l

Direct contact

Telefoonnummers

St Jansdal Harderwijk

0341 - 463911

St Jansdal Lelystad

0341 - 463590

Poli-Apotheek St Jansdal

0341 - 435858

Helpdesk MijnStjansdal (8.30 - 12 u)

0341 - 463700

Medische hulp buiten kantoortijden

Bij levensbedreigende spoed

112

Harderwijk: Medicamus Spoedpost  

0900 - 341 0 341

Website: Medicamus Spoedpost

 

Lelystad: huisartsenpost Medrie  

0900 - 333 6 333

Website: Huisartenpost Lelystad

 

 

 

Voorbereiden_Op-Opname

Zelfstarttherapie bij terugkerende infecties

Inhoud van dit artikel
    Inhoud van dit artikel

      Terugkerende urineweginfecties?

      Urineweginfecties komen veel voor. Vooral vrouwen zijn hier gevoelig voor. Vaak wordt er gesproken over een blaasontsteking. Maar de ontsteking kan zich ook uitbreiden tot de urineleiders en de nieren. Daarom spreken we over urineweginfecties. Een urineweginfectie bij een vrouw hoeft niet altijd door een uroloog behandeld te worden. Als de urineweginfecties te vaak voorkomen zal de huisarts u verwijzen naar de uroloog. Hierbij is de stelregel meer dan twee tot vier keer per jaar. Ook kan de huisarts u doorverwijzen als u teveel klachten heeft tijdens de urineweginfecties. 

       

      Bij mannen zijn urineweginfecties minder gebruikelijk. Zij zullen al sneller naar de uroloog worden verwezen. De kans op een ander onderliggend probleem is bij mannen groter.

      Als urineweginfecties regelmatig voorkomen noemen we dit recidiverende urineweginfecties.
       

      Oorzaken

      Urineweginfecties kunnen ontstaan door afwijkingen in de urinewegen. Bekende oorzaken zijn:

      • afwijkingen in hoe de urinewegen zijn aangelegd (anatomische afwijkingen)
      • afwijkingen in de werking van de urinewegen (functionele afwijkingen)
      • nier- en /of blaasstenen
      • geslachtsgemeenschap (vrijen)
      • obstipatie (ophoping van ontlasting in de darmen)
      • klachten passend bij de overgang

       

      Sommige mensen plassen de blaas niet goed leeg. De urine die achter blijft na het plassen noemen we residu. Dit residu is een geliefde plek voor bacteriën. Bij iemand die gevoelig is voor infecties houden de residuen dit in stand.

       

      Urologisch onderzoek

      Op de polikliniek urologie zullen meestal de volgende onderzoeken plaatsvinden.

      Een uitgebreide anamnese. Hierbij vraagt de arts naar:

      • het plasgedrag (mictiegedrag)
      • hoe vaak komen de infecties voor
      • of de infecties meestal volgen op geslachtsgemeenschap
      • de obstipatieklachten

       

      Aanvullend onderzoek:

      • Een urinesediment wordt bepaald. Afhankelijk van deze uitslag kan er nog een urinekweek worden gedaan
      • Er worden plasdagboekjes (mictielijsten) bijgehouden
      • Er wordt een plastest (flowmetrie) afgenomen
      • Er wordt met een echo apparaat gekeken of er geen urine (residu) achterblijft na het plassen
      • Soms volgt een cystoscopie. Dit is een kijkonderzoek van de plasbuis en de blaas. Voor meer informatie over dit onderzoek leest u de folder cystoscopie
      • Soms wordt er bij de röntgenafdeling een echo van de nieren en een foto van de buik gemaakt

       

      Onderliggende oorzaken zoals obstipatie en nierstenen worden behandeld.

       

      Vaak wordt er in het urineonderzoek op de polikliniek geen urineweginfectie aangetoond. Mocht dit wel zo zijn, dan zal de uroloog antibiotica voorschrijven.

       

       

      Behandeling

      De uroloog kan een onderhoudsdosering voor antibiotica voorschrijven, Hierbij gebruikt u minimaal drie maanden dagelijks een kleine dosering antibiotica. Deze behandeling wordt vaak gekozen om de cirkel te doorbreken. Door antibiotica in een lage dosering te gebruiken worden nieuwe infecties zoveel mogelijk voorkomen. De eigen weerstand krijgt zo de kans om zich weer te herstellen.

       

      De meest gebruikte middelen zijn:

      • Nitrofurantoïne 50 mg viermaal daags of 100 mg tweemaal daags
      • Trimetoprim 100 mg eenmaal daags
      • Noroxin 400 mg eenmaal daags

       

      Hierbij bestaat er een voorkeur voor
      Nitrofurantoïne. Daarna voor Trimetoprim en als laatste keuze de Noroxin. Aan de hand van de urinekweek, de klachten en eventuele allergieën zal de uroloog bepalen welk middel voor u het meest geschikt is.

       

      Als er tijdens het gebruik van de antibiotica toch een urineweginfectie ontstaat moet er urine worden ingeleverd. Urine inleveren kan dan bij de bloedafname in de centrale hal van het ziekenhuis. Inleveren kan ook bij een van de prikposten van het St Jansdal. Voor het inleveren van urine heeft u steriele potjes en aanvraagformulieren nodig. Als u deze nog niet heeft kunt u bellen met de polikliniek urologie.

       

      Lever de urine niet in bij de huisarts!

       

      Na ongeveer een week is de uitslag van de urinekweek bekend. U wordt door een verpleegkundige van de polikliniek urologie gebeld als u met een (andere) antibioticakuur moet starten. Als u niet gebeld bent, maar de klachten blijven; neem dan contact op met de polikliniek urologie.
       

      Gecompliceerde urineweginfectie?

      Er is sprake van een gecompliceerde urineweginfectie als:

      • er koorts ontstaat van 39° C of hoger,
      • bij veel bloedverlies via de urine (hematurie)
      • of bij pijn in de flanken (de zijkanten van de onderrug)

       

      Een gecompliceerde urineweginfectie kan een reden zijn voor opname in het ziekenhuis. Neem bij deze klachten dus altijd contact met ons op.
       

      Zelfstarttherapie

      Veel patiënten nemen het liefst niet zoveel antibiotica in. Voor hen kan zelfstarttherapie een passende behandeling zijn.
      Met name voor patiënten die de urineweg- infecties voelen aankomen is het een goede behandelingsmogelijkheid.
      Bij deze behandeling start u met één dosis antibiotica zodra u een urineweginfectie voelt aankomen. Hierbij neemt u van de:

      • Nitrofurantoïne twee tabletten van  50 mg
      • Trimetoprim één tablet van 100 mg
      • Noroxin één tablet van 400 mg

       

      Daarna drinkt u de rest van de dag  extra veel.
      Wanneer het gevoel van de urineweginfectie niet verdwijnt gaat u drie dagen door met:

      • Nitrofurantoïne viermaal daags 50 mg
      • Trimetoprim driemaal daags 100 mg
      • Noroxin tweemaal daags 400 mg

       

      Meestal is dit genoeg om van de infectie af te komen.
      Ook bij de zelfstarttherapie bestaat de voorkeur voor Nitrofurantoïne. Daarna voor Trimetoprim en als laatste keuze de Noroxin.
       

      Voordeel zelfstarttherapie

      Het voordeel voor u als patiënt is dat u zelf bij klachten kunt starten met de antibiotica. U verliest zo geen wachttijd bij de huisarts of uroloog.
      De meeste patiënten kunnen op deze manier twee á drie keer per jaar een kleine infectie met één tablet stoppen. Een ernstige infectie komt bij mensen met zelfstarttherapie niet vaak meer voor.

      Bij deze behandelvorm hebben de meeste patiënten op jaarbasis maar weinig antibioticatabletten nodig.  Zij zijn daarom vaak zeer tevreden met deze behandeling.
       

      Controle polikliniek urologie

      Een aantal patiënten zien wij één keer per half jaar terug voor controle bij de uroloog. Dit is het geval bij patiënten:

      • Met veel tussentijdse infecties, ook bij gebruik van antibiotica.
      • Met een gecompliceerde urineweginfectie.
      • die voor langere tijd een dagelijkse dosis antibiotica gebruiken.

       

      Tot slot

      Deze folder bevat algemene informatie. Het is bedoeld als extra informatie naast het gesprek met uw uroloog. Als u na het lezen van deze folder nog vragen heeft kunt u ons bellen. Bel dan met de polikliniek urologie, telefoon (0341) 463558. Wij zijn op maandag tot en met donderdag bereikbaar van 8:30 tot 12:30 uur en van 13:00 tot 16:30 uur (vrijdag tot 16:00 uur).

      Voor meer informatie op het gebied van urologie kunt u terecht op onze website: www.urologie.nl

      De informatie op deze website is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Desondanks kunnen geen rechten aan de vermelde informatie ontleend worden. Meer informatie https://www.stjansdal.nl/disclaimer