Onze nieuwe website is live! Doe mee aan de winactie en maak kans op leuke prijzen. Lees meer op deze pagina.

Bloedtransfusie

Bloedtransfusie

Inleiding

U krijgt binnenkort een behandeling of operatie. Tijdens deze behandeling kunt u extra bloed nodig hebben. U krijgt dan bloed van een donor. Dit heet een bloedtransfusie.

Soms is een bloedtransfusie snel nodig, bijvoorbeeld na een ongeluk of bij veel bloedverlies.

In deze informatie leggen we uit wat een bloedtransfusie is en wanneer deze nodig kan zijn.

Wanneer krijgt u een bloedtransfusie?

Soms heeft uw lichaam extra bloed nodig om goed te kunnen werken. Dan kunt u een bloedtransfusie krijgen.

Dat kan bijvoorbeeld nodig zijn:

  • na een grote operatie;

  • tijdens of na een behandeling voor kanker of een bloedziekte;

  • na een ongeluk waarbij u veel bloed heeft verloren.

Uw arts bespreekt met u waarom een bloedtransfusie nodig is en wat u kunt verwachten.

Wat is een bloedtransfusie?

De onderdelen van bloed

Bloed bestaat uit verschillende onderdelen. De belangrijkste onderdelen zijn rode bloedcellen, bloedplaatjes en plasma.

Rode bloedcellen
Rode bloedcellen brengen zuurstof van uw longen naar de rest van uw lichaam.

Heeft u te weinig rode bloedcellen? Dan krijgt uw lichaam minder zuurstof. U kunt zich daardoor moe of duizelig voelen. Dit noemen we bloedarmoede.

Bloedplaatjes en plasma
Bloedplaatjes en plasma helpen om een bloeding te stoppen. Zij zorgen ervoor dat het bloed kan stollen als u een wond heeft.

Bij een bloedtransfusie
Bij een bloedtransfusie krijgt u alleen het deel van het bloed dat uw lichaam nodig heeft.

Bloedgroep en rhesusfactor

Het is belangrijk dat het bloed dat u krijgt goed bij u past. Daarom nemen we eerst bloed bij u af. Zo kunnen we uw bloedgroep en rhesusfactor bepalen.

Bloedgroep
Uw bloedgroep hangt af van kenmerken op uw rode bloedcellen. 

  • Heeft u kenmerk A? Dan heeft u bloedgroep A.

  • Heeft u kenmerk B? Dan heeft u bloedgroep B.

  • Heeft u kenmerk A én B? Dan heeft u bloedgroep AB. 

  • Heeft u geen kenmerk A en geen kenmerk B? Dan heeft u bloedgroep O.

Rhesusfactor (RhD)
Naast uw bloedgroep kijken we ook naar uw rhesusfactor.

  • Heeft u de rhesusfactor? Dan bent u RhD-positief.

  • Heeft u de rhesusfactor niet? Dan bent u RhD-negatief. 

Voorbeeld:
Heeft u bloedgroep A en bent u RhD-positief?
Dan is uw bloedgroep: A-positief.

Bijwerkingen van een bloedtransfusie

Allergische reactie

Een bloedtransfusie is meestal veilig. Soms krijgt iemand tijdens of na een bloedtransfusie een allergische reactie.

U kunt dan last krijgen van:

  • koorts;

  • rillingen;

  • jeuk;

  • een rode huid;

  • bultjes op de huid (galbulten).

Merkt u één van deze klachten? Vertel dit dan meteen aan de verpleegkundige. U krijgt dan, als dat nodig is, medicijnen tegen de klachten.

Tijdens de eerste 10 tot 15 minuten van de bloedtransfusie houdt de verpleegkundige u extra goed in de gaten.

Afweerstoffen tegen bloedcellen

Soms maakt uw lichaam afweerstoffen aan tegen het bloed van een donor. Bij een volgende bloedtransfusie kan uw lichaam op dit bloed reageren. U kunt dan koorts krijgen. Uw arts kan u medicijnen geven.

U krijgt ook een speciaal pasje. Op dit pasje staat dat u afweerstoffen heeft. Neem dit pasje altijd mee.

Uw gegevens worden ook bewaard in een landelijk datasysteem.

Veiligheid

Om een bloedtransfusie zo veilig mogelijk te maken, nemen we verschillende maatregelen:

  • Alleen gezonde mensen mogen bloed geven. 

  • Donors geven vrijwillig bloed en krijgen hiervoor geen geld.

  • Bloedplaatjes worden gecontroleerd op bacteriën. 

  • Uw bloed wordt ook gecontroleerd. We kijken dan of u afweerstoffen heeft.

Kans op besmetting is heel klein

De kans dat u een ziekte krijgt door een bloedtransfusie is heel klein. Als bloed mogelijk besmet is, gebruiken we het niet. Toch blijft er altijd een heel kleine kans.

  • Soms is iemand net besmet. Dit is dan nog niet zichtbaar in het bloed.

  • Er kunnen ook nieuwe virussen zijn waarvoor nog geen test beschikbaar is. 

De kans om bijvoorbeeld HIV te krijgen door een bloedtransfusie is kleiner dan 1 op 1 miljoen.

Veelgestelde vragen

Kan ik een bloedtransfusie weigeren?

Ja, dat mag.

Soms is er geen andere behandeling mogelijk. Een bloedtransfusie kan dan heel belangrijk zijn. Soms kan een bloedtransfusie zelfs uw leven redden.

Sommige operaties kunnen niet doorgaan zonder een bloedtransfusie. Het niet krijgen van een bloedtransfusie kan dan meer risico's voor uw gezondheid geven.

Heeft u vragen of twijfels? Bespreek deze dan op tijd met uw arts.

Hoe lang duurt een bloedtransfusie?

Dat hangt af van het soort bloedproduct dat u krijgt:

  • Plasma: ongeveer 30 minuten 

  • Bloedplaatjes: 15 tot 30 minuten 

  • Rode bloedcellen: 2 tot 4 uur 

Bij spoed moet een bloedtransfusie sneller worden gegeven.

Kan ik bloed ontvangen van elke donor?

Nee, dat kan niet. U kunt alleen bloed krijgen dat bij uw bloedgroep past.

Heeft u bijvoorbeeld bloedgroep A? Dan kunt u geen bloed van bloedgroep B krijgen. Uw lichaam kan op dit bloed reageren. Daarom is het belangrijk dat het bloed bij uw bloedgroep past.

Een kort overzicht: 

  • Bloedgroep A → heeft antistoffen tegen B 

  • Bloedgroep B → heeft antistoffen tegen A 

  • Bloedgroep 0 → heeft antistoffen tegen A en B 

  • Bloedgroep AB → heeft geen antistoffen

Antistoffen helpen uw lichaam om stoffen te herkennen die niet bij uw lichaam horen.

Kan ik na een bloedtransfusie bloeddonor worden of blijven?

Dat hangt af van de reden waarom u een bloedtransfusie heeft gekregen.

U mag bloed geven als u bloed heeft gekregen na een ongeluk of een operatie.

U mag geen bloed geven als u bloed heeft gekregen door een langdurige ziekte, zoals kanker of een bloedziekte.

Meer informatie kunt u krijgen bij Sanquin Bloedbank.