l

Direct contact

Telefoonnummers

St Jansdal receptie (alle locaties)

0341 - 463911

Afsprakenbureau 

0341 - 463890

Poli-Apotheek St Jansdal

0341 - 435858

Helpdesk MijnStjansdal (8.30 - 12 u)

0341 - 463700

Medische hulp buiten kantoortijden

Bij levensbedreigende spoed

112

Harderwijk: Medicamus Spoedpost  

0900 - 341 0 341

Website: Medicamus Spoedpost

 

Lelystad: huisartsenpost Medrie  

0900 - 333 6 333

Website: Huisartenpost Lelystad

 

 

 

VlagB
Folders

Leverbiopsie onder echogeleiding

Inhoud van dit artikel
    Inhoud van dit artikel

      Informatie over een leverbiopsie onder echogeleiding (met sedatie)

       

      Waarom een leverbiopsie onder echogeleiding?

      Met een leverbiopsie kan men informatie krijgen over een leverontsteking, littekenweefsel in de lever, levercirrose (uitgebreide verlittekening van de lever), gezwellen (met name uitzaaiingen naar de lever van een andere gezwel) en leververvetting.

       

      Wat is een leverbiopsie onder echogeleiding?

      Een leverbiopsie is een onderzoek waarbij met een speciale naald weefsel uit de lever wordt weggenomen. Om de juiste plaats te bepalen, wordt er gebruik gemaakt van echografie (een afbeelding van de organen door middel van geluidsgolven). Uit de lever wordt een stukje weefsel weggenomen en onder de microscoop nader onderzocht.

       

      Het onderzoek wordt uitgevoerd door een maag-darm-leverarts (MDL-arts). Deze wordt tijdens het onderzoek bijgestaan door één of meerdere endoscopielaboranten. Zij zullen u vlak voor en tijdens het onderzoek zoveel mogelijk toelichting en aanwijzingen geven.

       

      Hoe verloopt het onderzoek?

      In de behandelkamer maakt u kennis met degenen die het onderzoek bij u zullen uitvoeren. Er wordt een infuusnaald in uw hand of arm ingebracht en uw bloeddruk en zuurstofgehalte in het bloed worden met behulp van een meter gecontroleerd.
      Tijdens het onderzoek blijft u in bed liggen met uw armen naast u of boven uw hoofd. De arts brengt gel aan op uw buik, wat koud kan aanvoelen. Daarna strijkt de arts met een echo-apparaat over de huid, waarmee de plaats van de biopsie wordt bepaald. Vervolgens krijgt u de medicatie voor het “roesje” via het infuus toegediend. Nadat de medicatie is ingewerkt, desinfecteert en verdooft de arts de biopsieplaats. Er wordt een klein sneetje in de huid gemaakt zodat de biopsienaald makkelijker kan worden ingebracht. De biopsie gebeurt met een lange holle naald die in de rechter flank, tussen de onderste ribben, wordt ingebracht en verder wordt opgevoerd naar de daaronder gelegen lever.
       

      Wat zijn de risico’s?

      Het onderzoek kent helaas een klein risico op complicaties. Deze zijn bloeding, beschadiging van een galgang of beschadiging van het vlakbij gelegen borstvlies. De risico’s worden door de arts met u besproken.
       

      Hoe lang duurt het onderzoek?

      U bent in totaal ongeveer 30 minuten in de behandelkamer. Het onderzoek zelf neemt ongeveer 10 minuten in beslag. Na afloop verblijft u nog enige tijd op de uitslaapkamer. U kunt rekenen op een verblijf in het ziekenhuis van ongeveer 4 uur.

       

      Na het onderzoek

      Als het onderzoek is afgelopen moet u nog drie uur op uw rug in bed blijven liggen. Dit is om de kans op een eventuele nabloeding te verkleinen. Als de verdoving is uitgewerkt, kunt u wat pijn krijgen. Dit is een normaal verschijnsel, veroorzaakt door prikkeling van uw middenrif waar uw lever tegenaan ligt. Voor de pijn kunt u eventueel pijnstilling krijgen.

       

      Regelmatig meten verpleegkundigen uw bloeddruk en controleren zij het zuurstofgehalte in uw bloed om eventuele complicaties uit te sluiten.

      Wanneer u goed wakker bent en alle controles stabiel zijn, wordt het infuus verwijderd. U kunt uw normale eetpatroon hervatten. Door de toegediende medicatie kunt u de rest van de dag last hebben van een verminderd reactievermogen, concentratiestoornissen en een verminderd geheugen. Wij raden u dan ook aan om de rest van de dag geen afspraken te maken. Tevens dient u er rekening mee te houden dat u gedurende 24 uur niet aan het verkeer mag deelnemen. Het is belangrijk dat u zich laat ophalen en thuisbrengen door een relatie. Eventuele medicatie kunt u weer volgens voorschrift innemen.

       

      Wanneer is de uitslag bekend?

      De uitslag van het onderzoek duurt ongeveer tien werkdagen. Mede daardoor duurt het ongeveer twee weken voordat de definitieve uitslag aan u kan worden gegeven.

       

      Voorbereiding

      Het onderzoek vindt vóór 13.00 uur plaats:
      Indien het onderzoek vóór 13.00 uur plaatsvindt, blijft u de avond vóór het onderzoek vanaf 22.00 uur helemaal nuchter (niets meer eten en/of drinken). Tabletten die u van uw arts door moet gebruiken kunt u zo nodig met een slokje water tot uiterlijk twee uur vóór het onderzoek innemen of anders na het onderzoek.

       

      Het onderzoek vindt ná 13.00 uur plaats:
      Indien het onderzoek ná 13.00 uur plaatsvindt, mag u tot 07.30 uur 1 à 2 beschuitjes (dun besmeerd met jam) en 1 à 2 kopjes thee of koffie (zonder melk!) nemen. Daarna blijft u tot na het onderzoek helemaal nuchter (niets meer eten en/of drinken). Tabletten die u van uw arts door moet gebruiken kunt u zo nodig met een slokje water tot uiterlijk twee uur vóór het onderzoek innemen of anders na het onderzoek.

       

      Contact

      U kunt ons bereiken op de volgende telefoonnummers:

      Endoscopie afdeling (0341) 463538 (maandag t/m vrijdag van 8.30 uur tot 16.30 uur)

      Poli MDL (0341) 463899 (maandag t/m vrijdag van 8.30 uur tot 16.30 uur)

       

      Heeft u na uw bezoek aan het ziekenhuis vragen?

      De eerste vijf dagen na het bezoek kunt u contact opnemen via het algemene nummer van het ziekenhuis: 0341-463911. De receptioniste zal u doorverbinden met de afdeling waar u uw vraag kunt stellen. Is het langer dan vijf dagen geleden? Neem dan contact op met uw eigen huisarts of buiten kantoortijden met de Huisartsenpost via 0900-3410341.

       

      Neemt u contact op wanneer u na het onderzoek last heeft van de volgende klachten:

      • Koorts boven de 38.5° C
      • Aanhoudende buikpijn die uiterlijk drie dagen na de biopsie begonnen is

       

      Aandachtspunten

      • Uw medicatie moet u op de dag van het onderzoek gewoon blijven gebruiken (tabletten mogen met een slokje water tot uiterlijk twee uur vóór het onderzoek ingenomen worden of anders na het onderzoek) tenzij uw arts andere instructies heeft gegeven.
      • Lees indien van toepassing ook de aanwijzingen voor gebruik bloedverdunners verderop in deze folder.
      • Lees indien van toepassing ook de aanwijzingen voor patiënten met diabetes verderop in deze folder.
      • Tijdens het onderzoek kunt u uw "gewone" kleding aanhouden. Vermijdt u echter strak zittende of knellende kleding.
      • Sieraden en andere kostbaarheden kunt u beter thuislaten.
      • Vlak voor het onderzoek krijgt u een roesje toegediend. Dit beïnvloedt uw reactievermogen. Daarom mag u 12 uur na het onderzoek niet deelnemen aan het verkeer. Het is belangrijk dat u zich laat ophalen door een relatie.

       

      Wat neemt u mee naar het ziekenhuis?

      • De zorgpas van uw verzekering.
      • Uw patiëntenpas van ziekenhuis St Jansdal (indien u geen pas heeft of deze verlopen is verzoeken wij u een nieuwe pas te maken bij de receptie of de zelfservicezuil in de hal)
      • Een geldig legitimatiebewijs, bij voorkeur paspoort of rijbewijs. De legitimatieplicht geldt voor iedereen ongeacht leeftijd.
      • Een recente lijst van de door u gebruikte medicijnen, verkrijgbaar bij de apotheek. Denk ook aan medicatie die niet op recept wordt verstrekt.
      • Uw eigen medicatie
      • Evt. het CPAP-apparaat dat u gebruikt tijdens het slapen.

       

      Bloedverdunners

      Soms dienen  bloedverdunners  een aantal dagen voor het onderzoek gestaakt worden. Dit moet echter altijd gebeuren in overleg met een arts.
      Neemt u daarom contact op met de arts die het onderzoek aanvraagt. Hieronder volgt een globale richtlijn:

       

      Niet stoppen

      • Trombocytenaggregatieremmer zoals: Acetylsalicylzuur, Carbasalaatcalcium (Ascal),
      • Dipyridamol (Persantin),
      • Clopidogrel (Plavix), Prasugrel (Efient) en Ticargrelor (Brilique)

       

      Overleg Trombosedienst

      • Acenocoumarol of Fenprocoumon (Marcoumar)

       

      Overleg arts

      • NOAC (Non-VKA Orale AntiCoagulantia) zoals: Rivaroxaban (Xarelto®), Dabigatran (Pradaxa®) òf Apixaban (Eliquis®)

       

      Zonodig geeft de arts die het onderzoek verricht u na het onderzoek aanvullend advies over het herstarten van de medicatie, mede afhankelijk van de uitkomsten van de scopie.

       

      Informatie voor mensen met diabetes

      Binnenkort heeft u een afspraak voor een gastroscopie.
      Tijdens de voorbereidingsdagen kunt u last krijgen van te hoge of te lage bloedglucosewaarden. Om dit zoveel mogelijk te voorkomen adviseren wij de voor u geldende instructies nauwkeurig op te volgen, dit naast de andere voorbereidingen die u voor het onderzoek moet treffen.

       

      Bij vragen kunt u contact opnemen met één van de diabetesverpleegkundigen van het St Jansdal via de assistentes van de poli interne:

       

      Van maandag tot en met vrijdag van 08.30 uur tot 16.00 uur, telefoonnummer: 0341 463747

       

      Als u belt graag doorgeven welke insulinesoort u gebruikt en hoeveel eenheden u altijd injecteert/bolust.

       

      DIABETESPROTOCOL INSULINE EENMAAL DAAGS

      De dag vóór het onderzoek:
      Indien u gewend bent om de langwerkende insuline ‘s morgens te injecteren, dan kunt u de gebruikelijke hoeveelheid injecteren.
      Bent u gewend om de langwerkende insuline ‘s avonds te injecteren, dan dient u 50% (1/2) van de gebruikelijke hoeveelheid te injecteren.
       

      De dag van het onderzoek:

      Het onderzoek vindt vóór 13.00 uur plaats:

      Als u de insuline normaal ‘s morgens injecteert; dan injecteert u deze morgen geen insuline.
      Bij de eerste maaltijd na het onderzoek injecteert u 50% (1/2) van de gebruikelijke dosering.
      Als u de insuline normaal ‘s avonds injecteert; dan ‘s avonds de gebruikelijke dosis weer hervatten.

       

      Het onderzoek vindt ná 13.00 uur plaats:

      Als u de insuline normaal ‘s morgens injecteert; dan injecteert u deze morgen 50% (1/2) van de gebruikelijke dosering.
      Als u de insuline normaal ‘s avonds injecteert; dan ‘s avonds de gebruikelijke dosis weer hervatten.

       

      Wij adviseren u deze dag de bloedglucose vijf keer te prikken:

      • Op het tijdstip waarop u normaliter ontbijt
      • Twee uur hierna
      • Voor de lunch of uw gebruikelijke lunchtijd
      • Voor het avondeten
      • Voor het slapengaan

       

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?

      Is de bloedglucose lager dan 4: een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker, nemen.

       

      DIABETESPROTOCOL INSULINE TWEEMAAL DAAGS

      Gebruikt u tweemaal daags (middel) langwerkende insuline? Neem dan contact op met één van de diabetesverpleegkundige.
       

      De dag vóór het onderzoek:
      Voor het ontbijt kunt u uw gebruikelijk dosis insuline injecteren.
      Voor het avondeten kunt u 75% (3/4) van uw gebruikelijke dosis insuline injecteren.
       

      De dag van het onderzoek:
      Het onderzoek vindt vóór 13.00 uur plaats:

      U slaat uw dosis insuline voor het ontbijt over.
      Vóór de 1e maaltijd na uw onderzoek injecteert u 33% (1/3) van uw gebruikelijke dosering.
      `s Avonds kunt u uw gebruikelijke dosering weer hervatten.

       

      Het onderzoek vindt ná 13.00 uur plaats:

      Voor het ontbijt injecteert u 33% (1/3) van uw gebruikelijke dosering.
      `s Avonds kunt u uw gebruikelijke dosering weer hervatten.

       

      Wij adviseren u deze dag de bloedglucose vijf keer te prikken:

      • Op het tijdstip waarop u normaliter ontbijt
      • Twee uur hierna
      • Voor de lunch of uw gebruikelijke lunchtijd
      • Voor het avondeten
      • Voor het slapengaan

       

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?

      Is de bloedglucose lager dan 4: een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker, nemen.

       

      DIABETESPROTOCOL INSULINE VIERMAAL DAAGS

      De dag vóór het onderzoek:
      Indien u gewend bent om de langwerkende insuline ’s morgens te injecteren, dan kunt u de gebruikelijke hoeveelheid injecteren.
      Bent u gewend om de langwerkende insuline voor het slapengaan te injecteren, dan dient u 50% (1/2) van de gebruikelijke hoeveelheid te injecteren.
       

      De dag van het onderzoek:

      Het onderzoek vindt vóór 13.00 uur plaats:

      Als u de langwerkende insuline normaal ‘s morgens injecteert; dan injecteert u deze morgen geen langwerkende insuline.
      Bij de eerste maaltijd na het onderzoek injecteert u 50% (1/2) van de gebruikelijke dosering langwerkende insuline.
      Als u de langwerkende insuline normaal ‘s avonds injecteert; dan ‘s avonds de gebruikelijke dosis weer hervatten.

       

      De (ultra)kortwerkende insuline mag u deze morgen niet injecteren. Na het onderzoek mag u de gebruikelijke dosering (ultra)kortwerkende insuline weer hervatten

       

      Het onderzoek vindt ná 13.00 uur plaats:

      Als u de langwerkende insuline normaal ‘s morgens injecteert; dan injecteert u deze morgen 50% (1/2) van de gebruikelijke dosering.
      Als u de langwerkende insuline normaal ‘s avonds injecteert; dan ‘s avonds de gebruikelijke dosis weer hervatten.

      U mag de (ultra) kortwerkende insuline ’s morgens en ’s middags niet injecteren.

       

      Wij adviseren u deze dag de bloedglucose vijf keer te prikken:

      • Op het tijdstip waarop u normaliter ontbijt
      • Twee uur hierna
      • Voor de lunch of uw gebruikelijke lunchtijd
      • Voor het avondeten
      • Voor het slapengaan

       

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?

      Is de bloedglucose lager dan 4: een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker, nemen.

       

      Wat te doen bij hoge bloedglucosewaarden?

      Is de bloedglucose hoger dan 15, dan moet u 2 eh (ultra)kortwerkende insuline injecteren.
      Is de bloedglucose hoger dan 20, dan moet u 4 eh (ultra)kortwerkende insuline injecteren.

      Na het onderzoek hervat u uw “gebruikelijke” insulineschema.

       

      DIABETESPROTOCOL INSULINEPOMP

      De dag vóór het onderzoek:
      Deze dag zijn er geen wijzigingen; u hoeft de basaalstand niet aan te passen en kunt alles doen zoals u gewend bent.
       

      De dag van het onderzoek:
      Wij adviseren u deze dag de bloedglucose vijf keer te prikken:

      • Op het tijdstip waarop u normaliter ontbijt
      • Twee uur hierna
      • Voor de lunch of uw gebruikelijke lunchtijd
      • Voor het avondeten
      • Voor het slapengaan

       

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?

      Is de bloedglucose lager dan 4: een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker, nemen.
      Zijn de bloedglucosewaarden gedurende de dag lager dan 6, dan adviseren wij u om de pomp op een tijdelijk basaal van 50% in te stellen.

       

      Wat te doen bij hoge bloedglucosewaarden?

      Is de bloedglucose hoger dan 15, dan moet u 2 eh (ultra)kortwerkende insuline bolussen.
      Is de bloedglucose hoger dan 20, dan moet u 4 eh (ultra)kortwerkende insuline bolussen.

      Na het onderzoek hervat u uw “gebruikelijke” insulineschema.
       

      DIABETESPROTOCOL BLOEDGLUSOVERLAGENDE TABLETTEN

      De dag vóór het onderzoek:
      Deze dag zijn er geen wijzigingen; u kunt uw tabletten op de gebruikelijke tijd gebruiken.
       

      De dag van het onderzoek:
      U hoeft geen bloedglucoseverlagende tabletten te gebruiken.
      Indien u hypo-verschijnselen krijgt (honger, beven, zweten, een trillerig gevoel, bleekheid, wazig zien, hoofdpijn, duizeligheid) of de bloedglucose is lager dan 4.0 mmol neemt u dan een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker.

       

      De bloedglucoseverlagende tabletten kunt u bij de eerst volgende maaltijd weer innemen. Medicatie hoeft niet ingehaald te worden.

       

      DIABETESPROTOCOL GLP-1

      De dag vóór het onderzoek:
      Indien u gewend bent om de GLP-1 ‘s morgens te injecteren, dan kunt u de gebruikelijke hoeveelheid injecteren.
      Bent u gewend om de GLP-1 ‘s avonds te injecteren, dan injecteert u deze avond geen GLP-1.
       

      De dag van het onderzoek:
      De GLP-1 kunt u na het onderzoek injecteren op de gebruikelijke tijd.

       

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?

      Is de bloedglucose lager dan 4: een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker, nemen.

       

      DIABETESPROTOCOL COMBINATIE INSULINE EN GLP-1

      De dag vóór het onderzoek:
      Indien u gewend bent om de combinatie insuline en GLP-1 ‘s morgens te injecteren, dan kunt u de gebruikelijke hoeveelheid injecteren.
      Bent u gewend om de combinatie insuline en GLP-1 ‘s avonds te injecteren, dan dient u 50% (1/2) van de gebruikelijke hoeveelheid te injecteren.


      De dag van het onderzoek:
      Het onderzoek vindt vóór 13.00 uur plaats:
      Als u de combinatie insuline en GLP-1 normaal ‘s morgens injecteert, dan injecteert u deze ochtend geen combinatie insuline en GLP-1.
      Bij de eerste maaltijd na het onderzoek injecteert u 50% (1/2) van de gebruikelijke dosering.
      Als u de combinatie insuline en GLP-1 normaal ‘s avonds injecteert, dan ‘s avonds de gebruikelijke dosis weer hervatten.

       

      Het onderzoek vindt ná 13.00 uur plaats:
      Als u de combinatie insuline en GLP-1 normaal ‘s morgens injecteert, dan injecteert u deze ochtend 50% (1/2) van de gebruikelijke dosering.
      Als u de combinatie insuline en GLP-1 normaal ‘s avonds injecteert, dan ‘s avonds de gebruikelijke dosis weer hervatten.
       

      Wij adviseren u deze dag de bloedglucose vijf keer te prikken:

      • Op het tijdstip waarop u normaliter ontbijt
      • Twee uur hierna
      • Voor de lunch of uw gebruikelijke lunchtijd
      • Voor het avondeten
      • Voor het slapengaan

       

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?

      Is de bloedglucose lager dan 4: een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker, nemen.

       

       

      De informatie op deze website is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Desondanks kunnen geen rechten aan de vermelde informatie ontleend worden. Meer informatie https://www.stjansdal.nl/disclaimer
      Geprint op 16-7-2020