l

Direct contact

Telefoonnummers

Algemeen (receptie)

0341 - 463911

Afsprakenbureau, incl Dronten en Nijkerk 

0341 - 463890

Informatielijn inwoners Flevoland

0341- 463590

Poli-Apotheek St Jansdal

0341 - 435858

Vragen over MijnStjansdal.nl (8.30 - 12 u)

0341 - 463700 

 

Medische hulp buiten kantoortijden

Bij levensbedreigende spoed

112

Medicamus Spoedpost (Harderwijk) 

0900 - 3410341

Website Medicamus Spoedpost Harderwijk 

Voorbereiden_Op-Opname

Operatie aan amandelen bij volwassenen

Inhoud van dit artikel
    Inhoud van dit artikel

      Inleiding

      Deze brochure heeft tot doel u informatie te geven over ontstekingen aan de amandelen en de behandeling daarvan bij volwassenen.
       

      Wat zijn de amandelen en wat is hun functie?

      Het lichaam bezit een uitgebreid systeem om infecties te bestrijden, het zogenaamde lymfkliersysteem. De overgang van mond en neus naar de keel bevat, als een soort ring, veel van dit lymfklierweefsel. Het vangt zoveel mogelijk binnendringende ziekteverwekkers op en maakt ze onschadelijk.

       

      Dit lymfklierweefsel bevindt zich op drie plaatsen:

      •  In de neus-keelholte (N)
        Dit is de ruimte achter de neus boven het zachte verhemelte. Het verdikte lymfklierweefsel in het dak van de neus- keelholte noemt men neusamandel (adenoïd). De neusamandel is met name bij jonge kinderen aanwezig. Vanaf het achtste levensjaar neemt de grootte af. Bij uitzondering kan zo’n neusamandel echter blijven bestaan op volwassen leeftijd.
      • In de keel (K)
        De keelamandelen (tonsillen) zijn zichtbaar als knobbels links en rechts achter in de keel. De huig, het aanhangsel van het zachte gehemelte, hangt midden tussen de keelamandelen.
      • Achter op de tong (T)
        Dit deel wordt de tongamandel genoemd. Hij gaat aan de zijkanten van de tong over in de keelamandelen. De tongamandel geeft slechts zelden klachten.

       

      Een eventuele verwijdering van de amandelen heeft geen merkbaar gevolg bij het bestrijden van infecties. De amandelen vormen slechts een klein gedeelte van het totale lymfkliersysteem van het gehele lichaam. Bovendien bevindt zich in de mond-keelholte ook lymfklierweefsel in het slijmvlies van het zachte verhemelte en de zij- en achterwand van de keel waardoor na verwijdering van de amandelen nog voldoende afweerfunctie overblijft.

       

      Wat voor klachten kunnen de amandelen geven?

      Wanneer u op volwassen leeftijd nog een neusamandel heeft, dan kunnen er klachten optreden, zoals een verstopte neus, door de neus praten, herhaalde perioden met verkoudheden, open mondademhaling en snurken. Bij een acute ontsteking van de amandelen bestaan de klachten in het algemeen uit een korte periode van keelpijn met slikklachten, koorts en algehele malaise. Na de derde dag daalt de temperatuur meestal, waarbij ook de andere klachten langzaam verdwijnen. Dergelijke perioden kunnen zich meermalen per jaar voordoen. De amandelen kunnen ook chronisch in meer of minder ontstoken toestand verkeren. In het laatste geval kunnen klachten optreden van moeheid, lusteloosheid, snurken, matige eetlust en slechte adem. Als amandelen ontstoken raken, zwellen ze op. Hierbij kunnen ook lymfklieren in de hals zwellen en pijnlijk zijn. Bij uitzondering breidt de ontsteking van de keelamandel zich uit tot in het omliggende weefsel waarin zich dan etter ophoopt (peritonsillair abces). Hierbij kan nauwelijks geslikt worden, is er veel slijmvorming, kan de mond moeilijk geopend worden, zijn de lymfklieren in de hals gezwollen en is er vaak hoge koorts.

       

      Wanneer is het gewenst om de keelamandelen te verwijderen?

      De beslissing om de amandelen te verwijderen is afhankelijk van de ernst van de klachten. Ook de frequentie van de klachten - hoe vaak treden ze op - speelt hierbij een rol.
       

      Ontstekingen
      Wanneer het onvoldoende lukt om de klachten met medicijnen (pijnstillers en/of antibiotica) te bestrijden of als er te vaak medicijnen moeten worden gebruikt, kan het verstandig zijn om de amandelen weg te nemen. Soms zal hierbij de neusamandel, indien nog aanwezig, ook verwijderd worden.
       

      Peritonsillair abces
      Bij abcesvorming (pusophoping achter de keelamandel) wordt meestal eerst het abces geopend. Daarna kunnen de keelamandelen aansluitend of na een paar dagen verwijderd worden. Men kan dit ook zes tot acht weken later doen, als de keelamandelen weer tot rust zijn gekomen. Welk tijdstip van operatie gekozen wordt, is onder andere afhankelijk van factoren als mate van abcesvorming, tijdsduur en ernst van de ziekte, gebruik van bloedverdunnende medicijnen, beschikbaar zijn van operatiekamer en operatieteam en wens van de patiënt.

       

      OSAS/snurken
      Soms zijn keelamandelen en huig zo groot dat zij snurken en zelfs OSAS (Obstructief Slaap Apneu Syndroom) veroorzaken. Het verwijderen van de keelamandelen (en eventueel ook te grote neusamandel) zal dan helpen.
       

      Foetor
      Bij steeds optredende ophopingen van ontstekingsmateriaal in de keelamandel (zichtbaar als kleine witte propjes) met als gevolg een onaangename geur uit de mond (foetor ex ore), is operatieve verwijdering van de keelamandelen soms de enige oplossing.
       

      Hoe vindt de operatie plaats?

      Het verwijderen van de keelamandelen bij kinderen heet “amandelknippen”. Hierbij worden met een speciaal instrument de keelamandelen in één beweging als het ware losgewoeld van de onderlaag. Bij volwassenen (en kinderen ouder dan tien jaar) zullen de amandelen meestal verwijderd worden door ze stapsgewijs los te maken, ook wel pellen genoemd. Dit laatste gebeurt, omdat de keelamandelen bij ouderen veel vaster zitten aan de onderliggende weefsellaag. De ingreep vindt gewoonlijk plaats in narcose. Bij uitzondering wordt gekozen voor plaatselijke verdoving waarbij hoesten, kokhalzen en bloeding de ingreep sterk kunnen bemoeilijken. In beide gevallen zullen de voor operatie gebruikelijke voorzorgen moeten worden genomen. In het eerste geval zult u van de ingreep niets merken, omdat u slaapt. In het laatste geval wordt met een naald op een paar plaatsen om de amandel verdovingsvloeistof ingespoten. Nadat de verdoving goed is ingewerkt, worden de beide amandelen verwijderd. Hierbij kan het vrijkomende bloed in een bakje gespuugd worden.
       

      Is er een kans op complicaties? 

      Nabloeding
      Bij iedere operatie, ook het verwijderen van de amandelen, is er sprake van enig risico. In dit geval is het voornaamste risico een nabloeding. Dit risico is in de eerste acht tot twaalf uur na de ingreep het grootst. Een normale bloedstolling na de operatie is van groot belang. Daarom mag u voorafgaand aan deze ingreep geen bloedverdunnende middelen gebruiken. Deze middelen zorgen ervoor dat het bloed minder goed of in het geheel niet stolt. Het gaat hierbij met name om pijnstillers die acetylsalicylzuur bevatten (Aspirine, Acetosal, Ascal, etc.). Wanneer u wordt begeleid door de trombosedienst en dus antistolling gebruikt, moet u dit absoluut melden aan de behandelend KNO-arts. Als er in uw familie aangeboren bloedstollingsstoornissen voorkomen, moet u dat ook vermelden. Bij een nabloeding ontstaat een bloeding onder het stolsel. Het is vaak voldoende om onder plaatselijke verdoving het niet goed afsluitende stolsel te verwijderen, zodat een nieuw en beter stolsel ontstaat. Soms, is het nodig om de nabloeding onder narcose te behandelen. Bij een nabloeding ontstaat een bloeding onder het stolsel. Het is vaak voldoende om onder plaatselijke verdoving het niet goed afsluitende stolsel te verwijderen, zodat een nieuw en beter stolsel ontstaat. Soms, in ongeveer 2% van de amandeloperaties bij volwassenen, is het nodig om de nabloeding onder narcose te behandelen.

       

      Smaakverandering
      De eerste dagen na de operatie ervaren de meeste patiënten een veranderde, bittere of metaalachtige smaak. Bij acht procent van de aan hun keelamandelen geopereerde patiënten is die smaakverandering na een half jaar nog aanwezig. De smaakverandering duurt zelden langer dan een jaar.
       

      Wat kunt u verwachten na de operatie?

      Direct na de ingreep heeft u pijn in de keel en moeite met slikken. De pijn kan uitstralen naar de oren. Zonodig kunt u de verpleging om een pijnstillend middel vragen. Veel drinken van koud water is belangrijk en kan de pijn verlichten. Daarnaast moet u het schrapen van de keel zien te voorkomen. Meestal komt er na de operatie wat vers bloed uit de keel. Ook kan donker bloed worden gebraakt; dit is oud bloed dat tijdens de operatie in de maag terecht is gekomen.
      Soms kan er ook een beetje bloed uit de neus lopen; dit komt doordat het beademingsbuisje, waarmee u tijdens de narcose in slaap werd gehouden, via de neus werd ingebracht. Na het verwijderen van de neusamandel treedt vaak ook enig bloedverlies uit de neus op.
      U zult de volgende dag naar huis mogen tenzij zich bijzonderheden voordoen. U mag op eigen gelegenheid naar huis, maar u mag niet zelf een auto besturen.

       

      Weer thuis

      Pijn kan gewoonlijk goed worden bestreden met paracetamol, bij voorkeur in de vorm van een oplostablet of zetpil. De standaarddosering van paracetamol is viermaal daags 1000 mg gedurende zeven dagen. En zonodig driemaal daags 50 mg Tramal gedurende vijf dagen.

      Op de plaats waar de amandelen zaten vormt zich een grijswitte korst, die meestal na zeven tot acht dagen loslaat en spontaan verdwijnt. De adem kan hierdoor wat weeïg ruiken. Bovendien kunt u een wat metaalachtige smaak hebben. Ook dit verschijnsel verdwijnt vanzelf.

      Wij raden u aan de eerste dagen zachte en koele voeding te gebruiken. Verder kan bouillon een plezierige afwisseling zijn. Melkproducten worden over het algemeen als plakkerig en vervelend ervaren en koolzuurhoudende dranken als te prikkelend. Houdt u zich verder een week rustig. In principe zult u na een ruime week hersteld zijn en uw werkzaamheden weer kunnen hervatten. Na vier tot zes weken vindt de laatste controle bij de kno-arts plaats.

      Mocht u onverhoopt een forse nabloeding krijgen, zoek dan direct contact met uw huisarts of het ziekenhuis.
       

      Slotwoord

      Heeft u na het lezen van deze brochure nog vragen, dan kunt u op werkdagen, tijdens spreekuren, telefonisch contact opnemen met de afdeling Keel-, Neus- en Oorheelkunde via telefoonnummer (0341) 463566.

       

       
      De informatie op deze website is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Desondanks kunnen geen rechten aan de vermelde informatie ontleend worden. Meer informatie https://www.stjansdal.nl/disclaimer