l

Direct contact

Telefoonnummers

St Jansdal Harderwijk

0341 - 463911

St Jansdal Lelystad

0341 - 463590

Poli-Apotheek St Jansdal

0341 - 435858

Helpdesk MijnStjansdal (8.30 - 12 u)

0341 - 463700

Medische hulp buiten kantoortijden

Bij levensbedreigende spoed

112

Harderwijk: Medicamus Spoedpost  

0900 - 341 0 341

Website: Medicamus Spoedpost

 

Lelystad: huisartsenpost Medrie  

0900 - 333 6 333

Website: Huisartenpost Lelystad

 

 

 

Voorbereiden_Op-Opname

Prostaatcarcinoom

Inhoud van dit artikel
    Inhoud van dit artikel

      1. Inleiding

      U heeft deze folder meegekregen naar aanleiding van uw bezoek aan de uroloog. In deze folder vindt u uitleg over de werking van de prostaat, over een goedaardige vergroting van de prostaat en over prostaatkanker.

       

      Om te bepalen wat er precies met u aan de hand is, zullen er onderzoeken worden verricht. Misschien heeft u met uw huisarts al gesproken over uw klachten en heeft hij/zij al in een aantal onderzoeken laten doen. Toch kan het voorkomen dat een aantal van deze onderzoeken, zoals het bloedonderzoek, hier worden herhaald. En in het gesprek met de uroloog zullen ook uw eventuele klachten (weer) besproken worden. Dit is van belang zodat de uroloog een zo duidelijk mogelijk beeld krijgt van uw huidige gezondheidstoestand. Dit helpt bij het stellen van een goede diagnose.

       

      In deze folder vindt u uitleg over de onderzoeken die plaats kunnen vinden. Uw uroloog zal altijd in overleg met u bepalen welke onderzoeken in uw specifieke situatie van belang zijn. Het kan dus zijn dat u niet alle, in deze folder genoemde, onderzoeken krijgt.

       

       

      2. De prostaat

      Iedere man heeft een prostaat; vroeg of laat kan deze aanleiding geven tot klachten.
      De prostaat is een klier, die niet groter hoort te zijn dan een tamme kastanje en 10 à 15 gram weegt als de man volgroeid is. Deze klier bestaat uit drie kwabben, die zich rondom de plasbuis (urethra) en onder de ingang van de urineblaas bevinden.


      De plasbuis loopt van de blaas tot aan het uiteinde van de penis. Op het plaatje ziet u dat de plasbuis (urethra) door de prostaat heen loopt. Bij de ouder wordende man wordt de prostaat groter. Dit extra aangegroeide prostaatweefsel kan de plasbuis (deels) blokkeren. Hierdoor kan het moeilijker worden om de blaas te legen.

       

      U merkt dit doordat plassen moeilijker gaat. Eén of meer van de volgende klachten kunnen optreden:
       

      • Urinestraal is minder krachtig en wordt soms onderbroken (persen versterkt de straal niet)
      • Niet goed kunnen beginnen met plassen
      • Meer aandrang en steeds weer moeten plassen
      • Vaker moeten plassen met minder drang en weinig urine per keer
      • Nadruppelen en ongewenst urineverlies
      • Nachtelijk plassen
      • Een branderig gevoel bij het plassen
      • Gevoel hebben dat de blaas niet leeg komt

      2.1 Functie

      De prostaat is een klier. Het Nederlandse woord is voorstanderklier. Klieren zijn organen die vocht uitscheiden. De prostaat produceert een vloeistof die, bij zaadlozing, samen met de zaadcellen naar buiten komt (sperma). De prostaat is met name van belang voor de vruchtbaarheid, niet voor het krijgen van een erectie of voor het libido (zin in seks). Het prostaatvocht houdt de zaadcellen in leven tijdens hun tocht naar de eicel. De zaadcellen worden geproduceerd in de zaadballen. Hormonen regelen de groei van de prostaat, de vorming van prostaatvocht, evenals de zaadcelproductie.

       

      2.2 Goedaardige en/ of kwaadaardige vergroting

      2.2.1 Prostaatvergroting


      De prostaat is klein bij jonge volwassenen en wordt langzaam aan groter naarmate u ouder wordt. Deze vergroting is meestal goedaardig en er is dan dus geen sprake van prostaatkanker. De groei van de prostaat is individueel bepaald.

       

      De prostaat kan zowel naar buiten als naar binnen groeien en kan daardoor deels de plasbuis in groeien.  Wanneer dan de plasbuis nauwer wordt, kan dit tot klachten leiden. Dit komt doordat de blaasspier harder moet werken om de urine door de vernauwde plasbuis naar buiten te persen. Na verloop van tijd kunnen de spieren in de blaaswand hierdoor opgerekt worden en aan kracht verliezen. Dit kan blijvende gevolgen hebben voor de functie van de blaas.

       

      Na verloop van tijd slaagt de blaas er niet meer in alle urine naar buiten te drijven, zodat er urine achterblijft (residu). Zonder behandeling kunnen hierdoor later blaasontsteking en problemen met de nieren ontstaan. Ook is het mogelijk dat de blaaswand zoveel kracht heeft verloren dat het helemaal niet meer lukt om te plassen. Op de tekening ziet u de gezonde prostaat (stippellijn) vergeleken met de vergrote prostaat.
       

      2.2.4 Prostaatkanker
      Een kwaadaardig gezwel (tumor) ontstaat meestal dicht aan de rand van de prostaat en veel minder vaak in het prostaatweefsel direct om de plasbuis heen. Daarom hebben lang niet alle mannen met prostaatkanker (plas)klachten.

       

      Een kwaadaardige aandoening van de prostaat heet prostaatkanker of prostaatcarcinoom. Een tumor in de prostaat groeit bij de meeste mannen langzaam. Prostaatkanker komt op jonge leeftijd zelden voor.

       

      3. Wat is kanker?

      Ons lichaam bestaat uit miljarden cellen. Cellen delen zich, zij maken kopieën van zichzelf. Zo groeien kinderen. Ook bij volgroeide mensen, volwassenen, delen cellen zich. Dit is nodig, omdat cellen afsterven. Al het weefsel vernieuwt zich. Zo kunnen we genezen van wonden en blijven we gezond. Maar soms slaat de deling op hol. Dan ontstaat een gezwel. Gezwellen die zich niet kunnen uitzaaien naar ander weefsel, noemen we goedaardig.
      Soms zitten ze in de weg en veroorzaken ze pijn. Dan worden ze weggehaald.
      Een wratje is het meest duidelijk voorbeeld van een goedaardig gezwel. Gezwellen die ander weefsel kunnen ‘binnendringen’, noemen we kwaadaardige gezwellen of kanker. Kanker kan uitzaaien; een ander woord voor uitzaaiing is metastase.
      De soort kanker wordt vernoemd naar de plaats waar het gezwel begonnen is. Prostaatkanker kan uitzaaien via het lymfevocht of het bloed naar bijvoorbeeld lymfeklieren, botten en longen.

       

      4.  Praten over prostaatproblemen

      Hoewel problemen met de prostaat veel voorkomen blijft het voor veel mannen een lastig onderwerp om over te praten. De prostaat zit nog een beetje in de taboesfeer. Daardoor doen allerlei onjuiste verhalen de ronde. Gelooft u die niet te snel! Zulke verhalen zijn gebaseerd op één enkel geval.
      Uw uroloog heeft vele honderden patiënten behandeld. De onderzoeken en behandelingen die hij u voorstelt zijn afgestemd op uw persoonlijke situatie. Het is van belang dat u vrijuit praat over klachten en de behandeling. Dat is beter dan er maar mee rond te blijven lopen.
      Prostaatklachten komen heel veel voor. Gelukkig vormen de meeste prostaatafwijkingen geen bedreiging voor het leven. De klachten zijn dikwijls zeer hinderlijk en soms ook gênant.
      Het komt nog wel eens voor dat een patiënt naar de huisarts of de specialist gaat met vragen over zijn prostaat, terwijl er eigenlijk alleen maar angst bestaat voor prostaatkanker. Daarnaast komt bij sommige mannen voor dat er langzaam problemen zijn ontstaan met het krijgen en onderhouden van een erectie. Uw uroloog kent al deze problemen, probeer daar met hem zo open mogelijk over te praten.

       

       

      5. Wat is er aan de hand?

       

      5.1 Bij de uroloog

      De uroloog is de specialist op het gebied van de mannelijke geslachtsorganen en de urinewegen van zowel mannen als vrouwen. De uroloog zal vragen naar uw klachten en uw algemene gezondheidstoestand, nu en in het verleden.
      Door zo nauwkeurig mogelijk te antwoorden helpt u uw uroloog bij het stellen van de juiste diagnose. Ook zal er een algemeen onderzoek plaatsvinden. Vaak zijn er aanvullende onderzoeken nodig om de diagnose te stellen. De uroloog bepaalt welke onderzoeken nodig zijn.
       

      5.2 Vragen over plasklachten

      Tegenwoordig werken veel urologen met een internationaal gestandaardiseerde vragenlijst met betrekking tot plasklachten. De vragenlijst (zie bijlage), waarop een aantal vragen wordt gesteld over uw plaspatroon, kunt u op het spreekuur of thuis invullen. Op deze wijze krijgt uw uroloog een indruk van het probleem, dat door u is opgeschreven. Daarnaast kan hij een dergelijke lijst ook nog eens door u laten invullen als bepaalde behandelingen zijn ingesteld, om te kijken of de situatie veranderd is.

       

      6. Onderzoeken

      6.1 Rectaal onderzoek

      Bij het algemeen lichamelijk onderzoek wordt altijd een rectaal toucher gedaan. Een gehandschoende, goed gladgemaakte vinger wordt via de anus in de endeldarm (het laatste stukje darm) van de patiënt gebracht.
      Zo kan de grootte, de vorm, de stevigheid en het oppervlak van de prostaat worden beoordeeld. Dit is een eenvoudig onderzoek en het duurt maar kort. Het voelen naar de prostaat kan in verschillende houdingen worden gedaan en is over het algemeen. Maar het kan wel een vervelend gevoel geven, omdat de sluitspier van de endeldarm gepasseerd moet worden.
       

      6.2 Bloed- en urineonderzoek

      Bloed wordt afgenomen voor beoordeling van de algemene gezondheidstoestand en vooral van de nierfunctie. Ook de urine wordt onderzocht om na te gaan of er sprake is van een ontsteking.
       

      6.3 PSA-bepaling

      Daarnaast kan in het bloed de waarde van het PSA(= Prostaat Specifiek Antigeen) bepaald worden. Dit is een stofje dat wordt aangemaakt door de prostaat en wat je terugvindt in het bloed. Het PSA kan verhoogd zijn bij prostaatontsteking, prostaatvergroting en prostaatkanker. De waarden van het PSA zijn deels leeftijdsafhankelijk (zie tabel). Met het ouder worden en het groeien van de prostaat zal ook het PSA stijgen.
      Iedere prostaatcel maakt PSA aan. Als de prostaat groeit neemt het aantal prostaatcellen toe en daarmee dus ook de aanmaak van het PSA. Van tumorcellen in de prostaat is bekend dat zij vaak meer PSA produceren dan gezonde prostaatcellen. Vandaar dat een verhoogde PSA waarde een reden kan zijn om aan prostaatkanker te denken.

       

      Gemiddelde PSA normaal waarden

      40 – 49 jaar PSA < 2,5 ng/ml
      50 – 59 jaar PSA < 3,5 ng/ml
      60 – 69 jaar PSA < 4,5 ng/ml
      70 – 79 jaar PSA < 6,5 ng/ml
      80 – 89 jaar PSA < 8,5 ng/ml

       




       

      6.4 Echografie van de prostaat en biopsie

      Echografie is een onderzoek met behulp van geluidsgolven, waarbij een orgaan in beeld wordt gebracht.
      Echografie kan zowel uitwendig via de buikwand, als inwendig via de endeldarm worden gedaan. Bij een uitwendige echo kunnen via de buikwand de nieren en de blaas in beeld worden gebracht. Bij een inwendige echo kunnen via de anus en de endeldarm de grootte, de aard en de vorm van de prostaat worden bepaald. Dit gebeurt met behulp van een vingerdik apparaat, dat via de anus wordt ingebracht. Dit kan een vervelend drukkend gevoel geven.

      Als er sprake is van een verhoogde psa-waarde en het bloed en urineonderzoek laat verder geen afwijkingen zien, dan kan de uroloog in samenspraak met u besluiten om een echo van de prostaat te maken.
      Ook kan er in zo’n geval voor gekozen worden om tijdens dit echo onderzoek weefsel van de prostaat weg te nemen voor verder onderzoek. Dit gebeurt door middel van het nemen van een aantal biopten. Bij een biopsie wordt een stukje weefsel weggenomen met behulp van een dunne naald, die via de endeldarm in de prostaat wordt gestoken. Het weefsel wordt onder de microscoop beoordeeld. Dit onderzoek kan uitsluitsel geven of er wel of geen prostaatkankercellen zijn. De uitslag van dit onderzoek is pas na ongeveer een week bekend. Een biopsie geeft geen verhoogde kans op eventuele uitzaaiingen van prostaatkanker en is dus ongevaarlijk.
       

      6.5 Gradering

      Als er na microscopisch onderzoek prostaatkankercellen in het biopsieweefsel worden aangetroffen, zal ook de gradering – de mate van agressiviteit – van de prostaatcellen worden bepaald. Men spreekt dan van de differentiatiegraad.
      Een goed gedifferentieerde prostaattumor groeit bijvoorbeeld minder snel of agressief dan een matig of slecht gedifferentieerde tumor.
       

      6.6 Straalmeting

      Als u terug komt voor de uitslag van het weefselonderzoek zal altijd een plastest plaats vinden. Dit onderzoek wordt ook uroflowmetrie genoemd. De flowmeter is een instrument dat de kracht van de urinestraal meet en de hoeveelheid urine die uitgeplast wordt. Ook als er geen weefselonderzoek plaats heeft gevonden zal uw uroloog vragen om bij het bezoek aan de polikliniek met een volle blaas te komen en eerst in een flowmeter te plassen.
       

      6.7 Cystoscopie

      Cystoscopie is een inwendig onderzoek waarbij de plasbuis en de blaas van binnen kunnen worden bekeken. Zo kan de uroloog beoordelen in hoeverre de prostaat de plasbuis heeft vernauwd en hoe de conditie van de blaaswand is.  Dit onderzoek zal dus vooral plaatsvinden als er geen prostaatkanker is vastgesteld, maar er wel klachten bij het plassen bestaan.
      Een dun buigzaam buisje met daarop een camera, de cystoscoop, wordt door de plasbuis naar binnen gebracht. Op deze manier kan de uroloog, via de plasbuis, naar de prostaat en de blaas kan kijken.
      Van tevoren wordt er een glijmiddel ingebracht dat het slijmvlies in de plasbuis iets verdooft. Het inbrengen van het slangetje kan gevoelig zijn, maar dit gevoel duurt vaak maar een paar seconden. Als het slangetje eenmaal in de blaas is, is het meeste ongemak vaak al voorbij.
       

      6.8 Botscan

      Dit onderzoek wordt alleen gedaan als er prostaatkanker is vastgesteld of als er een sterk vermoeden bestaat. Een botscan is een foto van het skelet, waarop eventuele uitzaaiingen in de botten zichtbaar gemaakt kunnen worden. Dit onderzoek heet ook wel een isotopenscan. In uw arm wordt een zwak radioactieve stof (isotoop) gespoten. De stof gaat op de plaats van de uitzaaiingen zitten. De foto laat dankzij de isotoop de eventuele uitzaaiingen zien. Het duurt een paar uur voordat de stof uw botten heeft bereikt, waarna de foto’s genomen kunnen worden. De hoeveelheid straling van de radioactieve stof is verwaarloosbaar en onschadelijk.
      U ondervindt hier geen nadelige gevolgen van, dus ook de mensen in uw omgeving niet.
       

      7. Wat te doen bij prostaatkanker?

      De uroloog heeft de beschikking over een groot aantal behandelmethoden. Bij kanker (carcinoom) die beperkt is tot de prostaat is genezing mogelijk door operatie of bestraling. Als het gaat om een vergevorderd carcinoom met uitzaaiingen kan de behandeling bestaan uit hormoontherapie. Hiermee wordt de groei van de tumor sterk afgeremd en vaak geeft het ook een vermindering van de bestaande klachten.
       

      7.1 Afwachten

      Als er bij u traag groeiende en goed gedifferentieerde prostaattumor is gevonden, er geen sprake is van uitzaaiingen en u heeft verder geen klachten, dan kan in veel gevallen rustig worden afgewacht. U dient wel regelmatig (bijvoorbeeld om de zes maanden) gecontroleerd te worden door de uroloog. Hij zal een bloedonderzoek doen (PSA) en een rectaal toucher (om de prostaat te onderzoeken). Hij kan dit combineren met een echografie via de endeldarm en een botscan.
       

      7.2 Opereren; Radicale prostatectomie

      Deze operatie wordt uitgevoerd als het gezwel zich uitsluitend in de prostaat bevindt. Bij deze operatie wordt de gehele prostaat met de zaadblaasjes verwijderd, met, indien mogelijk, het sparen van de zenuwen die belangrijk zijn voor de erectie. Voor of tijdens de operatie worden soms eerst lymfeklieren in het bekken verwijderd.

       

      Figuur: Voor radicale prostatectomie        Figuur: Na radicale prostatectomie

       

      Een radicale prostatectomie wordt onder algehele narcose uitgevoerd. Nadat u met uw behandelend arts heeft besproken dat u deze operatieve ingreep zult ondergaan, maakt u een afspraak voor een préoperatief onderzoek door de anesthesioloog (narcotiseur).

       

      Voordat hij bij de operatie kan overgaan tot het toedienen van de narcose heeft hij gegevens nodig over uw gezondheid. Op deze manier kan hij het risico van de operatie inschatten en voor u de juiste anesthesietechniek bepalen. Hij zal onder andere vragen of u al eerder bent geopereerd en of u medicijnen gebruikt. Wanneer u medicijnen gebruikt, dient u deze in de originele verpakking mee te nemen.

      Informatie over deze operatie en het bijbehorende herstel vindt u in de folder radicale prostatectomie of in het patiënten informatiedossier dat u via de coördinerend oncologisch verpleegkundige ontvangt. Vraag er gerust naar als u deze informatie nog niet heeft ontvangen.
       

      7.3 Bestralen

      Radiotherapie is hetzelfde als bestraling. Bestraling is een plaatselijke behandeling met als doel de kankercellen te vernietigen, terwijl de gezonde cellen zo veel mogelijk gespaard blijven. De straling remt cellen in hun groei en kan cellen doden, waarna deze dode cellen door het lichaam worden opgeruimd.
      Kankercellen verdragen straling slechter dan gezonde cellen en sterven hierdoor sneller af. Gezonde cellen herstellen zich over het algemeen wel. Bestraling kan uitwendig, inwendig of als combinatie worden toegepast.
       

      7.3.1 Uitwendige bestraling
      Bij uitwendige bestraling komt de straling uit een bestralingstoestel (lineaire versneller). Het te behandelen gebied wordt van buitenaf  – door de huid heen- bestraald. De radiotherapeut of radiotherapeutisch laborant zorgt ervoor dat de stralenbundel nauwkeurig wordt gericht en dat het omliggende, gezonde weefsel zo veel mogelijk buiten het te bestralen gebied blijft.

       

      De duur en het aantal bestralingen worden bepaald door de radiotherapeut; deze zijn afhankelijk van

      • de gevoeligheid van de te bestralen weefsels:
         het kwaadaardige gezwel met de omringende gezonde    weefsels/organen.
      • het doel van de behandeling:
         genezing, klachtenbehandeling, voorkomen van uitgroei van   mogelijk achtergebleven tumorcellen na eerdere operatie   of chemotherapie.

      Na afloop van de bestralingsserie is het volledige resultaat nog niet bereikt want de effecten van de bestraling zullen nog enige tijd nawerken. In die periode kan verdere genezing optreden en zullen gezonde weefsels zich van de bestraling herstellen.

       

      Over het algemeen duurt een bestralingsbehandeling een aantal weken en vindt 4 – of 5 maal per week plaats. In die periode krijg je per keer gedurende een aantal minuten een dosis straling. Voor uitwendige bestraling is geen opname in het ziekenhuis nodig.
       

      7.3.2  Inwendige bestraling
      Bij inwendige bestraling wordt radioactief materiaal in de prostaat geplaatst en vindt bestraling van binnenuit plaats. Het voordeel van deze techniek is dat er zo min mogelijk gezond weefsel beschadigd wordt.

       

      Inwendige bestraling wordt ook wel brachytherapie genoemd. Brachy is Grieks voor dichtbij. Brachytherapie is een in opzet curatieve behandeling en kan bij prostaatkanker op 2 manieren worden toegepast.
       

      • Door het permanent plaatsen van kleine staafjes jodiumzaadjes)
      • Door het enkele malen kortdurend bestralen met een iridiumbron via in de prostaat geplaatste katheters (dunne slangetjes).

       


      De sterkte van de straling neemt geleidelijk af. Na ongeveer 6 maanden is de straling geheel verdwenen. De zaadjes worden hierna niet weggehaald maar blijven de rest van je leven in de prostaat zitten. Dit kan geen kwaad.

       

      Deze curatieve vorm van brachytherapie wordt vooral toegepast bij tumoren:

      • Die beperkt zijn gebleven tot de prostaat
      • Die niet te groot zijn.

       

      8. Hormonale beïnvloeding bij voortgeschreden prostaatcarcinoom

      Doordat prostaatkanker meestal pas laat klachten geeft komt het regelmatig voor dat de kanker niet meer tot de prostaat beperkt is gebleven. Als de prostaatkanker pas ontdekt wordt op het moment dat de patiënt al klachten heeft (in plaats van na een routinematige controle van het PSA) worden er uitzaaiingen aangetroffen. De prostaatkanker heeft zich dan uitgebreid naar bijvoorbeeld lymfeklieren en/of botten.
      Prostaatkanker neemt toe (groeit) onder invloed van het mannelijke hormoon (testosteron). Door dit hormoon uit te schakelen wordt bij 80% van de patiënten de groei van kankercellen afgeremd en kan de eventuele pijn worden verlicht.
      Uitschakeling van de invloed van testosteron kan op verschillende manieren gebeuren.
      De behandeling kan bestaan uit een operatie van de zaadballen (die testosteron maken), medicijnen die de aanmaak van testosteron voorkomen (LR-RH-analogen), medicijnen die binding van testosteron met de prostaatcellen voorkomen (hormoonpreparaten) of combinaties hiervan.

      8.1 Medicijnen

      Er zijn medicijnen die de productie en/of werking van het mannelijk hormoon kunnen blokkeren. Daardoor kan de groei van kankercellen worden geremd. Het kan dan gaan om LH-RH analogen, anti-androgenen of een combinatie van beiden.

       

      • LH-RH analogen beïnvloeden een klier in de hersenen: de hypofyse. De hypofyse produceert hormonen, die de zaadballen aanzetten tot testosteronproduktie. Door LH-RH analogen toe te dienen wordt de hormoonproductie in de hypofyse stilgelegd, waardoor de zaadballen geen testosteron meer produceren. De LH-RH analogen worden als langwerkend middel door een injectie in de buik toegediend. De werkingsduur van deze medicijnen is afhankelijk van het middel en de dosering meestal 3 of 6 maanden. Meestal worden deze injecties door uw huisarts toegediend.
      • Anti-androgenen blokkeren de werking van testosteron uit zowel de zaadballen als de bijnieren, waar ook enig testosteron wordt gemaakt. Anti-androgenen schermen als het ware het weefsel af dat gevoelig is voor testosteron. Hierdoor kan testosteron zijn werking in de prostaat niet meer uitoefenen.
      • Combinatie-therapie Testosteron wordt gemaakt in de zaadballen en de bijnieren. Bij de behandeling met LH-RH analogen wordt alleen de testosteronproductie in de zaadballen gestopt. Anti-androgenen blokkeren de werking van beide soorten testosteron. Daarom kan er naast de behandeling met LH-RH analogen soms ook een anti-androgeen worden voorgeschreven. Uw geslachtsdrift en potentie (erecties) kunnen afnemen als gevolg van hormonale beïnvloeding. De behoefte aan genegenheid en aanraking blijven natuurlijk hetzelfde.       Als er geen testosteronproductie meer is kunt u soms last krijgen van opvliegers en enige borstontwikkeling met pijnlijke tepels. Bij een opvlieger krijgt u het gedurende enkele minuten warm en soms ontstaan er rode plekken in uw gezicht en hals. Dit is volstrekt ongevaarlijk, maar wel hinderlijk.
         

      8.2 Opereren

      Als er redenen zijn om niet te kiezen voor een behandeling met medicijnen is ook een operatie aan de zaadballen mogelijk. In de zaadballen wordt het mannelijke geslachtshormoon testosteron gemaakt. De groei van kankercellen is meestal afhankelijk van dit hormoon. Door een operatie wordt het hormoonproducerende weefsel uit de zaadballen verwijderd. Deze ingreep heet een subcapsulaire orchidectomie. Door deze operatie wordt de testosteronproductie in de zaadbal gestopt.
      Hierdoor kan de groei van het gezwel worden afgeremd en kan eventuele pijn worden verminderd. De operatie is op zichzelf eenvoudig en gebeurt vaak onder verdoving met een ruggenprik. Bij de operatie worden de zaadballen niet geheel weggehaald. Er is dan nagenoeg ook niets van te zien.
      Ook bij deze operatie kan er sprake zijn van een aanvullende behandeling met anti-androgenen.
       

      9. Het leven met prostaatkanker

      Al met al ziet dat de uroloog de beschikking heeft over een groot aantal behandelmethoden. Helaas is genezing niet altijd mogelijk. Wel kan de groei worden afgeremd en de klachten worden verminderd, , zodat u zo lang mogelijk en met zo min mogelijk klachten de draad van uw leven weer zoveel mogelijk op kunt pakken. Over het verdere beloop van uw ziekte zal de uroloog u steeds informeren, zeker als andere behandelingen voor u noodzakelijk zijn.
       

      10. Adviezen met betrekking tot plasklachten

      • Drink voldoende, maar drink niet te veel tegelijk.
      • Leeg de blaas op tijd: bijvoorbeeld elke drie uur.
      • Vermijd zoveel mogelijk alcoholhoudende dranken, koffie, overvloedige maaltijden, scherpe specerijen en kruiden.
      • Vermijd zoveel mogelijk psychische stress en koude.
      • Zorg voor een regelmatige stoelgang.
      • Zorg voor regelmatige lichaamsbeweging

      11. Misverstanden en onzinpraatjes

      • Het is niet waar dat prostaatvergroting of prostaatcarcinoom veroorzaakt kan worden door masturberen of door een andere seksuele activiteit.
      • Kanker is niet besmettelijk, ook prostaatkanker niet. U kunt precies zo intiem omgaan met uw omgeving als u gewend was. Kanker is geen infectieziekte.
      • Het is niet waar dat een operatieve ingreep, waarbij de prostaat wordt weggehaald, altijd tot impotentie leidt. Impotentie kan soms een gevolg zijn van een operatie.
      • Het is niet waar dat een operatieve ingreep, waarbij de prostaat wordt weggehaald, altijd leidt tot incontinentie (onbedoeld urineverlies). Soms is dit een onvermijdelijk gevolg van een operatie, maar dan gaat het om een uitzondering.
      • Het is niet waar dat prostaatkanker vaker voorkomt na voorafgaande sterilisatie (vasectomie).

       

      12. Voeding en prostaatkanker

      Er zijn in toenemende mate aanwijzingen dat voeding een rol speelt bij prostaatkanker. In het algemeen kan een gezonde voeding, naast een gezonde levenswijze de kans op het krijgen van kanker beperken.
      Een gezonde levenswijze betekent: niet roken, geen overmatig alcohol gebruik, geen drugs, voldoende lichaamsbeweging, een goed lichaamsgewicht en het vermijden van spanningen.
      Een gezonde voeding betekent: dagelijks voldoende groenten en fruit, voldoende graanprodukten met voedingsvezels, beperking van dierlijke verzadigde vetten, beperking van vlees en in plaats hiervan vis, gevogelte of peulvruchten. Officieel wordt in het algemeen 200 gram gevarieerde groenten en twee stuks fruit per dag geadviseerd.
      Hoewel nog niet wetenschappelijk bewezen, zijn er voorlopige gegevens gepubliceerd, die trachten aannemelijk te maken dat bepaalde voedingsgewoonten het optreden of het verloop van prostaatcarcinoom positief kunnen beïnvloeden. Enerzijds zouden zij de kans op het krijgen van prostaatkanker kunnen verminderen. Anderzijds bij patiënten die reeds prostaatkanker hebben, het genezingsproces kunnen verbeteren.
      Zeker is het dat een gezonde bewuste voeding bijdraagt aan een algeheel welbevinden en een positieve levensinstelling.

      13. Overige adressen

      Als u vragen heeft over uw ziekte en behandeling ervan, doet u er goed aan deze met uw behandelend uroloog te bespreken. U kunt ook de telefonische informatielijn van het voorlichtingscentrum van de Nederlandse Kankerbestrijding bellen: (06) 0226622 (gratis).

      De Stichting Contactgroep Prostaatkanker is een patiëntenvereniging die u in contact kan brengen met mensen die zich in een soortgelijke situatie bevinden. Het adres van de stichting is: Sophialaan 8, 1075 BR Amsterdam. Telefoon: (020) 5700545, Fax: (020) 5700559.

      Verder kunt u voor informatie terecht op onze eigen website: www.urologie.nl
       

      14. Tot slot

      Deze brochure bevat een algemene voorlichting en is bedoeld als extra informatie naast het gesprek met uw behandelend arts. Bijzondere omstandigheden kunnen tot wijzigingen aanleiding geven. Dit zal altijd door uw uroloog aan u kenbaar gemaakt worden. Heeft u na het lezen van deze brochure nog vragen dan kunt u op spreekuurtijden contact opnemen met de polikliniek voor urologie. Deze afdeling is te bereiken op telefoonnummer (0341) 463558.

       

       

       

       

       

       

       

       

      Uitgave:
      Patiëntencommunicatie
      Harderwijk, maart 2013   CAZ UR 27.03.13

      De informatie op deze website is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Desondanks kunnen geen rechten aan de vermelde informatie ontleend worden. Meer informatie https://www.stjansdal.nl/disclaimer