l

Direct contact

Telefoonnummers

St Jansdal Harderwijk

0341 - 463911

St Jansdal Lelystad

0341 - 463590

Poli-Apotheek St Jansdal

0341 - 435858

Helpdesk MijnStjansdal (8.30 - 12 u)

0341 - 463700

Medische hulp buiten kantoortijden

Bij levensbedreigende spoed

112

Harderwijk: Medicamus Spoedpost  

0900 - 341 0 341

Website: Medicamus Spoedpost

 

Lelystad: huisartsenpost Medrie  

0900 - 333 6 333

Website: Huisartenpost Lelystad

 

 

 

Voorbereiden_Op-Opname

Handtherapie: buigpeesletsel, early active

Inhoud van dit artikel
    Inhoud van dit artikel

      Dit oefenprogramma is zo opgebouwd, dat u geleidelijk aan meer functie krijgt in uw hand.

      Het oefenprogramma volgt nauwgezet de belastbaarheid van uw geopereerde

      pees (of pezen). Om uw herstel zo optimaal te laten verlopen dient u zich hier goed aan te houden. Het early active protocol geldt alleen voor die patiënten die geopereerd zijn aan een buigpees letsel in zone 1-3 (tot carpaal tunnel).

       

       

      Wel of geen spalktherapie

      Afhankelijk van het trauma, de plaatst van het letsel en de operatietechniek wordt er  gekozen voor deze specifieke nabehandeling. Dit protocol bespreekt het verloop van uw herstel met spalktherapie die uw hand beschermt en waarbij de vingers een relatieve vrijheid hebben om mee te oefenen.

       

      Fig. 1 Hand met spalk

       

      De chirurg legt na de operatie een gipsverband aan en meldt u aan voor handtherapie. De handtherapeut zal binnen 3-4 dagen het verband verwijderen en een spalk aanleggen.

      U krijgt van de handtherapeut oefeningen mee. Er zal een wekelijkse controle zijn van de spalk en de oefentherapie.

       

       

      Eerste postoperatieve zorg

      Week 1

      Alle vingers zitten in de spalk, dus ook uw niet geopereerde vingers. Dit om te voorkomen dat u uw hand/vingers inschakelt en daardoor te veel spanning creëert op de geopereerde peesnaad. ‘s Nachts krijgt u een brede band om de vingers en overdag een smallere band die het toestaat dat u de eindkootjes kunt buigen.

       

      Het is belangrijk dat de hand/pols niet dik wordt. Dit voorkomt u door de volgende tips op te volgen:

      • Laat de arm niet hangen als u loopt of staat. Houd uw arm zo hoog mogelijk. Liefst op de hoogte van uw hart.

      • Beweeg uw elleboog en schouder regelmatig.

      • Leg uw hand/onderarm ’s nachts hoog op 2 kussens. Zorg ervoor dat uw hand hoger ligt dan uw elleboog.

      • Gebruik de geopereerde hand niet tijdens uw dagelijkse activiteiten.

      • U mag niet fietsen, autorijden, motorrijden en sporten.

      • U mag douchen met de spalk. Bij de apotheek kunt u een douchezak kopen die u om de spalk kunt doen.

       

       

      De oefeningen

      Week 1     Oefeningen in de spalk

      • Oefenfrequentie: elk uur (overdag).

      • Iedere oefening 10x herhalen.

      • U houdt bij alle oefeningen de spalk om!

      • De therapeut doet bij u de spalk af, controleert wondherstel en verzorgt uw hand.

      • U houdt de spalk thuis dag en nacht om.

       

      Oefening 1

      Uitgangspositie: Ontspannen houding van de hand;

      1. Buig met behulp van uw goede hand de vinger zoals in fig 1.a. Hierbij blijft het eindkootje

          gestrekt. Doe dit voor iedere vinger apart.

      2. Strek de vinger(s) weer volledig en zorg dat de nagels tegen de spalk aankomen (fig. 2).

      3. Houd deze stand twee tellen vast.

       

      Fig. 1

       

      Fig. 2

       

      Oefening 2

      Uitgangspositie: Ontspannen houding van de hand;

      1. Buig met behulp van uw goede hand de vinger zoals in fig. 3. Hierbij buigt het middelste

          kootje en het eindkootje.

      2. Strek de vinger(s) weer volledig en zorg dat de nagels tegen de spalk aankomen (fig. 2).

      3. Houd deze stand twee tellen vast.

       

      Fig. 3a                                                                  b

         c

      Oefening 3

      • Houd de vingers ontspannen en strek met de goede hand de middelste kootjes als in fig 4.

      • Strek de vinger(s) weer volledig en zorg dat de nagels tegen de spalk aankomen (fig. 2).
      • Houd deze stand twee tellen vast.

      Fig. 4

       

      Oefening 4

      U mag alle vingers actief buigen tot de bovense (4e) vinger.  Let op: zonder kracht en dus op souplesse.

      Fig. 5

       

      Week 2

      • Alle oefeningen uit voorgaande week blijven uitvoeren.
      • De therapeut doet bij u de spalk af, controleert wondherstel en verzorgt uw hand.
      • U houdt de spalk dag en nacht om.
      • Bij alle actieve oefenvormen nooit verder willen buigen dan passief mogelijk is.

       

      Oefening 5

      Alle vingers buigen tot de 3e vinger (zie fig. 6).

       

      Fig. 6

       

      • De therapeut doet bij u de spalk af, controleert wondherstel en verzorgt uw hand.

      • Om verklevingen te voorkomen kunt u, als de hechtingen verwijderd zijn, beginnen met littekenmassage. De techniek van de massage wordt eerst door de handtherapeut voorgedaan.

      • De therapeut gaat uw vingers ontspannen bewegen (SWM) zoals te zien op onderstaande foto’s. Doel van deze oefening is om de pezen te laten verglijden door het wondgebied en derhalve verklevingen te voorkomen.

      • U houdt uw hand zo ontspannen mogelijk door de elleboog op de tafel te laten rusten.

       

      Fig. 7a                                              b                                                       c

        d                                                                               e

      7a De pols wordt ontspannen naar voren bewogen in 60 gr.

      7b De pols blijft ontspannen naar voren en de vingers worden gestrekt.

      7c De pols blijft ontspannen naar voren en de vingers worden gebogen.

      7d De pols wordt met gebogen vingers (als een vuist) achterover bewogen.

      7e De pols blijft achterover gebogen en de eerste kootjes (MCP) worden gestrekt.

       

      Week 3

      • De therapeut verzorgt uw hand, controleert wondherstel en wast uw hand.

      • Continueren litteken massage.

      • U houdt de spalk dag en nacht om.

      • U blijft alle oefeningen uit week 1 en week 2 dagelijks 4x herhalen.

      • U mag de vingers actief buigen tot 2 vingers hoog (fig. 8).

      • Indien u bij het opstrekken van de vingers de middelste kootjes nog niet goed kan strekken dan mag u dat passief ondersteunen als u de 1e kootjes meer buigt (zie fig. 9).

       

      Fig. 8                                                                    fig. 9

      • De therapeut blijft de SWM oefeningen bij u doen.

       

      Week 4-5

      • De therapeut verzorgt uw hand, controleert wondherstel en wast uw hand.

      • Continueren litteken massage.
      • U blijft alle oefeningen uit week 1, 2 en 3 dagelijks 4x herhalen.

       

      Afhankelijk van het peesglijden wordt de spalk nu vaker weggelaten.

      • bij slecht peesglijden de spalk na 4 weken afbouwen.

      • bij normaal peesglijden de spalk na 5 weken afbouwen.
      • bij zeer soepel peesglijden de spalk na 6 weken afbouwen.

       

      Oefening 6

      Opbouwen naar volledige actieve vinger(s) buiging zonder kracht (fig. 10).

      Dus soepel bewegen.

       

      Fig. 10

       

      Week 6-7

      • Spalk af, behalve ‘s nachts en bij risicovolle activiteiten.
      • Continueren litteken massage.
      • U blijft alle oefeningen uit week 1, 2, 3, 4, 5 dagelijks 4x herhalen.

      Dat wil zeggen: passief buigen 2e en 3e vingerkootje tot volledige buiging vinger met gestrekte 1e vingerkoot (fig. 3) + strekken vinger met gebogen 1e vingerkoot (fig. 4) + actief naar volle vuist + actief naar vlakke hand.

      • De SWM oefeningen (fig.7) voorheen door therapeut gedaan, gaat u nu zelf uitvoeren. U mag hierbij nooit kracht gebruiken of weerstand ervaren. Het zijn pees glijd oefeningen.

       

      Oefening 7

      1. Houd de geopereerde vinger net onder het middenkootje vast (fig. 11).

      2. Buig nu het middenkootje zover mogelijk.
      3. Houd 2 tellen vast.
      4. Strek vervolgens het middenkootje zover mogelijk.
      5. Houd 2 tellen vast.

       

      Fig. 11

       

      Oefening 8

      1. Houd de geopereerde vinger net onder het eindkootje stevig vast (fig. 12).

      2. Buig nu het topje zover mogelijk.
      3. Houd twee tellen vast.
      4. Strek vervolgens het topje zover mogelijk.
      5. Houd twee tellen vast.

       

      Fig. 12

       

      Week 8-12

      • Spalk definitief af.

      • Alle dagelijkse activiteiten toegestaan.

      • Terugkeer naar werk behalve zwaar fysieke arbeid.

      • Autorijden/fietsen toegestaan.

      • Per vinger volledige functie en peesglijden oefenen (zie fig. 12, 13.a, b)

       

      Fig. 13a                                                    b

       

      In deze periode ligt het accent op volledig peesglijden fig 14. a, b, c, d, e volledige actieve vingerbuiging en strekking. Opbouw kracht en functie.

       

       

       

      Fig. 14

       

      • Knijpoefeningen in Putty, handkrachttrainers e.d.
      • Spierversterkende oefeningen hele arm (Dynaband).
      • Functionele oefeningen op snelheid en coördinatie (bal gooien en vangen)

       

      Twaalf weken na de operatie kunt u uw hand weer normaal gebruiken. Overleg met uw therapeut of behandelend arts als u zware activiteiten (op het werk of bij een hobby) heeft. Dit geldt ook als u intensieve (contact-)sportactiviteiten heeft, zoals kickboxen. Het kan zijn dat deze zware belasting pas na een half jaar mogelijk is.

       

       

      Heeft u nog vragen?

      Als u nog vragen heeft dan kunt u contact opnemen met uw behandelend plastisch chirurg,

      revalidatiearts of handtherapeut.

      De informatie op deze website is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Desondanks kunnen geen rechten aan de vermelde informatie ontleend worden. Meer informatie https://www.stjansdal.nl/disclaimer