l

Direct contact

Telefoonnummers

St Jansdal receptie (alle locaties)

0341 - 463911

Afsprakenbureau 

0341 - 463890

Poli-Apotheek St Jansdal

0341 - 435858

Helpdesk MijnStjansdal (8.30 - 12 u)

0341 - 463700

Medische hulp buiten kantoortijden

Bij levensbedreigende spoed

112

Harderwijk: Medicamus Spoedpost  

0900 - 341 0 341

Website: Medicamus Spoedpost

 

Lelystad: huisartsenpost Medrie  

0900 - 333 6 333

Website: Huisartenpost Lelystad

 

 

 

VlagB
Folders

Bekkenbodemoperaties

Versienr: 1
Inhoud van dit artikel
    Inhoud van dit artikel

      Inleiding

      Bij bekkenbodemproblemen en urine-incontinentie zijn verschillende behandelingen mogelijk. Een operatie is een van die mogelijkheden. Opereren is de ingrijpendste behandeling bij deze klachten. Het is daarom goed om te weten wat een operatie inhoudt en welke andere behandelingen er zijn. U leest in deze folder welke operaties er zijn voor uw klachten en wat u van een operatie kunt verwachten. Wat de beste behandeling is, hangt af van een aantal dingen: hoe erg zijn uw klachten, hoeveel last heeft u ervan, wat heeft het nader onderzoek opgeleverd en wat voor soort verzakking heeft u? Uw gynaecoloog zal u hierover informatie geven en u helpen bij de beslissing. Er bestaan verschillende operaties voor verzakkingen en urine-incontinentie. Voor de operaties zie de folder: Midurethrale sling: een bandje tegen urineverlies 

      Deze operaties gebeuren meestal via de schede, dus niet via een snee in de buik. Een operatie helpt meestal goed tegen de klachten. Ze geven veel minder last of zijn zelfs helemaal over. Aan de andere kant brengt een operatie altijd risico’s met zich mee. Daarbij kunnen wij niet garanderen dat uw klachten helemaal over zullen zijn. 

      Bekkenbodemproblemen zijn nooit gevaarlijk voor uw gezondheid. U kunt dus rustig de tijd nemen om de voor- en nadelen van een operatie tegen elkaar af te wegen.
        

      De voorbereiding op een operatie

      U bespreekt vóór de operatie met de anesthesioloog welke verdoving u wilt. De anesthesioloog is een arts die is gespecialiseerd in verdovingen. U mag waarschijnlijk zelf kiezen tussen een algehele verdoving (narcose) of een ruggenprik. Bij een ruggenprik is alleen uw onderlichaam verdoofd. U blijft dan tijdens de operatie bij bewustzijn, maar u voelt niets. 

        

      Risico’s

      Bij iedere operatie bestaat de kans op trombose, een verstopping van een bloedvat door een bloedpropje. Om dit te voorkomen, krijgt u tijdens de opname in het ziekenhuis iedere dag een injectie in de huid van de buik of het bovenbeen. Daarnaast krijgt u bij een aantal operaties antibiotica om een infectie te voorkomen. Andere risico’s zijn een nabloeding en een beschadiging van de blaas of de darm. Sommige vrouwen krijgen na de operatie opnieuw een verzakking. Het is ook mogelijk dat de operatie helpt tegen uw klachten, maar dat u er andere klachten voor in de plaats krijgt. Een klein aantal vrouwen krijgt bijvoorbeeld last van ongewenst urineverlies (incontinentie) na een operatie voor een verzakking.
        

      Operaties bij verzakkingen

      Bij verzakkingen zijn verschillende operaties mogelijk, afhankelijk van het orgaan dat verzakt is. Het kan gaan om de baarmoeder, de vaginavoorwand met de blaas, of de vagina-achterwand, meestal met de dikke darm en soms de dunne darm. Soms zijn meer organen tegelijk verzakt. Dan kan een combinatie van operaties nodig zijn.
        

      Baarmoeder
      U kunt een verzakte baarmoeder helemaal laten weghalen of vast laten maken aan een stevige bindweefselband in het bekken (het sacro-spinale ligament). De gynaecoloog kan ook alleen de baarmoedermond verwijderen en de baarmoederbanden inkorten. Deze laatste operatie wordt niet zo vaak gedaan, omdat deze wat ingewikkelder is. Welke van deze operaties het beste is bij een baarmoederverzakking, hangt af van uw persoonlijke situatie. Uw gynaecoloog zal dit met u bespreken.
        

      Verwijdering van de baarmoeder via de schede (vaginale uterusextirpatie)
      De gynaecoloog past deze methode toe als de baarmoeder niet te groot is en dus door de schede past. Bij een baarmoederverwijdering via de schede wordt de baarmoederhals altijd verwijderd. De ingreep vindt dus plaatst via de schede. Als eerste wordt de baarmoedermond losgemaakt van de vaginawand, daarna worden de banden en de bloedvaten waarmee de baarmoeder vast zit afgebonden en doorgenomen. Als laatste worden de eierstokken en de eileiders van de baarmoeder gescheiden. In principe blijven de eierstokken en eileiders in de buik achter. Soms is er een reden om ze toch te verwijderen, bijvoorbeeld als eierstokkanker en/of borstkanker meer dan gemiddeld in uw familie voorkomt. Het verwijderen van de eierstokken via de schede maakt de operatie moeilijker. Aan het einde van de operatie wordt de top van de schede aan elkaar gehecht, zodat deze weer netjes is afgesloten van de buikinhoud. 

       

      Als u alleen last heeft van een verzakking en de baarmoeder verder gezond is zal het advies van de gynaecoloog zijn de baarmoeder te laten zitten en de baarmoeder vast te zetten, zie onder. 


      Vasthechten van de baarmoeder (of schedetop) aan een bindweefselband (sacrospinale fixatie)
      Uw gynaecoloog bespreekt met u de mogelijkheid om de verzakking te verhelpen middels een sacrospinale fixatie. Redenen om deze ingreep uit te voeren zijn:

      • Een verzakking van de vaginatop als in het verleden al ooit uw baarmoeder verwijderd is.
      • Een baarmoederverzakking waarbij het de gynaecoloog verstandiger lijkt de baarmoeder vast te maken in plaats van te verwijderen. 
      • U uw baarmoeder wenst te behouden. Sacrospinale fixatie betekent dat de vaginatop of baarmoeder opgehangen (fixatie) wordt aan een bindweefselband in het bekken (sacrospinaal ligament). 

        

      De ingreep vindt plaats via de schede. U krijgt in de vagina-achterwand een insnede waarna de bindweefselband rechts naast uw staartbotje wordt opgezocht. Hieraan wordt de vaginatop dan wel de baarmoeder vastgehecht middels twee niet oplosbare hechtdraden. De hechtingen worden geknoopt, waardoor de verzakte vaginatop dan wel baarmoeder strak naar achter worden getrokken en vastgezet. Hierna worden de draden kort geknipt en de achterwand van de vagina wordt weer gesloten, waardoor de hechtingen verborgen liggen. De sacrospinale fixatie kan gecombineerd worden met een andere verzakkingsoperatie,zoals een voorwandplastiek. 

      De complicaties bij een sacrospinale fixatie zijn hetzelfde als de complicaties na een andere verzakkingsoperatie. Specifiek voor de sacrospinale fixatie is echter de kans op pijn in de rechter bil. Deze pijn kan zeurend van aard zijn echter ook hinderlijk en pijnlijk. Dit gevoel gaat vrijwel altijd binnen een paar weken weer over. In uitzonderlijke gevallen moeten de hechtingen weer middels een operatie verwijderd worden.
        

      Vaginavoorwand met blaas
      Bij een verzakking van de vaginavoorwand met de urineblaas wordt vaak een operatie gedaan die voorwandplastiek heet. De gynaecoloog maakt een snee in het midden van de voorwand en duwt de blaas terug naar de normale plek. Enkele hechtingen houden de blaas op de goede plaats. De gynaecoloog verstevigt het gebied tussen de vaginavoorwand en de blaas met hechtingen. Daarmee worden nieuwe verzakkingen zoveel mogelijk voorkomen. De vaginavoorwand is door de verzakking wat uitgerekt. De gynaecoloog kan een stuk weghalen en de wand daarna met hechtingen weer dicht maken. Soms is het weefsel tussen de vaginavoorwand en de blaas erg zwak, bijvoorbeeld als de verzakking is teruggekomen na een eerdere operatie.  

      Vagina-achterwand met dikke darm en eventueel dunne darm
      De operatie bij een verzakte vagina-achterwand is vergelijkbaar met de voorwandplastiek. Deze ingreep heet achterwandplastiek. Ook hier kan de gynaecoloog een kunststof matje gebruiken ter versteviging. De ingang van de vagina is soms erg wijd. De bekkenbodemspieren zijn verslapt of bij een bevalling ingescheurd. Dan is naast de achterwandplastiek een bekkenbodemplastiek mogelijk. De gynaecoloog maakt de natuurlijke opening in de bekkenbodem steviger en zo nodig nauwer.
        

      Kunststof matjes  

      In het St Jansdal worden geen kunststof matjes gebruikt voor verzakkingsoperaties. 

        

      Buikoperaties bij een verzakking
      Soms is een operatie via de buik beter dan via de vagina. Bijvoorbeeld bij een ingewikkelde verzakking of als u al eerder bent geopereerd voor een verzakking. Soms is dan een kijkoperatie mogelijk, waarbij de arts twee of drie kleine sneetjes in de buik maakt. 

      Voor deze operatie zult u verwezen worden naar een ander ziekenhuis 

       

      Na de operatie in het ziekenhuis

      Na de operatie blijft u waarschijnlijk een paar dagen in het ziekenhuis. U kunt dan pijn in de onderbuik en schaamstreek hebben. Vraag gerust om pijnstillers als u hier veel last van heeft. Verder kunt u een tampon in de vagina hebben die een eventuele bloeding moet stoppen. Die tampon wordt de ochtend na de operatie door de verpleegkundige weer verwijderd. U kunt ook een slangetje in de plasbuis hebben om de urine uit de blaas af te voeren. Dit is een blaaskatheter. Deze moet soms een aantal dagen blijven zitten. Als u na het verwijderen van de katheter niet meteen zelf kunt plassen, krijgt u opnieuw een katheter. Soms ontstaat er een blaasontsteking. Dan krijgt u een kuur met een antibioticum. De eerste dagen na de operatie zijn vaak pijnlijk. U krijgt zo nodig pijnstillers.
         

      Na de operatie weer thuis

      Een operatie is zwaar voor uw lichaam. Het duurt een tijd voordat u zich weer helemaal goed voelt. Dit valt vaak tegen; veel vrouwen verwachten dat ze snel weer de oude zijn. Maar u bent bijvoorbeeld snel moe en kunt misschien minder aan dan u gewend bent. Luister goed naar de signalen van uw lichaam en ga niet te snel weer te veel doen. Uw lichaam heeft tijd en rust nodig om helemaal te herstellen. Na een incontinentieoperatie duurt dit minstens twee weken, na een verzakkingsoperatie zes weken. U mag in deze periode geen zware dingen tillen of ander zwaar werk doen. Overleg met uw arts wanneer u weer mag autorijden. Dit is vaak na twee weken. 

      Let op de volgende punten: 

      • Bel uw gynaecoloog of het ziekenhuis als u koorts krijgt of als de pijn erger wordt.
      • Het is belangrijk dat u niet veel hoeft te persen voor de ontlasting. Eet daarom vezelrijk en drink minstens 1,5 liter vocht per dag. Zo nodig kunt u laxerende middelen krijgen. 
      • Na de operatie is vaginaal bloedverlies en afscheiding normaal. Na ongeveer zes weken zou dit over moeten zijn. Bel uw gynaecoloog of het ziekenhuis als het langer duurt.
      • Hechtingen in de schede lossen vanzelf op. Restjes van de hechtingen kunnen via de vagina naar buiten komen. Dat is normaal en kan tot ruim zes weken na de operatie gebeuren. 
      • De eerste weken na de operatie kunt u beter geen seks hebben. De wand van de vagina kan daardoor beschadigen. Na ongeveer zes weken is de wand meestal goed genoeg hersteld. De gynaecoloog zal dit eerst controleren en met u bespreken. 

       

      Na de operatie krijgt u een afspraak voor controle bij de gynaecoloog op de polikliniek. Dit is meestal vier weken na de operatie (of na het ontslag uit het ziekenhuis). 

        

       

      De informatie op deze website is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Desondanks kunnen geen rechten aan de vermelde informatie ontleend worden. Meer informatie https://www.stjansdal.nl/disclaimer
      Geprint op 22-6-2021