l

Direct contact

Telefoonnummers

St Jansdal receptie (alle locaties)

0341 - 463911

Afsprakenbureau 

0341 - 463890

Poli-Apotheek St Jansdal

0341 - 435858

Helpdesk MijnStjansdal (8:30 - 16:30 uur)

0341 - 463700

Vragen over?


Heeft u een klachtKlik dan hier.

Of compliment? Klik dan hier.


Bent u van de PERS en heeft u een vraag? Klik dan hier.

Medische hulp buiten kantoortijden

Spoedpost Harderwijk  

 

085 - 773 73 71

 

 

www.spoedpostharderwijk.nl

Huisartsenpost Lelystad  

 

0900 - 333 6 333

 

 

www.medrie.nl

Bij levensbedreigende spoed:

 

112

VlagB
Folders

Arthroscopische Neerplastiek

Versienr: 4
Inhoud van dit artikel
    Inhoud van dit artikel

      Uw behandelend arts heeft u geadviseerd om uw schouderklachten operatief te laten behandelen met behulp van een kijkoperatie (arthroscopie). Uw klachten ontstaan door inklemming van een pees (supraspinatuspees) tussen de kop van de bovenarm en het dak van de schouder (het acromion). Deze ingreep wordt een arthroscopische subacromiale decompressie genoemd.
       

       

      Figuur 1. Supraspinatuspees gelegen tussen de kop van de bovenarm en het acromion.
       

      De schouder

      Het schoudergewricht bestaat uit de bovenarm, het schouderblad en het sleutelbeen. De schouder is het meest beweeglijke gewricht van ons lichaam. De kop van de bovenarm (humerus) beweegt in een kleine kon die onderdeel uitmaakt van het schouderblad (scapula). De kom wordt wat vergroot door een ring van bindweefsel (het labrum).

       

      Om de kop in de kom te houden worden zij omgeven door een gewrichtskapsel.
      Direct buiten dit kapsel liggen een aantal spieren die de kop in de kom drukken. Deze spieren vormen bij de aanhechting aan de kop één peesblad en worden gezamenlijk de rotator cuff genoemd. Om een pijnvrije beweging met de bovenarm te kunnen uitvoeren moet de rotator cuff praktisch zonder wrijving kunnen glijden langs het dak van de schouder die onder andere gevormd wordt door het acromion.
      Indien deze glijlaag beschadigd raakt of de ruimte onder het schouderdak te nauw wordt door extra botvorming, dan kan de rotator cuff beschadigd raken en treden vooral klachten op bij het heffen van de arm (impingement).


      Figuur 2. Het heffen van de bovenarm veroorzaakt het inklemmen van de rotator cuff onder het dak van de schouder.

       

      Behandeling

      In het begin stadium kunnen deze klachten goed behandeld worden door een fysiotherapeut. De nadruk ligt op het behoud van de bewegingsuitslag, het oefenen van de rotator cuff in een pijnvrij traject dat geleidelijk dient te worden uitgebreid. Wanneer dit onvoldoende resultaat heeft, kan de arts voorstellen de ontsteking van de glijlaag te behandelen met medicijnen (bijvoorbeeld diclofenac of een vergelijkbaar ander middel), of een injectie met een corticosteroïd, dat toegediend wordt tussen de rotator cuff en het acromion (precies in de glijlaag).
      Zo dient u na zo’n injectie zeker 3-4 weken het rustig aan te doen (dus géén ramen wassen of fitness). Vaak wordt deze injectie na 6 weken nog een keer herhaald als het effect nog niet volledig is. Meer dan 3 injecties binnen 6 maanden wordt afgeraden.
      Mochten de klachten aanhouden of terugkomen ondanks eerder genoemde behandeling, dan kan een operatieve behandeling worden overwogen.
       

      Diagnose en onderzoek

      De arts stelt de diagnose aan de hand van de aard van de klachten, het beloop in de tijd en de reactie op eerder gegeven behandeling, het lichamelijk onderzoek en röntgenfoto’s van de schouder. Een MRI kan in geval van verdenking op een scheur in de rotator cuff zinvol zijn. Ook de reactie op een pijnstillende injectie kan de arts informatie geven over de lokalisatie en dus de oorzaak van de pijnklachten.
       

      De operatie

      Een kijkinstrument (arthroscoop) wordt aan de achterzijde in de schouder gebracht. Via een videocamera wordt het beeld vanuit de schouder op een televisiescherm vergroot weergegeven. Via de andere steekgaten (meestal nog 1, soms 2) kunnen instrumenten in de schouder gebracht worden waarmee de ingreep wordt uitgevoerd. De orthopedisch chirurg zal na inspectie van de schouder, een deel van het acromion aan de onderzijde verwijderen, zodat de ruimte voor de rotator cuff groter wordt. Hierdoor zal tijdens het bewegen van de bovenarm de inklemming van deze pezen afnemen en zullen de klachten ook geleidelijk verdwijnen.

      Figuur 3. Het arthroscopisch verwijderen van een deel van het acromion (links) en het controleren of er voldoende verwijderd is (rechts).

       

      Na de ingreep wordt er een absorberend verband aangelegd en krijgt u een sling op de afdeling. De sling hoeft u maar enkele dagen te gebruiken, maar het is raadzaam om de arm de eerste 4 weken toch veel rust te geven.
       

      Mogelijke complicatie

      Gelukkig treden na een arthroscopische decompressie van de schouder niet vaak complicaties op. De volgende complicaties kunnen voorkomen:

      • Doordat bot wordt verwijderd, gaat het resterende bot altijd iets bloeden. Hierdoor kunnen verklevingen ontstaan waardoor de bewegingsuitslag van de schouder afneemt en de revalidatie langer dan gebruikelijk in beslag zal nemen.
      • Een infectie is een vervelende complicatie. De kans hierop is erg klein, maar het kan ernstige gevolgen hebben voor het gewrichtskraakbeen.
      • Er kan een nabloeding optreden. Soms moet er dan een hechting geplaatst worden.

       

      Anesthesie (verdoving)

      Een goede verdoving is bij een operatie is belangrijk. Bij een arthroscopie van de schouder zijn verschillende vormen van verdoving mogelijk. U kunt kiezen voor algeheel (narcose) of regionaal (plexusblokkade), of een combinatie van beide. In alle gevallen voelt u tijdens de operatie geen pijn. Voor de operatie heeft u meestal een gesprek met de anesthesioloog. Dit gesprek vindt plaats op de pre-operatieve screeningspoli van de afdeling anaesthesie.
       

      De eerste dag na de operatie

      De eerste dag na de ingreep kunt u wat pijn voelen. De fysiotherapeut komt bij u langs en geeft u instructies voor wat betreft het oefenen.
      De verpleegkundige verwijdert het absorberende verband. De kleinere pleisters kunnen blijven zitten of worden verschoond, indien deze verzadigd zijn. U mag uit bed. Douchen mag na ongeveer 3 á 4 dagen als de wondjes droog zijn. Als alle controles goed zijn en de fysiotherapeut tevreden is over de uitvoering van de oefeningen, mag u naar huis. De hechtingen die in de wond zitten, worden na ongeveer 2 weken op de polikliniek verwijderd.

       

      Ontslag

      Bij ontslag uit het ziekenhuis krijgt u een ontslagbrief mee voor de huisarts. Deze kunt u daar afgeven. Daarnaast krijgt u een controle-afspraak mee, die ongeveer 2 weken na de operatie plaatsvindt en u krijgt eventuele recepten mee. Op de controle afspraak krijgt u meestal een machtiging voor fysiotherapie mee. Mochten er voor uw controle-afspraak klachten of complicaties optreden, overlegt u dan met uw huisarts of belt u met de polikliniek orthopedie. U kunt vanwege de wond, de bewegingsbeperking in de sling en de eventuele narcose nog niet zelf met de auto of fiets naar huis te rijden. Spreekt u daarom af dat iemand u op komt halen.
       

      Adviezen voor thuis

      Afhankelijk van de operatie en individuele factoren, hebt u na de operatie nog een tijdje last van het operatiegebied. Meestal schrijft uw arts u voor de eerste dagen een pijnstiller voor. Paracetamol kunt u meestal daarnaast gebruiken indien nodig. U mag tot 6 tabletten Paracetamol per dag gebruiken.

       

      Van vier weken tot ± twee maanden na de ingreep

      U kunt in deze periode weer beginnen met werken. Dit is uiteraard afhankelijk van de inhoud van het werk. Zittend werk kan vaak na 4-6 weken hervat worden. Zwaarder lichamelijk werk kan vaak pas na twee tot drie maanden hervat worden.
       

      De terugkeer naar zwaardere belasting en sport

      In deze periode is sportspecifieke training van belang. Herstel van conditie en specifieke belasting dient te worden getraind. De meeste sporten kunnen vaak na 3 maanden weer worden uitgeoefend.

       

      Wat mag u verwachten?

      Het doel van de subacromiale decompressie is het herstel van een pijnvrij bewegingstraject van de schouder. De rotator cuff pezen en met name de supraspinatus pees hebben een tijdlang klem gelopen tegen het dak van de schouder (acromion). Doordat de ruimte onder dit dak aan de onderzijde wat vergroot is door het verwijderen van een deel van dit dak, kunnen de rotator cuff pezen nu makkelijker onder dit dak doorglijden. Het duurt zeker enkele maanden eer de glijlaag tussen de rotator cuff en het acromion weer is hersteld. Mocht de supraspinatus pees beschadigd zijn, dan kan het herstel langer duren (6 maanden).

       

      Contact

      Heeft u na uw bezoek aan het ziekenhuis vragen?

      • De eerste vijf dagen na het bezoek kunt u contact met ons opnemen via het algemene nummer van het ziekenhuis: 0341-463911. De receptioniste zal u doorverbinden met de afdeling waar u uw vraag kunt stellen.
      • Is het langer dan vijf dagen geleden? Neem dan contact op met uw eigen huisarts of buiten kantoortijden met de huisartsenpost. Zie voor contactgegevens de website van ziekenhuis St Jansdal.

         

      De informatie op deze website is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Desondanks kunnen geen rechten aan de vermelde informatie ontleend worden. Meer informatie https://www.stjansdal.nl/disclaimer
      Geprint op 1-3-2024