l

Direct contact

Telefoonnummers

St Jansdal Harderwijk

0341 - 463911

St Jansdal Lelystad

0341 - 463590

Poli-Apotheek St Jansdal

0341 - 435858

Helpdesk MijnStjansdal (8.30 - 12 u)

0341 - 463700

Medische hulp buiten kantoortijden

Bij levensbedreigende spoed

112

Harderwijk: Medicamus Spoedpost  

0900 - 341 0 341

Website: Medicamus Spoedpost

 

Lelystad: huisartsenpost Medrie  

0900 - 333 6 333

Website: Huisartenpost Lelystad

 

 

 

Voorbereiden_Op-Opname

Oriënterend fertiliteits onderzoek

Inhoud van dit artikel
    Inhoud van dit artikel

      OFO is de afkorting van oriënterend fertiliteitsonderzoek. OFO is een basisonderzoek dat uit verschillende onderzoeken bestaat met als doel het opsporen van stoornissen die het ontstaan van een zwangerschap in de weg kunnen staan. Het OFO kan plaatsvinden wanneer geen zwangerschap is ontstaan binnen één jaar onbeschermd seksueel contact. Bij het OFO worden stap voor stap een aantal mogelijke oorzaken van het uitblijven van een zwangerschap onderzocht, zoals de eigenschappen van het sperma, de aanwezigheid van een eisprong, de eigenschappen van het slijm van de baarmoederhals en de doorgankelijkheid van de eileiders.
      Bij ongeveer 3 op de 10 paren ligt de oorzaak van het uitblijven van een zwangerschap bij de vrouw, bij 3 op de 10 bij de man, en bij weer 3 op de 10 bij beiden. Bij 1 op de 10 paren wordt uiteindelijk geen oorzaak gevonden. De leeftijd van de vrouw is een zeer belangrijke factor bij het wel of niet zwanger raken.
       

      Wat is de kans op spontane zwangerschap? 

      Als u regelmatig onbeschermd seksueel contact hebt, is de kans dat u binnen 1 jaar zwanger wordt, ongeveer 80 procent. Deze kans wordt kleiner met het stijgen van de leeftijd. In elke menstruatiecyclus is de kans op zwangerschap ongeveer 10 tot 15 procent. De kans is het grootst bij seksueel contact rondom de vruchtbare periode, ongeveer 14 dagen voor de te verwachten menstruatie (zie verder vaststellen van de eisprong). Als u langere tijd onbeschermd seksueel contact hebt maar niet zwanger bent geworden, wordt de kans op een zwangerschap kleiner. Toch blijft de kans dat u zwanger wordt meestal nog wel bestaan, afhankelijk van de oorzaak (zie figuur 1).
      Eén op de zes paren die een kind willen, heeft problemen met de vruchtbaarheid. Van deze paren blijft in Nederland ongeveer 5 procent uiteindelijk ongewild kinderloos.

       

      Wat houdt OFO in ? 

      Bij het OFO worden verschillende onderzoeken gedaan, die hieronder beschreven worden:

      • Anamnese (ziektegeschiedenis) van vrouw en man
      • Lichamelijk onderzoek
      • Aanvullend onderzoek:
        • Echoscopie
        • Vaststellen van de eisprong
        • Onderzoek van het bloed
        • Onderzoek van het sperma

       
      Afhankelijk van de resultaten vinden vervolgens plaats:

      • Samenlevingstest (Post-Coitum-Test of Sims-Hühnertest)
      • Onderzoek naar de doorgankelijkheid van de eileiders:
        • HSG (hystero- salpingografie)
        • Diagnostische laparoscopie, eventueel in combinatie met hysteroscopie

       

      Anamnese (ziektegeschiedenis)

      De gynaecoloog zal u en uw partner vragen stellen over uw algemene gezondheid, eventueel medicijngebruik en bijzondere aandoeningen of ziekten in uw families, waaronder eventuele vruchtbaarheidproblemen. Ook is van belang hoe uw cyclus verloopt en of u ooit gynaecologische problemen, seksueel overdraagbare aandoeningen of buikoperaties hebt gehad. Zijn er eerdere zwangerschappen en bevallingen geweest en hoe zijn die verlopen? Ook is van belang hoe lang u probeert zwanger te raken. Als er problemen bij het vrijen bestaan, is het verstandig om deze met de gynaecoloog bespreken. Uw partner krijgt vragen over eventuele liesoperaties, het indalen van de zaadballen (testikels) en of er ooit een bijbalontsteking of seksueel overdraagbare aandoening is geweest.
       

      Lichamelijk onderzoek 

      Het algemeen lichamelijk onderzoek bij de vrouw bestaat uit het onderzoek naar de lengte, het gewicht en het beharingspatroon, inspectie van de borsten en de schildklier.
      Hierna volgt het gynaecologisch onderzoek. Met het speculum kijkt de gynaecoloog naar de baarmoedermond en neemt soms een kweek af. Vervolgens vindt inwendig onderzoek plaats om de grootte en eventuele afwijkingen van de baarmoeder en eierstokken te beoordelen (zie brochure Eerste bezoek aan de gynaecoloog).
      De man wordt meestal alleen onderzocht als bij het onderzoek van het sperma afwijkingen zijn gevonden.
       

      Aanvullend onderzoek: onderzoek sperma 

      De gynaecoloog zal uw partner vragen zijn zaad in te leveren voor onderzoek in het laboratorium. Het produceren van het sperma kan thuis plaatsvinden door masturbatie, waarbij het in een potje wordt opgevangen. Het sperma moet op kamertemperatuur blijven en binnen één à twee uur worden afgegeven.
      Het sperma wordt beoordeeld op de hoeveelheid, het aantal bewegende zaadcellen, de vorm van de zaadcellen en de eventuele aanwezigheid van afweerstoffen tegen zaadcellen. Bij afwijkingen moet dit onderzoek, soms meerdere malen, herhaald worden.
       

      Aanvullend onderzoek: vaststellen eisprong

      Om vast te stellen of er een eisprong plaatsvindt (eisprongdetectie) zijn er verschillende onderzoeken mogelijk: temperatuurcurve, onderzoek bloed en echoscopisch onderzoek.

       

      De temperatuurcurve (BTC)
      Gedurende een periode waarin twee tot drie menstruaties plaatsvinden kunt u een basale temperatuurcurve (BTC) bijhouden. Hierbij meet u zodra u wakker bent, via de anus uw temperatuur. Dit begint op de eerste dag van uw menstruatie (cyclusdag 1). De eisprong vindt meestal 14 dagen voor de menstruatie plaats (zie figuur 2a). Het eerste gedeelte van de cyclus kan variëren in lengte. Of er een eisprong heeft plaatsgevonden is dus alleen achteraf vast te stellen. Een normale cyclus duurt minimaal 21 en maximaal 42 dagen, met een gemiddelde van 28 dagen. Na de eisprong is de lichaamstemperatuur gemiddeld 0,3 tot 0,5º C hoger en de grafiek heeft dus twee verschillende niveaus (zie figuur 2a).

       

       

      Onderzoek van het bloed
      Op de derde dag van de cyclus kan eventueel de reserve van de eierstokken worden bepaald door onderzoek van het follikelstimulerend hormoon (FSH) en het hormoon oestrogeen. Eventueel kunnen ook andere hormonen worden onderzocht, zoals:

      • Het thyroïdstimulerend hormoon (TSH)
      • Het prolactine (melkklierstimulerend hormoon)
      • Het LH (luteïniserend hormoon)
      • Het testosteron

       

      Of er een eisprong is geweest, is te zien aan de waarde van het progesteron, een hormoon dat het baarmoederslijmvlies helpt opbouwen. De gynaecoloog laat deze waarde een week voor de te verwachten menstruatie bepalen. De waarde van het hormoon progesteron in het bloed, bepaald in de tweede helft van de cyclus (rond cyclusdag 21), geeft aan of er een eisprong heeft plaatsgevonden. Verder wordt er meestal onderzocht of er afweerstoffen tegen Chlamydia in het bloed aanwezig zijn. Chlamydia is een seksueel overdraagbare aandoening. Als deze antistoffen aanwezig zijn, hebt u vroeger zeer waarschijnlijk een Chlamydia-infectie gehad. Deze infectie kan de eileiders hebben beschadigd en/of verklevingen in de buik hebben veroorzaakt. Met een diagnostische laparoscopie kan de gynaecoloog dit beoordelen.

       

      Echoscopisch onderzoek
      Bij inwendig echoscopisch onderzoek kan de groei van een rijpend eiblaasje beoordeeld worden (follikelmeting). Inwendig echoscopisch onderzoek vindt binnen het OFO meestal plaats om de grootte en eventuele afwijkingen van de baarmoeder en eierstokken te beoordelen. Dit onderzoek verloopt prettiger als de blaas leeg is.

       

      Samenlevingstest, post-coitum-test, Sims-Hühnertest

      Met de samenlevingstest wordt beoordeeld of de zaadcellen in staat zijn via het slijm van de baarmoedermond door te dringen in de baarmoederholte. Dit is afhankelijk van de kwaliteit van de zaadcellen en het slijm van de baarmoederhals.

      Vlak voor de eisprong, enkele uren na seksueel contact, haalt de gynaecoloog wat slijm van de baarmoedermond weg om te bekijken of het van voldoende kwaliteit is. Onder de micro-scoop wordt zichtbaar of er voldoende levende zaadcellen in het slijm aanwezig zijn.
      Eventueel moet de test enkele dagen later herhaald worden. Soms kan het nodig zijn om het moment van de eisprong nauwkeuriger te bepalen door middel van inwendige echografie, eventueel in combinatie met bloedonderzoek. Zijn er dan nog te weinig zaadcellen, ook als het slijm kwalitatief goed is, dan is het mogelijk dat het slijm afweerstoffen (anti-lichamen) tegen de zaadcellen bevat. In dat geval kan verder (immunologisch) onderzoek worden gedaan.
      Omdat de betekenis van de uitslag van deze test niet vaststaat, wordt deze test tegenwoordig vaak achterwege gelaten.
       

      Baarmoederfoto (HSG) of laparoscopie (kijkoperatie) 

      De doorgankelijkheid van de eileiders is te onderzoeken door middel van een HSG of een laparoscopie.

      HSG
      Bij een HSG of baarmoederfoto krijgt u, via het speculum, meestal een cupje op of een slangetje in de baarmoedermond waardoor contrastvloeistof in de baarmoederholte en eileiders wordt ingespoten. Zo worden de grootte en de vorm van de baarmoeder zichtbaar, een eventuele blokkade van de eileiders, het slijmvliespatroon in de eileiders en soms ook verklevingen rond de baarmoeder, de eileiders en de eierstokken. Het
      is een poliklinisch onderzoek, dat op de afdeling radiologie plaatsvindt. Een HSG kan pijnlijk zijn. Daarom geven wij patiënten een Naproxen zetpil mee, die een uur voor aanvang van het onderzoek rectaal ingebracht dient te worden. Het onderzoek duurt ongeveer een kwartier. Soms wordt in een later stadium, als u alweer aangekleed bent, of zelfs 24 uur later, nog een foto gemaakt om de verspreiding van de contrastvloeistof in de buikholte te beoordelen.

       

      Laparoscopie
      De doorgankelijkheid van de eileiders kan ook getest worden door middel van een diagnostische laparoscopie (kijkoperatie). Deze ingreep vindt in de operatiekamer
      plaats onder algehele narcose, meestal in dagbehandeling. Hierbij spuit de gynaecoloog een blauwe kleurstof via de baarmoedermond in de baarmoederholte en eileiders. Een laparoscopie levert ongeveer dezelfde informatie op als een baarmoederfoto, maar bij een laparoscopie worden ook de buitenkant van de baarmoeder en de omgeving van de eileiders en eierstokken zichtbaar, waaronder eventuele verklevingen en/of endometriose (baarmoederslijmvlies dat zich buiten de baarmoeder bevindt). Als er antistoffen tegen Chlamydia zijn, als u een operatie in de buik heeft gehad, of als u buikpijn hebt, lijkt een laparoscopie daarom een beter onderzoek.

       

      Emotionele aspecten

      Het lijkt zo vanzelfsprekend om zwanger te raken, en als dat moeilijk of niet lukt, kan dat veel emoties teweegbrengen. Veel vrouwen en hun partners krijgen te kampen met ontkenning, schuld, boosheid en depressie. In deze periode kan ook uw relatie veranderen. Deel uw gevoelens met uw partner, de gynaecoloog, familie of vrienden. Ook kan het helpen contact te zoeken met lotgenoten, zoals bijvoorbeeld via Freya, de patiëntenvereniging voor vruchtbaarheidsproblemen, of een FIOM-bureau.
       

      Tot slot

      Met deze tekst krijgt u een leidraad wat u kunt verwachten tijdens het oriënterend fertiliteitsonderzoek. Het fertiliteitsonderzoek kan langer duren dan u en uw partner verwachten: elke stap kost nu eenmaal tijd. Indien u vragen heeft kunt u deze met de gynaecoloog of fertiliteitsarts bespreken. Is de belasting van de onderzoeken te groot voor u, bespreek dan met de gynaecoloog hoe ze stap voor stap in uw eigen tempo uitgevoerd kunnen worden.
       

      Verder lezen

      Voor verder informatie kunt u terecht op de website van de NVOG: www.NVOG.nl. Hier zijn onder ‘Voorlichting’ tal van brochures te downloaden.
       

      Diverse Patiëntenverenigingen/ Websites

      Freya, Patiëntenvereniging voor vruchtbaarheidsproblematiek
      Postbus 476, 6600 AL Wijchen
      Telefoon: (024) 645 10 88
      Internet: www.freya.nl

      Voor informatie en lotgenotencontact
       

      Stichting Ambulante FIOM, Centraal Bureau
      Kruisstraat 1, 5211 DT ‘s-Hertogenbosch
      Telefoon: (073) 612 88 21
      Internet: www.fiom.nl

      Verspreid over heel Nederland zijn er negen vestigingen voor vragen over zwangerschap, ongewenste kinderloosheid, adoptie, geweld in relaties en seksueel geweld

      De informatie op deze website is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Desondanks kunnen geen rechten aan de vermelde informatie ontleend worden. Meer informatie https://www.stjansdal.nl/disclaimer