l

Direct contact

Telefoonnummers

St Jansdal Harderwijk

0341 - 463911

St Jansdal Lelystad

0341 - 463590

Poli-Apotheek St Jansdal

0341 - 435858

Helpdesk MijnStjansdal (8.30 - 12 u)

0341 - 463700

Medische hulp buiten kantoortijden

Bij levensbedreigende spoed

112

Harderwijk: Medicamus Spoedpost  

0900 - 341 0 341

Website: Medicamus Spoedpost

 

Lelystad: huisartsenpost Medrie  

0900 - 333 6 333

Website: Huisartenpost Lelystad

 

 

 

Voorbereiden_Op-Opname

Radicaal verwijderen prostaat

Inhoud van dit artikel
    Inhoud van dit artikel

      Inleiding

      Binnenkort ondergaat u een operatie waarbij de prostaat in zijn geheel wordt verwijderd. In deze brochure willen wij u alvast informeren over de gang van zaken rondom de operatie, zodat u zich beter kunt voorbereiden. De brochure ‘Opname informatie’ kan u ook helpen bij de voorbereiding. Die brochure krijgt u van de assistente van de urologen.
       

      Verwijderen van de prostaat

      Doel
      Het wegnemen van de prostaat om de kwaadaardigheid van de prostaat totaal te verwijderen.
       

      Laparoscopische operatie
      Tegenwoordig wordt deze ingreep meestal via een zogenaamde kijkoperatie (laparoscopie) gedaan. Bij een kijkoperatie maakt de uroloog (meestal) vijf kleine sneetjes van één tot twee centimeter in de onderbuik. Via deze sneetjes kan de uroloog een heel kleine camera en de operatieinstrumenten naar binnen brengen en de operatie uitvoeren. Het voordeel van deze methode is dat u vaak wat minder pijnklachten heeft na de operatie en het herstel sneller is.

       

      In sommige gevallen is een kijkoperatie niet mogelijk. Als dit van te voren bekend is, bespreekt de uroloog dit met u. In andere gevallen kunnen (technische) problemen tijdens de operatie de uroloog doen besluiten toch via een grotere snee te opereren (open operatie).
       

      Open operatie
      Bij deze operatie wordt een incisie geplaatst van naast de navel naar het schaambeen.
       

      Werkwijze
      Tijdens de operatie wordt de blaas losgekoppeld van de prostaat, waarna de prostaat verwijderd kan worden. Nadat de prostaat verwijderd is, zal de blaas weer aangesloten worden op de plasbuis zodat u straks weer via de normale weg kunt plassen. Meestal is vóór de operatie bekend of de lymfeklieren verwijderd zullen worden. Dit bespreekt de uroloog op de polikliniek met u. Heel soms ontstaat tijdens de operatie twijfel over de lymfeklieren en wordt alsnog besloten deze te verwijderen.
      Gemiddeld duurt de operatie drie uur.

       

      Vooronderzoek (préoperatief bureau)

      Nadat u met uw behandelend arts heeft besproken dat u een operatieve ingreep zult ondergaan, maakt u een afspraak voor een préoperatief onderzoek door de anesthesioloog (narcotiseur).

      Voordat hij bij de operatie kan overgaan tot het toedienen van de narcose heeft hij gegevens nodig over uw gezondheid. Op deze manier kan hij het risico van de operatie inschatten en voor u de juiste anesthesietechniek bepalen. Hij zal onder andere vragen of u al eerder bent geopereerd en of u medicijnen gebruikt. Wanneer u medicijnen gebruikt, dient u deze in de originele verpakking mee te nemen.

      De folder ‘Algehele en regionale anesthesie’ krijgt u van de assistente van de urologen. Hierin kunt u alles nog eens nalezen.
       

      Oproep voor opname (opnamebureau)

      Ongeveer vier á vijf dagen voor uw operatie neemt een medewerkster van het opnamebureau telefonisch contact met u op. Indien u telefonisch niet bereikbaar bent, stelt zij u schriftelijk op de hoogte. Zij geeft u de opnamedag, het opnametijdstip en de operatiedag door.

       

      Kennismaking met de continentieverpleegkundige

      Voor de operatie krijgt u een afspraak met de continentieverpleegkundige en de bekkenbodemfysiotherapeut. Zij zullen u begeleiden ten aanzien van eventuele incontinentie en/of impotentie.
       

      Kennismaking met de verpleegafdeling

      U wordt doorgaans een dag van te voren opgenomen in het ziekenhuis. Soms hoeft u pas op de dag van operatie in het ziekenhuis te komen.
      U heeft dan een gesprek met een verpleegkundige over de gang van zaken op de afdeling. Aansluitend krijgt u een korte rondleiding. De medicijnen die u gebruikt, dient u bij opname mee te nemen. U kunt deze afgeven aan de verpleegkundige. Zij zal vragen wie als contactpersoon voor u wil optreden. De verpleegkundige zal u gedurende uw opname begeleiden. Uw behandelend arts komt, indien mogelijk, deze dag bij u langs om te kijken hoe het met u gaat. Heeft u vragen over uw operatie of behandeling, stelt u deze gerust. De arts zal dit op prijs stellen.

       

      Bloedverdunners

      Het gebruik van bloedverdunnende middelen, waarvoor u bij de trombosedienst onder behandeling bent, dient van tevoren te worden gestaakt. Dit betreft het gebruik van:

       

      Sintrom (acenocoumarol)

      Drie dagen voor de ingreep

       

      Marcoumar

      Vijf dagen voor de ingreep

       

      Neemt u vooraf contact op met de trombosedienst om te vragen of u in de tussentijd een andere vorm van bloedverdunning moet gebruiken.

       

      Alle andere bloedverdunners mogen in principe worden doorgebruikt. Hierop gelden echter twee uitzonderingen:

       

      • Gebruikt u naast ascal (acetylsalicylzuur / carbasalaat
        calcium) ook persantin (dipyridamol) stopt u dan drie
        dagen voor de ingreep met de persantin.
      • Gebruikt u naast ascal (acetylsalicylzuur/ carbasalaat
        calcium) ook plavix (clopidogrel / iscover) stopt u dan
        drie dagen voor de ingreep met de plavix.

       

      Gebruikt u slechts één van bovenstaande middelen? Bespreek dan vooraf met uw behandeld uroloog of u deze medicatie kunt doorgebruiken.


      Als u bent gestopt met de bloedverdunners die u via de trombosedienst gebruikt, wordt er op de dag van de behandeling bloed geprikt om te controleren of het bloed inmiddels weer voldoende gestold is (of het weer dik genoeg is). Als u de dag van tevoren wordt opgenomen wordt dit op de verpleegafdeling voor u geregeld. Indien u na 7:45 uur op de dag van de ingreep wordt opgenomen, meldt u zich dan voor opname bij de bloedafname in de centrale hal van het St Jansdal. U heeft hiervoor een aanvraagformulier meegekregen van de polikliniek. Naast de balie staat een apparaat waar u een nummer kunt trekken. Drukt u hierbij op de knop “cito” zodat u zo nodig met voorrang uit de wachtkamer wordt geroepen.

       

      Als u gestopt bent met persantin (dipyridamol) of plavix (clopidogrel / iscover) is bloed prikken niet nodig.

      Op de dag van opname bereidt een verpleegkundige u voor op de operatie. Dagelijks krijgt u een prik (fraxiparine) om trombose (het vormen van bloedpropjes) te voorkomen.
      Voor de operatie moet u nuchter zijn vanaf 24.00 uur ’s nachts. Indien u later op de dag geopereerd wordt, mag u ’s morgens een licht ontbijt (thee en beschuit) gebruiken. U krijgt een koolhydraatrijk drankje (pre-Op) aangeboden, met de bedoeling de bloedsuikerspiegel in balans te houden en de darm zo lang mogelijk te activeren.U krijgt dit drankje op de polikliniek uitgereikt.

       

      2x 200 ml Pre-OP drankjes

      Dit moet u 2 uur vóór de opnametijd innemen.

      Patiënten met diabetes moeten dit binnen 2-3 uur vóóroperatietijd innemen.

       

      Dag van de operatie

      Op de dag van de operatie krijgt u ’s ochtends een tabletje of injectie (prémedicatie), zodat u zich beter kunt ontspannen. Wanneer u aan de beurt bent, brengt een verpleegkundige van de afdeling u naar de operatiekamer. U ontmoet hier de anesthesioloog en de anesthesie verpleegkundige. U heeft de anesthesioloog of één van zijn collega’s gesproken op het pré-operatief bureau. De operatie gebeurt altijd onder algehele anesthesie (narcose). Hiervoor krijgt u een infuus in uw arm.

       

      Vóór de operatie wordt tussen de ruggenwervels een slangetje ingebracht, de zogenaamde epidurale katheter;
      deze maakt het mogelijk op de plaats van de operatie de pijn optimaal te bestrijden. Hiermee kan de morfine beter gedoseerd worden waardoor er minder nodig is. Bijwerkingen van morfine zoals sufheid en het stilvallen van de darmwerking, komen daarom veel minder voor.

       

      Na de operatie gaat u voor korte tijd naar de uitslaapkamer (recovery). Als u weer voldoende bij kennis bent en de controles van bijvoorbeeld bloeddruk en ademhaling in orde zijn, gaat u terug naar de afdeling.
       

      Het herstel

      Na de operatie functioneert het maagdarmkanaal niet optimaal. Om te voorkomen dat u na de operatie last heeft van misselijkheid en braken, kan het zijn dat een maagsonde via de neus wordt aangebracht, die het overtollige vocht afvoert. Afhankelijk van uw herstel blijft deze sonde één à twee dagen zitten.

       

      Via het infuus in uw arm krijgt u vocht en eventueel medicijnen toegediend. Als u weer voldoende eet en drinkt, kan het infuus worden verwijderd.

       

      Er worden tijdens de operatie één of twee wonddrains geplaatst om het wondvocht af te voeren. De wonddrain wordt verwijderd als er weinig tot geen wondvocht meer uit de wond komt; meestal na ongeveer twee dagen.

       

      Indien de wonddrain nog teveel vocht produceert kan het zijn dat hij langer moet blijven zitten en u met deze drain naar huis gaat. De arts zal met u bespreken wanneer de drain verwijderd mag worden.

       

      Het slangetje onderin uw rug blijft zitten voor de pijnbestrijding. Deze blijft tot ongeveer twee dagen na de operatie zitten.

       

      Tijdens de operatie wordt een katheter aangebracht via de plasbuis in de blaas omdat de nieuwe verbinding tussen blaas en plasbuis niet direct waterdicht is. Het duurt ongeveer een week voordat de nieuwe verbinding dicht is; tot die tijd blijft de katheter zitten.

      Na de operatie kunt u gedurende één dag worden opgenomen op de intensieve zorg (IZ). Dit is afhankelijk van uw conditie en het verloop van de operatie.

       

      Wanneer u weer op uw eigen afdeling bent, werken uw behandelaars samen met u aan uw herstel. De verpleegkundige zal op de operatiedag regelmatig uw bloeddruk, pols en temperatuur meten. Indien mogelijk komt de uroloog dagelijks bij u langs om te kijken hoe het met u gaat en om eventuele vragen te beantwoorden. De verpleegkundige zorg wordt dagelijks met u doorgenomen. U blijft op de verpleegafdeling tot uw ontslag.
       

      Pijn

      Na de operatie krijgt u viermaal per dag twee tabletten paracetamol. Het is belangrijk deze pijnstillers in te nemen, ook als u geen pijn heeft, zodat u een zogenaamde spiegel in uw bloed opgebouwd heeft als de epidurale katheter verwijderd wordt.

      Blijft u ondanks deze medicijnen pijn houden, geeft u dat dan door aan een verpleegkundige. Zij zal u in overleg met de arts extra of andere medicijnen geven.

      Om een goede indruk te krijgen van de kwaliteit van de pijnbestrijding, wordt u gevraagd bij te houden hoeveel pijn u ervaart met een zogenaamde pijnscore.
       

      Beweging

      Na de operatie is het belangrijk dat u zo snel mogelijk weer in beweging komt. Bewegen is niet alleen belangrijk om bloedstolling (trombose) te voorkomen, maar ook om het verlies van spierkracht tegen te gaan. Daarnaast komen de darmen door beweging eerder op gang.
      Het is wenselijk dat u al op de dag van de operatie probeert eventjes rechtop in bed of in een stoel te zitten. Als u rechtop zit, kunt u beter ademhalen en dat verkleint bijvoorbeeld de kans op luchtweginfecties.

      Het kan zijn dat u zich duizelig voelt. De duizeligheid wordt veroorzaakt doordat u een lagere bloeddruk heeft als gevolg van de plaatselijke verdoving via de epidurale katheter. De eerste keer dat u uit bed gaat, gebeurt dat daarom onder begeleiding van een verpleegkundige.
       

      Uitslag

      De uitslag van uw operatie is rond de achtste dag bekend. Deze wordt dan met u en eventueel uw partner en/of familie besproken. Dit gesprek vindt plaats op de polikliniek urologie.
       

      Ontslag

      Afhankelijk van uw herstel kunt u twee tot vijf dagen na de operatie weer naar huis. Dit hangt onder meer af van het feit of u een kijkoperatie of een “gewone” operatie heeft gehad. De arts bespreekt dit met u.
      5 dagen na de ingreep mag u in principe weer starten met de bloedverdunners. Als u nog veel bloed verliest via de urine, vragen wij u eerst contact op te nemen met de polikliniek urologie voordat u weer start met deze medicatie.

       

      De katheter die u heeft gekregen, blijft zitten. De werking van de katheter wordt u uitgelegd door een verpleegkundige. Ongeveer een week na de operatie wordt er een foto van de blaas gemaakt.
       

      Deze foto is nodig om te beoordelen of er lekkage is op de plaats van de nieuwe verbinding tussen blaas en plasbuis. Deze foto wordt doorgaans gemaakt op de dag waarop u ook voor de uitslag komt.

      Is deze foto goed, dan wordt u gedurende enkele uren opgenomen om te zien hoe u plast. Is dat in orde, dan zal de katheter verwijderd worden.

      Is er wel een lekkage dan blijft de katheter zitten en zal na een week de foto herhaald worden.

       

      Direct na het verwijderen van de katheter, is er meestal sprake van incontinentie. Daar moet u niet van schrikken, omdat de incontinentie bij 90 % van de operaties in de eerste weken na het verwijderen van de katheter overgaat.

      De continentieverpleegkundige en bekkenbodemfysiotherapeut zullen u hierbij ondersteunen.

      Drie maanden na de tweede opname wordt u voor controle terugverwacht op de polikliniek urologie. De verpleegkundige zal een afspraak voor u maken. Er bestaat een kans (3-5%) dat u na de operatie incontinent blijft. In een later stadium kan dit eventueel verholpen worden, maar zeker niet eerder dan zes maanden na de operatie.
       

      Leefregels

      • Gedurende zes weken na de operatie mag u:
      • Niet fietsen om het wondgebied goed te laten genezen.
      • Niet zwaar tillen, geen zware lichamelijke arbeid verrichten.
      • Veel drinken, 2 tot 2,5 liter per dag.

       

      Seksualiteit

      Een mogelijk gevolg van de operatie is problemen met de erectie. De zenuwbanen die de erectie aansturen, liggen heel dicht tegen de prostaat. Om de prostaatkanker goed te kunnen behandelen, moet de uroloog vaak de prostaat ruim weghalen. Hierbij kunnen de zenuwbanen beschadigd raken.

       

      Meestal is het mogelijk om in ieder geval aan één kant, de zenuwen te sparen. De kans op het hebben van een spontane erectie ligt dan rond de 50%. Als het mogelijk is de zenuwen aan beide kanten te sparen, neemt de kans op het krijgen van spontane erecties na de operatie toe tot boven de 70%. De mogelijkheden tot het sparen van de zenuwen zal uw uroloog voor de operatie met u bespreken. Bij patiënten onder de 60 jaar is de kans dat de erecties goed blijven, hoger dan deze percentages; hierbij geldt hoe jonger hoe hoger de kans op goede erecties.

       

      Wanneer er al vóór de operatie geen goede erecties meer waren, is de kans vanzelfsprekend ook kleiner dat deze na de operatie terugkomen. Soms komen de erecties snel terug maar het kan ook langer duren, tot 2 jaar na de operatie.
       

      Vragen

      Indien u vragen heeft, kunt u altijd terecht bij uw behandelend arts of verpleegkundige.

       

      Uitgave:
      Patiëntencommunicatie
      Harderwijk, februari 2014    CAZ UR 16.02.14

      De informatie op deze website is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Desondanks kunnen geen rechten aan de vermelde informatie ontleend worden. Meer informatie https://www.stjansdal.nl/disclaimer