l

Direct contact

Telefoonnummers

St Jansdal receptie (alle locaties)

0341 - 463911

Afsprakenbureau 

0341 - 463890

Poli-Apotheek St Jansdal

0341 - 435858

Helpdesk MijnStJansdal (8:30 - 16:30 uur)

0341 - 463700

Vragen over?


Heeft u een klachtKlik dan hier.

Of compliment? Klik dan hier.


Bent u van de PERS en heeft u een vraag? Klik dan hier.

Medische hulp buiten kantoortijden

Spoedpost Harderwijk  

 

085 - 773 73 71

 

 

www.spoedpostharderwijk.nl

Huisartsenpost Lelystad  

 

085 079 18 79 

 

 

www.huisartsenspoedpostlelystad.nl 

Bij levensbedreigende spoed:

 

112

VlagB
Folders

Dikke darmoperatie: informatie en herstel (Benigne prehabilitatie/ERAS)

Versienr: 1
Inhoud van dit artikel
    Inhoud van dit artikel

      Deze folder geeft informatie over operaties aan de dikke darm. Het is belangrijk om te weten dat uw eigen situatie anders kan zijn dan wat in deze folder staat.

       

       

      Figuur A t/m E: de verschillende delen van de dikke darm 

       

      Ons eten gaat via de slokdarm, de maag en de dunne darm naar de dikke darm. De dikke darm is het laatste deel van het spijsverteringskanaal. Hier gebeuren de laatste processen van de spijsvertering. In de dikke darm wordt water uit de ontlasting gehaald. Daardoor wordt de ontlasting dikker. De dikke darm kan dit blijven doen ook als een groot deel is weggehaald.

       

      De dikke darm is ongeveer 150 centimeter lang en bestaat uit verschillende delen (zie tekening). Rechts in de buik ligt het opstijgende deel van de dikke darm (A: colon ascendens).
      Hier komt de dunne darm uit in de dikke darm. Aan dit deel zit ook het wormvormig aanhangsel vast (de appendix).

      Bij de lever gaat de dikke darm over in het dwars liggende deel (B: colon transversum). Dit deel loopt onder de maag door naar links.
       

      Bij de milt gaat de dikke darm verder als het dalende deel (C: colon descendens). Dit deel maakt in de linker onderbuik een bocht in de vorm van een S (D: het sigmoïd). Onderaan in de buik gaat het sigmoïd over in de endeldarm (E: het rectum). De endeldarm eindigt bij de anus.

       

      Waarom een dikke darmoperatie?

      Er zijn verschillende soorten problemen aan de dikke darm waarbij een operatie nodig kan zijn. Bijvoorbeeld ontstekingen of tumoren (gezwellen). Bij ontstekingen hangt het van de ernst en het soort ontsteking af welke operatie nodig is. Een tumor kan goedaardig of kwaadaardig zijn. Bij een tumor hangt de soort operatie vooral af van het soort tumor en de plaats waar het zit in de dikke darm. Naast deze aandoeningen zijn er ook nog andere problemen waarvoor een dikke darmoperatie nodig kan zijn.

       

      Klachten

      De klachten bij problemen met de dikke darm kunnen verschillend zijn. Het hangt af van het soort probleem en waar het zit in de dikke darm. Daarom zijn de klachten niet altijd hetzelfde.
      Klachten kunnen zijn:

      • Bloedarmoede;

      • verandering in hoe vaak je ontlasting hebt;

      • verstopping of afwisselend verstopping en diarree;

      • bloed of slijm bij de ontlasting;

      • het gevoel dat je het toilet moet voor ontlasting, maar er komt niets of bijna niets.

       

      Soort operaties

      Er zijn veel soorten operaties aan de dikke darm. De chirurg bespreekt met u welke operatie het beste bij u past. Soms is het nodig om een stoma aan te leggen. Een stoma is een darmuitgang op de buik. Dit kan tijdelijk of blijvend zijn. Meer informatie over een stoma vindt u in deze folder: Stoma operatie.

       

      Kijkoperatie

      Meestal gebeurt de operatie met een kijkbuis, de laparoscopie. De kijkbuis heeft een camera die verbonden is met een tv-scherm. Via een paar kleine sneetjes van 1-2 cm kijkt de chirurg in de buik. Via andere sneetjes worden instrumenten gebruikt om het zieke deel van de darm weg te halen. Om het zieke stuk van de darm uit de buik te halen, wordt één sneetje iets groter gemaakt.

       

      Open buikoperatie

      Soms wordt een open operatie gedaan, de laparotomie. De chirurg maakt een verticale snee in de buik. De buikwand en het buikvlies worden geopend. Zo kan het zieke deel van de darm verwijderd worden.

       

      Prehabilitatie

      Bij St Jansdal doen we iets speciaals voor patiënten die een operatie krijgen. We maken patiënten fit vóór de operatie. Dit noemen we prehabilitatie. Meer ziekenhuizen in Nederland bieden prehabilitatie. Maar bij St Jansdal is het anders. U wordt hier in het ziekenhuis getraind en begeleid door zorgverleners. Deze zorgverleners helpen u ook na de operatie.


      Tijdens de 4 weken voor de operatie wordt met u gewerkt aan:

      • Training voor kracht en conditie

      • Voeding

      • Leefstijl: bijvoorbeeld stoppen met roken

      • Mentale conditie

       

      Wat betekent prehabilitatie voor u? 

      1. Training
      Om fitter te worden in 4 weken, moet u goed trainen. Het trainingsschema wordt speciaal voor u gemaakt. Het is aangepast aan uw leeftijd en conditie. U traint 3 keer per week met de fysiotherapeut. Op de andere dagen doet u zelf lichte oefeningen.

       

      2. Voeding 

      Goede voeding is belangrijk voor de training. De diëtist geeft advies over wat u het beste kunt eten. U krijgt extra eiwitten en vitamines. Deze zorgen dat uw spieren sterker worden.

       

      3. Leefstijl 

      Stoppen met roken is erg belangrijk vóór de operatie. Roken kan schade geven en het herstel na de operatie moeilijker maken. Wij helpen u hierbij en melden u aan bij Sinefuma. Ook andere gewoontes, zoals alcoholgebruik, krijgen aandacht. Dit helpt u ook na de operatie.

       

      4. Mentaal

      Het kan veel zijn om ineens patiënt te zijn. Ook uw familie en naasten hebben hier mee te maken. Wij zorgen dat u goed geïnformeerd bent. Samen met u maken wij keuzes over de behandeling. Onze coördinerend verpleegkundige helpt u waar nodig. Zo nodig vragen we hulp van een psycholoog of specialist ouderengeneeskunde. We betrekken uw familie zoveel mogelijk.

       

      De vier onderdelen samen – training, voeding, leefstijl en mentale ondersteuning – vormen de prehabilitatie. Deze onderdelen helpen elkaar:
       

      • Zonder goede voeding groeien de spieren niet.

      • Zonder training zorgt extra voeding vooral voor vet.

      • Een gezonde leefstijl helpt bij sporten en bewegen.

      • Bewegen helpt dat u zich mentaal beter voelt.

       

      Met prehabilitatie wordt u lichamelijk en mentaal fitter. Zo heeft u de beste kans om goed te herstellen van de operatie. U kunt sneller weer naar huis. Wij geven u informatie zodat u zelf keuzes kunt maken. U bent de baas over uw eigen lichaam.

       

      Stomaverpleegkundige

      Als er een kans is dat u een stoma krijgt, heeft u een gesprek met de stomaverpleegkundige. Zij vertelt u over de stoma. U krijgt ook de stoma-materialen te zien. Voor meer informatie kunt u de folder Stoma operatie lezen.

       

      Opname

      Darmvoorbereiding 

      Als u aan het eerste deel van de dikke darm (rechts) wordt geopereerd, hoeft u niet te laxeren. Als u aan het laatste deel van de dikke darm (links) wordt geopereerd, is dat soms wel nodig. U moet dan 1 dag voor de operatie 500 ml Pleinvue drinken. U krijgt 2 uur voor de operatie een klysma via de anus. Soms wordt hiervan afgeweken. Uw arts bespreekt dit van tevoren met u.

       

      Gewicht

      Soms wordt u gewogen tijdens de opname. Aan de hand van uw gewicht en hoe het eten gaat, bepaalt de diëtist of u extra voeding nodig heeft.

       

      Eten en drinken 

      Verderop in de folder leest u hierover meer. Kijk hiervoor bij het hoofdstuk 'voeding'.

       

      Voorbereiding 

      U mag douchen voor de operatie. Smeer uzelf niet in met bodylotion. Make-up moet worden verwijderd. Sieraden moet u afdoen. Een gebitsprothese moet soms uit. Kunstnagels hoeven niet verwijderd te worden. U krijgt speciale operatiekleding aan.

       

      De operatie

      De operatie gebeurt onder algehele narcose. Tijdens de operatie worden soms een paar slangetjes ingebracht:
       

      • Infuus: voor vocht en medicijnen.

      • Neusmaagsonde: een slangetje via de neus naar de maag. Het zuigt overtollig maagsap af. Soms is dit niet nodig. Meestal wordt het direct na de operatie verwijderd.

      • Drain: soms wordt een slangetje in de buik achtergelaten om bloed of wondvocht af te voeren.

      • Blaaskatheter: een slangetje voor urine. Meestal wordt dit direct na de operatie verwijderd.

       

      Als het zieke deel van de darm is verwijderd, maakt de arts meestal een verbinding tussen de overgebleven delen. Deze verbinding heet anastomose.

       

      Als deze verbinding niet kan, wordt een stoma gemaakt (colostoma). Het zieke deel van de darm wordt verwijderd. Het onderste deel van de resterende darm wordt gesloten. Van het bovenste deel maakt de chirurg een stoma, waardoor de ontlasting naar buiten gaat. Soms kan later weer een verbinding met de resterende darm worden gemaakt. Uw arts bespreekt dit met u.

       

      Hoe lang de operatie duurt, hangt van de situatie af. Dit is van tevoren niet precies te zeggen.

       

      Soms is de darm minder goed, bijvoorbeeld door een dikke darm vol ontlasting of door bestraling. Dan kan een tijdelijk stoma nodig zijn. In dat geval wordt meestal een dunne darm stoma gemaakt (ileostoma). Zie het onderdeel ‘Stoma’ voor meer informatie.

       

      Als de afwijking laag in de darm zit, dicht bij de anus, kan een verbinding soms niet meer. Dan moet ook de anus worden weggenomen en wordt een blijvende colostoma gemaakt.

       

      Voor een beeldverslag en een video van een dikke darmoperatie kunt u kijken op: www.heelmeester.nl.

       

      Na de operatie

      U wordt wakker op de uitslaapkamer (recovery). Als het goed met u gaat, gaat u terug naar de afdeling. De hechtingen lossen meestal vanzelf op. Soms moeten niet-oplosbare hechtingen op de polikliniek verwijderd worden. Het zitten op uw stuit kan pijn doen. Een zitkussen kan de pijn verminderen. Ook de ergotherapeut kan tips geven om het zitten makkelijker te maken.

       

      Mobiliseren 

      Zo snel mogelijk weer in beweging komen, is belangrijk. Bewegen helpt bij het herstel en voorkomt problemen zoals longontsteking, doorliggen (decubitus) en darmproblemen. U begint zo snel mogelijk na de operatie met bewegen. Eerst op de rand van het bed of op de stoel, met hulp van een verpleegkundige of fysiotherapeut. Vanaf de dag na de operatie eet u op de stoel. Draag dan uw eigen comfortabele kleding.

       

      Ontlasting 

      De darmen komen langzaam weer op gang. Door zwelling bij de aansluiting van de darmuiteinden kan de ontlasting moeilijker gaan. Dit kan krampen, rommelende buik en waterdunne ontlasting geven. Langzaam gaan deze klachten minder worden. Het is belangrijk om genoeg te drinken, minstens 1½ liter per dag.

       

      Als u een stoma heeft, krijgt u en uw naaste speciale uitleg en begeleiding van de (stoma)verpleegkundige. Zie voor meer informatie het onderdeel “Stoma”.

       

      Mogelijke complicaties

      Geen enkele operatie is helemaal zonder risico. Ook bij een dikke darmoperatie kunnen complicaties optreden, zoals:

       

      Trombose 

      Door minder bewegen en de operatie is er kans op trombose (bloedstolsels). U krijgt daarom een speciale injectie (Fraxiparine). Het is belangrijk dat u snel weer gaat bewegen.

       

      Longontsteking 

      Door pijn of een verkeerde houding in bed kunt u minder goed hoesten. De fysiotherapeut helpt u met oefeningen en adviezen.

       

      Nabloeding van de wond 

      De wond kan nabloeden. Soms is een nieuwe operatie nodig om het bloeden te stoppen.

       

      Wondinfectie 

      Roodheid, zwelling, pijn en koorts kunnen een infectie zijn. Een infectie komt vaker voor bij deze operatie en vertraagt het herstel. Daarom krijgt u op de operatiekamer uit voorzorg antibiotica.

       

      Darmproblemen: diarree of verstopping

      Als de darmen nog niet goed werken en u weinig beweegt, kan diarree of verstopping ontstaan. U krijgt speciale voeding en soms medicatie. Soms is verder onderzoek nodig.

       

      Doorliggen (decubitus) 

      Door minder bewegen en druk op sommige plekken kan de huid en het weefsel beschadigen. Maatregelen zoals wisselligging, een speciaal matras en bewegen kunnen helpen dit te voorkomen. Op de afdeling is een folder over decubituspreventie beschikbaar.

       

      Misselijkheid 

      Door medicijnen of traag werkende darmen kunt u misselijk worden. Medicijnen kunnen helpen tegen de misselijkheid.

       

      Specifieke mogelijke complicaties bij darmoperaties:

       

      Naadlekkage 

      Is een ernstige complicatie waarbij bij de naad (de twee delen van de darm die aan elkaar zijn gehecht) een gaatje in de darm ontstaat waardoor de darminhoud in de buikholte terecht komt. Dit kan leiden tot infectie. Als er sprake is van naadlekkage, dan moet vaak weer een operatie volgen, waarbij de naad wordt losgemaakt en er meestal een (tijdelijk) stoma wordt aangelegd en de chirurg de naad hersteld.

       

      Soms kan de naad tussen de twee delen van de darm een gaatje krijgen. Dit is een ernstige complicatie. Darminhoud kan dan in de buik komen en een infectie veroorzaken. Dan is vaak een nieuwe operatie nodig. Er wordt meestal (tijdelijk) een stoma aangelegd en de naad wordt hersteld.

       

      Impotentie 

      Bij een grote operatie aan de endeldarm kunnen zenuwen naar de geslachtsdelen beschadigen. Door deze beschadiging kan een man geen erectie krijgen of houden (impotentie). Dit kan tijdelijk of blijvend zijn.

       

      Plassen

      Door zenuwbeschadiging kan het legen van de blaas moeilijk gaan. Meestal is dit tijdelijk.
       

      Blijvende problemen met plassen of impotentie kunnen samen met de arts onderzocht worden. Een afspraak bij de uroloog kan dan nodig zijn.

       

      ERAS

      Voor de operatie krijgt u uitleg over het ERAS-beleid. ERAS staat voor Enhanced Recovery After Surgery en betekent: sneller herstel na een operatie. Het doel is dat u beter herstelt, met zo weinig mogelijk complicaties en zo comfortabel mogelijk.

       

      Voeding

      Goede voeding is heel belangrijk. Voor u is het extra belangrijk om op te letten wat u eet en drinkt. Met een goede voedingstoestand kunt u de operatie beter aan. U heeft minder kans op problemen en kunt sneller weer eten na de operatie. U moet genoeg energie, voedingsstoffen en vocht binnenkrijgen (drink minimaal 1,5 tot 2 liter per dag). Gewichtsverlies voor of tijdens de behandeling is niet goed. Het herstel duurt dan langer.

       

      Dag van operatie 

      Afspraken over eten en drinken

       

      • Tot 6 uur vóór de operatie:
        U mag alles eten en drinken. Het is beter geen alcohol te gebruiken en niet te roken. Als u een laxeermiddel moet gebruiken (Moviprep of Pleinvue), mag u alleen nog vloeibare voeding nemen.

      • Tot 2 uur vóór de operatie:
        Alleen heldere vloeistoffen drinken, zoals water, thee of limonade.

      • Vanaf 2 uur vóór de operatie:
        U mag niet eten, drinken of roken. Dit is nodig om te voorkomen dat er voedsel of vocht in de longen komt tijdens de narcose.

       

      PreOp drank 

      U krijgt een speciale drank met koolhydraten, preOp. De bedoeling van de PreOp-drank is dat uw bloedsuikerspiegel in balans blijft. Ook helpt de drank de darmen zo lang mogelijk actief te houden. Daarnaast geeft de drank extra energie en vult eventuele tekorten aan. De drank is gluten- en lactosevrij en kan ook door mensen met diabetes (suikterziekte) gebruikt worden.

       

      Operatie in de ochtend:

      • 2 flesjes van 200 ml preOp drinken. Dit moet minimaal 1 uur vóór opname. Bij mensen met diabetes minimaal 2 uur vóór opname.

      • Als u de dag vóór de operatie al in het ziekenhuis bent, neemt u de flesjes mee.

       

      Operatie in de middag:

      • Algemeen ontbijt tussen 7.00 – 7.30 uur.

      • 2 flesjes van 200 ml preOp, minimaal 1 uur vóór opname. Bij mensen met diabetes minimaal 2 uur vóór opname.

      • Als u de dag vóór de operatie al in het ziekenhuis bent, neemt u de flesjes mee.

       

      Darmvoorbereiding

      Afhankelijk van de plek van de ingreep kan darmvoorbereiding noodzakelijk zijn: 

      • Avond vóór de operatie, na de maaltijd, 500 ml Pleinvue drinken (zie instructie). Daarna mag u alleen nog vloeibare voeding.  Het recept wordt door de oncologieverpleegkundige op de polikliniek meegegeven. 
      • Bij opname in het ziekenhuis krijgt u twee uur vóór de operatie een klysma.

       

      Afhankelijk van waar in de dikke darm u wordt geopereerd, kan darmvoorbereiding nodig zijn:

      • Drink 500ml Pleinvue de avond vóór de operatie, na het avondeten.

      • Daarna mag u alleen nog vloeibare voeding.

      • Bij opname krijgt u 2 uur vóór de operatie een klysma.

      • Uw oncologieverpleegkundige geeft u het recept en uitleg.

       

      Na de operatie 

      Na de operatie gaat u zo snel mogelijk weer normaal eten. De diëtist bezoekt u tijdens uw opname en geeft advies. Er wordt bijgehouden of u genoeg energie en voedingsstoffen krijgt.

       

      Schema:

      • Dag van de operatie: 400-800 ml drinken of vloeibaar voedsel. Vast voedsel langzaam opbouwen.

      • Dag 1 na de operatie: Minimaal 1,5 liter drinken. Vast voedsel opbouwen.

      • Vanaf dag 2: Minimaal 1,5 liter drinken. Gewone maaltijden (brood of warm eten).

      • Heeft u een stoma? Dan krijgt u speciaal voedingsadvies van de diëtist.

       

      Bij een vieze smaak of droge mond kan kauwgom of een snoepje helpen.

       

      Fysiotherapie 

      De fysiotherapeut geeft u vóór de operatie uitleg en oefeningen. U mag deze oefeningen thuis doen en na de operatie kunt u hiermee doorgaan. Doel: spieren en darmen zo goed mogelijk laten werken.

       

      Schema:

      • Dag van de operatie: Minimaal op de bedrand of op de stoel zitten.

      • Dag 1 na de operatie: Tijdens eten en wassen uit bed, totaal 3 tot 6 uur. Ook wandelen op de gang mag.

      • Dag 2 en verder: Tijdens eten en wassen uit bed, totaal ongeveer 6 uur. Verder wandelen uitbreiden.

       

      Antistolling

      Gebruikt u antistollingsmedicatie (bloedverdunners)? Volg altijd het advies van de chirurg.

       

      Het ontslag

      Als alles goed gaat, kunt u meestal binnen 3 tot 5 dagen na de operatie naar huis. Bij ontslag krijgt u een afspraak voor controle bij de arts op de polikliniek. Als u thuis wijkverpleging nodig heeft, regelt het ziekenhuis dit. Krijgt u na ontslag nieuwe klachten, zoals koorts of buikpijn, of maakt u zich zorgen? Bel dan altijd meteen met het ziekenhuis.

       

      Uitslag weefselonderzoek 

      Het onderzoek van het verwijderde darmweefsel duurt ongeveer 10 dagen. De uitslag wordt samen met u en uw naaste besproken bij de controle op de polikliniek.

       

      Herstel 

      Hoe snel u helemaal herstelt, is voor iedereen anders. Het hangt af van:

      • uw leeftijd;

      • hoe groot de operatie was;

      • de soort ziekte;

      • hoe u zich voelt.

       

      Vragen 

      Heeft u nog vragen? Stel ze aan uw arts of de (oncologie)verpleegkundige. Bij dringende vragen of problemen kunt u ook contact opnemen met de afdeling waar u behandeld bent.

       

      Telefoon (oncologie)verpleegkundige: 0341 - 46 38 51.

       

      Wilt u meer weten over aandoeningen van de dikke darm, dan kunt u ook contact opnemen met: 

      De Nederlandse Maag Lever Darm Stichting 

      Luifelstede 42 

      3431 JP Nieuwegein 

      Tel (030) 6055881 

      Internet: www.mlds.nl 

       

       

      Wat is uw mening over deze folder?
      Klik hier om enkele vragen te beantwoorden of ga naar https://www.stjansdal.nl/folder-mening

      Meer informatie? Kijk op https://www.stjansdal.nl
      De informatie op deze website is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Desondanks kunnen geen rechten aan de vermelde informatie ontleend worden. Meer informatie https://www.stjansdal.nl/disclaimer

      Geprint op 21-2-2026