapshypertensie worden later in deze folder apart besproken. Ze komen gelukkig weinig voor: bij minder dan 2% van de vrouwen die voor de eerste keer zwanger zijn. In een volgende zwangerschap zijn ernstige vormen van zwangerschapshypertensie nog zeldzamer. Hypertensie die al vóór de zwangerschap bestaat, wordt chronische of pre-existente hypertensie genoemd. Waarschijnlijk heeft ongeveer één derde van de zwangeren met hoge bloeddruk deze vorm van hypertensie. Als de bloeddrukverhoging al vóór de zwangerschap bestaat, adviseert de huisarts of de verloskundige over het algemeen controle van de zwangerschap door de gynaecoloog. De adviezen bij een chronische hypertensie worden in deze brochure niet besproken. Wel hebben sommige extra onderzoeken hetzelfde doel als die bij zwangerschapshypertensie. Uw gynaecoloog kan u hierover informeren.

       

      Wie loopt risico op zwangerschapshypertensie?

      Zwangerschapshypertensie treedt vooral op tijdens de eerste zwangerschap. Bij lichte vormen verloopt een volgende zwangerschap doorgaans normaal. Bij een ernstige vorm van zwangerschapshypertensie bestaat in een volgende zwangerschap wel een grotere kans op het opnieuw optreden van zwangerschapshypertensie, al is het verloop vaak minder ernstig.
      Bij de meeste vrouwen is niet duidelijk waardoor zwangerschapshypertensie optreedt. Bij een aantal ziekten is de kans op zwangerschapshypertensie verhoogd. Voorbeelden zijn suikerziekte (diabetes mellitus), vaat- en nierziekten, sommige auto-immuunziekten of al eerder bestaande hoge bloeddruk. Ook bij een meerlingzwangerschap is de kans op zwangerschapshypertensie toegenomen. Vermoedelijk spelen ook erfelijke factoren een rol. Vrouwen die een moeder of zus hebben die een ernstige vorm van zwangerschapshypertensie doormaakten, lopen zelf ongeveer vijfmaal zoveel kans ook een hoge bloeddruk tijdens de zwangerschap te krijgen.

       

      Kan zwangerschapshypertensie voorkomen worden?

      Voor gezonde vrouwen die vóór hun zwangerschap geen ziekten hadden, zijn geen zinvolle maatregelen bekend om zwangerschapshypertensie te voorkomen. Vroeger werd een zoutloos of zoutarm dieet geadviseerd. U kunt hoge bloeddruk hiermee niet voorkomen. Ook bij hoge bloeddruk in de zwangerschap is een dieet zonder zout niet zinvol. U mag dus een normale, matige hoeveelheid zout gebruiken.
      Of u door rust zwangerschapshypertensie kunt voorkomen, is nooit goed onderzocht. Maar als de bloeddruk verhoogd is, adviseert de verloskundige of arts vaak rust. Dit houdt in dat u werk buitenshuis vermindert of daarmee stopt. Voor thuis kunt u extra hulp regelen.
      Wanneer eerder bestaande ziekten van uzelf een rol spelen bij de hoge bloeddruk, krijgt u soms medicijnen.
       

      Klachten en verschijnselen

      Bij de lichte vorm heeft u geen klachten. Bij de ernstiger vormen komen meestal wel klachten voor. Dit zijn:

      • Hoofdpijn
      • Gezichtsstoornissen, zoals vaag zien, lichtflitsen of sterretjes zien
      • Tintelingen in de vingers, pijn of een knellend gevoel boven (bandgevoel) in de buik,
      • misselijkheid en braken
      • Oedeem (vochtophoping)
      • Ook kan het lichtaam in korte tijd veel vocht vasthouden waardoor oedeem ontstaat
      • Opgezette handen en de voeten komen ook vaak voor bij zwangeren die geen zwangerschapshypertensie hebben
         

      Onderzoek

      Als uw bloeddruk in de tweede helft van de zwangerschap verhoogd is, meten we vaak na korte tijd opnieuw. Soms blijkt het dan toch normaal te zijn. Maar als de onderdruk bij herhaling verhoogd is, of als er eiwit in de urine aanwezig is, kan er sprake zijn van zwangerschapshypertensie. Bij een verhoogde bloeddruk wordt doorgaans de urine gecontroleerd op de aanwezigheid van eiwit. De kans dat er bij een onderdruk van 90 mm-Hg eiwit in de urine zit, is heel klein. Bij een hogere waarde is er vaak eiwit in de urine aanwezig. Afscheiding uit de vagina of een blaasontsteking geeft soms ook eiwit in de urine. Eiwit is dus niet altijd een teken van zwangerschapshypertensie of zwangerschapsvergiftiging.
      Bij een onderdruk die bij herhaling 90 mm-Hg of hoger is, bij eiwit in de urine en/of bij klachten verwijst de verloskundige of de huisarts u naar de gynaecoloog/klinisch verloskundige.
      Deze meet de bloeddruk nogmaals. Daarnaast testen we de hoeveelheid eiwit in de urine. Dit vertelt iets over het functioneren van de nieren en de ernst van de hypertensie. Ook vindt bloedonderzoek plaats op het aantal bloedplaatjes en het functioneren van lever en nieren. Eiwit in de urine vertelt ook iets over het functioneren van de nieren en de ernst van de hypertensie. Bij ernstige hypertensie kan de kniepeesreflex gecontroleerd worden. Zo bepalen we of het zenuwstelsel extra prikkelbaar is. Als dat het geval is, is opname in het ziekenhuis verstandig. Als u veel vocht vasthoudt, controleren wij uw gewicht om dit te meten. Meestal verzamelt vocht (oedeem) zich in de onderbenen. Als u uw been stevig vast houdt, kunt u de vingerafdrukken langere tijd zien. Soms zwellen ook het gezicht en de handen op als gevolg van vocht. Om in te schatten of de baby last heeft van de te hoge bloeddruk maken we een echo van de baby. De gynaecoloog of klinisch verloskundige berekent of de baby groot genoeg is voor de duur van de zwangerschap. Echoscopisch onderzoek geeft ook informatie over de hoeveelheid vruchtwater. Bij ernstiger vormen van hypertensie wordt soms tijdens het echoscopisch onderzoek de doorstroming van de bloedvaten in de navelstreng gemeten (Doppleronderzoek). Meer informatie vindt u in de folder Echoscopie tijdens de zwangerschap.
      Vaak maken wij ook een hartfilmpje van de baby, het CTG (cardiotocogram). In dat geval ligt u minimaal een half uur aan het CTG-apparaat. Dit apparaat schrijft de harttonen in een grafiek. Hoe die grafiek er uit ziet zegt veel over hoe het met de baby is. Deze onderzoeken vinden in dagopname plaats. De gynaecoloog of klinisch verloskundige bespreekt alle uitslagen met u. Het duurt vaak enige uren voordat alle gegevens bekend zijn.
      Bij ernstige hypertensie zwangerschapsvergiftiging of het HELLP-syndroom nemen we u meteen op.
       

      Poliklinische controle

      Wie uw zwangerschap verder begeleidt, hangt af van de uitslagen van de onderzoeken. Als dit meevalt, kan de gynaecoloog u terugverwijzen naar de verloskundige of de huisarts. In andere gevallen neemt de gynaecoloog de begeleiding over. Poliklinische controles zijn voldoende als u geen klachten hebt, uw bloeddruk slechts matig verhoogd is (onderdruk onder 90 mm Hg), er geen eiwit in de urine is, uw bloeduitslagen normaal zijn, de baby normaal van grootte lijkt en goed beweegt. De kans op gevolgen voor u en de baby is dan klein. Opname in het ziekenhuis of bloeddrukverlagende medicijnen zijn dan niet nodig. Wel moet u geregeld terugkomen voor controle. Als de hypertensie ernstiger wordt, kan alsnog een ziekenhuisopname geadviseerd worden. Doorgaans herhaalt de gynaecoloog bij elke controle de verschillende onderzoeken. Als u tussen de controles door meer of nieuwe klachten krijgt of minder leven voelt, is het verstandig contact op te nemen met het ziekenhuis.
       

      Opname in het ziekenhuis

      Veel vrouwen met zwangerschapshypertensie voelen zich niet ziek. Toch nemen we aantal zwangeren op omdat de bloeddruk te hoog is. Dit is meestal bij een onderdruk hoger dan 100 mm-Hg, eiwit in de urine, afwijkende bloeduitslagen, een duidelijke groeiachterstand van de baby of andere complicaties. Het doel van de ziekenhuisopname is de bewaking van uw gezondheid en die van de baby. Als u in het ziekenhuis ligt, vragen wij u regelmatig of u klachten heeft. De bloeddruk wordt meerdere malen per dag gemeten en bloed- en urineonderzoek vinden plaats. Ook de baby houden we in de gaten. Leven voelen is een belangrijk en goed teken. De verpleegkundige maakt dagelijks een CTG en soms krijgt u een echoscopisch onderzoek. Valt de ernst van de zwangerschapshypertensie mee dan kunt u weer naar huis. In ernstiger gevallen blijft u langer opgenomen, soms tot na de bevalling.
      In het ziekenhuis adviseren wij u bedrust. Meestal mag u wel uit bed om naar de wc te gaan of te douchen. Zwangerschapshypertensie geneest niet door bedrust maar doet de klachten vaak wel minder worden. Eventuele medicijnen kunnen bijwerkingen geven, maar doorgaans verdraagt men deze goed. Het is belangrijk dat u van uw arts/ klinisch verloskundige en verpleegkundigen uitleg vraagt over uw ziektebeeld en de verwachtingen. Toch kunnen ook zij niet altijd precies voorspellen wat er zal gebeuren; dat is afhankelijk van de ontwikkeling van de hypertensie, uw klachten en de conditie van uw baby.
       

      De bevalling bij lichte vormen van zwangerschapshypertensie

      De gynaecoloog beëindigt de zwangerschap niet als het niet strikt noodzakelijk is. Dit kan bij een goede conditie van uzelf en de baby betekenen dat men wacht tot de bevalling spontaan begint.In andere gevallen – als er complicaties zijn – kan de gynaecoloog besluiten de bevalling in te leiden. Daarvoor is het nodig dat de baarmoedermond al een beetje openstaat en week geworden is. Meer informatie vindt u in de folder Inleiden van de bevalling.
       

      Na de bevalling

      Zwangerschapshypertensie geneest spontaan na de bevalling. In de eerste twee dagen na de bevalling is nog extra waakzaamheid geboden: de bloeddruk kan dan nog hoger worden.

      Bij lichte vormen van hypertensie blijft u na de bevalling soms nog een of twee dagen in het ziekenhuis voor controle van de bloeddruk. Hierbij speelt een rol of u al voor de bevalling opgenomen was, of er laboratoriumafwijkingen gevonden waren, en natuurlijk ook hoe hoog de bloeddruk tijdens en na de bevalling was. Na 48 uur gaat de bloeddruk geleidelijk weer naar de voor u normale waarde. Eventuele afwijkende bloeduitslagen verbeteren ook spontaan.
      U krijgt nog een afspraak voor nacontrole bij de verloskundige, huisarts of gynaecoloog na vier weken. Voor controle van een eventuele volgende zwangerschap na een lichte hypertensie kunt u gerust weer naar de verloskundige of  huisarts gaan, omdat de kans op zwangerschapshypertensie in een volgende zwangerschap heel klein is.
       

      Ernstige vormen van zwangerschapshypertensie; complicaties

      Gelukkig zijn ernstige vormen en complicaties van zwangerschapshypertensie zeldzaam. Wanneer er naast de hoge bloeddruk ook een abnormale hoeveelheid eiwit in de urine aanwezig is, spreekt men niet meer van zwangerschapshypertensie maar van pre-eclampsie.
      De kans op complicaties neemt dan toe. Wij nemen u dan in het ziekenhuis op. De ernst en het verloop van pre-eclampsie kunnen sterk wisselen. Sommige vrouwen hebben lange tijd weinig of geen klachten, andere worden in korte tijd ernstig ziek. Het HELLP-syndroom is een ernstige vorm van pre-eclampsie. HELLP staat voor Hemolyse (afbraak van de rode bloedcellen), Elevated Liver enzymes (verhoogde leverenzymen) en Low Platelets (een laag aantal bloedplaatjes). Vrouwen met het HELLP-syndroom voelen zich meestal ziek. Vaak hebben zij ernstige pijn in de bovenbuik, soms met uitstraling naar de zijkant van de buik of de rug. Ook misselijkheid en hoofdpijn komen veel voor. De klachten kunnen in aanvallen optreden: ze verdwijnen vaak na enige tijd (uren tot dagen) om later weer terug te komen. Het HELLP-syndroom is dan ook een ernstig ziektebeeld waarvoor ziekenhuisopname noodzakelijk is.

      Bij ernstige zwangerschapshypertensie en pre-eclampsie treden in zeer zeldzame gevallen stuipen (insulten of convulsies) op. Er wordt dan gesproken van eclampsie. Stuipen zijn trekkingen van de armen en benen. Soms wordt er op de tong gebeten en kan er sprake zijn van urineverlies. De vrouw merkt er zelf niets van doordat zij even in coma raakt. De gynaecoloog geeft medicijnen om de stuipen te stoppen en nieuwe insulten te voorkomen. Zeer intensieve bewaking is noodzakelijk, soms op een intensive-careafdeling. Als de zwangere stabiel is streven we  naar een bevalling. Eclampsie is een zeer ernstige situatie, die in enkele gevallen levensbedreigend kan zijn door bijkomende complicaties als hersenbloeding, lever- of nierbeschadiging of problemen met de bloedstolling. Gelukkig herstellen de meeste vrouwen uiteindelijk helemaal. Wel is er meer risico voor de gezondheid van de baby. Complicaties zoals het loslaten van de placenta komen iets vaker voor.

       

      Medicijnen

      De gynaecoloog kan medicijnen geven om te proberen complicaties van ernstige zwangerschapshypertensie voor moeder of kind te voorkomen. Vaak begint men met tabletten; bij ernstiger vormen van zwangerschapshypertensie worden medicijnen via een infuus toegediend.
       

      Bloeddrukverlagende middelen
      Als de onderdruk bij herhaling te hoog is, zijn bloeddrukverlagende medicijnen een goed middel. Er zijn verschillende middelen: Alfamethyldopa (Aldomet®), Labetolol (Trandate®) en Nifedipine (Adalat®) zijn in tabletvorm beschikbaar. De laatste twee middelen dienen we ook per infuus toe, evenals Dihydralazine (Nepresol®) en Nicardipine (Cardene®). De belangrijkste bijwerkingen van deze bloeddrukverlagende middelen zijn hoofdpijn, slaperigheid, duizeligheid, hartkloppingen, misselijkheid en braken.
       

      Medicijnen die stuipen voorkomen en stoppen
      Om stuipen te stoppen en nieuwe stuipen te voorkomen, geeft de gynaecoloog via een infuus Magnesiumsulfaat. Magnesiumsulfaat kan aan het begin van de behandeling even een sterk warmtegevoel, misselijkheid, braken en een raar gevoel in de keel en op de tong veroorzaken. Ook een brandend gevoel in de arm waarin het infuus zit, komt vaak voor. Dit is vervelend, maar kan geen kwaad.
       

      Medicijnen die de longrijping van de baby versnellen
      Als er een kans is dat de baby voor 34 weken geboren wordt, geeft men vaak corticosteroïden (bijnierschorshormonen) om de longen van de baby sneller te laten rijpen. Deze medicijnen worden via een injectie of via de infuuslijn aan de moeder toegediend.
       

      De bevalling bij ernstige vormen van zwangerschapshypertensie

      De enige manier om de oorzaak van zwangerschapshypertensie te behandelen is het beëindigen van de zwangerschap. Alle andere behandelingen bestrijden alleen symptomen en proberen complicaties te voorkomen. Bij ernstige pre-eclampsie, HELLP-syndroom en eclampsie wordt daarom vaak overwogen de zwangerschap te beëindigen. Daarbij zijn de duur van de zwangerschap, de groei en de conditie van het kind en de conditie van de moeder van belang. Bij voorkeur wordt de bevalling ingeleid. Als inleiden niet mogelijk is, of als de conditie van de baby of de moeder dit niet toelaat, kiest men soms voor een keizersnede. Vaak is een ruggenprik mogelijk. Soms, bijvoorbeeld bij afwijkende bloedstolling, is narcose veiliger.
      Als de geboorte plaatsvindt vóór 36-37 weken of als de baby te licht is, is opname op de Couveuse Suites noodzakelijk.
       

      Overplaatsing naar een ander ziekenhuis

      Soms is zeer intensieve zorg voor de moeder noodzakelijk, zoals bij zeer ernstige vormen van zwangerschapshypertensie en bij complicaties. De gynaecoloog verwijst u dan naar een ziekenhuis dat deze intensieve (High-care) zorg voor de zwangere kan bieden. Dit gebeurt ook als men verwacht dat de baby na de geboorte beter af is op een gespecialiseerde afdeling voor pasgeborenen.
       

      Na de bevalling

      Ook bij ernstige vormen van zwangerschapshypertensie zoals pre-eclampsie en HELLP-syndroom treedt na de bevalling meestal spontane genezing op. U ligt dan na de bevalling wel een aantal dagen langer in het ziekenhuis. Naarmate de hypertensie ernstiger was, kan het herstel langer duren. Als u bloeddrukverlagende medicijnen kreeg, blijft u deze na de bevalling meestal nog enige tijd gebruiken. De meeste vrouwen die een ernstige vorm van zwangerschapshypertensie hebben gehad, zijn binnen twee weken na de bevalling weer thuis en genezen uiteindelijk weer volledig. Behalve de ernst van de zwangerschapshypertensie is voor het herstel ook van belang hoe u bevallen bent. Een kraamvrouw knapt na een gewone bevalling sneller op dan na een keizersnede. Bij ernstige zwangerschapshypertensie doen wij er alles aan om u te helpen uw baby borstvoeding te geven. Als u veel te vroeg bevallen bent, kunt u de eerste tijd de voeding afkolven. Baby’s die veel te vroeg geboren zijn krijgen de voeding via een sonde, een dun slangetje dat in de maag wordt ingebracht. Als u na de bevalling medicijnen in verband met de bloeddruk gebruikt, bespreekt de gynaecoloog, kinderarts of lactatiekundige met u of uw baby de borstvoeding mag krijgen. Bij de meeste middelen kunt u gewoon borstvoeding geven, deze gaan slechts in kleine hoeveelheden over in de moedermelk en zijn onschadelijk voor de baby.
       

      Emotionele aspecten

      Welke naam er ook aan gegeven wordt: ernstige zwangerschapshypertensie, pre-eclampsie, eclampsie of HELLP-syndroom, het kan voor u emotioneel zwaar zijn. Vaak is er een plotselinge overgang van een normale, gezonde zwangerschap naar een periode met angst en zorgen. Het is vaak moeilijk te accepteren dat het lichaam ‘faalt’. Sommige vrouwen voelen zich hier – ten onrechte! – soms zelfs schuldig over. Door het ernstig ziek zijn kunt u zich soms niet alles herinneren. Zeker een opname op een intensive- careafdeling maakt vaak diepe indruk. Uw partner maakt zich in deze periode vaak ernstige zorgen over u en de baby. U kunt te maken krijgen met een langdurige opname van de baby op een couveuseafdeling met de bijbehorende zorgen. Het is voor het verwerkingsproces belangrijk dat u zich zo goed mogelijk laat informeren over wat er met u gebeurt of is gebeurd. Bedenk daarom - voordat u voor nacontrole komt bij de gynaecoloog - welke vragen u nog hebt of welke periodes in uw herinnering nog onduidelijk zijn. Het kan helpen om uw vragen vooraf op papier te zetten.
       

      Na het ontslag

      Als u een ernstige vorm van zwangerschapshypertensie hebt gehad kan het vele weken, zo niet maanden duren voordat u zich lichamelijk en emotioneel weer fit voelt.  Uw huisarts, de gynaecoloog of de kinderarts kan u hierin begeleiden.
      Enige weken na het ontslag uit het ziekenhuis komt u terug bij de gynaecoloog op de polikliniek. De gynaecoloog controleert de bloeddruk en laat soms nog aanvullend bloedonderzoek naar de stolling en de stofwisseling doen.
       

      De volgende zwangerschap

      Bij zeer ernstige zwangerschapshypertensie of eclampsie is er een kleine kans op herhaling in een volgende zwangerschap. Het verloop is dan vaak minder ernstig. Een gesprek met de gynaecoloog voorafgaand aan een volgende zwangerschap geeft u informatie over wat u in een volgende zwangerschap kunt verwachten. De begeleiding van een volgende zwangerschap gebeurt gedeeltelijk door de gynaecoloog. Na een zwangerschap waarbij er sprake was van een lichte preeclampsie, waarbij u na 37 weken zwangerschapsduur bevallen bent van een baby met een normaal gewicht, komt er een overleg. De verloskundige of de huisarts kan dan met de gynaecoloog overleggen of controle door de gynaecoloog tijdens de zwangerschap gewenst is. Als u een keizersnede onderging, is er bij een volgende bevalling altijd een medische indicatie voor de bevalling.
       

      Tot slot

      In deze folder worden de gevolgen van een lichte en een ernstige zwangerschapshypertensie beschreven. Mocht u naar aanleiding van deze brochure nog vragen hebben, aarzel dan niet ze met uw gynaecoloog, huisarts of verloskundige te bespreken.

       

       

       

       

       

       
      De informatie op deze website is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Desondanks kunnen geen rechten aan de vermelde informatie ontleend worden. Meer informatie https://www.stjansdal.nl/disclaimer