l

Direct contact

Telefoonnummers

St Jansdal Harderwijk

0341 - 463911

St Jansdal Lelystad

0341 - 463590

Poli-Apotheek St Jansdal

0341 - 435858

Helpdesk MijnStjansdal (8.30 - 12 u)

0341 - 463700

Medische hulp buiten kantoortijden

Bij levensbedreigende spoed

112

Harderwijk: Medicamus Spoedpost  

0900 - 341 0 341

Website: Medicamus Spoedpost

 

Lelystad: huisartsenpost Medrie  

0900 - 333 6 333

Website: Huisartenpost Lelystad

 

 

 

Voorbereiden_Op-Opname

Voedingsadviezen na maagoperatie

Inhoud van dit artikel
    Inhoud van dit artikel

      De maag is een belangrijk orgaan, niet zozeer vanwege de vertering van voedsel, maar vooral als opslagruimte van voedsel. In de maag wordt het voedsel gemalen en daarna langzaam afgegeven aan de dunne darm. Als de maag gedeeltelijk of helemaal is verwijderd, kunnen verschillende klachten ontstaan. Het is aan te raden om daarmee met de voeding rekening te houden. In deze tekst staan algemene richtlijnen voor de voeding na een maagoperatie en wordt er ingegaan op mogelijke klachten die kunnen ontstaan na een maagoperatie.

       

      Algemene richtlijnen

      Aangezien de opslagfunctie van de maag (grotendeels) verdwenen is, is het niet meer mogelijk om grote maaltijden te gebruiken. Om aan voldoende voeding te komen is het belangrijk:

      • Minimaal 6 kleine maaltijden per dag te gebruiken.

      • Tijdens de maaltijd weinig te drinken, maximaal 1 glas.

       

      Als u veel drinkt tijdens de maaltijden loopt u de kans dat de voeding te snel de darmen in komt, hetgeen klachten kan veroorzaken zoals een opgeblazen gevoel, braken, krampen en eventuele diarree (dumpingklachten genaamd).

       

      Een half uur (of langer) voor of na de maaltijd kunt u wel royaal drinken. Zo zorgt u ervoor dat u toch voldoende vocht binnenkrijgt.

       

      Na een maagoperatie is het daarnaast belangrijk om:

      • Goed te kauwen.

      • Rauwkost in klein gesneden deeltjes te eten (keukenmachine).

      • Voorzichtig te zijn met vezelige groenten zoals bleekselderij, rabarber, andijvie, asperges, peultjes, zuurkool en tuinbonen. Alleen gebruiken als ze heel klein gesneden zijn (keukenmachine).

      • Te vezelig fruit zoals citrusvruchten, nectarine, perzik, mango, ananas, vijgen, dadels, kokos, appels, bessen en druiven vermijden (kunnen achterblijven in de maag).

      • Te veel sterke thee moet vanwege het looizuur worden afgeraden.

      • Het gebruik van versepapaja-, ananas- en kiwisap kan zinvol zijn, omdat dit sap een stof bevat die een vezelbol kunnen oplossen. (Een vezelbol is een bal van slecht verteerbare vezels en ander materiaal dat slecht verteerd wordt, dat in het resterende deel van de maag kan ontstaan en daar kan blijven zitten. De kans dat dit gebeurd is niet groot, maar mocht dit gebeuren kunnen bovengenoemde sappen deze bal helpen op te lossen)

       

      Richtlijn gezonde voeding

      In principe wordt na een maagresectie een normale gezonde voeding aanbevolen, volgens de richtlijnen van de Voedingswijzer. Voldoende vezelrijke producten, rustig eten en goed kauwen zijn daarbij erg belangrijk. De mond en de slokdarm nemen de maal-, mix- en doseringsfunctie van de maag gedeeltelijk over.

       

      Als richtlijn voor een gezonde en gevarieerde voeding kunt u de Schijf van Vijf gebruiken. Daarnaast kan een diëtist u helpen om na een maagoperatie een geschikt voedingspatroon samen te stellen.

      De Schijf van Vijf bestaat uit vijf groepen voedingsmiddelen. U hebt dagelijks, bij elke maaltijd, iets uit elke groep nodig:

      • Groep 1:  Groente en fruit (onmisbaar voor vitamines, mineralen en voedingsvezels);

      • Groep 2: Brood, (ontbijt)granen, aardappelen, rijst, deegwaren (pasta) en peulvruchten (onmisbaar voor zetmeel, eiwit, voedingsvezels, B-vitamines en mineralen);

      • Groep 3: Zuivel, vlees(waren), vis, ei en vleesvervangers (onmisbaar voor eiwitten, B-vitamines, visvetzuren en mineralen zoals kalk en ijzer);

      • Groep 4:  Vetten en oliën (onmisbaar voor vitamine A,D en E en essentiële vetzuren);

      • Groep 5: Dranken (onmisbaar voor water).

       

      In sommige gevallen geven één of enkele producten uit bovenstaande groepen (nog) klachten. Gebruik deze producten dan voorlopig niet of gebruik alternatieve producten.

      Bijvoorbeeld bij klachten na gebruik van zoete melkproducten zijn zuurdere melkproducten zoals yoghurt, karnemelk, kwark en kaas een goed alternatief.

       

      Het voorkomen van voedingstekorten is belangrijk. Zorg ervoor dat u elke dag een volwaardige voeding gebruikt. Gebruik daarom per dag in ieder geval:

      • 3 sneden brood

      • margarine of roomboter

      • 1 plak kaas

      • 100 gram vlees, vis, kip of ei (bij de warme maaltijd en/of op brood)

      • 3 groentelepels groenten

      • 2 aardappelen

      • ½ liter melk of melkproducten

      • 1 portie fruit

       

      Gebruik voldoende voeding (calorieën) om zoveel mogelijk op gewicht te blijven.

      Weeg u wekelijks om te zien of u op gewicht blijft. Neem contact op met de diëtist als u blijft afvallen.

       

      Dieetpreparaten

      Wanneer gewoon eten tegenstaat en het niet lukt om voldoende energie binnen te krijgen, is het mogelijk gebruik  te maken van dieetpreparaten. De diëtist kan u hierover meer informatie verstrekken en aangeven welk product voor u het meest geschikt is en hoeveel u daarvan het beste kunt gebruiken. In een aantal gevallen is het mogelijk dat de diëtist voor de vergoeding van dieetpreparaten een aanvraag indient bij de zorgverzekeraar

       

      Mogelijke klachten na een maagoperatie

      Het kan zijn dat er klachten optreden na een maagoperatie. Vaak zijn deze klachten tijdelijk en wanneer het lichaam zich aan gaat passen zullen deze klachten langzaam verdwijnen.

       

      Refluxklachten

      Door de operatie kan het zijn dat de kringspier tussen de slokdarm en de maag niet meer zo goed werkt. Daardoor kunnen maagzuur en gal in de slokdarm komen. Met name het gebruik van de volgende producten kan klachten geven:

      • Alcohol, sigaretten, vetrijk voedsel, grote maaltijden, bier.

      • Gasvormende voedingsmiddelen, zoals koolzuurhoudende dranken, ui, prei, peulvruchten, koolsoorten,  nieuwe aardappelen, paprika, komkommer, onrijpe banaan, vruchtensap, meloen.

      • Voedingmiddelen  als  koffie, thee  kauwgom, chocolade, cacao, pepermunt en dille.

       

      Als dit bij u het geval is, vermijd dan het voedingsmiddel dat problemen geeft. Na verloop van tijd kunt u het product weer opnieuw proberen.

      Daarnaast kunt u het hoofdeinde van het bed iets omhoog zetten en de laatste maaltijd voor het slapen gaan uiterlijk 3 uur van te voren te gebruiken.

       

      Het dumping syndroom

      Het dumping syndroom is onder te verdelen in vroege en late dumping. Dumping is het storten van voedsel van de slokdarm direct naar de dunne darm.

       

      Vroege dumping

      Vroege dumping treedt tien tot twintig minuten na de maaltijd op en wordt veroorzaakt door het verlies van de maagfunctie. Er is minder of geen opslag mogelijk van voedsel in de maag. Klachten die kunnen ontstaan zijn: krampen, misselijkheid, braken en een opgezet gevoel. Ook kunt u last krijgen van hartkloppingen, duizeligheid, zwaktegevoel, bloeddrukdaling, diarree, zweten en de neiging tot flauwvallen.

      Voedingsadviezen om dit te voorkomen zijn:

      • Eet op regelmatige tijden en gebruik meerdere kleine maaltijden per dag.

      • Drink niet tijdens de maaltijden. Dit kunt u beter tussen de maaltijden in doen.

      • Vermijd suiker en suikerrijke producten, zoals honing, jam, snoep en limonade. Deze worden soms slecht verdragen.

      • Beperk het gebruik van producten met melksuiker (zoals melk, pap en vla) als u hier last van krijgt. Vaak wordt een kleine hoeveelheid (max. ¼ liter) wel goed verdragen tijdens de maaltijden.

      • Gebruik een voeding met voldoende voedingsvezels. Een vezelrijke voeding blijft namelijk langer in het restant van de maag en heeft een gunstig effect op de darmwerking. Vezelrijke producten zijn bijvoorbeeld: bruin- of volkorenbrood, groente en fruit. Als u vers volkorenbrood slecht verdraagt kunt u dit ook roosteren.

      • Gebruik het voorgerecht een uur voor, en het nagerecht een uur na de maaltijd om dumpingklachten te voorkomen.

       

      Late dumping

      Late dumping doet zich 1-2 uur na de maaltijd voor. Dit wordt veroorzaakt door een te grote productie van een bepaald hormoon; insuline. Na het eten van een maaltijd vindt er in

      de darmen een omzetting plaats van suikers in glucose. De glucose komt via de darmen in het bloed terecht. Het bloed brengt de glucose naar de cellen in het lichaam. Daar dient glucose als energiebron. Om de glucose in de cellen van het lichaam te krijgen is insuline nodig. In dit geval is er teveel insuline, waardoor er teveel glucose naar de cellen gaan en er te weinig achterblijft in het boed. Dit verschijnsel wordt ook 'hypoglycemie' genoemd (te weinig glucose in het lichaam). Klachten die kunnen ontstaan zijn: beven, zweten, neiging tot flauwvallen, hartkloppingen en geeuwhonger.

      Voedingsadviezen om dit te voorkomen zijn:

      • Eet op regelmatige tijden en gebruik kleine maaltijden.

      • Drink niet meer dan één kop/glas drinken tijdens de maaltijd.

      • Vermijdt suiker en suikerrijke producten, zoals honing, jam, snoep, limonade en vruchtensappen.

      • Neem enkele klontjes suiker, een paar tabletten druivensuiker of een groot glas limonade of vruchtensap bij klachten van hypoglycemie. Het is aan te raden om altijd wat suikerrijks bij u te hebben, zoals een rol snoep of druivensuiker, voor het geval u last krijgt van een hypoglycemie.

      • Gebruik een voeding met voldoende voedingsvezel. Een vezelrijke voeding blijft langer in het restant van de maag en vertraagt de opname van glucose in het bloed.

      • Gebruik het voorgerecht een uur voor, en het nagerecht een uur na de maaltijd om dumpingklachten te voorkomen.

       

      Gevolgen op de lange termijn

      Om gevolgen op de lange termijn te voorkomen (zoals gewichtsverlies, botontkalking, bloedarmoede en een verminderde weerstand) kunnen de volgende adviezen gegeven worden:

      • Zorg voor een volwaardige voeding en let op het lichaamsgewicht.

      • Gebruik voldoende melk- en melkproducten in verband met de hoeveelheid kalk. Lukt dit niet, dan is aanvulling van kalk in de vorm van een kalktablet of -poeder nodig.

      • Eet voldoende vlees en vis, groenten, volkoren graanproducten en fruit in verband met de aanwezigheid van vitamine B12,foliumzuur en ijzer. Soms is ook aanvulling van vitamine B12 nodig. Overleg dit eventueel met de arts.

      • Naast deze voedingsadviezen is bewegen in de buitenlucht ook erg belangrijk.

       

      Vragen

      Voor meer informatie of eventuele vragen aan de diëtist, kunt u telefonisch contact opnemen met de afdeling diëtetiek via nummer: 0341-463720. Bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 8.00 tot 9.00 uur en van 14.00 tot 15.30 uur.

      Of via e-mail: dietetiek@stjansdal.nl

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

      De informatie op deze website is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Desondanks kunnen geen rechten aan de vermelde informatie ontleend worden. Meer informatie https://www.stjansdal.nl/disclaimer