l

Direct contact

Telefoonnummers

St Jansdal Harderwijk

0341 - 463911

St Jansdal Lelystad

0341 - 463590

Poli-Apotheek St Jansdal

0341 - 435858

Helpdesk MijnStjansdal (8.30 - 12 u)

0341 - 463700

Medische hulp buiten kantoortijden

Bij levensbedreigende spoed

112

Harderwijk: Medicamus Spoedpost  

0900 - 341 0 341

Website: Medicamus Spoedpost

 

Lelystad: huisartsenpost Medrie  

0900 - 333 6 333

Website: Huisartenpost Lelystad

 

 

 

Voorbereiden_Op-Opname

Groeihormonen test

Inhoud van dit artikel
    Inhoud van dit artikel

      Je komt in ons ziekenhuis voor een Argininetest. Dat is een test waarbij we in het bloed meten of jouw lichaam genoeg groeihormoon maakt. We doen de test met behulp van Arginine. Dat is een medicijn dat je hypofyse stimuleert om groeihormoon te maken.

      Met een Argininetest wil de dokter onderzoeken of een tekort aan groeihormoon de oorzaak is van jouw groeiproblemen. Tijdens de test krijg je Arginine toegediend via een infuus.

       

      In het bloed kan de dokter zien hoeveel groeihormoon je tijdens de test in je bloed hebt.

      De Argininetest gebeurt ’s morgens. Om de test goed te kunnen doen, is het belangrijk dat je van te voren NIET eet, dus je mag niet ontbijten en ook niets drinken.

       

      Een Argininetest doet geen pijn. De prik die we geven voor het infuus kan wel pijn doen. We doen ons best om ervoor te zorgen dat je hier zo min mogelijk last van hebt. Je vader of moeder mag bij je blijven als je het infuus krijgt en tijdens de Argininetest. De Argininetest wordt gedaan op de kinder- en tienerafdeling, routenummer 0.90.

       

      Wat doen hormonen?

      Hormonen zijn stofjes in je lichaam, die aan de organen in je lichaam vertellen wat ze moeten doen. We noemen ze ook wel boodschappers. Het orgaan dat de boodschap uitzendt, is de hypofyse. Dat is een kliertje in je hoofd. Je kan het vergelijken met een orkest: de hypofyse is de dirigent. De organen die de boodschap ontvangen zijn dan de instrumenten van het orkest. Voorbeelden van deze organen zijn de schildklier, de bijnieren, de botten, de eierstokken of de balletjes. De hormonen zorgen er bijvoorbeeld voor dat je gaat groeien (je botten worden langer) of dat je in de puberteit komt (je eierstokken of balletjes beginnen te werken). Sommige organen sturen ook weer hormonen (boodschappers) door naar andere organen, zodat zij ook hun werk kunnen doen. In het bloed kunnen we meten welke hormonen en hoeveel hormonen je in je bloed hebt. Bij deze test gaat het om groeihormonen. Wanneer de hypofyse niet of onvoldoende werkt, kan er een tekort aan groeihormoon ontstaan. Je groeit dan niet genoeg.
       

      Vóór de Argininetest

      Wat moet je van tevoren weten?

      De assistente overlegt met jou en je ouders wanneer je komt voor de test. Dit gebeurt op de polikliniek of via de telefoon. Het onderzoek duurt een ochtend.
      Vanaf twaalf uur in de nacht vóór het onderzoek mag je niets meer eten of drinken (behalve gewoon water). Je mag dus niet ontbijten!
      Je hoeft geen pyjama mee te nemen. Wel is het handig om een t-shirt met een vest aan te trekken omdat het infuus meestal in je elleboogplooi wordt geprikt.
      Je moet tijdens de test een poosje wachten. Op de kinder- en tienerafdeling is allerlei speelgoed aanwezig, maar als je iets van huis mee wil nemen mag dit natuurlijk ook.

       

      Hoe doen we een Argininetest?

      Je komt op de kinder- en tienerafdeling. Je vader en/of moeder mogen bij je blijven.
      Je krijgt een infuus. Omdat je van tevoren niet mag eten en drinken, kan het zijn dat je bij het infuus prikken je niet zo lekker voelt en misschien het gevoel hebt dat je flauw gaat vallen. Even rusten en op bed liggen, helpt vaak om je weer beter te voelen.

       

      Er worden een aantal buisjes bloed afgenomen uit het infuus. Je voelt hier niks van.
      Via het infuus krijg je in een half uur de Arginine toegediend. Hier merk je niets van. Heel soms komt het voor dat je daarna wat misselijk wordt of hoofdpijn krijgt, blijf dan rustig op bed liggen. 
      Ieder half uur wordt er bloed afgenomen uit het infuus en wordt je bloeddruk gemeten.
      Tijdens de test moet je op bed blijven liggen. Je mag daar wel spelen of een dvd’tje kijken. De verpleegkundige kijkt iedere keer hoe het met je gaat. Als je vragen hebt kun je deze altijd aan de verpleegkundige stellen.
       

      Na de Argininetest

      Als de test klaar is en je bloeddruk goed, halen we het infuus uit je arm. Dit doet geen pijn. Het loshalen van de pleisters kan wel even vervelend zijn. Je krijgt wat te eten en te drinken en daarna mag je naar huis. Je voelt helemaal niets van de test. Je mag alles weer doen wat je anders ook doet.
       

      De uitslag

      De uitslag krijg je telefonisch van de kinderarts. De afdelingssecretaresse maakt hiervoor een afspraak. De kinderarts bespreekt dan met jou en je ouders wat de uitslag is van de Arginine-test en wat er verder gaat gebeuren.

       

      Tips

      Neem één van je ouder(s)/verzorger(s) mee naar het onderzoek. Hij of zij kan je helpen als je bang bent of pijn hebt. Hieronder staan meer tips. Bespreek van tevoren wat jij graag wilt.

      • Doe je ogen dicht en probeer aan iets leuks te denken.
      • Probeer van tevoren zoveel mogelijk te ontspannen: doe samen een ontspanningsoefening. Bijvoorbeeld afwisselend spieren aanspannen en ontspannen. Een pedagogisch medewerker kan je daarbij helpen.
      • Als je niet zoveel bezig wilt zijn met wat er tijdens het onderzoek gebeurt, neem dan lievelingsspeelgoed, een knuffel, (voor)leesboek of mobiele telefoon mee om muziek te luisteren of spelletjes op te doen.
      • Bedenk met je ouder een verhaal of maak vakantieplannen.
      • Rustig ademhalen kan helpen als je bang bent of pijn hebt.
        Diep inademen door je neus, tot drie tellen en dan weer uitblazen.
      • Misschien vind je het fijn om een hand vast te houden. Of om je te laten masseren of zachtjes op je huid te laten kriebelen.
      • Heb je een pijnpaspoort*? Laat dan zien hoe jij het graag wilt.
        Heb je geen pijnpaspoort*? Bedenk dan van tevoren wat jij wilt. Bijvoorbeeld wel of niet verdovende spray voor het infuusprikken. Bedenk ook alvast wat jou helpt. Bijvoorbeeld kijken of niet kijken. Of tellen.
      • Heb je ergens last van? Heb je pijn? Of lig je bijvoorbeeld niet goed? Vertel dit dan altijd. Dan kijken we wat we daaraan kunnen doen.
      • Als je iets wilt weten of iets niet snapt, mag je het altijd vragen.

       

      * Het pijnpaspoort is een persoonlijk boekje waarin je kunt opschrijven wat jou helpt als je pijn hebt of bang bent. Je laat het aan de mensen in het ziekenhuis lezen als je dat nodig vindt, bijvoorbeeld voordat je een prik krijgt. Zij kunnen dan rekening houden met jouw wensen, zonder dat je het steeds weer hoeft te zeggen. De pedagogisch medewerker kan je hier meer over vertellen.
       

      Complicaties

      Zelfs als een onderzoek helemaal goed is gedaan (‘volgens het boekje’), kunnen er problemen ontstaan. Zulke problemen noemen we complicaties.

      Omdat je tijdens de Argininetest  niet mag eten en drinken kan het zijn dat je een lage bloedsuiker krijgt. Je merkt dit doordat je trek in eten krijgt. Als je weer wat gegeten hebt gaat dit over. Daarnaast kun je als je thuis bent nog wat duizelig of slaperig zijn. Het is verstandig om niet alleen de trap op te lopen of om alleen naar buiten te gaan. De dag na de test is alles weer normaal.

       

      Voor ouders: voorbereiding en begeleiding

      Hoe kunt u uw kind voorbereiden?
      Hieronder staan algemene adviezen. U kunt zelf inschatten wat bij uw kind past.
      Kies een rustig moment voor de voorbereiding. Bijvoorbeeld niet vlak voor het slapen gaan. Zorg dat er tijd is voor uw kind om vragen te stellen.
      Begin bij jonge kinderen niet te vroeg met voorbereiden. Ze hebben een ander tijdsbesef dan volwassenen. Jonge kinderen leven in het ‘hier en nu’. Een paar dagen van tevoren is meestal vroeg genoeg. Zorg wel dat er voldoende tijd is om er nog eens op terug te komen. Herhaling is belangrijk. Bij oudere kinderen kunt u wat eerder beginnen.
      Laat uw kind de informatie navertellen aan uzelf of aan anderen. Zo merkt u of alles begrepen is.


      Wat vertelt u en hoe?

      • Kies woorden die uw kind begrijpt, vertel zo eenvoudig mogelijk.
      • Sluit aan bij zijn/haar belevingswereld.
      • Vraag wat uw kind al weet over het onderzoek.
      • Leg geen nadruk op nare dingen, maar vertel er wel eerlijk over.
      • Vertel alleen over wat uw kind bewust meemaakt tijdens het onderzoek. Dus over alles wat het ziet, voelt, hoort, ruikt en proeft.
         

      Hoe kunt u uw kind begeleiden?

      Ga met uw kind mee naar het onderzoek. Of vraag een ander vertrouwd persoon om mee te gaan. Dat geeft steun en veiligheid. U kunt voor afleiding zorgen. Bespreek thuis al hoe u dat het beste kunt doen.
      Neem lievelingsspeelgoed, een knuffel, (voor)leesboek of mobiele telefoon mee om muziek te luisteren of spelletjes op te doen.

      U mag verwachten dat we tijdens het onderzoek duidelijk vertellen wat er gebeurt. Stel gerust vragen als u of uw kind iets niet begrijpt.

      Een goede voorbereiding zorgt voor minder spanning en onverwachte situaties. Toch kan uw kind zich anders gedragen dan u verwacht of gewend bent. Uw kind kan stil worden, of juist druk, of huilerig. Thuis of tijdens het onderzoek. Geef hier aandacht aan en maak het bespreekbaar. Uw kind voelt zich daardoor gesteund.

       

      Wil je meer weten?
      Kijk dan op:

       

      Heb je nog vragen?
      Schrijf ze op, dan kun je ze niet vergeten.
      Telefoonnummer van de kinder- en tienerafdeling is:  (0341) 463623

       

      Informatie voor jongeren vanaf 12 jaar

      Een opname in het ziekenhuis kan vervelend zijn. Je krijgt te maken met verschillende artsen, assistenten en verpleegkundigen. Je hoort ook allerlei medische termen. Wij willen je zo goed mogelijk informatie geven over de opname. Lees daarom deze folder goed door. Als je weet wat er gaat gebeuren of hoe de dingen gaan, ben je meestal minder zenuwachtig. Je ouder(s) lezen deze folder ook. Vraag of ze kunnen uitleggen wat je niet snapt.
       

      Ben je ouder dan 12 jaar?
      Dan moet de dokter ook aan jou vragen of je het goed vindt wat hij/zij gaat doen. Jij en je ouder(s) moeten allebei toestemming geven voor een behandeling of onderzoek. Als jij en je ouder(s) het niet met elkaar eens zijn, dan zal de arts met jullie in gesprek gaan om te kijken of jullie tot een gezamenlijke overeenstemming kunnen komen. Als dit niet lukt zal gekeken worden door de arts of de onderzoeken en behandelingen uitgesteld kunnen worden tot na je 16e levensjaar. Wanneer de behandeling of onderzoek niet kan worden uitgesteld, beoordeelt de arts of jij voldoende in staat bent de beslissing zelf te nemen. Dat neemt de arts mee in zijn uiteindelijke besluit. Lees er meer over op: www.jadokterneedokter.nl

       

      Ben je 16 jaar of ouder?
      Dan beslis je zelf. Alleen jouw toestemming is nodig. De arts mag informatie alleen met jouw toestemming geven aan je ouder(s). Het advies is wel om je ouder(s) te betrekken bij de besluiten die je neemt, omdat een keuze soms moeilijk is en grote gevolgen kan hebben. Lees er meer over op: www.jadokterneedokter.nl

       

      Van harte beterschap!

       

       

      De informatie op deze website is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Desondanks kunnen geen rechten aan de vermelde informatie ontleend worden. Meer informatie https://www.stjansdal.nl/disclaimer